ORPG| Why is the rum always gone?
First Page | « | 1 | 2
[ Go to bottom | Go to latest post | Subscribe to this topic | Latest posts first ]
KurtCobain
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from KurtCobain on 05/18/2018 03:22 PMCeanna
Aan zijn gezicht kon ze aflezen dat hij druk in zijn gedachten was. Ze vroeg zich af waar hij aan zat te denken. Hij leek namelijk erg druk in zijn hoofd te zijn. En daar kwam ook nog eens bij kijken dat hij haar veel vragen stelde, allemaal over hetzelfde boek. Het boek dat ze van haar vriend had gekregen. Alsof hij er meer van wist. Kende hij Daniel soms? Wist hij meer van hem? Wist hij waar hij was? Dat zou ze dan dolgraag willen weten. Ze zocht hem al een lange tijd en ze wilde hem graag vinden. Ze wilde hem weer in haar armen kunnen sluiten. Nu zat ze zelf ook weer in haar gedachten. Daar kon ze eenmaal niks aan doen. Alles verliep nu opeens zo raar. Haar schip was opeens overvallen. Ze zat nu opeens vast in een kajuit, bij een man die haar zo bekend leek. Alleen had ze geen idee waarom hij haar zo bekend leek. Ze kon niet eens op een naam komen. Ze kende niet eens zijn naam, maar zijn uiterlijk kwam haar wel bekend voor. Zijn donkere lokken, zijn donkere ogen en zijn gespierde lichaam. Het was bekend, maar ze wist niet van waar. Hij stelde haar ook nog eens zoveel vragen over haar boek. Een hoop vragen over gewoon een boek met een brief. Dat vond ze ook erg verdacht. Het leek alsof hij er echt wat vanaf wist, maar Daniel kon het niet zijn. Als hij het was geweest had ze dat allang gezien. Ze kon geen Daniel in de jongeman zien.
De volgende vraag haalde haar gelukkig weer uit haar gedachten. Ze zuchtte kort. Ze wilde deze vraag het liefst niet eens beantwoorden. 'Waarom zoveel vragen?' vroeg ze, terwijl ze hem recht in zijn ogen keek. 'Het is maar een boek.' mompelde ze er achteraan. Ze werd een beetje moe van al die vragen om het boek. Ja het boek was erg belangrijk voor haar. Alleen nu waren het wel genoeg vragen geweest. Die vragen zorgde ervoor dat ze zich een klein beetje verdrietig voelde. Ze had hem namelijk na die jaren nog niet gevonden. Die vragen lieten haar alleen denken aan de leuke periodes die ze had met Daniel. Dat mistte ze. Ergens begon ze zich nu te beseffen dat ze het waarschijnlijk nooit meer terug zou krijgen. Ze zocht al jaren. Op zee, op land en nog had ze niks gevonden. Misschien moest ze het laten rusten. Misschien moest ze verder gaan en terug naar huis keren. Daniel ging ze waarschijnlijk niet meer vinden. Ze wilde daar niet aan denken, maar ze moest realistisch blijven. De vragen waren voor haar nu wel even genoeg. Eraan blijven denken was niet goed, dan brak ze misschien nog en ze wilde er niet zwak uit zien.
Ze had geluisterd naar zijn woorden en die verbaasde haar. 'Waarom moest je vluchten dan?' vroeg ze. Het was dus niet zijn keus geweest om aan boord te gaan. Hij zag geen andere optie. Zij had wel een keuze gehad. Ze had er zelf voor gekozen om aan boord te gaan. Ze was zo hopeloos na die brief van haar vriend. Hun relatie was zo goed, dat iedereen zat te wachten op een bruiloft, maar die kwam er niet. Hij was gevlucht, maar waarom? Ze wist nog steeds niet waarom hij weg was gegaan. Ze was dus zo hopeloos dat ze aan boord ging, om hem te zoeken. Had ze daar spijt van? Nee, maar ze was er ook niet verder mee gekomen. Ze stond nog steeds op hetzelfde punt. Ze had haar vriend nog niet gevonden en had alleen haar tijd verspilt. En ze was niet de enigste die van iemand hield. De jongeman hield ook van één vrouw, maar ook hij had haar al jaren niet meer gezien. Hetzelfde gelde voor haar. Daniel was misschien wel verder gegaan zonder haar. Hij had misschien ook wel een vrouw waar hij kinderen mee had. Dat wist ze niet en waarschijnlijk zou ze daar ook nooit achter komen.
Een verbaasde frons was er ontstaan op haar gezicht, toen hij het boek aan haar terug gaf. De verbaasde frons verdwijnde en werd vervangen door een kleine glimlach die op haar gezicht verscheen. 'Dankjewel.' zei ze en dat meende ze. Het boek betekende veel voor haar. Ze was blij dat hij het niet weg gooide en het aan haar terug gaf. Misschien was hij toch niet zo'n slechte piraat als ze dacht. Een andere piraat had dit niet gedaan. Die had juist het boek weggegooid, alleen om haar te kwetsen, maar dat deed hij niet. Daar was ze blij om. Het boek betekende veel voor haar. Nu kon ze hem nog lang bij zich houden.
Ze keek naar het boek wat voor haar lag op schoot. Ze kon het niet aanraken, want haar handen zaten nog met een stuk touw vastgebonden op haar rug. 'Wil je mijn handen losmaken?' vroeg ze, 'Mijn polsen beginnen pijn te doen.' Het touw knelde om haar polsen. Ze wilde het los hebben. Ze wilde haar handen gewoon kunnen bewegen, want dit lag niet lekker. Ze wilde haar boek kunnen aanraken.
Haar ogen volgde de jongeman, tot hij weer ging zitten achter zijn bureau. De vraag die hij stelde verbaasde haar. Ze had haar schouders op gehaald. 'Geen idee.' zei ze. Aan de ene kant wilde ze door gaan. Ze wilde haar zoektocht naar Daniel niet opgeven, maar aan de andere kant wilde ze wel naar huis. Ze kreeg het gevoel dat ze Daniel toch nooit meer zou vinden. Het was misschien dan maar veiliger voor haar om terug te keren naar haar land, Engeland. Maar daar was ze nog niet over uit.
Chris
Hij moest grijnzen om haar opmerking. Volgens mij probeerde ze hem daarmee te kwetsen of iets, maar dat werkte niet. Omdat het niet werkte moest hij grijnzen. Hij genoot er namelijk van hoe geïrriteerd ze wel niet was. Logisch. Ze zat hier vast. Dat vond ze waarschijnlijk niet bepaald leuk. Daarbij kwam ook nog eens kijken dat hij met veel vragen naar haar toe kwam. Dat alles om meer te weten over haar zus en zijzelf. Waarschijnlijk kon hij niks met de informatie die hij kreeg, maar dat wist hij niet zeker. Misschien kwam er juist wel informatie uit die hem interessant klonk en waar ze misschien wat mee konden. Dat wist hij niet. Daarom stelde hij maar gewoon zijn vragen, in de hoop dat er wat interessants uit zou komen. Voor haar was dit waarschijnlijk erg vervelend. Gevangen zitten en dan ook nog eens zoveel vragen moeten beantwoorden. Het was wel te merken aan haar stem dat ze het niet leuk vond. Ze praatte namelijk op een erg geïrriteerde toon. Zo zou hij ook zijn geweest als hij in haar positie zat, maar dat was nu niet het geval.
Er rolde een zucht over haar lippen heen bij zijn vraag, maar toch gaf ze antwoord. Een erg lang antwoord zelfs. Daarom bleef hij op zijn plek staan, met zijn blik op haar gericht. Aandachtig luisterde hij naar de woorden die ze uitbracht. Dus de jongedame was met haar zus mee gegaan, omdat ze haar zus niet alleen wilde laten gaan. En haar zus, die wilde opzoek gaan naar haar geliefde die haar achter had gelaten. Het was dus niet de bedoeling geweest dat ze piraten werden en zelfs kapitein, maar het was toch gebeurd. Dat verhaal klonk best interessant. Zo apart, dat het bijna niet waar leek te zijn. Hij kon niet aan haar gezicht zien of ze loog of niet. Dat was nog een raadsel voor hem. Al kon hij zichzelf niet voorstellen dat iemand zo'n verhaal aan elkaar kon bedenken. Daarvoor bestond het verhaal uit teveel details. Ergens klonk het verhaal hem ook bekend voor. Alsof hij het ooit al eerder had gehoord, maar hij had geen idee van wie.
'Interessant.' mompelde hij. Het was misschien zo interessant dat hij er misschien mee naar Daniel moest gaan. Misschien kon hij er wat mee en misschien had hij zelf ook wel wat informatie gevonden. Hij zou alleen nog even wachten voordat hij naar Daniel ging. Dat kwam vooral om het feit dat de jongedame verder begon te praten. Hij luisterde er wel na, al kon het hem vrij weinig schelen. Het ging bijna allemaal zijn rechter oor in en zijn linker oor weer uit. Pas toen ze uit gepraat was begon hij te grijnzen. 'Ik ben zo terug.' grijnsde hij. Vervolgens liep hij naar de deur. Hij opende deze, stapte naar buiten en sloot hem weer achter zich. Een van de mannen kwam net voorbij gelopen. Hij hield deze vervolgens tegen. 'Kun je even op haar letten?' vroeg hij. De man knikte en bleef voor de deur staan. Daardoor kreeg hij de kans om weg te lopen, richting de kajuit van Daniel. 'Als ze ontsnapt zwaait er wat.' riep hij de man nog na, terwijl hij zijn weg voort zette. Bij de kajuit aan gekomen, klopte hij op de deur. Hij wachtte alleen niet op een antwoord. Hij stapte gelijk naar binnen toe. De jongedame zat nog steeds op de stoel, terwijl Daniel achter zijn bureau plaats had genomen. 'Daniel,' begon hij, 'ten eerste: heb je de sleutel van de kajuit aan het einde van de hal?' Hij keek kort naar de jongedame. Haar handen zaten nog steeds op haar rug vast gebonden. Er lag een boek op haar schoot, maar wat dat daar deed wist hij niet. Het ging hem ook vrij weinig aan. 'Ten tweede, kan ik je spreken op de gang?' vroeg hij. Hij liep alvast de kajuit uit, gevolgd door Daniel achter hem. Op de gang bleef hij staan. Hij draaide zich om naar Daniel, zodat hij hem aan kon kijken. 'Weet je al meer over haar?' vroeg hij. Hij was namelijk wel benieuwd met wat hij al allemaal wist van haar. Hij vroeg zich namelijk af of hij ook echt alles wist, want wat hij had gehoord was best een hoop. Hij wist ook niet of de jongedame dat tegen hem had gezegd. Dat was namelijk iets waarvoor ze zichzelf misschien schaamde, waardoor ze het niet snel of niet vertelde. Het was namelijk niet iets om trots op te zijn. Dusja, misschien wist Daniel dat nog helemaal niet. Het was wel handig om te weten misschien. En misschien wist Daniel juist wel meer dan hijzelf wist. Daarom vroeg hij maar eerst wat hij al wist over haar. Daarna zou hij wel vertellen met wat hij tot nu toe wist over de twee. 
Ravn
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from Ravn on 05/19/2018 12:50 PMLo
Lo trok een wenkbrauw op toen hij besloot om weg te gaan. Dit was misschien haar kans. Toen hij de deur achter zich had gesloten, liep ze er snel heen om haar oor ertegen aan te zetten. Zo kon ze nog net horen dat hij een man voor de deur had gezet ter bewaking. Echt ontsnappen kon ze niet. Misschien wel uit de kamer, maar niet van het schip want het was omringt door water. Dan zou ze verdrinken en dat wilde ze niet. Echter wilde ze ook niet in de kamer blijven zitten. Misschien moest die man maar eens leren dat ze niet iemand was die luisterde. "Alsjeblieft... Kunt u mij helpen? Ik heb erge dorst," zei ze met haar zachte vrouwen stem.
"Ik heb een order gekregen om niet weg te gaan van de deur," kreeg ze als antwoord. Lo zuchtte zwak. Moest ze echt een zwak vrouwtje spelen? "Alsjeblieft... Chris heeft zoveel vragen gesteld en ik heb ze allemaal beantwoord, maar mijn keel is nu zo droog. Hij zou toch niet willen dat ik verga van de dorst?"
Een brede tevreden glimlach kwam op haar gezicht toen de deur open ging en de man binnen kwam met een buidel water. Lo deed alsof ze het aan wilde nemen, maar sloeg hem toen nog net hard tegen zijn kaak waardoor hij knock-out neerviel. Ze haalde zijn zwaard iets uit zijn schede en sneed het touw bij haar polsen daardoor los. Met het losse touw bond ze de polsen van de man vast. Dat zou vast een leuk cadeautje zijn als Chris terug kwam. Lo bond haar haren omhoog en liep daarna stil de kamer uit. Ze sloot de deur en maakte haar weg naar de trap die het dek op ging. De mannen waren wel aan het werk, maar niet heel hard. Het was immers mooi weer en door de wind gleed het schip als boter door de water. Ze trommelde met haar vingers op de trap. Haar zus weghalen ging niet lukken. Hoogstwaarschijnlijk was Chris daar nu ook. Terug naar de kamer gaan wilde ze ook niet. Zoals Lo tegen Chris had gezegd was ze een vrije geest. Een kamer zonder enkele ramen paste daar gewoon niet bij. Daarom liep ze stilletjes langs de slapende werkers en klom ze via de touwen naar boven naar het kraaiennest. Chris zou haar daar uiteindelijk wel vinden. In elk geval had ze dan wel een mooi uitzicht en de wind in haar haren. Tevreden zakte ze neer en liet ze haar benen naar beneden bungelen. Ze was benieuwd hoe Chris zou reageren als hij de vastgebonden man vond in de kamer. Hij had immers gezegd dat er wat zou zwaaien als ze weg was en ze keek er dan ook enorm naar uit wat er precies zou gebeuren met die man. Genietend ging ze liggen en keek ze naar de helder blauwe lucht en de enkele witte wolken die voorbij kwamen. Ze zou het missen als ze weer een tijd aan land moest wonen. Dan voelde ze de wind niet meer of de geur van de zoute zee. De vrijheid wat erbij kwam. Nee, ze zag ertegenop om naar Singapore te gaan en daar aan land te moeten. Misschien dat ze met Ceanna erover moest hebben of ze niet hier aan schip konden blijven. Chris stelde misschien vervelende vragen, maar hij had haar verder met geen vinger aangeraakt. Het leken wel goede mannen die hier werkten. Wellicht dat ze zelfs over haar trots heen zou stappen om aan Chris te vragen of hij haar het een en ander kon leren over vechten, zodat ze nog beter kon worden. Dat was, als ze de kans kregen om op het schip te blijven. Weliswaar stonden ze dan niet meer aan de top zoals op het vorige schip, maar ze waren dan nog altijd aan het varen. Ze konden nog altijd blijven zoeken naar Daniel. Ja, ze kon het vragen. Hopelijk stemde haar zus ermee in anders moesten ze toch echt terug naar Engeland. Dan zou ze weer ingesnoerd moeten worden in jurken, haar haar doen en zich aan de etiketten houden.
Daniel
Daniel sloeg zijn ogen neer. Het waren inderdaad een hoop vragen en misschien compleet nutteloos, maar voor hem betekende het zoveel. Hij zuchtte zwak. "Je hebt gelijk," zei hij. "Het is maar een boek."
Alleen voor hem niet. Hij vond het lastig om de vraag te laten gaan, maar hij zou niks uit haar krijgen. Niks waar hij belang bij had. Dus er was geen andere keus dan het te laten gaan.
"Ik werd beschuldigd van een diefstal, maar dat was ik niet. Iemand had mij op de plek gezien waar ik inderdaad ben geweest. Daar heb ik de dief gezien. Echter geloofde men mij niet toen ik de waarheid sprak. Ik wilde niemand van mijn familie of vrienden ten schande brengen en daarom ben ik naar de zee gevlucht, omdat ik de man weg heb zien varen. Ik dacht dat als ik hem achterna ging en de gestolen goederen terug kon brengen dat ik mijn naam kon zuiveren. Alleen... Heb ik hem nooit gevonden. Ik was wel van plan om terug te gaan, maar na een paar jaar zoeken... Ik was bang dat ik met lege handen mijn naam niet kon zuiveren en waarom zou de vrouw waarvan ik hield op mij wachten, nadat ik zo gauw zonder afscheid ben vertrokken?"
Hij haalde zijn schouders op en keek naar haar toen ze vroeg of hij haar handen wilde losmaken. Net toen hij op het punt was om het te doen werd er op de deur geklopt en kwam Chris binnen lopen. "Wat is er?"
Daniel trommelde met zijn vingers op tafel en knikte. "Zeker." Hij opende een laadje en pakte er een sleutel uit. Daarna stond hij op en gaf hij de sleutel aan Chris. Hij hoefde niet te vragen waarvoor hij het wilde gebruiken. Daniel vertrouwde Chris als een broer. Van heel zijn bemanning vertrouwde hij de man het meest, daarom was hij ook zijn rechterhand. "Natuurlijk." Hij keek even om naar Ceanna. "Ik zal zo je handen losmaken als je even wacht." Hopelijk zou ze ook echt wachten en niet door zijn spullen snuffelen. Om ervoor te zorgen dat hij haar op de gang wel in de gaten kon houden, hield hij de deur een beetje open, zodat hij zicht op haar had. Zijn oor hield hij gericht op Chris. "Vertel, wat wil je bespreken?"
In plaats van een uitleg stelde Chris eerst een vraag. "Niet veel. Ze laat erg weinig los. Ik heb een vaag idee wie ze is, maar ze beantwoord de vragen niet die mij daarop een bevestiging kan geven. Het lijkt mij heel onwaarschijnlijk, maar er zijn zoveel elementen die ernaar wijzen... Ik zou het niet kunnen geloven als ze is wie ik denk dat ze is. Heb je meer geluk gehad met de ander? Heeft ze je nog wat nuttigs kunnen vertellen?"
Heel even keek hij Chris aan. Hij zag er nog heel uit dus de andere jongedame had hem niet gefileerd me haar wapens. Niet dat dat zou kunnen. Chris was een enorm uitstekende vechter. Daniel kende niet iemand die sterker of beter was dan hem met wapens. Op zichzelf na dan. Al moest hij toegeven dat de dames toch erg goed waren, maar in de buurt van hun vaardigheden kwamen ze nog niet. Wel waren ze soepeler en sneller. Dat had hij wel gemerkt. "Waar heb je de ander nu gelaten eigenlijk?" Daniel trok even een wenkbrauw op. Toen hij met Ceanna het dek op was gelopen was Chris nog in een heus gevecht geweest. Als Chris haar niet in één keer had kunnen verslaan dan was ze wel goed. Misschien zelfs beter dan de meeste bemanning. "Wie heb je bij haar neer gezet?"
Er waren duidelijk een aantal mannen aan boord die beter waren in schoonmaken dan in vechten.
KurtCobain
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from KurtCobain on 05/19/2018 03:02 PMCeanna
Het was fijn dat hij haar gelijk gaf over het boek. Hij gaf toe dat het een hoop vragen waren. Ze snapte het ook niet helemaal. Zoveel vragen over een boek. Het boek betekende veel voor haar. Het was haar lievelingsboek, ze had het van haar vriend gekregen en er zat de afscheidsbrief van haar vriend in. Wat ze niet goed begreep was waarom hij er zoveel vragen over stelde. Daardoor leek het alsof het boek voor hem ook wat betekende. Al snapte ze niet hoe dat kon. Het boek betekende iets voor haar. Het kon haast niet dat het voor hem ook wat betekende, maar daar leek het wel op. Hij stelde zoveel vragen. Alsof de antwoorden belangrijk voor hem waren. Was dat ook zo? Misschien betekende het inderdaad iets voor hem. Misschien wist hij wel wat meer, vandaar zijn vragen. De antwoorden waren misschien wel belangrijk voor hem, maar ze was gewoon klaar met de vragen. Het boek betekende niet niets voor haar. Het boek betekende juist erg veel voor haar. Ze wilde gewoon niet nog meer vragen beantwoorden. Het werd haar een beetje te veel. Het liet haar allemaal maar aan een persoon denken, Daniel, haar vriend. Het deed haar pijn om eraan te moeten denken, ook al liet ze dit niet merken. Ze wilde haar Daniel weer vinden. Ze wilde weer terug zoals het vroeger was, maar dat lukte niet. Ze kon hem nergens vinden. Dat deed haar pijn. Zeker omdat ze niet eens wist of hij nog wel van haar hield of dat hij inmiddels een andere vrouw had. Dat vond ze vreselijk om aan te denken. Ze was dus wel blij om niet meer verder te hoeven praten over het boek. Dat betekende dat ze ook even niet meer aan Daniel hoefde te denken. Even haar gevoelens weer weg proppen.
'Waarom ben je niet gewoon terug gegaan? Als je het niet probeert weet je zeker niet hoe het gaat aflopen. Misschien is ze er kapot van en zit ze nog thuis te wachten tot je terug keert, omdat ze nooit gestopt is van je te houden. Misschien vergeefde ze je wel.' zei ze, na het horen van zijn verhaal. Zij zou het juist geweldig vinden als Daniel ooit terug keerde. Als hij gewoon eerlijk was over waarom hij weg ging, vergeefde ze hem wel. Ze hield tenslotte nog steeds van hem en dat ging niet zomaar weg. Ze spreekte dus een beetje uit haar gevoel. Zij zou blij zijn als hij terug keerde. Misschien deed zijn vrouw dat ook wel. Alleen als hij het niet probeerde, kwam hij er nooit achter.
Net toen hij haar wilde losmaken, werden ze gestoord. Iemand klopte op de deur. Zonder een antwoord kwam de jongeman binnen gelopen. Ze luisterde na zijn woorden. Hij sprak de kapitein aan met Daniel. Had ze dat goed gehoord? Daniel. Dezelfde naam als haar vriend. Haar blik keek gelijk weer naar hem. Was dat haar Daniel? Nee dat was onmogelijk. Het zou wel verklaren waarom zijn verhaal op die van haar leek en waarom hij zoveel vragen stelde over haar boek, maar aan de andere kant leek hij niet op Daniel. Hij leek op een bekend iemand, maar ze wist niet wie. Als het echt haar Daniel was geweest, had ze hem wel herkend. Dit was haar vriend niet. Dit was gewoon toevallig een jongeman die dezelfde naam had als haar vriend en toevallig een zelfde soort verhaal als dat van haar. Nee, het was hem gewoon niet.
Ze knikte bij zijn woorden en volgde hoe de twee de kajuit uit liepen. Ze wilde eigenlijk haar kans nemen om in zijn bureau te kijken. Wat rond te snuffelen in zijn spullen. Misschien dat ze dan op wat meer antwoorden kwam, maar helaas. In haar ooghoek zag ze hoe de man de deur een stukje open liet staan. Precies genoeg om haar in de gaten de houden. Hierdoor liet ze een zucht over haar lippen rollen. Nu kon ze niks. Ze kon nu zelfs mee luisteren naar het gesprek dat de twee hielden. Heel goed kon ze het ook niet horen, maar een paar woorden kon ze er wel van op pikken. Ze draaide zich ook om, met haar gezicht op de mannen gericht. Ze hoorde hoe de man vroeg of hij al veel van haar af wist. Er was nog niks aan de hand. Tot de man begon te praten over wat hij wist, over haar. Haar zus had blijkbaar wel haar mond open getrokken. Iets teveel zelfs. De man wist nu gewoon waarom ze op het schip was, als hij de woorden van haar zusje moest geloven. De man wist nu dat ze op het schip zat om haar vriend te zoeken, die haar zonder reden had verlaten. Ze vond het jammer dat Lo dit zomaar aan de man had verteld. Niet iedereen hoefde het te weten. Maarja, gelukkig wisten de mannen niet of het nu echt waar was of niet.
'Dus jij geloofd mijn zusje?' vroeg ze terwijl ze haar blik op de man had gericht, 'Nou daar ben je dan mooi in getrapt.' Ze kon het niet laten om even te grijnzen. Natuurlijk loog ze nu. Haar zusje vertelde wel de waarheid, maar ze wilde niet dat hun dat wisten. Daardoor leek ze zwak. 'Denken jullie nu werkelijk dat ik zo hopeloos ben dat ik een man ga zoeken die me verlaten heeft en de zee op is gegaan?' lachte ze. Ze hoopte dat ze haar zou geloven. Ze wilde niet de zwakkeling zijn die naar haar vriend zocht op de zee. 'En je hebt mijn zusje alleen gelaten?' vroeg ze, 'Waarschijnlijk kun je haar nu gaan zoeken. Ze is best slim.' De man ging weer weg met de sleutel. Daardoor kwam de jongeman, Daniel, weer de kajuit in gelopen.
Chris
Hij wist dus niet erg veel van de jongedame die in zijn kajuit was. Ondanks dat hij niet veel wist, had hij wel een vermoeden wie ze was. Alleen leek dat volgens hem niet te kloppen. Aangezien hij nog weinig wist van haar, leek hem dat zijn vermoeden ook niet klopte. Waarschijnlijk wist hij dus ook niet de echte reden waarom ze op het schip zat. Hij wist niet of die informatie interessant genoeg was, maar misschien kon hij er wel iets mee. Daarom was hij ook hier, om hem dat te vertellen. Hij wist niet of dat klopte, maar het kon. Er was een mogelijkheid dat het klopte.
'Nou ik weet niet of ik meer geluk met haar heb.' zei hij, 'Ze praat wel veel, maar ze is een pittige tante.' Dat vond hij niet erg, dat ze een pittige tante had, maar hij had toch liever iemand die niet zoveel praatte. Maar goed, daar was hij nu niet voor hier. 'Ik heb misschien wel iets interessants. Ik weet alleen niet of het klopt.' begon hij, 'Ze heeft me verteld dat haar zus aan boord ging om haar vriend te zoeken, die haar achter had gelaten en dat zij mee ging. Maar of dat klopt, weet ik ook niet.' Hij keek naar de jongedame door de deur die een stukje open stond. Die kon waarschijnlijk mee genieten, want ze reageerde er gelijk op. Hij luisterde er wel naar, maar wie hij nu moest geloven wist hij ook niet. Dat ze haar vriend ging zoeken op zee klonk als een raar verhaal, maar haar zusje vertelde het alsof ze niet loog. Hij wist het dus niet zeker. Beiden kanten begreep hij wel. Daarom kwam hij het vertellen aan Daniel. Dan mocht hij de beslissing maken of het verhaal waar was of niet. Hij mocht bepalen wie hij geloofde. De jongedame in zijn kajuit of haar zusje.
'Maar ze zit in de kajuit. Jack bewaakt haar deur nu.' gaf hij antwoord op de vraag van Daniel. Alleen toen begon hij zelf eens na te denken. Zoals hij zelf al zei, de jongedame was een pittige tante. Was het wel zo slim om haar achter te laten bij hem? Jack was namelijk niet de slimste. Hij was ook zeker niet een van de sterkste en dat was de jongedame wel. Hij had zelf tegen haar moeten vechten. Ze was best sterk. Dat was te hoog gegrepen voor hem. Een dom idee van hem om haar bij hem achter te laten. Een erg dom idee. Dat werd ook nog eens bevestigd door de woorden van de jongedame. 'Fack.' mompelde hij. De sleutel nam hij aan van Daniel. Vervolgens zette hij op een snelle pas zijn weg voort, terug naar de kajuit waar de jongedame vast zat. 'Ik regel dit wel, komt goed.' riep hij nog naar Daniel. Hij hoefde er zich namelijk geen zorgen over te maken. Hij mocht gewoon in zijn kajuit blijven, bij de jongedame. Het was zijn domme fout om haar bij hem achter te laten. Hij ging het dus ook weer recht zette. Waarschijnlijk kon ze niet ver zijn. Tenzij ze zo dom was om in het water te springen. Dat overleefde niemand. Dat betekende dat ze zich nog op het schip moest bevinden, als ze ontsnapt was. Hij hoopte dat ze nog gewoon in de kajuit zat, maar daar rekende hij niet op.
Bij de kajuit aangekomen stond Jack niet meer voor de deur. Een diepe zucht rolde er over zijn lippen heen. Waarschijnlijk was ze dus ontsnapt. De deur maakte hij open. Inplaats van dat Lo in de stoel zat, zat Jack vastgebonden. Hij was bewusteloos. Hoe dat was gebeurd, wist hij ook niet. Waarschijnlijk had hij een harde klap gekregen. Nu zat hij zelf vastgebonden in de stoel, bewusteloos. De jongedame was nergens te bekennen. Die was wel zo slim om de kamer uit te vluchten. Hij had gezegd dat er wat zou gebeuren als Jack haar liet ontsnappen, maar hij was nu wel genoeg gestraft. Zo hard geraakt dat hij zelfs bewusteloos was. Hij vond het wel grappig. Het bezorgde een grijns op zijn gezicht. Alleen hij besefte zich dat hij nu maar de jongedame moest gaan zoeken. Hij draaide zich om. Hij besloot om gewoon alle kamers te bekijken. Hij keek overal onder. Overal waar ze achter kon kruipen of zelfs onder kon kruipen. Alleen vond hij nog steeds niks. Op heel het schip had hij gezocht. In alle kamers en op heel het dek. Niemand anders had haar ook gezien. Dat kon haast niet. Niet een persoon had haar gezien. De enigste plek waar hij nog niet gezocht had, was het kraaiennest. Ze moest daar zitten, dat kon niet anders. Anders was ze overboord gesprongen. De touwen pakte hij in zijn handen vast. Zo klom hij naar boven toe. Boven klom hij in het kraaiennest. Daar zat ze dan. Haar benen bungelde naar beneden toe. 'Hier ben je dus.' zei hij. Inplaats van haar gelijk weer mee te sleuren, bleef hij bij haar in het kraaiennest staan. 'Jack heeft nu zijn lesje al geleerd.' lachte hij. De wind waaide lekker door zijn haar heen. De zon scheen ook een klein beetje. Heerlijk weer om buiten te zijn. Heerlijk weer om op de zee te varen. Alleen hij besteedde zijn tijd weer binnen, om haar te ondervragen, maar ook hij wist nu niks meer te vragen. Hij had ook werkelijk geen idee wat hij met haar moest. Haar steeds in de kamer laten zitten was ook nutteloos. 
Ravn
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from Ravn on 05/19/2018 03:45 PMDaniel
Hij schudde zijn hoofd. "Dan nog wacht er een straf als ik terug ga," zei hij kort en daarna was hij meegegaan met Chris. Aandachtig luisterde hij naar wat hij te vertellen had. Stil keek hij even naar de vrouw in zijn kajuit. Dat was Ceanna. Het kon gewoon niet anders. Hoe kon een vrouw zo'n vergelijkbaar verhaal hebben met het boek en de brief? Hij slikte even moeizaam. Wat moest hij hier in godsnaam mee? Het liefst nam hij haar in zijn armen. Van wat ze hem verteld had wilde ze niets liever hem vinden en hem vergeven, maar hij... Hij kon het niet. Het leven op zee was gevaarlijk. Er zat een prijs aan zijn hoofd. Vaak genoeg had hij wel gevechten en hoewel ze zelf al aardig goed kon vechten was dat geen garantie voor veiligheid. Nee, het was beter als hij er niets over zei en haar terug aan land zette. Misschien dan wel niet in Singapore, maar ergens in Europa waar ze makkelijker thuis kwam met haar zusje. "Dank je, Chris," zei hij dan ook. De informatie was nuttig voor hem geweest nu hij beter begreep wie Ceanna was, want ze was zíjn Ceanna. Dat hoefde ze niet te weten. Waarschijnlijk herkende ze hem niet eens nu hij een licht stoppelbaardje had en een aantal jaren ouder was. Hij had ook meer spier gekregen. "Ik geloof in je," zei hij hoofdschuddend toen Chris terug ging om te kijken of de andere vrouw nog in de kajuit zat. Waarschijnlijk niet volgens Ceanna en als hij zich Lo nog goed kon herinneren was ze toen al een deugniet geweest. Haar zusje was nooit zo vrolijk geweest al was ze wel mooi. Zeker in jurken die ze altijd veracht had. Daniel ging terug naar binnen en sloot zijn deur weer achter zich.
"Ik weet niet wat ik moet geloven. Naar mijn mening spreek je zelf ook niet de waarheid," zei hij uiteindelijk maar. Ja, hij geloofde haar zusje. Als het echt Lo was dan kon die moeilijk liegen. Ze was altijd recht voor de raap en ze knipperde teveel met haar ogen als ze loog. Ceanna was daar altijd beter in geweest, maar nu hij meer van het verhaal wist had hij door dat ze loog. Hij pakte een mes van zijn bureau en sneed daarmee de touwen rond haar polsen door. Ergens voelde hij zich wel schuldig dat hij zijn geliefde had vastgebonden. Terwijl hij zo achter haar stond nam hij haar geur in zich op. Hoewel ze vooral naar de zee rook, kon hij nog wel een vaag geurtje herkennen van wat ze vroeger ook altijd had gehad. Ja, ze was zijn Ceanna.
Hij bleef niet te lang hangen en ging terug achter zijn bureau zitten, zodat hij naar zijn map kon kijken. Als hij het moest geloven dan zouden ze morgenochtend aankomen in Singapore. Daar zouden ze ongeveer één tot twee dagen zijn om alles te verkopen en nieuwe ladingen op het schip te brengen. De mannen konden ondertussen hun gang gaan in de stad bij de vrouwen. Hijzelf bleef dan altijd achter. Zijn hart was bij Ceanna dus hij wilde absoluut niet de troost zoeken bij een andere vrouw. En als hij behoeftes had dan kon hij dat prima zelf afhandelen. "Rust nu maar. Morgenochtend komen we aan in Singapore. Daarna varen we richting Portugal. Waar heb je liever dat we je afzetten?"
Het plan was geweest om de meisjes te loodsen in Singapore, maar als ze wilde kon hij hun ook afzetten in Portugal. Het zou een hoop reiskosten schelen en vanaf Portugal was het ook een stuk veiliger reizen dan vanaf Singapore. Daar waren genoeg mannen die zich te goed deden op onwetende vrouwen die in het donker nog door de straten zwierven.
Lo
Het duurde een lange tijd en in die tijd keek ze vermaakt over de rand toe hoe Chris heen en weer ging om haar te vinden. Een kleine grijns kwam op haar gezicht toen hij eindelijk eens slim na leek te denken en de touwen op klom. Glimlachend keek ze naar hem om. "Dat was niet zo moeilijk toch?" Ze hield haar hoofd een beetje schuin en keek daarna weer naar de zee. Het begon al wat donker te worden, maar dat betekende niet dat ze weer naar beneden wilde. Juist 's nachts was de lucht op z'n mooist met alle fonkelende sterren die weerspiegelt werden in het water. Dat was als het water rustig was en dat was het nu redelijk. "Jack is te lief," zei ze, terwijl ze voor zich uit keek. "Ik voel me haast schuldig, maar ik houd niet van kleine kamers."
Het was nog echt zo. De kleine kajuiten of de vele hangmatrassen onder het dek was iets waar ze het meeste moeite mee had gehad om aan te wennen. Lo hield van overzicht en ruimte en niet van overvolle kleine plekjes. Daarom had ze bij het schip van haar en haar zus ook op het dek geslapen, tenzij het met bakken uit de hemel regende. Dan zocht ze wel de warme plekken op bij haar zus in bed.
"Ik ga dit missen," mompelde ze en ze ging weer op haar rug liggen. Misschien was het anders ook eens tijd dat ze haar zus los liet en dat ze ging nadenken wat ze zelf wilde. Als haar zus terug naar huis wilde dan zou Lo haar laten gaan. Ze was nog niet klaar met het leven op zee. Dat wilde ze gewoon nog niet opgeven. Even haalde ze diep adem en keek ze naar Chris om. Hij leek de rechterhand te zijn van de kapitein dus ze kon het beste aan hem de gewaagde vraag stellen. Ookal mocht ze hem nog altijd niet helemaal. Haar irritatie was in elk geval gezakt nu ze in de buitenlucht was en hij geen vervelende vragen meer stelde.
"Zouden jullie een vrouw aannemen in de bemanning?" vroeg ze uiteindelijk maar. De vraag brandde in haar hoofd en ze wilde het graag weten. Dan wist ze in elk geval wat haar opties waren als ze in Singapore aankwamen. Als het antwoord nee was dan had ze geen keus dan haar zus het land op te volgen, maar stel ze zou een ja krijgen... Hopelijk zou ze dan de tijd krijgen om met haar zus te kunnen praten en te overleggen van wat ze beiden wilden. "Stel ik zou mij gedragen en Jack niet meer bewusteloos slaan, zou ik een kans maken om bij de bemanning te komen?" Lo ging weer zitten en keek vragend naar Chris.
Ze hoopte zo erg dat ze een kans zou maken. Wellicht dat hij het aan de kapitein moest vragen, maar misschien dat hij het zelf al wist. Ze hoopte van wel. "Het soort werk zou me niet uitmaken. Dek schrobben, in de zeilen of zelfs achter het fornuis als je dat zou willen. Al moet ik je waarschuwen dat ik misschien wel weet hoe ik met een mes moet omgaan, maar niet in de keuken. Bij mij thuis hebben we altijd bedienden gehad om het voor ons te doen."
KurtCobain
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from KurtCobain on 05/19/2018 07:51 PMCeanna
Een diepe zucht rolde over haar lippen heen bij zijn woorden. 'Dan geloof je me toch niet.' zei ze. Ze wist natuurlijk zelf ook goed dat ze aan het liegen was, maar ze gaf ook niet op. Ze hoopte gewoon dat hij haar zou geloven. Ook al was het aan zijn woorden te horen dat hij haar niet geloofde. Ze loog wel, maar daar was ze best goed in. Haar zusje daarin tegen was daar totaal niet goed in. Als zij deed liegen begon ze altijd erg veel met haar ogen te knipperen. Daarbij kwam ook nog eens kijken dat haar zusje altijd recht voor de raap was, maar dat wisten zij niet. Zij kende haar zusje maar net. Ze zouden dat allemaal echt niet weten. Daarvoor moest je haar wel wat langer kennen dan vandaag. Ze kon dus makkelijk zeggen dat zij aan het liegen was. Misschien was ze wel erg goed in liegen, dat wisten zij allemaal niet. Zijzelf daarin tegen was juist erg goed in liegen. Weinig mensen hadden het door als ze aan het liegen had. Ze hoopte dus dat ze erin zouden trappen. Dat ze werkelijk zouden denken dat haar zusje loog en dat ze helemaal niet achter haar vriend was aan gegaan. Ook al was dat natuurlijk wel de waarheid. Ze was namelijk wel achter haar vriend aan gegaan. Ze wilde hem gewoon vinden, zoveel hield ze van hem, maar waarschijnlijk wilde hij dat niet. Hij was namelijk de gene die weg was gegaan en nooit meer terug was gekomen. Het was dus niet echt een verhaal waar ze trots op was. Ze wilde niet dat mensen het te weten kwamen. Dat maakte haar zwak. Daarom was ze ook wel een beetje teleurgesteld dat haar zusje dit zomaar verteld had. Ze moest inmiddels toch wel weten dat ze er niet trots op was en niet iedereen het hoefde te weten. Helaas wist ze dat blijkbaar niet. Anders had ze het niet verteld en hoefde ze nu niet te liegen. Maar goed, dat liegen werkte ook niet helemaal. De jongeman geloofde haar niet. Hij kende haar misschien toch wat beter. Ze wilde alleen niet toegeven dat hij gelijk had en dat ze inderdaad loog. Ze gaf niet zomaar op.
Haar blik was gericht op Daniel die een mes van zijn bureau pakte. Ze schrok er wel een beetje van. Ze dacht gelijk dat hij haar pijn wilde doen, maar er was niks aan de hand. Het enigste wat hij deed was haar handen los maken. Dat was ook het gene wat hij beloofd had, voordat hij op de gang ging praten. Die belofte kwam hij ook na. Het touw viel op de grond. Daardoor kon ze haar handen weer normaal bewegen. Ze had haar handen voor zich gehouden en wreef over haar polsen heen. Die deden pijn door het touw dat knelde. Ze moest toegeven, hij was nog niet zo'n slechte piraat. Een normale piraat had haar allang dood gemaakt of haar misbruikt. Hij deed dat niet. Hij bond haar alleen vast en ging haar bij de volgende haven weer vrij laten. Ze wist niet eens waar ze dat aan verdiend had. Hij was gewoon te aardig voor haar. Dat verdiende ze niet, vond zijzelf. Toch deed hij het wel. Dat snapte ze niet. Dat had ze nog nooit bij een piraat mee gemaakt.
'Waarom maak je me niet dood of misbruik je me niet?' vroeg ze, 'Waar verdien ik die aardigheid van?' Ze kon het gewoon niet voor zich houden. Ze wilde het weten. Was zij gewoon speciaal of deed hij dit bij iedereen? Ze was het gewoon niet gewend op zee. In al die jaren tijd had ze nog nooit iemand mee gemaakt die zo aardig was. Het klopte gewoon niet. Een piraat hoorde niet zo te zijn.
Ze stond op, om vervolgens wat door zijn kajuit heen te lopen. Ze keek wat om zich heen. Gewoon om wat naar zijn spullen te kijken. Het boek hield ze in haar hand vast. Toen hij wat vroeg draaide ze zich naar hem om. 'Ik en rusten?' ze lachte kort, 'Maar vraag mijn zusje maar wat ze wilt. Mij maakt het niet zoveel uit.' Ze draaide zichzelf weer om en liep weer verder. Ze liep zelfs naar zijn bureau toe. Ze ging naast hem staan en keek mee op de kaart. Het liefst wilde ze nu door zijn laden heen neuzen. Ze wilde gewoon weten wie hij was. Het leek er namelijk nog steeds op alsof hij haar kende. Het begon daar gewoon steeds meer op te lijken. Maar goed. Ze kon niet door zijn lades heen kijken als hij er zelf nog was en waarschijnlijk was hij ook niet eens van plan om weg te gaan. Ze zou namelijk niet weten waarvoor hij weg moest gaan. Misschien alleen om zijn bemanning verder aan het werk te zetten, maar voor de rest ook niet.
Chris
Hij moest even lachen. 'Dat was niet moeilijk? Nee hoor, ik heb alleen eerst het hele dek af moeten zoeken.' zei hij terwijl hij naar haar keek. Zijn blik was daarna gericht op de zee. De mooie, blauwe, stralende zee. Een van de redenen waar hij van hield op dit schip. De zon was ook favoriet deel van hem. Als het regende boeide hem dit ook niet veel, maar de zon vond hij toch wat leuker. Het was zo lekker warm. De zon zorgde er ook nog voor dat de zee nog mooier straalde. Iedereen werd blij van de zon. Als de zon scheen leek alles mooier te zijn. De lucht leek blauwer te zijn, de wolken waren nog mooier wit, de zee straalde dan en er was meer leven op zee. De vogels vlogen dan fluitend door de lucht heen. Het was zo'n perfecte dag vandaag. De zon scheen, de wind waaide een klein briesje en de zee straalde. Zo wilde hij het altijd zien. Hij vond het heerlijk. Hij vond het heerlijk om de zon te voelen brandde op zijn huid en hoe de wind door zijn haar blies. Dat vond hij heerlijk. Hij snapte ook waarom ze hier zat. Het kraaiennest had het mooiste uitzicht van het hele schip. De wind waaide hier net wat harder, de zon scheen wat veller en het uitzicht was duizend keer mooier. Dit was veel beter dan in een kamer zitten, waar geen enkele raam in zat. Hij snapte het wel. Het was een goede keus voor haar geweest om hier te gaan zitten. Het was prachtig en hier was ze een stuk lastiger om te vinden. Dat had hij wel gemerkt. Hij had nooit aan deze plek gedacht. Hij had eerst heel het dek door gezocht. Uiteindelijk zat ze dan toch hier. Als hij er zo over na dacht, was dat ook logisch. Hij snapte niet waarom hij hier niet als eerst had gekeken. Dat had hem een hoop tijd gekost.
'Ja dat snap ik. Het is ook prachtig hier.' zei hij. Hij keek hoe ze terug op haar rug was gaan liggen. Ze was lichtelijk in haar gedachten gezonken. Dat kon hij zien aan haar gezicht. Waar ze aan dacht, wist hij helaas niet. Wist hij dat maar. Dat was soms wel erg handig. Zeker als zo'n geval als net. Lo leek de waarheid te spreken, maar haar zus dacht daar toch anders over. Als hij gedachten kon lezen, was hij waarschijnlijk al op dat antwoord gekomen. Helaas kon niemand op de wereld dat.
Een verbaasde blik was er op zijn gezicht ontstaan bij de vraag die de vrouw aan hem stelde. Eerst dacht hij dat het een grap was, maar dat bleek niet zo te zijn. Ze was serieus, erg serieus. 'Ik weet het niet. Hij geeft mannen van een schip wel altijd een kans om zich aan te sluiten bij ons, maar ik weet niet of hij ook zo is met vrouwen.' zei hij, 'Je zou het hem zelf kunnen vragen.' Bij haar laatste woorden had hij kort moeten grijnzen. 'Nee dankje. Ik hoef geen aangebrand eten.' grijnsde hij. Vervolgens klom hij met zijn benen weer het kraaiennest uit. Wachtend keek hij naar de jongedame, die nog rustig op haar rug lag te genieten van het weer en de omgeving. 'Kom je nog of wil je het hem niet mee vragen?' vroeg hij terwijl hij zijn hoofd een beetje schuin hield. Hij wachtte tot ze overeind kwam. Toen besloot hij pas om echt naar beneden te klimmen. Onder aan de touwen bleef hij wachten. Wachten tot de jongedame naar beneden zou komen. Hij keek omhoog, waar hij haar naar beneden zag komen. Ze kwam erg soepel naar beneden, maar waarschijnlijk had ze dat wel vaker gedaan. Toen ze uiteindelijk naast hem stond, liep hij voorop. Hij ging naar de kajuit van Daniel. Samen met Lo die achter hem aan kwam gelopen. Bij zijn kajuit klopte hij weer eerst op de deur, maar alweer wachtte hij niet op antwoord. Zo was hij nu eenmaal, erg ongeduldig. Hij kon niet wachtte op een antwoord. Dit was voor hem even belangrijker. De jongedame had namelijk een belangrijke vraag.
'Nou vraag wat je wilde vragen.' zei hij toen hij naar de jongedame keek. Met zijn hand gaf hij haar een klein zetje op haar rug, zodat ze een stap naar voren zette. Iedereen keek haar aan, wachtend tot er iets uit haar mond zou komen. Wachtend op de vraag die ze hem zojuist al gesteld had, maar waarop hij geen antwoord wist. Dat was toch echt te bepalen aan Daniel. Dat wilde hij niet voor hem doen. Hij wilde geen fout maken door iets te beloven, wat Daniel niet wilde. 
Ravn
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from Ravn on 05/19/2018 09:14 PMDaniel
Daniel hield haar heel even in de gaten, maar keek daarna weer op de kaart. Hij wilde ook niet overkomen alsof hij haar continu aanstaarde, maar nu hij wist dat het Ceanna was... Hij wilde haar continu aankijken. Zeker nu hij inderdaad de gelijkenissen met haar zag. Als hij haar alleen in een jurk inbeeldde met haar haren prachtig opgestoken dan ja... Het kon niet anders. Ze was Ceanna. "Rechtvaardige of goedaardige mensen doe ik niets. Het zijn de mensen die oneerlijk, wreed en onrechtvaardig zijn die ik aanpak. Ik steel vooral van piraten."
Hij haalde zijn schouders kort op. "Zo is het altijd gaande geweest hier en zo zal het ook blijven. Chris zal dan ook geen misbruik maken van je zusje."
Al was hij wel liever tegen haar dan gewoonlijk, maar dat kwam ook doordat ze zijn geliefde was. Hij hield zijn adem een beetje in toen ze bij hem ging staan om naar de kaart te kijken. Het was alsof hij gered werd toen er geklop op zijn deur was. Aangezien de deur direct open ging kon hij zonder te kijken al raden wie het was. Hij keek Chris daarom wel een klein beetje geërgerd aan. Wat als hij bezig was met iets en niet gestoord wilde worden? Toch nam hij het zijn rechterhand niet kwalijk en keek hij naar Ceanna's zusje. Ze leek te twijfelen, vandaar dat Chris haar waarschijnlijk een duwtje gaf. Daniel trok een wenkbrauw op. Hij was dan wel de kapitein, maar hij deed niets kwaads aan iemand die simpelweg een vraag wilde stellen. "Wat wilde je vragen?"
Lo
Lo lachte met hem mee. "Ik vond het leuk om je te zien zoeken," zei ze glimlachend. En om hem te zien lachen, besefte ze zich. Hij zag er zoveel beter uit als hij lachte en er ontspannen uit zag. Net in het kamertje waar ze had gezeten had hij enkel serieus gekeken met een grijns op zijn smoel die ze niet uit had kunnen staan. Alleen nu was hij bij haar als een ontspannen man, met lichtjes in zijn ogen als hij lachte.
Zodra ze zichzelf erop betrapte dat ze zulke gedachtes had, keek ze resoluut van hem weg. Nee, het was niet de bedoeling dat ze zo over hem ging denken. Ze wilde geen man en al helemaal niet eentje leuk vinden. Straks werd ze net zo hopeloos verliefd als haar zus en dat wilde ze koste wat het koste vermijden. Toch vond ze het lastig om het te negeren. Zeker toen hij eens redelijk leek te doen en met haar mee kon leven. Misschien was dat ook de reden waarom ze haar vraag had durven te stellen.
Zijn grijns gaf haar een grijns. "Ik ben beter in vechten of klimmen." De zeilen zouden ideaal voor haar zijn, maar zelfs met schrobben zou ze genoegen nemen. Zolang ze maar aan boord kon blijven. Wat verrast keek ze hem aan. "Wat? Nu?" vroeg ze toch een beetje geschrokken. Ze had zich nog helemaal niet voorbereid op het stellen van de vraag en ze had haar zus ook nog niet gesproken. Chris leek echter niet te willen wachten en daarom klom ze alsnog soepel achter hem aan, zodat ze mee kon naar de kajuit van de kapitein. Veel tijd om de vraag te herhalen in haar hoofd had ze niet want Chris stapte meteen naar binnen en duwde daarna haar zacht in de rug, waardoor ze een extra stap moest nemen. "Ik... Eh...," stamelde ze toch een beetje.
Ja, ze was een pittige tante, maar zodra iets voor haar belangrijk werd dan kon ze toch een beetje onzeker worden. Juist omdat ze het zo graag wilde. Daarnaast hielp het ook niet dat haar zus haar vragend aan keek. Daarom liep ze ook naar haar toe en pakte ze haar hand vast. "Ik vroeg mij af of het mogelijk was om als vrouw bij je te komen werken. In plaats van dat je ons afzet," zei ze uiteindelijk duidelijk. Ze keek even om naar Ceanna. Haar blik in haar ogen zou Ceanna genoeg moeten zeggen. Als ze hier aan boord bleven dan konden ze blijven varen en alsnog naar Daniel zoeken. De mannen hier waren zo slecht nog niet. Het was een leven wat haar leuk leek en wat ze wel zou willen. In elk geval tot ze haar wilde haren kwijt zou raken. Als ze die ooit zou kwijt raken tenminste. Hoopvol keek ze de kapitein aan.
Daniel
Daniel trommelde weer licht met zijn vingers op het bureau toen de vrouw leek te stamelen. Volgens Chris was ze een pittige tante, maar van wat hij nu zag leek het er niet erg op. Hij volgde met zijn ogen hoe ze naar Ceanna liep. Haar vraag overviel hem. Voornamelijk omdat hij het niet had verwacht en omdat hij er eerlijk gezegd geen antwoord op had. Als ze bleef dan wilde Ceanna waarschijnlijk ook blijven. Kon hij dat wel maken? Nee, hij wilde juist dat ze gelukkig werd waar ze veilig was. Hoezeer hij ja wilde zeggen voor Lo, kon hij dat gewoon niet. Ceanna moest het land op daar waar ze veilig was. Hij haalde even diep adem. "Nee, het spijt me."
Haar hoopvolle gezicht brak direct. Dat kon hij wel zien en de vraag waarom het niet kon volgde dan ook snel. "We hebben niet genoeg plek," zei hij daarom ook. Het was geen leugen. Hij had geen enkele plek waar de vrouwen rustig konden slapen. Tussen de mannen vond hij geen fijn idee. Hoewel ze allemaal eerbiedig waren, waren er wel een paar met losse handjes. Hij kon moeilijk aan Ceanna en Lo eisen om bij hem of bij Chris te slapen. Hij kon dat ook moeilijk van Chris eisen om zijn bed te delen met een vrouw. Daniel wist immers wel dat Chris niet geïnteresseerd was in vrouwen. Verder was het niet oké als een vrouw bij een man sliep als ze niet samen waren. "Ik kan jullie wel afzetten in Portugal, als jullie dat liever hebben."
Het was het minste wat hij voor ze kon doen. Lo was duidelijk teleurgesteld en boos want ze zei dat Singepore prima was en daarna was ze de kajuit uitgebeend. Zuchtend keek hij naar Chris op.
"Vraag aan Jack voor extra kussens en dekens, zodat ze bij jou kan slapen. Er is een zacht dierenvel neergelegd op de grond voor haar." Het werd immers al wel laat. Hij keek weer naar Ceanna. "Ik zal wat eten voor ons halen."
Hij stond op en liep samen met Chris zijn kajuit uit. Stil deed hij de deur achter zich dicht. "Hoe graag ik ja wilde zeggen kan ik dat niet, Chris," zei hij zacht tegen zijn beste vriend. "Ik ken ze en ik heb ze liever veilig op het land dan op de gevaarlijke wateren. Hopelijk zal ze niet te vervelend zijn voor je vanavond."
Hij kneep even in de schouder van zijn vriend en liep daarna naar de keuken om wat eten te verzamelen op een blad, zodat hij het mee kon nemen naar zijn kajuit. Na een tijdje liep hij terug en opende hij zijn kajuit deur. "Ik heb eten," kondigde hij aan. "Je kan zoveel eten als je wil."
Lo
Lo perste haar lippen op elkaar door zijn antwoord. Er was zoveel hoop geweest om op een schip te blijven en dat brak gewoon in duigen. Er was geen plek voor ze... Het zou haar niet eens uitmaken of ze op het dek had moeten slapen, maar ze betwijfelde het of hij daarmee eens was. Een nee was een nee, immers.
Bij zijn voorstel hoefde ze niet eens lang na te denken. Nu ze wist dat ze niet konden blijven, wilde ze niet langer blijven dan wat nodig was. "Singapore is prima," zei ze dan ook, voordat ze de kajuit uit beende. Ze liep het dek over tot aan het punt van het schip en staarde daar over de rand naar het water. Geen enkel ander schip zou hen vast aannemen. Haar avontuur was nu gewoon klaar. Ze legde haar armen over de balustrade en legde haar hoofd op haar armen, terwijl ze naar het donkere water bleef kijken.
KurtCobain
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from KurtCobain on 05/19/2018 10:02 PMCeanna
Ze knikte bij zijn woorden. Een kleine glimlach vormde er op haar gezicht. 'Fijn om te weten.' zei ze. Ze was blij dat ze bij hem op het schip was en niet bij iemand anders. Iemand anders had haar allang kwaad gedaan. Hij deed dat niet. Dat gaf hij zojuist zelf toch. Het stelde haar al wat gerust. Nu wist ze zeker dat er niks met haar en haar zus ging gebeuren. Haar zusje vond ze zelfs nog belangrijker. Ze wilde niet dat haar wat overkwam. Ze was dus wel blij om hier aan boord te zijn. Dat gaf haar wat rust.
Een klopje op de deur zorgde ervoor dat haar aandacht werd getrokken. Haar blik was direct gericht op de deur. De deur ging open. De jongeman kwam binnen gelopen, gevolgd door haar zusje. Ze liep gewoon vrijwillig mee en ze zat niet eens vast gebonden. Een verbaasde blik ontstond er op haar gezicht. Zeker bij het horen van de jongeman zijn woorden. Ze had een vraag, maar waarover? Ze zou het niet weten. Ze wist niet wat het zou kunnen zijn. Lo kwam zelfs naar haar toe gelopen. Haar hand werd door die van haar vast gehouden. Dat zorgde voor wat spanning in haar lichaan. Ze kreeg het gevoel dat het ernstig werd. Dat het een vraag werd die ze niet leuk ging vinden. Pas toen ze de vraag stelde wist ze pas wat er was. Het bezorgde nog meer verbazing bij haar. Ze wist niet dat haar zusje dit wilde. Het kwam zo onverwachts aan. Ze vond het ook wel jammer dat ze het niet besproken had met haar, maar daar had ze ook niet de kans voor gekregen. Het liefst wilde ze haar bij zichzelf hebben of dat nu aan land was of aan boord, dat maakte niks uit. Ze wilde nu zelf het liefste weer aan land gaan. Haar zoektocht naar Daniel stop zette en weer opnieuw beginnen, maar het werd nu duidelijk dat Lo dat niet wilde. Zij wilde nog aan boord blijven van een schip. Het maakte haar zelfs niet uit bij welk schip. Ze wilde haar niet alleen laten, maar ze wilde niet verder op een schip. Dan zou ze nooit haar rust vinden. Ze moest haar misschien wel laten gaan. Ze moest haar eigen weg gaan en ze wilde haar niet in de weg staan.
Voorzichtig streelde ze met haar duim over haar hand heen. Zeker toen haar gezicht brak bij zijn antwoord wilde ze haar nog meer troosten. Ze had met haar hand even door haar haren heen gestreeld, maar dat duurde niet lang meer. Ze gaf antwoord op zijn vraag en stormde daarna de kajuit alweer uit. Ze voelde zich slecht. Het was lastig voor haar om haar zo gebroken te zien. Toch bleef ze in de kajuit staan. Ze kwam er wel overheen.
Ze knikte even bij de woorden van Daniel. Daarna verdwenen ook de mannen samen de kamer uit. De enigste die overbleef in de kamer was zijzelf. Dat gaf haar de kans om achter zijn bureau te gaan zitten. De lades van zijn bureau trok ze voorzichtig open. Ze keek wat door zijn spullen heen. Wat kaarten en andere spullen. Er zat niet echt iets tussen wat haar interessant leek. Er zat niets tussen dat ook maar enkele duidelijkheid gaf wie hij was. Ze sloot de lades dus weer snel toen ze iets hoorde bij de deur. De jongeman kwam namelijk weer binnen gelopen met wat eten. Ze glimlachte naar hem. Ze had een bord van het blad af gepakt met een mes en vork. Daarmee begon ze het eten op te eten. Ondertussen keek ze af en toe naar Daniel toe.
Toen ze haar bord leeg had, legde ze het bestek bovenop het bord. 'Bedankt.' had ze gemompeld. Een bedankje voor alles wat hij tot nu toe deed voor haar. Ze had het niet slecht hier. Juist erg goed en daarvoor was ze hem wel dankbaar.
'Ik ga wat frissen lucht halen, als dat oke is?' zei ze. Ze wachtte op een antwoord en daarna liep ze pas de kajuit uit. Ze liep naar het dek toe. Het was erg rustig daar. Ze besloot de touwen in te klimmen, het kraaiennest in. Ze keek naar de lucht. De zon ging langzaam onder. Dat bezorgde wat mooie kleuren in de lucht. Ze bleef daar zitten, starend naar de lucht toe.
Pas toen de zon weg was, kwam ze naar beneden. Ze merkte toen dat haar ketting niet meer om haar nek zat. De ketting die ze van haar vriend had gekregen. Ze ging terug naar de kajuit toe, terwijl ze ondertussen het dek doorzocht. Helemaal niks. Ze zuchtte diep en liep toen maar de kajuit weer in. Ze was inmiddels zo moe, dat ze geen zin meer had om te zoeken. Het liefst wilde ze haar ogen sluiten en gaan slapen. Daar had ze echt behoeften aan.
Chris
Wat er nu gebeurde wist hij ook niet. De pittige tante die hij kende was opeens verdwenen. De jongedame was ineens verlegen. De pittige tante was helemaal verdwenen. Hij wist haast niet wat hem overkwam. Een enkele seconden geleden was ze erg open, maar nu klapte ze in een keer dicht. Dat was niet de persoon die hij kende. Hij vond het wel grappig om te zien hoe ze in een keer veranderde. Zeker van iemand waar hij het niet bij verwachtte. Er kwam wel iets uit haar mond, maar het waren een paar woordjes. Ze was naar haar zus toe gestapt en had haar hand beet genomen. Toen kwamen de woorden wel uit haar mond. De vraag die ze ook aan hem had gesteld, maar hij wist daar helaas geen antwoord op. Ook Daniel leek er nu stil van te zijn, net als haar zus naast haar. Het was niet eens zeker of zij het wel wilde. Iets in hem zei dat het haar waarschijnlijk niets uitmaakte, maar dat wist hij ook niet.
Na de korte stilte kwam er toch een antwoord. Een antwoord dat Lo en hij beiden niet aan zagen komen. Hij had namelijk gedacht dat hij ja zou zeggen. Hij had hem dus met een verbaasde blik aan gekeken. Normaal had hij ja gezegd. Elke man die hier kwam bood hij een plek aan. Als ze aardig waren konden ze gelijk aan de slag. Hij snapte dus niet wat er nu gebeurde. Dit was niks voor hem, maar goed hij kon er niks aan doen. Daniel bepaalde dat, niet hij. Hij was ook niet de enigste die een ja had verwacht. De jongedame verwachtte het ook. Toen ze de nee hoorde, was ze kapot. Het was aan haar gezicht te zien dat ze teleurgesteld was. Ze had dan ook een kort antwoord gegeven, waarna ze de kajuit uit was gestormd. Zijn blik volgde haar, tot ze niet meer te zien was. Hij richtte daarna zijn blik weer op Daniel die wat zei. 'Dan hoop ik dat Jack weer wakker is.' grijnsde hij. De man had namelijk een harde klap gekregen. Zo hard dat hij er bewusteloos van was geraakt, maar die zou inmiddels wel weer wakker moeten zijn. Anders ging hij de spullen zelf wel halen, dat vond hij ook geen probleem.
Samen met Daniel liep hij zijn kajuit uit. Hij wilde weg lopen om Jack te zoeken, maar toen begon zijn vriend nog tegen hem te praten. Hij vroeg zich daarna zoveel dingen af. Waar kende hij ze van en wie wat waren ze dan van hem? Alleen die vragen besloot hij niet te stellen. 'Komt goed.' zei hij en gaf hem nog een schouder klopje. Vervolgens liepen ze beiden een andere richting op. Zijn woorden bleven wel hangen in zijn hoofd. Er was dus wel plek, maar hij wilde ze niet aan boord. Hij wilde ze liever aan land hebben, waar ze veilig waren. Hij snapte het niet. Ze zaten al jaren op zee en ze waren enorm sterk. Die konden zichzelf makkelijk verdedigen. Naja, hij ging niet over die keuze. Als Daniel dat wilde, moest hij zich daar bij neer leggen.
Bij de kajuit aan gekomen, waar Lo straks zat, maakte hij de deur open. Jack was wakker, maar zat nog steeds op de stoel vast gebonden. Met zijn mes had hij het touw door gesneden. 'Jij hebt je lesje wel geleerd.' mompelde hij. Zijn mes stopte hij weer terug in zijn zak. 'Kun je extra kussens en dekens halen en in mijn kajuit neer leggen?' zei hij, 'Ojaa, het is geen vraag, maar een bevel.' De man vloog gelijk overeind en verdween de kajuit uit. Hijzelf besloot ook de kajuit uit te gaan. Hij ging op zoek naar Lo. Hij besloot dus gelijk te gaan kijken in het kraaiennest, maar toen hij op het dek kwam zag hij haar al in de verte staan. Hij wist nu inmiddels wel dat ze graag buiten was, dus het was niet meer moeilijk zoeken.
Hij ging naast haar staan. 'Kom dan gaan we wat eten.' zei hij terwijl hij naar haar keek. Ze was boos en teleurgesteld. Dat was te zien. Helaas wist hij niet wat hij moest doen om haar beter te laten voelen. Daar was hij nooit goed in geweest. Zonder op een reactie te wachten, had hij haar over zijn schouder heen getild. Vervolgens liep hij zo naar de keuken toe. Pas daar had hij haar weer op de grond neer gezet. Hij pakte een dienblad en legde er twee borden met bestek op. Die borden schepte hij vol met wat eten. Met het dienblad in zijn handen, liep hij naar zijn kajuit toe. Hij keek achter zich of de jongedame hem volgde. Daarna liep hij verder. In zijn kajuit had hij het eten op de grond neer gezet. Zijn kajuit was niet erg bijzonder. Hij had wel een normaal bed en een kastje, maar daar hield het bij op. De dekens, kussens en het berenvel lag al klaar op zijn bed. Dat had Jack snel gedaan.
Hij nam plaats op de grond. Hij nam een bord op zijn schoot en begon daar van te eten. 'Als je dadelijk nog meer eten wilt, ga ik nog meer voor je halen.' knikte hij. Haar gezicht zag er nog niet bepaald blij uit. Daardoor zuchtte hij kort. Hij kon haar ook niet zo verdrietig laten zijn. 'Daniel wilt jullie ook alleen maar beschermen.' zei hij, 'Hij bedoeld het goed en misschien vinden jullie nog wel een nieuw schip.' Hij klopte naast hem op de grond neer, als teken dat ze naast hem mocht zitten. Het was namelijk zijn bedoeling dat ze ook wat zou eten. Het begon ook al laat te worden. Daarna konden ze gaan slapen, als ze dat tenminste wilde. 
Ravn
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from Ravn on 05/20/2018 11:31 AMDaniel
Daniel had het lastig gevonden om het zusje van Ceanna zo af te wijzen, maar hij kon ze niet aan boord houden. Ceanna had erg vriendelijk op zijn verhaal gereageerd. De vrouw van wie hij hield kon hem wel vergeven als hij haar zou opzoeken. Enkel besefte ze zich niet dat zij die vrouw was. Wie weet zat Ceanna zo niet in elkaar? Misschien zei ze wel dat de vrouw hem zou vergeven, maar deed ze dit zelf niet? Nee, hij had ze liever aan land waar ze als vrouwen verder konden leven. Al moest hij toegeven niet blij te zijn met Lo's antwoord. Hij had ze veel liever in Portugal afgezet. Daar waren ze dichterbij huis en kon hij ze beschermen tot in Europa. Echter lag dat nu niet meer in zijn handen. Het was fijn dat Chris verder geen vragen stelde al kon Daniel heel goed zien dat ze wel in zijn hoofd waren. Misschien dat hij ze zou beantwoorden, zodra de meiden van boord waren. Hij haalde zelf wat eten op en daarna was hij terug gekeerd. Het deed hem in elk geval goed om te zien dat Ceanna wel honger had en van het eten at. Zelf kauwde hij er langzaam op en zette hij uiteindelijk het dienblad met lege borden en bestek buiten zijn kajuit neer. Dat werd opgehaald door iemand van de bemanning en opgeruimd. Zijn kajuit was best groot want het besloeg zijn bed, kledingkast, bureau en andere zaken. Daniel trok zijn laarzen uit. Het bed was vrij groot dus ze pasten er beide makkelijk in. Daarnaast sliep hij vaak op het randje dus ze zou geen last van hem hebben. "Je kan naast mij in bed slapen als je dat wil," zei hij. "Ik neem niet zoveel plek in en daarnaast zal het comfortabeler liggen dan op de grond."
Daniel deed al zijn riemen af en hing zijn jas op. Daarna ging hij in enkel zijn broek en hemd op bed liggen. De hemd knoopte hij iets verder open, zodat hij niet zou stikken 's nachts. Normaal gesproken sliep hij alleen in een broek, maar nu er een vrouw naast hem zou slapen wilde hij wel iets aan hebben. Enkel voor fatsoen. Ze zag er moe uit. Het fijne aan een schip was dat het hem zo in slaap wiegde en hij betwijfelde het dan ook niet dat Ceanna zo in slaap gewiegd zou worden. Daniel vertrouwde Ceanna nu wel en als ze per se stiekem tijdens zijn slaap wilde rondsnuffelen vond hij dat niet eens erg. Er waren niet echt dingen in zijn kajuit wat van belang was. Enkel kaarten en papieren. Gapend ging hij neerliggen en trok hij de dekens een beetje over zich heen. Hij rolde zich op zijn zij en sloot zijn ogen. Het was een lange intensieve dag geweest. Misschien nog wel geestelijk intensiever dan lichamelijk. Zeker met het nieuws dat de vrouw zijn Ceanna was. Lang erover tobben deed hij in elk geval niet want door het gewieg van het schip viel hij al snel in slaap. Doordat zijn hemd een beetje open was, werd het zichtbaar dat hij een ketting rond zijn nek droeg en net in de opening van de hemd glinsterde een klein deel van het amulet.
Lo
Lo had eigenlijk helemaal geen in om te eten. Haar maag was in een knoop gedraaid van de teleurstelling. Ze vocht hem niet eens tegen toen hij haar plots optilde. Het enige wat er uit haar ontsnapte was een zuchtje. Lo wachtte tot hij haar neerzette en volgde hem daarna weer toen hij een dienblad met eten had. Door het klopje op de grond nam ze naast hem plaats. "Waarom?" vroeg ze. "We kunnen ons prima beschermen."
Ze nam het bord op schoot en roerde wat door haar eten met haar lepel. "Ik denk het eerlijk gezegd niet. Mijn zus haar gezicht sprak boekdelen. Die wil weer aan land en ik weet niet of ik alleen aan boord durf met mannen die ik niet ken. Ik kan mezelf prima verdedigen, maar als het er tien zijn dan wordt het voor mij ook te veel."
Ze kon haar mannetje redelijk staan tegen drie man, maar als het er meer werd dan dat dan redde ze het niet. Met tegenzin nam ze toch een aantal happen. Het was wel erg lekker en daarom at ze toch iets meer. "Complimenten aan de kok," zei ze en ze legde haar halflege bord terug op het dienblad. Ze stond op om het vel te pakken en spreidde deze op de grond. Daarna legde ze een kussen neer en de dekens. Lo ging heel even op Chris' bed zitten om haar laarzen uit te doen en legde deze naast haar slaapplekje. Ze haalde het lintje uit haar haar en bevrijdde haar haar uit de vlecht waar het in had gezeten. Haar lange donkere haren vielen als een waterval rond haar gezicht. "Dank je wel, in elk geval," mompelde ze zacht. Voor dat hij eten had gebracht, ervoor zorgde dat ze ergens kon slapen en dat hij haar had meegenomen naar de kapitein voor haar vraag. Hoewel ze nog altijd niet blij was dat ze hun schip naar de gort hadden gebracht. Als dat niet was gebeurd dan kon ze nog altijd op zee blijven. Lo ging liggen en trok de dekens over haar heen. Het lag niet verkeerd, maar het was toch nog een beetje hard op de grond. Maar ze sliep wel vaker op de grond dus het was niets wat ze niet gewend was. In het begin had ze er moeite mee gehad. Ze had in een hemelzacht bed geslapen als een prinses van adel en opeens sliep ze op de grond zodra ze een schip had betreed.
Lo rolde op haar rug en ze keek naar het plafond. Er was nog één brandende vraag die ze wilde stellen en Chris zou die zeker kunnen beantwoorden. "Als we morgen van boord gaan, zou ik dan mijn wapens terug mogen krijgen?" vroeg ze. Het waren haar favoriete wapens die ze had gestolen van een Chinees schip. Ze waren vlijmscherp met prachtige graveringen van Chinese draken en tekens. Het was een schat in Lo's ogen. Vooral haar messen waarmee ze tegen Chris had gevochten. Natuurlijk hoefde ze haar wapens nu nog niet terug te hebben. Zeker niet als Chris haar nog altijd niet vertrouwde. Niet dat ze van plan was iets met haar wapens te doen. De mannen hier waren vriendelijk en daarom zou ze ook niemand verwonden of neersteken. Ze wilde zich enkel kunnen beschermen als ze in een stad als Singapore aankwamen. Het was een drukke stad waar niet al te zuivere dingen gebeurden. Zeker als vrouw kon het gevaarlijk zijn 's nachts.
KurtCobain
Deleted user
Re: ORPG| Why is the rum always gone?
from KurtCobain on 05/20/2018 12:53 PMCeanna
Waar haar ketting nu was, wist ze niet. Tijdens het eten had ze hem nog om. Dat wist ze wel zeker. Ze moest het verloren zijn onderweg naar buiten, maar daar lag hij niet. Ze had twee keer heel haar weg gelopen, maar hij lag nergens. Hoe goed ze ook keek. De ketting was nergens meer te vinden. Alsof hij ineens verdwenen was. Misschien had iemand hem wel gevonden, maar dan zou ze hem niet meer terug krijgen. Ze had overal gekeken, maar de ketting lag nergens. Een diepe zucht rolde er over haar lippen heen. Ze gaf de zoektocht op. De ketting was nergens meer te vinden. Het deed pijn. Het bezorgde een steek in haar hart. Ze was er kapot van. Het voelde alsof ze een deel van haarzelf was verloren. De ketting was zo speciaal voor haar. Het was een van de belangrijkste spullen die ze had. Het kwam van haar vriend af. Dat maakte het zo speciaal. De ketting was altijd al speciaal geweest, maar nu zeker. Nu Daniel vertrokken was, betekende het nog meer voor haar. Het boek, de brief en de ketting waren nog de enigste dingen die ze had van hem. Ze hield nog enorm veel van hem. Die spullen betekende daarom veel voor haar. Nu was ze een ding verloren. Dat brak haar hart. Zeker omdat ze Daniel na die jaren nog steeds niet had gevonden. Het deed haar enorm veel pijn. Er rolde al wat tranen over haar wangen heen terwijl ze terug naar de kajuit liep van de jongeman. Met haar handen veegde ze de tranen weg, maar ze bleven komen. Bij de deur van de kajuit bleef ze staan. Ze moest nu echt stoppen met huilen. De laatste tranen veegde ze weg, voordat ze naar binnen liep. Binnen viel haar blik gelijk op de jongeman die al in bed lag te slapen. Het bezorgde een zwakke glimlach op haar gezicht. Ze vond het namelijk schattig om te zien. Hij was moe, anders sliep hij niet zo snel. Ze gaf hem ook groot gelijk. Het was ook een drukke dag geweest. Zowel geestelijk als lichamelijk. Ze was er zelf ook kapot van. Eerst werd haar schip overvallen en verloor ze ook nog eens en vervolgens lijkt Daniel zijn verhaal zoveel op dat van haar, maar toch niet goed genoeg. Ze hoofd maakte dus over uren. Haar hoofd had het misschien nog zwaarder gehad, dan haar lichaam. Ze was nu ook echt kapot. Ze was zeker toe aan wat slaap. Tijdens haar slaap kon ze zichzelf alvast voor bereiden op morgen. Ze kwamen dan aan in Singapore. Daar wilde ze op voor bereid zijn. Ze wilde zich voorbereiden op hun terug keer naar huis. Waar ze weer opnieuw zouden moeten beginnen. Ze moest het accepteren dat ze haar Daniel niet had gevonden. Helemaal opnieuw beginnen. Het ging morgen dus ook een lange dag worden. Waarschijnlijk kwamen er een hoop lange dagen hun tegemoet. Ze kon dus wel een hoop rust gebruiken.
Voordat ze ging slapen, had ze eerst nog haar lievelingsboek erbij gepakt. Daar wilde ze nog een stukje uit lezen. Het boek pakte ze dus van het bureau af en ging naar het bed toe. Ze ging op bed liggen, naast de jongeman. Het boek klapte ze open in haar handen. Even lezen, daar had ze zin in. Ze ging verder bij de bladzijde waar ze was gebleven. Ze had het boek al vaak gelezen, maar ze las hem steeds weer opnieuw. Het bleef een leuk boek, hoe vaak ze hem ook las. Het ging over verschillende sprookjes. Dat vond ze geweldig. Ze had zelf eerst ook een sprookje. Samen met haar Daniel had ze een sprookje. Ze waren het perfecte stel. Iedereen vond dat. Helaas verliep hun sprookje niet goed. Hun sprookje eindigde niet met een bruiloft en ze leefde nog lang en gelukkig. Hun sprookje eindigde met haar vriend die haar had verlaten. Ze waren dus misschien niet het perfecte sprookje zoals iedereen had gedacht.
Een paar bladzijdes van het boek had ze gelezen. Een heel hoofdstuk om precies te zijn. Toen vond ze het ook genoeg. Ze werd enorm moe. Ze wilde nu echt gaan slapen. Ze ging rechtop op het bed zitten. Het boek klapte ze dicht. Ze zag opeens wat in haar ooghoek glimmen. Ze keek naar zijn nek, waar de glinstering vandaan kwam. Het was afkomstig van een ketting. De ketting om de nek van de jongeman. Met een verbaasde blik keek ze er naar. Het leek op haar ketting. De ketting die ze zojuist had verloren. Had hij haar ketting gevonden en om gedaan? Daar leek het namelijk wel op. Ze kwam dichter met haar hoofd naar de ketting toe. Ze kon het maar op een manier weten. De achterkant bekijken. Haar naam stond namelijk op de ketting. Met haar hand was ze dus dichterbij gekomen. Voorzichtig draaide ze de ketting om. Ze hoopte dat hij niets zou merken en gewoon verder sliep. Toen ze de ketting omdraaide zag ze alleen niet haar naam erop staan. Het was juist de naam van Daniel. Het bezorgde een hoop vragen in haar hoofd. Het was het amulet dat haar Daniel van haar had gekregen. Hoe kwam dat hier? Had hij het gestolen? Het drong na een tijdje pas door. Zijn naam was Daniel. Hij hield van een vrouw. Die vrouw had hij achter gelaten, waarna hij op een schip was gegaan. Hij had de ketting om die hij van haar had gekregen. Het drong nu pas door haar door. Ze had er niet eens eerder over na gedacht. Dit was haar Daniel. Dit was haar vriend. Dit was haar vriend waar ze zolang na op zoek was geweest. Het verklaarde ook gelijk waarom hij zo aardig was. Alleen snapte ze niet waarom hij hun ging afzetten in Singapore. Wist hij het soms nog niet of wilde hij echt van haar af? Haar hoofd sloeg op hol. Nu ze recht voor zijn neus stond, wist ze niet wat ze moest doen. Ze wilde hem in haar armen slaan en niet meer los laten. Maar ze twijfelde. Ze wist niet of ze het wel moest doen. Waarschijnlijk wist hij al dat zij het was. Dat wist ze niet zeker, maar ze dacht van wel. Hij hield het overduidelijk voor hemzelf. Hij wilde haar waarschijnlijk niet eens terug. Hij ging haar namelijk alweer laten gaan, maar hij had wel nog steeds de ketting om. Ze snapte het niet. Ze besloot het gewoon voor zich te houden. Ze besloot om niks te zeggen of te doen, hoe lastig dat ook was.
De ketting liet ze weer los. Vervolgens stond ze weer op. Het boek legde ze terug op het bureau. Ze trekte haar schoenen uit, gevolgd door haar broek. Ze was namelijk niet bang om haar broek uit te doen, nu ze wist dat het Daniel was. Het lag voor haar ook een stuk beter. Zo kroop ze weer op het bed. De deken sloeg ze over haarzelf heen. Ze was zo gaan liggen, terwijl ze naar de jongeman keek. Omdat ze zo moe was, had het niet lang geduurd voor haar ogen dicht vielen. Ze viel in een diepe slaap. Zo diep dat zijzelf niet merkte dat ze tijdens haar slaap tegen hem aan kroop.
Chris
'Ja klopt, daar geef ik je gelijk in, maar hij heeft echt zijn redenen ervoor.' zei hij knikkend. Hij was allang blij om te zien dat ze een bord had gepakt met eten. Eerst zat ze er doorheen te roeren en kreeg hij nog het gevoel dat ze niks ging eten, maar dat veranderde gelukkig. Gelukkig pakte ze daarna een hap. Die hap vond ze toch lekkerder dan ze had gedacht. Er volgde wat meer happen bij haar. Daar was hij wel blij om. Ze had tenslotte net slecht nieuws gekregen. Daar was ze erg teleurgesteld van geraakt. Hij had eigenlijk verwacht dat ze daardoor helemaal niks ging eten. Hij had het gevoel dat ze geen hap door haar keel heen kreeg. Dat was gelukkig niet het geval. Eerst roerde ze alleen door het bord heen, maar uiteindelijk nam ze ook echt happen. Daardoor kon hij ook tevreden verder eten. Hap voor hap verdween het eten zijn maag in. Toen zijn bord leeg was, legde hij het weer neer op het dienblad met het bestek erop. Hij keek haar aan terwijl ze haar woorden uit bracht. 'Je moet natuurlijk zelf weten wat je doet. Je zus zal daar vast wel vreden mee hebben.' zei hij, ook al snapte hij haar zorgen. Ze wilde vast haar zus ook niet achter laten. Ze leken namelijk erg hecht met elkaar. Dat kon ze waarschijnlijk niet zomaar laten gaan. Waarschijnlijk wilde ze haar ook niet alleen achter laten. Zeker na wat hij gehoord was van haar. Dat ze haar vriend probeerde te vinden, nadat hij haar verlaten had. Ze wilde haar vast niet alleen laten. Dat kon hij begrijpen, maar ze moest ook doen wat ze zelf wilde. Als ze verder wilde gaan op zee, moest ze dat niet. Ze moest niet de rest van haar leven ongelukkig zijn, omdat ze haar zus een plezier wilde doen. Dit was haar leven. Ze moest zelf keuzes gaan maken.
Uiteindelijk zette ook zij haar bord weer terug op het dienblad. Wel nog half vol. Dat maakte hem weinig uit. Het dienblad nam hij weer in zijn handen vast en stond op. Hij wilde net de kamer uit lopen, toen hij haar nog hoorde praten. 'Geen probleem.' zei hij toen hij naar haar keek. Vervolgens draaide hij zichzelf om. De deur deed hij open, liep naar buiten toe en deed de deur achter hem weer dicht. Met het dienblad liep hij weer terug naar de keuken toe. Hij had het ook op de gang kunnen zette, maar daar had hij geen zin in. Er was namelijk iemand van de bemanning die alle vieze borden zou verzamelen, om deze af te wassen. Hij bezorgde hem wat werk minder, door het zelf naar de keuken te brengen. In de keuken zette hij het neer op het aanrecht. Allemaal bij de rest van de vieze afwas. Daarna draaide hij zich weer om, om de keuken te verlaten. In de hal zag hij nog hoe de jongedame voorbij kwam gelopen. Ze leek naar wat te zoeken. Al had hij geen idee waar ze nu werkelijk naar op zoek was. Ze leek het ook op te geven. Ze liep weer weg, richting de kajuit van Daniel. Hij kon nog net zien hoe er wat tranen over haar wangen heen rolde. Hij vroeg zich af wat er was, maar hij ging er niet achteraan. Hij besloot het te laten gaan. Als er echt wat was, zou Daniel het wel vragen. Tenminste, als hij nog wakker was. Hij wist namelijk niet of hij nog wakker was. Het was zijn taak ook niet. Zijn taak zat te wachten in zijn kamer. Daarom liep hij ook weer terug naar zijn kamer toe.
Bij zijn kamer duwde hij de deur open en achter zich weer dicht. Lo lag al in haar bed. Naja, het was niet een bed te noemen. Het was alleen een berenvel, wat kussens en wat dekens. Haar haren vielen mooi naast haar gezicht. Hijzelf besloot zich toen ook klaar te maken. Zijn schoenen gingen als eerste uit. Zijn hemd was het gene wat volgde. Zo kroop hij in zijn bed, onder de dekens. Hij keek nog naar Lo die hem nog wat vroeg. 'Waarschijnlijk wel.' knikte hij, 'Maar ga nu maar slapen.' Hij ging zelf op zijn rug liggen en keek naar het plafond. 'Slaap lekker.' zei hij nog en sloot daarna zijn ogen. Het duurde niet lang voordat ook hij in slaap viel. De golven kalmeerde hem. 
Reply