ORPG| Why is the rum always gone?

First Page  |  «  |  1  |  2 [ Go to bottom  |  Go to latest post  |  Subscribe to this topic  |  Oldest posts first ]


KurtCobain
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from KurtCobain on 05/01/2018 01:59 PM

Ceanna

Het was haar zeker wel opgevallen hoe de man naar haar keek. Het voelde voor haar zelfs een beetje ongemakkelijk aan. Aan zijn gezicht te zien zat hij ook ergens over na te denken, terwijl hij haar aan zat te kijken. Ze kreeg zelfs het gevoel dat hij haar ergens van kende. Op zo'n manier zat hij namelijk naar haar gezicht te kijken. Alsof hij haar kende. Dat vond ze een beetje apart. Ze kende hem namelijk niet, zover ze wist. Iets aan hem herkende ze wel. Alleen ze kon haar vinger er niet op leggen. Ze had werkelijk geen idee waar ze hem van moest kennen. Ze was er dus vrij zeker van dat ze deze man dus niet kende. Als het echt iemand was die ze kende, wist ze het wel. Toch vond ze het wel apart hoe hij naar haar keek. Alsof hij haar wel kende, maar dat kon haast niet. Ze was ervan overtuigd dat ze elkaar nooit eerder hadden gezien. Hij leek gewoon op iemand die ze kende. Verder was er niks aan de hand. Hij maakte vast een vergissing of hij keek op een andere manier naar haar. Misschien keek hij alleen naar haar gezicht omdat hij haar knap vond. Dat verwachtte ze haast niet, maar het was wel een mogelijkheid. De mannen op een schip vonden vrouwen meestal maar niks. De meeste zagen ze alleen aan voor een seksspeeltje. Voor de rest waren ze alleen handig om te koken. Dus ze verwachtte niet dat hij daar aan dacht. Ze had gewoon geen idee waar hij aan dacht. Daar zou ze ook nooit achter komen. 
Hij gaf haar antwoord op haar vraag. Ze had hierop kort geknikt. Singapore ging het dus worden. Ze had niet anders verwacht. Ze wist al precies waarom ze daar heen gingen. Dat was namelijk een perfecte stad om spullen te verkopen. Waarschijnlijk de spullen die van haar schip af kwamen. Die zouden daar waarschijnlijk verkocht worden. Het was dus logisch dat ze voor die stad kozen. Ze was er ook tevreden mee. Het was een goede stad om gedumpt in te worden. Daar kon ze wel overleven samen met Lo. Daar zouden ze wel kijken wat ze daarna gingen doen. Een schip had ze niet meer. Op een nieuw schip gaan, had ze geen zin in. Ze wilde niet weer helemaal onderaan beginnen, maar haar eigen schip kopen ging ook niet. Ze had het geld niet om een schip te kopen om verder te gaan. Ze had dus geen idee wat ze ging doen als ze weer vrij waren. Haar zoektocht naar Daniel wilde ze niet opgeven, maar opnieuw beginnen kostte weer zoveel tijd en energie voor haar. Misschien moest ze samen met haar zusje weer terug naar Engeland gaan. Weer terug naar huis en de zoektocht opgeven. Ze was namelijk al jaren bezig met hem te zoeken. Waarschijnlijk ging ze hem niet meer vinden. Het was dus misschien beter als ze beiden weer terug naar huis gingen. Lo kreeg er waarschijnlijk ook al genoeg van, van heel die zoektocht. Ze wist het nog allemaal niet zeker, maar ze had nog genoeg tijd om er goed over na te denken voordat ze bij Singapore zouden zijn.
De vragen over het boek kwamen bij haar binnen. Al snapte ze niet waarom er zoveel vragen over het boek waren. Het boek had ze gewoon van Daniel gekregen. Het was inmiddels van haar. Het was haar lievelingsboek geworden. Ze had het dus gewoon gekregen. Het betekende veel voor haar. Ze wilde dus niet dat hij er aan zat. Het laatste wat ze wilde was dat hij het zou verkopen. Dat zou haar namelijk kapot maken. 
'Het is van mij ja.' zei ze, 'Ik heb het gekregen.' Ze keek hem met een vragende blik aan. Het leek alsof er meer aan de hand was, maar ze kon het niet goed van zijn gezicht aflezen. Zijn gezicht liet geen enkele emotie door. Daardoor kon ze zijn gezicht niet aflezen. Ze liet het daarom maar zitten. Waarschijnlijk was hij gewoon erg nieuwsgierig en was er voor de rest niets aan de hand. Zeker bij zijn volgende vraag was ze ervan overtuigd dat het gewoon pure nieuwsgierigheid was. Hij was enorm nieuwsgierig naar haar. Waarom wist ze niet. Zo interessant vond ze zichzelf niet. Misschien lag het toch ergens aan. Misschien zag hij toch wat bekends aan haar. Ze wist het gewoon niet, maar toch reageerde ze gewoon normaal op elke vraag. 'Uhmm bedankt denk ik.' zei ze met een opgetrokken wenkbrauw. Het verbaasde haar gewoon dat hij een compliment gaf. Een beetje heel zijn gedrag verbaasde haar. De manier hoe hij naar haar keek, de manier waarop hij haar behandelde en de manier waarop hij tegen haar praatte. Het klopte niet helemaal. Dat hoorde niet bij een piraat. 'Oo ik wilde gewoon een avontuur aan gaan.' zei ze, 'Waarom wilde jij kapitein zijn dan?' Ze wist natuurlijk zelf ook wel dat ze aan het liegen was. Ze kwam niet voor een avontuur op het schip. Ze wilde gewoon Daniel proberen te vinden, maar dat was nog steeds niet gelukt. De jongeman hoefde dat niet te weten. En nu ze toch bezig waren, was ze ook wel wat nieuwsgierig naar hem geworden. Zijn gezicht kwam haar namelijk ook een beetje bekend voor. Dat maakte ook haar wel wat nieuwsgierig. 
'Heb je geen vrouw of kinderen waar je voor moet zorgen?' vroeg ze met een opgetrokken wenkbrauw. De meeste piraten hadden namelijk geen vrouw of kinderen. Bij sommige piraten vond ze dat niet raar. Sommige piraten zagen er gewoon onverzorgd uit, maar de jongeman voor haar niet. Hij was knap. 


Chris

Haar naam sprak ze wel uit, maar ze weigerde om hem aan te kijken. Het maakte hem weinig uit. Het is niet alsof hij het erg vond. Zolang ze gewoon antwoord gaf op zijn vragen, vond hij niks ergs. Het was wel leuk geweest als ze hem aan keek, dat moest hij toegeven. Dan kon ze zien hoe hij hier zat te genieten. Hij genoot ervan. Hij genoot ervan om haar een beetje te pesten en te irriteren. Dat vond hij wel leuk. Het was nu wat minder leuk, nu ze niet keek, maar het bleef wel leuk. Waarschijnlijk baalde ze namelijk enorm erg dat ze het gevecht verloren hadden. Nu zaten ze namelijk hier opgesloten, tot ze bij de volgende haven aan zouden meren. Dat was natuurlijk niet leuk. Hij zou het namelijk ook niet leuk vinden als hij in haar schoenen stond. Waarschijnlijk zou hij erg boos zijn. Precies wat de vrouw nu was. Dat kon hij wel merken. Ze keek hem niet aan. Dat was een manier om te laten zien dat ze boos was. Ook haar lichaamstaal zei genoeg voor hem. Hij vond het wel leuk om te zien. Hij genoot er wel van. Dat zou hij nog wel een tijdje doen. Waarschijnlijk zou hij blijven genieten ervan, tot ze vrij gelaten werden. Dan had hij er geen plezier meer aan, maar dat duurde nog even. Ze moesten eerst naar de volgende haven. Tot die tijd kon hij nog even genieten. 
Lo was de naam van de vrouw. Een naam die je niet veel hoorde. Hij knikte daar kort op. Zijn hand verplaatste hij naar haar kin toe. Haar kin drukte ze vervolgens omhoog, zodat ze hem wel moest aankijken. Hij bestudeerde haar gezicht nog eens goed. 'Dat betekend dus een ja.' zei hij, 'Het is ook wel te zien.' Zijn hand liet hij zakken, zodat ze weer kon doen en laten wat ze met haar hoofd wilde doen. Het was voor hem nu wel duidelijk dat de twee zussen waren. Het was goed te zien aan hun gezichten. Ze leken erg veel op elkaar. Ze leken teveel op elkaar om nichten van elkaar te zijn. Ze moesten dus wel zussen zijn. Hij wist het zeker, zelfs zonder een normaal antwoord van haar te horen. Het was te overduidelijk. Al wist hij niet of Daniel het ook al gezien had. Anders vertelde hij het hem later nog wel. Eerst wilde hij zijn antwoorden krijgen op zijn vragen.
Hij had verder geluisterd naar wat ze te vertellen hadden. Het schip had haar zus dus overgedragen gekregen. Dat vond hij raar, maar aan haar gezicht te zien vertelde ze de waarheid. Daarom ging hij er verder op in. 'Waarom wilde je zus dan piraat worden en uiteindelijk kapitein?' vroeg hij, want nog steeds vond hij het raar om twee vrouwen te zien op een schip. Het kwam niet vaak voor. Hij had wel gemerkt dat de jongedame voor hem best sterk was. Dat betekende dat haar zus waarschijnlijk nog wat sterker was. De kapitein was namelijk meestal de sterkste. Hij had geen idee hoe ze zo sterk waren geworden en waarom ze aan boord wilde. Dat was voor hem nog steeds onduidelijk. Ze antwoorde namelijk niet goed op zijn vraag. Het ging gelijk over na hoe gemeen ze het vond hoe hij praatte over vrouwen. Hij luisterde, maar veel bleef er niet hangen. Het bezorgde een grijns op zijn gezicht. 'Ik merk wel dat je niet aan een man vast wilt zitten.' grijnsde hij, 'Je bent volgens mij wel een pittige tante.' Hij bekeek hoe ze haar handen onder haar kont door haalde en haar benen omhoog haalde zodat ze haar handen er langs kon halen. Zo zaten haar handen op haar buik gebonden, inplaats van op haar rug. Hierdoor moest hij lachen. 'Je had ook wel kunnen vragen of ik je handen op je buik wil vastbinden.' zei hij. Hij keek haar vervolgens weer aan, om naar haar volgende woorden te luisteren. Hierdoor bleef de brede grijns op zijn lippen staan. Hij vond het wel grappig dat hij haar nu probeerde te irriteren, maar het deed hem niks. Het liet hem juist grijnzen. 'Ik wilde gewoon meer van de wereld zien en een nieuw avontuur aan gaan.' zei hij met een grijns op zijn gezicht, 'Ik hoef geen vrouw, daar heb ik geen behoeftes aan.' Hij vond het nog steeds grappig om te horen dat ze hem probeerde te plagen. Dat vond hij erg grappig. Het was nu een beetje een mislukte poging. Hij werd er niet boos van. Het deed hem eigenlijk niks. 
'Maar hoe zit het nu met jou? Waarom wilde jij en je zus aan boord van een schip?' vroeg hij. Hij hoopte dat hij nu een beter antwoord kreeg. Een antwoord waar hij ook echt wat mee kon. Hij snapte namelijk niet zo goed waarom twee vrouwen aan boord wilde van een schip. Daar moest toch wel een goede reden voor zijn. Een vrouw ging namelijk niet zomaar aan boord van een schip. Tenminste de meeste vrouwen. Ook hij had een reden waarom hij aan boord was gekomen. Iedereen had wel een reden en hij wilde graag die van haar en haar zus weten.

diego_barrueco_by_kara_nixon_02.jpg

Reply

Ravn
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from Ravn on 04/22/2018 11:14 AM

Daniel
Stil had hij naar haar gezicht gekeken. Het was vreemd om te zien dat ze ergens anders was met haar gedachten en dat het een glimlach bij haar had gebracht. Het maakte hem nieuwsgierig aan wat ze zat te denken. Vlak erna was hij door haar spullen gegaan. "Hangt er een beetje vanaf waar we naartoe gaan," mompelde hij. Op het moment moesten ze gewoon een plek vinden waar ze de spullen konden verkopen. "Ik denk dat het Singapore wordt. Zo lang varen is het niet want we zijn al op koers." Het was een goede handelsplek voor piraten. Daar konden ze een hoop verkopen en met het geld weer voorraden inslaan. Inclusief de spullen die ze van het schip hadden genomen van de meiden. Verbaasd keek hij naar haar op. "Dit is van jou?" vroeg hij. "Je hebt het niet gestolen of gekocht?" Zijn hart zonk haast in zijn schoenen. Het boek had hij voor Ceanna gekocht toen ze nog samen waren geweest. Als de vrouw die voor hem zat het boek niet had gekocht of gestolen dan moest ze Ceanna zijn, maar dat kon niet... Ceanna was thuis in Engeland. Hoe kon ze hier zijn gekomen? Hoe had ze een schip gekregen? Het liet hem behoorlijk koud voelen, maar hij liet het niet merken.
Hij legde het boek neer en liep weer naar haar toe. "Overgedragen?" vroeg hij. Het was apart, maar niet onmogelijk. De manier waarop ze hem aankeek zei hem genoeg. Ze vertelde de waarheid. "Dan zou hij veel potentie in je gezien hebben," glimlachte hij. Daniel was dan misschien wel een piraat nu, maar hij was zeker niet de slechtste. Zeker niet bij een vrouw die hem zoveel deed denken aan zijn geliefde van vroeger. "Ik kan wel zien waarom. Je hebt veel potentie en wilskracht, maar ik denk dat je nog veel moet leren om je voet staande te houden op deze gevaarlijke wateren. Waarom heb je ervoor gekozen om het gevaar op te zoeken en kapitein te worden?" 
Daniel hield zijn hoofd een beetje schuin. Hij wilde graag meer weten over haar. Ze wakkerde een soort nieuwsgierigheid in hem op en hij kon het niet onderdrukken. Het was sowieso al speciaal en ongewoon als een vrouw wilde werken op zee, terwijl ze eerder achter een fornuis hoorden te staan met kinderen. Ze leek hem immers al wel de leeftijd te hebben bereikt waarop dat kon. Haar gezicht was prachtig dus Daniel kon zich haast niet voorstellen dat ze geen man kon vinden. Iedere man zou haar interessant vinden bij haar gezicht alleen. Daarom vond hij haar keuze om op zee te gaan als kapitein vreemd. Ze kon daar geen man vinden of kinderen opvoeden. Wat dreef haar dan aan om de gevaarlijke wateren op te gaan? Het was een puzzel die Daniel zonder haar antwoord niet kon oplossen. 

Lo
Het beviel haar niets dat ze met deze man werd meegenomen. Ook de woorden dat Daniel succes moest hebben met haar zus vond ze niks. Hopelijk haalde hij niets in zijn hoofd want Lo was er niet van gediend om hem af te lossen van zijn mannelijke behoeftes. Het viel nog mee dat hij haar in een stoel zette, maar ze waren wel alleen in een hut. Ze perste haar lippen op elkaar toen hij haar wapens afnam. Stel dat hij iets in zijn hoofd haalde dan was ze nu compleet weerloos. Vechten met haar vuisten zou niets betekenen als hij een zwaard had en haar prachtige vlijmscherpe messen. Ze voelde zich behoorlijk naakt zonder haar favoriete wapens en daarom liet ze haar blik er ook niet vanaf gaan. Zelfs niet toen de man recht voor haar ging staan. Ze weigerde om hem aan te kijken want waarschijnlijk had hij zo'n vreselijke grijns op zijn smoel. "Lo," gaf ze maar als antwoord. Haar naam weten was niet zo'n ramp. Ze trok een wenkbrauw op bij zijn volgende vraag. "Dat is een retorische vraag. Verveel me daar niet mee." De man had naar haar en haar zus gekeken. Dat was haar wel opgevallen. De puzzelstukjes hadden al op z'n plek moeten vallen, maar blijkbaar had hij een extra bevestiging gewild.
"De kapitein heeft het aan mijn zus overgedragen toen hij stierf," zei ze schouderophalend. Het kon haar niet zoveel schelen of hij het geloofde of niet. Als hij dacht dat ze het gestolen had dan vond ze dat ook prima. In elk geval dacht hij dan hoger van haar dan wat ze daadwerkelijk was. Geïrriteerd keek ze hem aan bij zijn volgende vraag. "That is rude," zei ze. "Enkel omdat we van het vrouwelijke geslacht zijn betekent niet dat we gebonden zijn aan een fornuis omdat jullie mannen niet kunnen of willen koken. We kunnen zoveel meer dan dat. Ik wil niet gebonden zijn aan een man die mij vertelt wat ik moet doen."
Lo wilde haar eigen weg gaan. Een man bracht alleen problemen. Dat was haar wel opgevallen bij haar zus. Daniel met zijn mooie woorden dat hij samen oud zou worden met haar zus. Als ze die man nog eens tegen kwam dan zou ze hem een flinke mep verkopen. Hoe durfde hij het in zijn hoofd te halen om haar zus zoveel pijn te doen? Nee, Lo zou zich aan geen enkele man geven. De vrijheid die ze nu had beviel haar juist enorm. Het was alleen jammer dat de mannen het weer moesten verpesten.
Lo stond ietsjes op en bracht haar handen onder haar kont door. Ze bracht haar benen omhoog en haalde haar handen er zo langs. In plaats van dat haar handen nu vast zaten op haar rug lagen ze nu gewoon op haar schoot. Het zat een stuk gemakkelijker. Onderzoekend keek ze naar de knoop en tot haar teleurstelling zag ze dat het niet een knoop was die ze los kon maken. Deze man wist waar hij mee bezig was. Net zoals met vechten. Hij kende de technieken en het voetenwerk en als zij niet was afgeleid... Als zij een zwaard had gehad dan was het nek aan nek geweest. Ze haatte het behoorlijk dat hij haar zo onderschatte. "Dus waarom zit jij op een schip dan?" vroeg ze. "Ontsnappen van je liefje omdat ze niet kon koken?" Een kleine grijns kwam rond haar lippen en ze hield haar hoofd een beetje schuin.

Reply Edited on 04/25/2018 01:44 PM.

KurtCobain
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from KurtCobain on 04/17/2018 08:34 PM

Ceanna

Bij haar opmerking moest hij lachen. Ze fronste haar wenkbrauw en keek de jongeman aan. Wat viel er nu te lachen? Ze had werkelijk geen idee. Blijkbaar vond hij haar opmerking erg grappig. Ze had alleen geen idee of het een nep lach was of dat ze hem werkelijk aan het lachen had gemaakt. Ze dacht gelijk aan het eerste. Het was namelijk niet gewoon dat iemand lachte om de vijand zijn opmerking. Een normaal persoon was allang boos geworden. Een andere vijand had haar allang een klap verkocht. Daardoor begon ze te twijfelen. Na even te hebben gekeken leek het toch echt zijn lach. Het was zijn echte lach. Inplaats dat hij boos werd of nep lachte, lachte hij echt. Het verbaasde haar echt. Dit had ze namelijk niet zien aankomen. Daarom stond ze verbaasd naar hem te kijken. Haar opmerking was niet eens bedoeld om grappig te zijn. Ze wilde hem juist opfokken. Ze wilde juist dat hij kwaad werd. Helaas kreeg ze het tegenovergestelde. Hij vond het juist grappig. Dat was te merken aan zijn lach. Die lach. Die lach kwam haar bekend voor. Zijn lach klonk bekend in zijn oren, maar ze kon haar vinger er niet op leggen. Ze luisterde aandachtig. Opeens wist ze het. Het was dezelfde lach als haar vriend. Naja, niet helemaal hetzelfde, maar voor een groot deel. Het was ook lang geleden. Ze had geen idee of zijn lach nog hetzelfde was. Ze had werkelijk geen idee over hem. Ze wist niet hoe hij eruit zag, ze wist niet hoe hij nu was en ze wist niet waar hij nu leefde. Ze wist bijna niks meer over hem. In die jaren kon hij veranderd zijn. Dat wist zij alleen niet. Hij was opeens verdwenen. Ze waren inmiddels jaren verder. Er kon een hoop veranderd zijn. Het enigste waar ze zeker over was, was zijn naam. Daniel Reid Thompson. Voor de rest wist ze niks. Ze wist niet of hij veranderd was of er nog hetzelfde uitzag. Ze wist ook niet of hij al een vrouw en kinderen had. Ze wist niet of hij verder was gegaan zonder haar. Ze wist niet waar hij heen was gevlucht. Ze kon zich het alleen nog herinneren hoe het eerst was. Hoe het was voordat hij weg was. Dat kon ze zich goed herinneren. Die lach van de jongeman klonk echt als de lach van haar vriend. Het klonk als de lach van Daniel. Het herinnerde haar gelijk weer aan die leuke tijden van vroeger. De tijden dat ze bij elkaar waren. Dat ze nooit van elkaar te scheiden waren. Hij was altijd charmant voor haar, lief en zorgzaam. Er kwam ook nog eens bij kijken dat hij enorm knap was. Het was de perfecte man voor haar. Ze wilde er mee groot worden. Ze wilde samen met hem kinderen krijgen. Die gedachten vormde een kleine glimlach op haar gezicht. Helaas was dat voorbij, maar de herinneringen waren er nog steeds. Ze hoopte hem weer te vinden. Daarvoor streed ze ook. Ze vond het fijn om iets herkends te horen. Het herinnerde haar weer aan hem. Het herinnerde haar aan die mooie tijden. Hoe zij hem altijd aan het lachen kon maken. Het was fijn, maar ergens raakte ze er ook verdrietig van. De zoektocht duurde al jaren, maar ze hadden nog steeds geen Daniel gevonden. 
De glimlach op haar gezicht verdween, zodra ze in de gaten had dat ze aan het glimlachen was. Het was namelijk niet het geschikte moment om te glimlachen. Ze keek de jongeman voor haar neus nog eens goed aan. Aangezien zijn lach zoveel leek op die van haar vriend, moest ze nog eens goed kijken. Was dit soms haar Daniel? Is dit de Daniel die ze zocht? Nee, helaas niet. Zijn gezicht was erg anders. Zijn gezicht had iets wat haar bekend voor kwam, maar het was niet haar vriend. Haar vriend zou ze gelijk herkennen. Naja, dat durfde ze niet te zeggen. Het was natuurlijk al een tijd geleden. Een paar jaar geleden zelfs. Ze waren beiden ouder geworden. Beiden waren ze veranderd. Hij kon dus veranderd zijn. Het was ook lang geleden, dus ze kon het zich ook niet meer heel goed herinneren. Ze geloofde toch in zichzelf. Ze was ervan overtuigd dat ze hem zou herkennen als ze elkaar tegen kwamen. Ondanks dat de jongeman voor haar iets herkenbaars aan zich had, het was hem niet. Ze wist het zeker. Ze zou het namelijk direct herkennen als hij het was. Dat was niet het geval. Ze moest dus weer verder zoeken. Haar zoektocht zette zich weer voort.
Ze keek opzij toen er op de deur werd geklopt. Even later kwam een jongeman binnen gelopen. Hij had een vrouw over zijn schouder hangen. Toen ze goed keek zag ze dat het haar zusje was. Lo lag op de man zijn schouder en ze leefde nog. Wat was ze blij dat ze nog leefde. Ze luisterde naar de woorden die gewisseld werden. Dat klonk allemaal nog niet zo verkeerd. Als ze haar en haar zus alleen aan land gingen zetten, was er niks aan de hand. Al wist ze niet wat er in de tussentijd werd gedaan met hun. Ze werden beiden gescheiden. Zij bij de kapitein en haar zus bij een andere bemanning. Dat maakte haar toch wat zorgen. Ze wist nog niet wat ze gingen doen met haar en Lo. Ze hoopte dat het goed kwam. Dat ze beiden levend aan land kwamen. Daarna konden ze weer opnieuw beginnen. Weer aan boord gaan van een schip. Weer opnieuw beginnen en hun zoektocht weer verder voort zetten. Dat moest dan maar.
De twee verlieten de kamer weer. De kapitein en zij waren weer alleen in zijn kajuit. 'Waar ga je ons afzetten?' vroeg ze gelijk met een koude toon. Ze wilde gewoon weten wat haar te wachten stond. Misschien kende ze het plaatsje al. Dat zou fijn zijn. Terwijl ze op antwoord wachtte keek ze hem na. Ze keek naar alle bewegingen die hij maakte. Een doos stond er op zijn bureau. Die doos werd door hem open gemaakt. Ze kon het nog allemaal zien in haar ooghoeken. Een diepe zucht rolde er over haar lippen heen. Het waren haar spullen waar hij in zat te neuzen. Daar kon ze niet tegen. Ze keek mee naar de spullen die hij eruit halen. Die kwamen allemaal uit haar kajuit. Er werden boeken uit gehaald en wat meet instrumenten. Die maakte haar niks uit. Ze zat te wachten op een speciaal boek met een brief daartussen. Ze wist niet of die er ook in zat, maar ze hoopte het wel. Het boek was haar lievelingsboek over haar favoriete sprookjes. De brief was de afscheidsbrief die Daniel voor haar geschreven had. Het had een speciale waarde voor haar. Vandaar hoopte ze dat hij in de doos zat en niet nog op het schip lag, die waarschijnlijk verbrand werd. Ze keek dus aandachtig naar wat hij deed. En toen zag ze het. Haar favoriete boek met de brief erin werd uit de doos gehaald. Het was een grote opluchting voor haar, dat hij niet verbrand werd of verzonken werd. In haar ooghoek zag ze hoe de brief uit het boek viel. Het bezorgde een brok in haar keel. Ze moest toekijken hoe de jongeman de brief ging lezen en het boek bekeek. 'Kun je van mijn spullen afblijven?' snauwde ze. Het was voor haar echt de druppel. Hij mocht alles van haar hebben. Alles op twee dingen na. De brief met het boek en haar ketting. De rest mocht hij hebben, dat betekende niks voor haar. Alleen die twee dingen betekende veel voor haar. Ze keek kort naar beneden, naar haar hals. De ketting zat er nog. Veilig op zijn plek. Ze hoopte dat hij daar ook bleef en dat hij niet afgepakt werd. Daar zou ze anders kapot van gaan. 
De jongeman kwam weer naar haar toe gelopen. Hij stelde weer dezelfde vraag. Een zucht rolde over haar lippen heen. Hij ging door, tot hij het antwoord kreeg. 'De vorige kapitein is overleden en hij heeft het schip aan mij overgedragen.' zei ze, 'Nu blij?' Ze rolde even met haar ogen. Wat wilde ze toch graag weg. Ze wilde haar zoektocht weer voort zetten. Ze wilde haar spullen gewoon weer terug. Ze wilde haar boek met de brief. Meer wilde ze niet.


Chris

In de kajuit keek hij Daniel aan. Aan zijn woorden te horen en aan zijn gezicht te zien vond hij het net zo ongewoon als hij het vond. Twee vrouwen op een schip. Dat klopte gewoon niet. De meeste vrouwen zaten thuis. Die vrouwen kookte voor hun man en kinderen. Ze deden thuis poetsen en zorgde voor de kinderen. De meeste vrouwen werkte zelfs niet. In deze tijd was dat normaal. Het was normaal dat de vrouwen thuis bleven. Het was normaal dat ze voor hun kinderen zorgde, als ze die hadden. Het was normaal dat ze deden poetsen en deden koken voordat hun man thuis kwam. Dat hoorde bij deze tijd. Het was dan ook raar om twee vrouwen te zien op een schip, waarvan een zelfs de kapitein was. Dat klopte gewoon niet. Waarom wilde een vrouw nu aan boord van een piraten schip? Het was alleen gevaarlijk voor ze. Dus hij snapte niet waarom een vrouw haar leven in gevaar wilde brengen. Hij snapte ook niet hoe ze aan boord waren gekomen. Hij snapte niet hoe de jongedame aan een schip was gekomen. Hij snapte niet waarom zij een kapitein was. Hij snapte ook niet waar ze het vechten van geleerd hadden, want wat hij tot nu toe had gezien was erg goed. De jongedame waar hij mee gevochten had, was best sterk. Hij begreep het allemaal gewoon niet. En het leek erop dat Daniel het ook niet helemaal begreep. Dat kon hij aflezen van zijn gezicht. Het was gewoon niet iets wat je dagelijks zag, twee vrouwen op een schip. Het maakte hem nieuwsgierig waarom ze op het schip waren en hoe ze eraan kwamen. 
'Zeer ongewoon ja.' zei hij na de woorden van Daniel. Hij keek naar de vrouw die hij vast had. Ze keek haar zus aan, die op de stoel zat. Hierdoor kon hij haar gezicht nog eens goed bestuderen. Vervolgens bekeek hij de andere vrouw. De vrouw die op de stoel zat. Ook haar gezicht bestuurde hij eens goed. Iets viel hem gelijk op. De twee leken erg veel op elkaar. Ze hadden dezelfde neus, dezelfde ogen, dezelfde lippen en dezelfde gezichtsvorm. Het was hem gelijk duidelijk dat ze iets van familie waren. Het kon geen toeval zijn dat ze er beiden hetzelfde uitzagen. Het waren misschien nichten, maar dat dacht hij niet. Hij dacht eerder aan zussen. Ze leken eenmaal zoveel op elkaar, dat kon niet anders. 
Zijn blik richtte hij op Daniel, toen hij verder ging met praten. Helaas waren dat geen woorden waar hij op gehoopt had. Het idee was om ze weer aan land te zetten, zodra ze weer aan land kwamen. Tot die tijd moest hij voor de jongedame zorgen die over zijn schouder lag, terwijl Daniel voor de jongedame zou zorgen die op de stoel zat. Zo konden de twee ook geen plannetjes bedenken om te ontsnappen of iets anders uit te voeren. Dat was wel niet het idee wat hij in zijn hoofd had. Hij had ook verwacht dat Daniel wel iets anders van plan was. Met twee vrouwen konden ze namelijk veel mee doen. Ze konden op het dek poetsen en koken. Alleen dat was het plan nu niet. Het idee was nu om ze gewoon veilig aan land te brengen. Dit vond hij niks voor Daniel. Het was zo simpel. Er werd geen geweld gebruikt. Het was zo onschuldig. Toch legde hij zichzelf erbij neer. Daniel was de kapitein. Daar moest hij gewoon naar luisterde. Hij deed dus wat er van hem gevraagd werd. De jongedame moest in leven blijven, tot ze aan land kwamen. Tot ze aan land kwamen was hij verantwoordelijk voor haar. 
Een grijns verscheen er op zijn gezicht. Hij keek nog even naar de jongedame op de stoel, vervolgens naar Daniel en daarna naar de jongedame op zijn schouder. Zijn blik ging toch weer terug naar Daniel. 'Het is jouw keus waar onze volgende bestemming is.' grijnsde hij naar zijn vriend. Vervolgens draaide hij zichzelf om, naar de deur. 'Nou succes met haar Daniel.' zei hij en liep daarna de kajuit uit. Hij keek even de hal door. Hij dacht na over wat hij met haar moest. Hij had wat vragen in zijn hoofd die hij graag wilde stellen. Misschien kon hij daar mee beginnen. Even wat vragen aan haar stellen, dat kon geen kwaad. Maar waar kon hij dat doen? Hij dacht even na over welke kamer er vrij was. Het schoot hem opeens te binnen. Een kamer stond leeg. Hier liep hij dan ook naar toe. Met zijn hand opende hij de deur. Hij stapte naar binnen, met de jongedame op zijn schouder. In de hoek stond gelukkig nog een stoel. Deze zette hij neer in het midden van de kamer. De jongedame zette hij neer op de stoel. Vervolgens pakte hij haar messen nog af en andere scherpe dingen. Zo kon ze helemaal niks meer. Nu kon ze niet ontsnappen en hem aanvallen. De deur deed hij dicht. Hij ging voor de jongedame staan, die nog steeds vastgebonden zat. Een grijns verscheen er op zijn gezicht. Zo keek hij naar de vrouw. 'Hoe heet je?' vroeg hij. Niet dat het heel nodig was om te weten, maar toch wilde hij het weten. 'Die andere vrouw, is dat je zus?' vroeg hij, 'Hoe zijn jullie aan dat schip gekomen?' Hij draaide een rondje om haar heen, om vervolgens weer voor haar neus te blijven staan. 'Waarom wilde jullie op een schip? Horen jullie niet thuis achter het fornuis te staan?' zei hij. Zijn ogen bleven op die van haar hangen, wachtend op een antwoord. 

sdfgag.png

Reply Edited on 04/20/2018 01:28 PM.

Ravn
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from Ravn on 04/16/2018 03:45 PM

Daniel
Hij lachte toch iets om haar opmerking. Het was een stukje humor die hij eigenlijk gemist had sinds hij was vertrokken. Ceanna kon zulke opmerkingen ook vaak genoeg maken bij hem en elke keer kon hij erom lachen dan dat hij er boos van werd. Het had iets luchtigs wat hij de afgelopen jaren had gemist. Al die tijd was hij serieus geweest en dit... Het had hem voor het eerst sinds tijden laten lachen en dat had hem aardig verrast. Daarom keek hij nu ook anders naar de vrouw die hij op een stoel had neergezet. Fronsend keek hij om toen er op de deur geklopt werd. "Binnen," antwoordde hij, terwijl hij afwachtte. Zijn beste vriend op het dek kwam binnen met nog een tweede vrouw. "Zeer ongewoon," knikte hij.
Daniel leunde tegen zijn bureau aan en keek naar de vrouw die hij had meegenomen. Ze had zo iets bekends, maar hij kon zijn vinger niet erop leggen waarom of waarvan. Zuchtend keek hij weer naar Chris. "We zetten ze aan land zodra we weer ergens aanmeren. Tegen die tijd is zij jouw verantwoordelijkheid dan let ik op deze. Ik zou niet willen dat ze een plan smeden om onze bemanning overhoop te gooien," grijnsde hij een beetje.
Een vrouw als kapitein was behoorlijk zeldzaam. Nog nooit was hij ze tegen gekomen, maar er waren wel verhalen erover. Wellicht dat deze twee de mannen hadden versierd op het vorige schip en zo het schip en de bemanning overgenomen. Zoiets wilde hij zeker niet laten gebeuren. Daarom was het belangrijk dat de twee gescheiden van elkaar bleven en wat Chris met de vrouw zou doen maakte Daniel eigenlijk niet zoveel uit. Mocht de vrouw overboord springen dan was het haar eigen keuze, maar ze zouden zijn schip niet krijgen.
"Over land gesproken. Wat is onze volgende bestemming?" Ze hadden immers weer voorraden nodig en al het buit wat ze hadden overgenomen van de recente zeeslagen konden ze dan mooi verkopen. De vrouw zat gelukkig rustig op haar plek en daarom bekeek hij de doos waarin alle spullen lagen die in het bureau van de kapitein had gezeten. Dit waren vaak persoonlijke spullen en daarom neusde hij er liever zelf door heen dan dat hij zijn bemanning het liet doen. Hij haalde er wat boeken uit en wat meet instrumenten. Ze waren nog in goede staat dus hij zou ze kunnen verkopen mocht hij ze zelf niet nodig hebben. Zijn blik viel op een stuk papier wat uit één van de boeken viel toen hij deze uit de doos tilde. Hij hurkte door zijn knieën om het van de grond op te pakken en vouwde het open. De eerste regels herkende hij niet meteen, maar daarna kwamen de woorden bij hem terug. Dit was de brief die hij voor Ceanna had achtergelaten. Wat deed het hier? Hij pakte het boek op en zag dat het één van Ceanna's favoriete sprookjesboeken was. Wellicht had ze het verkocht en had deze vrouw het gekocht, terwijl de brief er nog in had gezeten. Dan was ze dus echt verder gegaan. In stilte keek hij naar het boek en legde deze daarna weg. Als zij over hem heen was dan moest hij dat ook eens gaan doen. Daniel schraapte zijn keel en keek de vrouw weer aan. "Hoe ben je aan het schip geraakt?" vroeg hij uiteindelijk nog eens. Hij keek haar doordringend aan. "Onder piraterij bestaat niet iets als 'eerlijk verdienen'."

Lo

Ze was zo enorm gefocust op het gevecht dat ze in eerste instantie niet door had gehad dat haar zus verslagen was door de andere kapitein. Het was pas toen de man met een bulderende stem over het dek schreeuwde dat ze opkeek. Grimmig keek ze naar haar zus die over de schouder lag van de man en volgde de bewegingen van haar lippen. De zussen waren zo hecht met elkaar dat ze elkaar prima konden verstaan zonder hardop te spreken. Geïrriteerd dat ze zich moest overgeven, stopte ze haar messen terug in haar riem. Ze had juist de man een lesje willen leren dat hij niet zo neerbuigend moest zijn op vrouwen. Het irriteerde haar mateloos dat hij zo hoog zong. Dat mocht best een stukje lager. Ze perste haar lippen op elkaar toen de man zelfs het lef had om haar van top tot teen te bekijken. Zich door hem laten afmaken wilde ze niet. Niet voor haar zus die niet zonder haar kon en daarnaast wilde ze hem die voldoening niet geven. Lo zei niets. Het feit dat ze haar wapens al had opgeborgen zei genoeg en ze liet zich dan ook met tegenzin vastbinden. "Ik kan best zelf lopen weet je," snauwde ze hem toe. "Het is niet alsof we aan land zijn en ik weg kan lopen."
Wat waren de mannen toch weer heerlijk achterdochtig. Dat was wel een verschil met de mannen aan land. Aan land waren de meeste mannen vrij ontspannen, maar op een schip was iedereen achterdochtig, zo leek het. Zuchtend bleef ze op de schouder van de man. Toen hij een kajuit instapte, trok ze haar buikspieren een beetje aan, om zo over zijn hoofd naar de kapitein te turen en naar haar zus die op een stoel zat. In stilte keek ze haar zus aan. Haar blik was alles behalve geamuseerd, maar het liet haar zus wel zien dat ze oké was. Ze was niet gewond of dood. Het antwoord van de kapitein stond haar zuur. De man moest op haar letten, maar hij vertelde er even niet bij wat hij wel of niet mocht doen met haar. De blik die de man haar had gegeven na het gevecht gaf haar nog altijd rillingen. Nee, als hij ook maar één vinger op haar legde dan zou ze zijn handen eraf snijden. Ze zou zich niet zo gemakkelijk laten gebruiken of misbruiken. In stilte hoorde ze het antwoord verder aan. Wat haar te wachten stond was dat ze aan land gezet werden. Zo erg was dat nog niet. Ze kon best een nieuw begin opbouwen met haar zus, maar ze betwijfelde het of Ceanna het kon. Haar zus was al zolang op zoek naar haar verloren liefde... Die zou niet stoppen. Zelfs niet als het betekende dat ze opnieuw een schip moesten veroveren. Al was het maar met z'n tweeën. Twee vrouwen konden immers behoorlijk wat losmaken bij mannen. Het was niet de manier die Lo goedkeurde, maar een andere keuze was er niet. Daarnaast vond ze zelf wel dat ze goed was in het verleiden van mannen – als ze dat wilde. Anders niet.
Het zou nu anders wel lastig worden aangezien ze een broek droeg. Lo hield wel van jurken, maar op een schip was het gewoonweg erg onhandig. Iedereen kon zo onder de rokken kijken wanneer ze bezig moest zijn in de mast. Daarnaast trapte en scheurde ze haar hem altijd open bij het klimmen. Het korset knelde en zat vaak zo strak dat ze in een gevecht behoorlijk in ademsnood kwam. Een broek met een hemd was daarin velen malen gemakkelijker. Ze was snel, behendig en struikelde niet over haar jurk heen. Al voelde ze zich niet bepaald mooi in de kleuren, maar dat was dan ook niet de bedoeling. Haar doel was altijd geweest om haar zus weer gelukkig te laten zijn. De enige manier om daarvoor te zorgen was als ze Daniel vonden en dan gaf ze graag haar mooie kleren ervoor op.


Reply Edited on 04/16/2018 04:31 PM.

KurtCobain
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from KurtCobain on 04/04/2018 05:31 PM

Ceanna

Ze was niet zomaar aan boord gegaan van het schip. Alles was met een reden geweest. Het was niet voor niks dat ze hier was. In het verleden had ze een vriend. Eigenlijk was het nog steeds haar vriend, want het was nooit uit gegaan tussen de twee. Het was al een paar jaar geleden, maar ze kon het zich nog goed herinneren. Ze was thuis gekomen van de supermarkt waar ze boodschappen had gehaald. Voordat ze weg was gegaan was haar vriend nog aanwezig geweest, maar toen ze terug kwam was hij verdwenen. Op de kast lag een briefje voor haar klaar. Het was niet zomaar een briefje. Hij had deze persoonlijk geschreven. Ze wist nog precies wat erin stond. Kort samengevat was hij vertrokken. Hij had wel aangegeven dat het niet aan haar lag en hij van haar hield. Ze wist eerst niet wat haar overkwam. Ze dacht gelijk aan een grap, maar toen besefte ze dat het geen grap was. Hij was echt weg gegaan, vrijwillig. En dat terwijl hij niet eens afscheid van haar had genomen. Ze was er kapot van. Voor een uur had ze liggen te huilen. Daarna was ze pas rond gaan vragen in haar dorp of iemand hem had gezien. De zoektocht ging zo door. Ze vroeg maar rond en elke dag huilde ze zichzelf in slaap. Nu was ze er nog steeds kapot van. Al was er een klein beetje hoop geweest toen iemand zei dat hij hem gezien had. Volgens die persoon was hij aan boord gegaan van een schip. Ze wist niet wat hij daar moest. Het kon zijn dat hij een piraat wilde worden of het kon zijn vervoersmiddel zijn om bij een ander land te komen. Dat wist ze niet. Ze had ook werkelijk geen idee waarom hij weg liep. Ze gaf zichzelf daar de schuld van, dat ze niet goed voor hem was geweest. Ook al zei hij in de brief dat hij van haar hield. Ze kon het er niet bij laten. Ze kon het niet laten rusten. Ze kon helemaal niet verder zonder hem. Hij was de ware voor haar. Hij was de persoon waar ze mee groot wilde worden en kinderen mee wilde krijgen. Zo voelde ze zich over hem. Het maakte haar kapot. Ze wilde hem en niemand anders. Nachten en dagen lang zat ze te huilen. Het kon voor haar zo niet verder. Ze wilde hem vinden. Dat was de reden dat ze naar de haven was gegaan. Verschillende kapiteinen vroeg ze of ze aan boord mocht komen. Iedereen zei nee. Niemand wilde een vrouw aan boord. Ze vonden allemaal dat vrouwen thuis moesten zijn om te koken en poetsen en om voor de kinderen te zorgen. Toch gaf ze niet op, maar goed ook. Een iemand geloofde wel in haar. Jake, de vorige kapitein van dit schip. Hij geloofde in haar. Ook haar zus wilde toen mee, want ze wilde niet zonder haar leven. Zelfs zij mocht aan boord komen. Jake geloofde in hun beiden. Dat had ervoor gezorgd dat ze gegroeid waren. Het had haar zelfs zo ver gebracht dat toen hij stierf in een gevecht, hij het aan haar over gaf. Sinds die tijd was zij de kapitein. Alleen de reden waarom ze hier zat, had ze nooit gevonden. Ze was hier niet geweest om een piraat te worden en uit te bloeien tot de kapitein. Nee ze wilde haar vriend vinden. Helaas had ze hem nog niet gevonden. In elk dorp dat ze kwamen had ze naar hem gevraagd, maar niemand had hem gezien. Overal had ze gezocht, maar niks. Helemaal niemand had hem gezien. Nog steeds gaf ze niet op met zoeken. Al had ze de moed wel een klein beetje opgegeven. Waarschijnlijk zat hij gewoon ergens aan land in een dorp. Hij had waarschijnlijk een mooi huisje, een nieuwe vriendin of zelfs een vrouw en hij had misschien al kinderen. Ze hoopte hem nog gewoon te vinden, maar ze betwijfelde of dat ging lukken.
Heel het gevecht dacht ze er wel aan. De man tegenover haar was sterk. Normaal kon ze iedereen makkelijk aan, maar hij was anders. Ze kreeg het er redelijk moeilijk mee, maar ze kon niet opgeven. Ze mocht haar zusje niet achter laten, ze moest haar trots maken. Ze mocht niet dood, dan ging ze haar vriend nooit meer vinden. Dat gaf haar moed. Helaas duurde die moed maar voor even. Een beweging zag ze niet aankomen. Een beweging waardoor haar zwaard uit haar hand sloeg. Normaal wist ze deze tegen te houden of te ontwijken, maar dat lukte nu niet. Ze had deze niet zien aankomen. Haar zwaard lag op de grond. Ze wilde hem nog snel pakken, maar daar was het al te laat voor. Het zwaard van de jongeman drukte al tegen haar keel aan. Hij liep een rondje om haar heen en bond haar handen bij elkaar. Ze hoorde zijn woorden en moest toen grijnzen. 'Jij vecht ook goed voor een vrouw.' mompelde ze. Voor ze het wist lag ze al over zijn schouder heen en kon ze niks meer. Ze wist dat dit haar dood werd. Haar vriend ging ze nooit meer zien. En haar zus, ze wist niet waar die was. Ze hoopte dat ze nog leefde. Ze hoopte dat ze haar in leven hielden en ze het haar kon vergeven. Het was een domme fout geweest van haar. Nu ging haar bemanning dood en ging haar schip te onder, net als zijzelf. 
Bij de woorden die de jongeman was ze best blij. Ze werd gevangen genomen. Dat wilde niet direct zeggen dat ze dood ging. Daar was ze blij mee, maar bij het zien van de doden werd ze minder blij. Ze zocht hopeloos naar haar zusje. Ze was opgelucht toen ze zag dat ze leefde. 'Sorry.' zei ze zonder enkel geluid te gebruiken toen ze oogcontact maakte, 'Geef je maar over, zolang je blijft leven vind ik het goed.' Bij elk woord gebruikte ze geen geluid. De twee snapte elkaar goed. Haar zusje zou het wel begrijpen, dat wist ze zeker. Ze werd mee genomen door de man. Het enigste waar ze aan kon denken was het medaillon om haar nek en de brief van haar vriend die in haar kajuit lag. Die brief en het medaillon was het enigste wat ze nog van hem had. Helaas ging de brief waarschijnlijk mee de zee in met het schip. Het enigste wat ze nu nog had was het medaillon. Het medaillon zat onder haar kleren verstopt en hing om haar nek. De piraten waren uit op het geld. Ze hoopte dus dat ze hem niet vonden onder haar shirt. Anders had ze helemaal niks meer van hem. Ondertussen dacht ze ook aan haar zusje en hoopte ze dat ze de goede beslissing nam en ze haar in leven hielden.
In de kajuit van de man werd ze neergezet op een stoel. Ze probeerde zich nog los te krijgen, maar dat werkte niet. Ze keek de jongeman aan. 'Wat gaat jou dat aan?' snauwde ze, 'Ik heb het eerlijk verdiend.' Ze was niet van plan om veel te zeggen. Dat ging ze niks aan. Daarbij was ze ontvoert en best boos. Dit was haar nog nooit overkomen en dat wilde ze ook niet. Haar trots ging nu de zee in.


Chris

Haar woorden deden hem helemaal niks. Door haar woorden moest hij juist breder grijnzen. Het deed hem helemaal niets. Haar woorden deden hem niets. Het feit dat ze zelf ook veel zei, vond hij gewoon erg grappig. Dat hield zijn grijns niet van zijn gezicht af. Bovendien had hij wel echt zin in een gevecht. Heel erg veel zin. Het was alweer een tijdje geleden voor hem dat hij in een gevecht had gezeten. Hij vond het dus weer hoogste tijd werd voor een gevecht. Hij was hun erg dankbaar dat ze hun tegen kwamen op zee. Hij was er blij mee en had er enorme zin in. Hij had weer zin om mensen te vermoorden. Het gaf hem zo'n fijne kick. Het maakte hem allemaal niks uit. In dat jaar dat hij hier zat, was hij erg hard geworden. Op het begin had hij moeite gehad om iemand te doden, maar nu deed hij dat met gemak. Hij was erg hard geworden. Gevoelens waren niet meer aanwezig bij hem. Nu genoot hij er gewoon van om mensen dood te maken. Al was het alleen maar voor een hoop geld. Het geld boeide hem nog niet eens. Nu was die kick al genoeg voor hem. Er was ook werkelijk niemand waar hij nog gevoelens voor toonde. Deze waren gewoon verdwenen. Zelfs een vrouw zou hij met gemak doden. De vrouw voor hem deed hem dus niks. Hij was zeker van zichzelf. Hij wist dat hij ging winnen. Dat was overduidelijk. Een vrouw tegen een man, dan ging de man zeker winnen. Daarbij hadden ze nog nooit een strijd verloren. Nog niet een keer. Ze waren vaak veel te sterk voor anderen. Er was nooit iemand die de kans had gehad om de strijd te winnen. Voor hem was het soms zelfs te makkelijk. Dat vond hij saai, dan kon hij niet bewijzen hoe sterk hij was. Hij wist niet hoe het nou zou eindigen. Het zag er wel veel te makkelijk uit. Dat kwam al door de vrouw die voor hem stond. Vrouwen waren gewoon niet sterk. Ze hoorde thuis te zorgen voor de kinderen. Ze hoorde te poetsen en koken. Daarom had hij niet teveel hoop voor ze. Het werd waarschijnlijk hun einde. Toch kon er nog vanalles gebeuren. De vrouw kon sterker zijn dan hij verwachtte, daarom wilde hij ze niet overschatten.
Toen ze zijn uithaal tegen hield, merkte hij pas dat hij haar onderschat had. Ze was sterker dan hij had verwacht. Veel sterker. De meeste vrouwen waren niet zo sterk, maar zij was anders. Zij was een stuk sterker. Dat verbaasde hem ook. Gelukkig was hij nog sterker, maar ze hadden beiden hun voordelen. Zij was lenig en snel, maar hij was sterk. Iedereen had zijn voordelen. Hij kreeg wel geen slecht gevoel erover. Hij was er bijna zeker van dat hij wel van haar ging winnen.
Het gevecht zette zich voort. Het zwaard wat tegen haar mes kwam, was goed te horen. Het gevecht duurde lang. Hij kreeg niet de kans om haar neer te steken, maar daar kreeg zij ook de kans niet voor. Hij kreeg pas een kans toen de jongedame afgeleid was. Zijn zwaard had hij tegen haar keel aan gericht. De woorden van Daniel waren over het dek heen te horen. Daardoor besloot hij zijn kant op te kijken. Daniel had iemand over zijn schouder liggen. Een vrouw. Nog een vrouw. Er waren er dus twee. Aan haar outfit te zien en het horen van Daniel zijn woorden, was dat de kapitein. Het was ze dus gelukt. Zij waren de gene die gewonnen hadden. 
Hij draaide zich weer om toen Daniel weg liep, naar het meisje toe. 'Dus wat ga je doen? Geef je jezelf over of moet ik je vermoorden?' zei hij met zijn zwaard op haar gericht. Hij bekeek haar nog eens van top tot teen. Niet slecht, vond hij. Het zou zelfs jammer zijn om haar te moeten vermoorden. Daar was ze te mooi voor en ze konden haar misschien nog goed gebruiken. Daarom had hij zelf al besloten om haar vast te binden met een stuk touw. Haar handen en haar benen. Hij gooide haar over zijn schouder om terug te lopen naar hun eigen schip. Achter zich keek hij nog naar de bemanning die het schip doorzocht en alle spullen mee namen die kostbaar waren. Er waren ook mannen die zich over gaven en bij hun team kwamen. Het liet hem allemaal grijzen. Hij vond het erg fijn om te winnen.
Met de jongedame op zijn schouder liep hij naar de kajuit van Daniel. Hier klopte hij eerst op de deur voordat hij naar binnen liep. 'Ik heb nog iets interessants.' waren zijn woorden. 'Wat moet ik met haar doen?' Waarschijnlijk was ze wel bruikbaar, maar daar mocht de kapitein over oordelen. Hij mocht beslissen wat hij wilde.

Diegopola001.jpg

Reply Edited on 04/05/2018 08:51 PM.

Ravn
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from Ravn on 04/03/2018 04:55 PM

Lo
Het leven op zee was zwaar, maar ze had het liever dan dat ze een leven aan land leefde zonder haar zus. Ze waren onafscheidelijk en ze keek dan ook enorm naar haar op. Een leven aan boord van een schip waarbij de mannen altijd van alles probeerden of het vechten tegen vijanden was een leven die ze voor lief nam. Ze had er enorm aan moeten wennen en dat was op de harde manier gegaan. Als een zacht gekookt eitje was ze aan boord gekomen en door de jaren heen was ze enorm verhard. Haar zus had wellicht nog een hart van goud die zacht kon zijn voor anderen als ze het wilde, maar Lo was niet zo tegen anderen op kinderen na. Kinderen zouden altijd een zwak zijn bij haar. Maar mannen? Nee, die niet. Ze had zelf gezien van een afstandje wat het had gedaan met haar zus en ze vervloekte Daniel dan ook elke dag. Als ze hem ooit nog eens zou zien dan zou ze nog een appeltje met hem te schillen hebben. Na een nachtrust was Lo uit haar kleine kajuit gestapt. Het scheelde dat ze niet bij de mannen sliep want wie weet wat die in de nacht zouden proberen. Desalniettemin sliep ze nog altijd met een mes onder haar kussen, voor het geval dat. Ze had voor een keer een goed geslapen en liep het dek op, terwijl ze haar lange donkere haren in een vlecht vlocht.
Lo keek op van het gebrul en een kleine grijns kwam rond haar lippen toen ze zag dat het haar zus was bij het roer. Vlug liep ze erheen en knikte ze op haar zus. "Aye," glimlachte ze en ze nam het roer beet. De zee was rustig en aan de horizon was geen enkel schip te zien. Daarom was de klap van een kanon des te meer een schrok voor haar. Verbeten keek ze op naar het kraaiennest waar Thomas op de uitkijk stond. Zelfs van deze afstand zag ze dat hij er gewoon lag te slapen. Vloekend pakte ze het touw van de bel waar ze hard aan begon te trekken. Het oorverdovende geluid zou iedereen wakker moeten maken, zodat ze gereed waren voor een gevecht. Lo keek om naar het kantoor van haar zus en zag nog net hoe iemand daar naar binnen ging. Ze zette het roer vast en wilde net de kant op gaan tot iemand haar weg versperde. Verveeld keek ze de man aan. "Alsjeblieft zeg. Bespaar me je verlagende woorden en kom eens ter zaken zoals mannen dat horen te doen," zei ze en ze trok haar beide messen van haar riem. Het was niet ideaal om mee te vechten tegen een zwaard, maar haar eigen zwaard was nog in haar kajuit. Stom dat ze die niet meteen had meegenomen, maar een gevecht had ze niet verwacht en dat was haar eigen arrogante fout. Ze liet haar lemmet langs zijn zwaard glijden voor een irritant hoog geluid. "Met je praatjes zou ik haast denken dat jij de vrouw hier bent," zei ze met een opgetrokken wenkbrauw, waarna ze al snel uithaalde. De man was sterk en behendig, maar zij was lenig en snel. Ze blokkeerde zijn aanvallen met moeite en daarom probeerde ze die voornamelijk te ontwijken. Net op het moment dat ze nog een aanval ontweek, sneed ze met haar mes langs zijn onderarm, waarna ze met een koprol weer overeind kwam. Hijgend keek ze hem aan. Ze wist dat haar kansen klein waren. Ze kwam nauwelijks door zijn verdediging heen. Met een zwaard had ze meer kans en toch gaf ze niet op. Haar zus zou het niet doen en daarom zou zij het ook niet doen.

Daniel
Voor een groot deel van de ochtend had hij op één plek gestaan. Aan de rand, leunend op het houten oppervlakte terwijl zijn blik mijlenver voor zich uit keek. Al een aantal jaar voer hij al over deze waters. Soms dacht hij het eens te herkennen, maar hij wist dat hij dan fout zat. Hoe vaak hij ook terug kwam naar één specifieke plek... Het water was nooit hetzelfde. Het veranderde, continu. Net zoals mensen ook continu veranderde. Het was een schrale troostende gedachte. Zijn hand gleed naar zijn borstkas waar hij het amulet onder zijn hemd voelde. Voor een moment hield hij het vast. Zijn gedachtes gingen vaak naar haar terug. Ze zou nu al vast iemand anders hebben gevonden. Wellicht was ze zelfs getrouwd en nestelde ze zich voor een familie. Het idee stak hem, maar het was zijn schuld als het zo was. Hij was immers zelf weggegaan. Zuchtend liet hij het los en liep hij de trap op naar boven om naast zijn stuurman te staan en het dek te overzien. Het deed hem deugd om te zien dat iedereen uit zichzelf al hard werkte. Dat scheelde hem een hoop geschreeuw.
De rest van de ochtend bleef het rustig, tot Chris opeens begon te brullen. Een kleine grijns kwam op Daniel's gezicht. De vraag van Chris was retorisch en hij wist dat Chris het zelf inzag. "Je weet dat ik geen nee zeg op een goede buit." Daniel kwam in beweging en schreeuwde hier en daar bevelen, zodat er klaar gemaakt kon worden voor een aanval. Het scheelde dat zijn bemanning goed op elkaar ingespeeld was, waardoor de voorbereidingen erg snel getroffen werden. De kannonnen vuurden al snel en toen ze dichtbij genoeg waren, pakte hij een touw vast om aan boord te slingeren van het andere schip. Zijn bemanning volgde. Daniel vertrouwde hen de rest toe. Hijzelf ging direct naar de kapiteins kajuit. Als de kapitein om lag dan zouden ze eventueel niet iedereen te hoeven doden. Extra bemanning was in zijn ogen welkom.
Het was dan ook zijn verrassing om te zien dat de kapitein een vrouw was. Aangezien ze een zwaard al vast had, trok hij de zijne uit zijn schede en kletste het tegen die van haar aan om haar aanval te blokkeren. "Looks like we just did, honey," grijnsde hij. Het gevecht was uitdagender dan hij had verwacht. Vele gevechten waren voor hem vrij gemakkelijk, maar zij had zeker grote potentie in het zwaardvechten. Echter liet hij zich niet uit het veld slaan door de verrassing en vocht hij tegen haar zonder zich in te houden. Uiteindelijk draaide hij het zwaard uit haar handen en viel het op de grond een paar meter verder op. Hijgend zette hij zijn zwaard tegen haar keel en liep hij rond haar heen, om haar handen bij elkaar te binden met touw. "Je vecht goed voor een vrouw," zei hij nog en hij gooide haar over zijn schouder. Hij legde zijn armen over haar knieën en liep het kajuit uit. Zijn ogen gleden over het dek waar nog gevochten werd. "Geef jullie over," bulderde hij. "De kapitein is gevangen genomen." Het gevecht hield langzaam op. "Wie zich overgeeft mag aan boord komen. De rest zal ten onder gaan met het schip." Hij keek naar zijn eigen bemanning. "Door zoek alles. Neem mee wat van waarde is." Hij liep daarna naar de rand waar een loopbrug was geplaatst, zodat hij terug kon komen aan zijn schip. Daniel verwachtte dat zijn bemanning de rest wel regelde en anders kon Chris veel al afhandelen als zijn rechterhand. Zelf liep hij zijn kajuit in en zette hij de vrouw op een stoel. "Hoe kwam je aan het schip?"

Reply

KurtCobain
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from KurtCobain on 04/02/2018 04:37 PM

Ceanna

Heel de nacht had ze op het dek gestaan, achter het roer om precies te zijn. Samen met een paar bemanningsleden had ze heel de nacht door gewerkt, terwijl de rest lag te slapen. Zo ging dat nu eenmaal te werk op een schip. Er moest altijd bemanning op het dek staan. Elke nacht wisselde ze af. Een nacht bleef de helft wakker terwijl de rest ging slapen en de volgende nacht zou de andere helft wakker blijven terwijl de rest ging slapen. Alleen die regels waren niet voor haar bestemd. Zij was speciaal. Zij was beter dan de rest. Zij was namelijk de kapitein van dit hele schip. Het was haar schip, haar bemanning en haar regels. Ze was dus wel vaker twee nachten wakker. Dat ging vandaag niet gebeuren, want ze was uitgeput. Ze had werkelijk geen idee waar dat vanaf kwam. Normaal had ze genoeg energie, maar die energie had ze nu niet. En dat terwijl ze heel de nacht niks had gedaan. Er waren geen vijanden te zien en er was geen storm of regen. Er was dus helemaal niks interessants gebeurd waar ze uitgeput van kon raken, maar toch was ze het. Alleen er was geen tijd geweest om te slapen. Ze had toch moeten wachten tot de volgende dag. 
Ze had de sterren aan de hemel gezien en ze zag hoe de zon op was gekomen. Haar bemanning had ze uit hun slaap zien opstaan. Haar bemanning die bestond uit een hoop mannen en twee vrouwen. Zijzelf was er een en haar zusje, waar ze zoveel van hield. Een voor een waren ze uit hun slaap gekomen en gingen ze weer hard aan de slag op het dek. Ze had ervoor gezorgd dat iedereen weer aan de slag kon. Er was namelijk geen plek voor zwakkelingen. Er was geen plek voor mannen die niks deden. Dat had zijzelf ook allemaal geleerd. Ook zij was onderaan begonnen en had zich tot de top gewerkt. Het was eerst niet haar schip. Eerst was ze ook maar gewoon een bemanningslid. De mannen hadden het erg grappig gevonden toen ze zei dat ze mee wilde op het schip, maar de kapitein geloofde in haar en haar zusje. Ze had zich elke dag bewezen en ze groeide steeds meer. Ze werd prof in het omgaan met haar zwaard, ze werd sterk en ze gaf niet op. Dit alles had ze geleerd door een man die in haar geloofde. Helaas was hij overleden. Zijn dood was zwaar geweest, maar het was ook een hoogtepunt voor haar geweest. Hij had de leiding aan haar gegeven. Sinds die tijd was zij de kapitein en was dit schip van haar. Ze was hem dus erg dankbaar voor alles. Hij had haar veel geleerd. Van zwaardvechten tot zelfvertrouwen. Tot de dag van vandaag was ze hem dankbaar.
Het was al middag. Heel de nacht had ze weten te doorstaan, maar het was nu tijd voor haar om zichzelf terug te trekken. In de verte zag ze haar zusje staan, Lo. 'Lo!' brulde ze over het dek heen, 'Kom eens!' Aan het roer stond ze te wachten, tot haar zusje bij haar was. 'Kun jij het roer overnemen? Ik ga me even terug trekken in mijn kantoor.' zei ze. Ze had een stap terug genomen van het roer, zodat Lo eraan kon. Ze wilde weglopen, maar draaide zich toen om. 'Ojaa, je hebt dus de leiding.' zei ze, 'Je weet me te vinden als er iets is.' Dat waren de laatste woorden voordat ze weg liep. Haar zusje liet ze achter in haar eentje op het dek, maar dat kon ze ook wel. Zijzelf was het dek af gelopen, de trap af om naar de kamer te gaan waar haar kantoor stond. De deur trok ze open en duwde deze achter zich weer dicht. Een groot kantoor was het niet. Er stond een bureau met een stoel en nog een kast, waar een hoop spullen in lagen. Ze hadden veel opbergruimte nodig. Alles voor hun kaarten, routes en andere spullen. Voor de rest stelde haar kantoor niet veel voor. Ze had hierbuiten gewoon een kamer. Een met een bed, een nachtkastje, een klerenkast en een spiegel. Daar was ze wel blij mee. De rest sliep namelijk in een gezamelijke ruimte op hangbedden. Op haar zusje na natuurlijk. Haar liet ze niet slapen tussen al die mannen. Op dat gebied was ze toch erg zorgzaam voor haar en wilde ze haar goed beschermen. Eerst had ze haar ook niet mee gewild. Ze vond het te gevaarlijk voor haar. Ze had namelijk een reden om op het schip te gaan en wilde haar zusje het liefste erbuiten houden. Achteraf is daar toch niets van gekomen en ging ze gewoon mee, ondanks dat haar eigen zus dat niet wilde. Nu kon ze haar wel niet meer missen, dat moest ze toegeven. Hoe hard ze ook was geworden in de afgelopen jaren, ze had nog wel een hart van goud diep van binnen. 
Op het bureau had ze een kaart open gerold. Ze had nog een kijkje genomen op de kaart, naar de route die ze aan het afleggen waren. Het zou nog een dag duren voordat ze weer aan land zouden komen, om daar het nodige te kopen en om te rusten. Na twee dagen zouden ze weer vertrekken, maar ze wist nog niet waarheen. Daarom keek ze eens over de kaart heen. Ze had een plek uitgekozen waar ze nog nooit was geweest. Ze stippelde de route daarna uit. Aangezien het een lange reis was, besloot ze om nog een tussenstop ergens te maken. Dit stippelde ze allemaal af op de kaart, maar ze werd gestoord door een flinke schoot tegen het schip aan. Niet zomaar een schoot. Een schoot met een kanon. Dat zei haar dat het niet veel goeds betekende. Haar wapen had ze daarom al uit haar houder getrokken. Ze was van plan het kantoor uit te lopen, om een kijkje te gaan nemen. Dit was namelijk heel onverwachts, anders had iemand haar wel gewaarschuwd. 
Ze stond op, maar het was al te laat om het kantoor uit te lopen. Iemand had haar al gevonden, maar die persoon zou spijt krijgen. Ze gaf zich niet over. Ze ging juist een gevecht aan. 'Niemand betreed mijn schip!' gromde ze, tijdens het gevecht. De zwaarden klapte tegen elkaar aan. De man was sterk, maar ze gaf zeker niet op. Zo was zij niet.


Chris

De nacht was voorbij. Ook hij zou weer hard moeten werken. Zijn rust zat er weer op. Dit werd hem verteld door een ander bemanningslid, dat de rest wakker kwam maken. Zijn rust was voorbij. Hij moest toegeven dat hij erg slecht had geslapen. Het was voor hem veel te kort geweest. Hij had onrustig geslapen. En hij had wel enig idee waar dat door kwam. Hij was gewoon te druk in zijn hoofd geweest. Te druk met gedachtes. Dit had ervoor gezorgd dat hij heel wat tijd naar het plafond had gestaren. De tijd dat hij zijn ogen dicht had, draaide hij alleen maar rondjes. Hij kon geen goede houding nemen om te slapen. Zijn gedachtes hielden hem wakker. Niet zomaar gedachtes. Gewoon gedachtes over zijn familie. Die mistte hij. Hij vroeg zich af hoe het met hun ging. Hij vroeg zich af of alles goed ging of dat er juist problemen waren. Hij had namelijk geen idee. Hij had ze nu al een jaar niet meer gezien. Ja, hij mistte ze, maar het was nog altijd zijn eigen keus geweest om op het schip te gaan. Het was dus zijn eigen schuld dat hij ze nog amper zag en sprak. Dat hoorde nu bij het leven van een piraat. Altijd op een schip zitten en amper op het land zijn. Toch had hij wel geen spijt. Een jaar geleden besloot hij op het schip te gaan, nadat hij toestemming had gekregen van de kapitein. In zijn dorp voelde hij zich gevangen. Het maakte hem niet vrolijk. Hij wilde graag meer zien van de wereld en hij wilde zichzelf ontdekken. De enigste mogelijkheid die hij had gezien was een piraat worden. Zo zou hij veel van de wereld te zien krijgen. Dan zou hij een enorm avontuur beleven. Het was natuurlijk niet alleen maar plezier. Het bracht ook wat nadelen met zich mee. Hij moest leren vechten, hij moest mensen doden, hij zou zijn familie niet zien en hij moest altijd sterk blijven. Er was geen plek voor zwakkelingen op dit schip. Voordat hij besloten had om aan boort te gaan, had hij er eerst goed over nagedacht. Uiteindelijk zag hij er een hoop pluspunten in. Meer pluspunten dan dat er minpunten waren. Zonder ook maar verder na te denken had hij afscheid genomen van zijn familie. Hij was aan boort gegaan van het schip. Het schip waar hij nu nog steeds op zat. Ze hadden hem veel geleerd. Vooral het zwaardvechten. In dat jaar was hij erg veel vooruit gegaan. Hij was nu zelfs een van de beste vechters van zijn schip. Toch bleef er altijd iemand beter. De kapitein zelf. Hem kon je niet overtreffen. Hij had al een aantal jaar ervaring en hij had dan ook hem een hoop geleerd. Daar was hij hem nog steeds dankbaar voor. Het jaar werd ook steeds leuker voor hem. Het doden van mensen gaf hem een kick en de bemanning was geweldig. Zelfs de kapitein was een goede vriend van hem geworden, Daniel. Het was echt een goede gozer en het klikte goed tussen hun twee. Zelfs nu na een jaar, had hij er nog plezier in. Hij zou zich niets anders kunnen voorstellen en hij zou ook niks anders willen. 
Als een sneltrein was hij zijn bed uit gekomen, toen hij besefte dat hij er veel te lang in lag. Hij was uit het bed gekropen en was snel naar het dek gegaan. Hier was hij gelijk aan de slag gegaan. Hij wachtte niet eens op een bevel. Hij ging gewoon aan de slag. Zijn handen hadden de touwen beet genomen, om naar het topje van het schip te klimmen. Het kraaiennest om precies te zijn. Dit deed hij wel vaker, als hij er zin in had. Vandaag was dus zo'n dag dat hij er zin in had. Hij hoopte het liefst dat hij ook wat zag. Het liefste wilde hij een schip zien. Daar had hij wel zin in, om wat te vechten. Heerlijk vond hij dat namelijk. Alleen zo vroeg op een dag, verwachtte hij eigenlijk nog niemand. Een oog had hij aan de verrekijker gezet en het andere oog dicht gemaakt. Zo had hij 360 graden om zich heen zitten te kijken. Helaas was er nog niks te zien. Alleen wat vogels die in de zee dreven en wat vogels die in de lucht vlogen. Voor de rest was er helemaal niks te zien. 
Heel de ochtend en een stukje van de middag had hij er gestaan. Zo af en toe had hij om zich heen gekeken, maar er was niks te zien. Hij wilde de moet opgeven. Er kwam toch geen schip meer, vertelde hij zichzelf. Hij wilde uit het kraaiennest klimmen, maar op dat moment zag hij wat. Er was een grote stip te zien in de verte. Het maakte hem nieuwsgierig. Binnen een paar seconden had hij de verrekijker alweer tegen zijn oog aan gedrukt. Dit keer was het wel raak. Een grijns verscheen er op zijn gezicht. 'Schip in zicht!' brulde hij over het dek heen. Hij klom het kraainnest uit, de touwen in. Zijn voeten kwamen weer op het dek terecht, waarna hij besloot gelijk naar Daniel toe te gaan. 'Er is een schip in zicht. Gaan we aanvallen?' vroeg hij, toen hij recht voor zijn neus stond. Zijn woorden zeiden genoeg. Ze gingen zeker aanvallen. Er volgde bevelen. Bevelen om wapens te pakken en de kanonnen klaar te maken. Ook hij hielp mee om de kanonnen klaar te maken. Zijn eigen zwaard had hij al uit zijn houder genomen. Hij was er helemaal klaar voor. Het schip kwam steeds dichterbij en het zag erna uit dat ze niks in de gaten hadden. De eerste kanonnen gingen af. Toen ze dicht genoeg bij het schip waren, sprong hij op het andere dek. Daar ging hij gelijk wat mannen te lijf. Die waren kansloos en vielen dood neer door zijn zwaard steken. Hij had de kans genomen om om zich heen te kijken, waardoor zijn blik op iemand was gevallen. Een vrouw om precies te zijn. Een vrouw dat achter het roer stond. Het trok zijn aandacht. Dat had hij nog nooit mee gemaakt. Een vrouw als piraat. Meestal moesten die thuis blijven om te koken, maar zij overduidelijk niet. Hij besloot er op af te lopen, om de strijd met haar aan te gaan. 'Hmm een vrouw op een schip. Ben je de poetsvrouw hier of de kok?' grijnsde hij, terwijl hij met zijn zwaard stekende bewegingen maakte, 'Je maakt geen kans.' Hij kon de overwinning al voelen. Het zorgde voor een kick in zijn maag. Die kick vond hij geweldig. Daardoor wilde hij meer.

gssg.png

Reply Edited on 04/02/2018 05:18 PM.

KurtCobain
Deleted user

Re: ORPG| Why is the rum always gone?

from KurtCobain on 04/02/2018 02:37 PM

Ceanna Jenn Drews

Julia_Brenner.png


Chris Adam Smith

378128-500w.jpg

Reply

Ravn
Deleted user

ORPG| Why is the rum always gone?

from Ravn on 04/02/2018 12:24 PM

Samen met KurtCobain!

Lo Anne Drews
cd374d3c8f45450d6af3724a27b657e2.jpg

Daniel Reid Thompson
displaypicture.jpg

Reply
First Page  |  «  |  1  |  2

« Back to forum