Search for posts by Woonique
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 ... 7 | » | Last
Search found 63 matches:
Re: [O] You are my only escape in this court full of hate and lies
from Woonique on 06/29/2018 07:52 PMTerwijl ze wachtte tot de man de deuren opende, bestudeerde ze de massief houten deuren nogmaals. Ze bekeek de motieven die erin waren gegraven door de handen van waarschijnlijk zeer bekwaamde mannen, stiekem vroeg ze zich af hoe oud deze deuren waren. Bijna had ze haar hand uitgestoken om het snijwerk in de deuren aan te raken, maar ze trok de neiging terug toen de man de deuren opende. Achter de deuren bevond zich geen kamer, zoals ze verwacht had, maar een trap die roterend naar boven liep. Kort keek ze naar de man, die haar gebaarde dat ze mocht lopen. Met schuifelende voetjes deed de jongedame een paar passen naar voren, waarna ze haar hoofd draaide zodat ze omhoog kon kijken. Ze wilde zien tot hoe hoog de trap liep. Haar mond viel lichtelijk open van verbazing. ''Woah..'' Kwam er zachtjes uit haar mond terwijl ze bleef kijken. Ze had thuis nog nooit zo iets gezien. Hoe hadden ze de trap rond gekregen, als een spiraal die omhoog ging. Achter haar sloot Lucas de deuren, kort bekeek ze ook die kant van de deuren. Ook deze kant had van dezelfde soort graveringen. Het was haar duidelijk dat ze de trap op moest, aangezien er nergens in de muren een deur of ander soort doorgang was. Tree voor tree liep ze omhoog, zichzelf steunend met haar hand tegen de stenen muur. Het steen schuurde zachtjes haar met eelt bedekte vingers, waardoor het bijna aanvoelde als kietelen. Toen ze bijna boven aan de trap waren, keek Yiseul kort naar beneden. De hoogte van de trap bezorgde haar kippenvel, samen met het feit dat er geen trapleuning was. Als je viel, was je mors- en morsdood. Snel wendde ze haar blik af maar ving nog wel een glimp op van Lucas, die achter haar liep. Boven aan de trap was geen deur, maar een open ruimte en zodra ze voet in de ruimte zette viel haar mond open. Er waren zoveel spullen in de kamer, zo veel dingen die ze nog nooit had gezien. Ze had geen ogen genoeg om alles te kunnen bekijken. Voor haar was deze kamer een schatkamer en ze had de neiging om alles te bekijken, om over van alles dingen te vragen. Als ze daar tot toe in staat was dan wel te verstaan. Lucas was achter haar vandaan gelopen en had haar even rond laten kijken voordat hij begon te praten. Ze wist niet precies wat hij bedoelde maar er waren een paar worden die ze er wel uit kon pikken. Bedoelde hij dat zij in deze kamer moest werken, of dat hij in deze kamer werkte? Ze keek hem aan, terwijl ze er kort over nadacht. Hij keek terug naar haar, alsof hij wilde weten of ze hem begrepen had. De stroom aan woorden die hij vervolgens uitsprak verwarde haar lichtelijk, ondanks dat hij rustig praatte voor haar.. Maar één woord kwam vaker terug. Werk. Hij wees door de kamer, en ze volgde zijn hand. Nogmaals bekeek ze alles wat ze zo snel kon zien. Kort beet de jongedame op haar wang, ze wilde weten wie er in deze kamer zou werken. Dus zette ze een stap naar de man toe en legde haar hand op haar borst.
''Here.. Lucas work?'' Sprak ze uit, wetende dat het geen perfecte zin was, niet perfect uitgesproken maar hopelijk wel goed genoeg zodat de man wist wat ze vroeg. Nog steeds keek hij haar aan, bedenkelijk, en ze vroeg zich af waar hij over aan het nadenken was. Vast over hoe hij haar dingen moest uitleggen. Een lichte irritatie kwam opnieuw bij haar opzetten. Niet jegens Lucas, maar jegens haarzelf. Dat ze de taal niet onder de knie had ergerde haar. Ze zette andere mensen in een moeilijke positie, omdat zij de taal niet machtig was. Haar handen pakten de rokken van haar uniform vast, en ze kneep erin. Toen de man zijn hoofd schudde, zonk haar het moed toch in de schoenen. Zou hij het nu al opgeven? Ze kon hem nergens de schuld van geven, al zou ze dat zo graag willen. De man had haar niet uit haar thuis gehaald, haar niet gekocht. Hij had haar willen helpen, al zou de hulp misschien helemaal niet komen. Van de zin die Lucas sprak, verstond ze weliswaar één woord. Zit. Kort keek ze eerst om zich heen, waar moest ze dan zitten? Maar zodra ze zag dat Lucas naar een stoel wees, liep ze er naar toe. De stoel was een kunstwerk, in haar optiek en ze durfde er bijna niet op de zitten, bang dat ze het prachtige kussen dat erin leek te zitten kapot zou maken. Ze had de neiging om op de grond te gaan zitten, zoals ze gewend was. Maar aangezien Lucas op een nog mooiere stoel ging zitten, achter een prachtig versierde houten tafel, besloot ze toch plaats te nemen op de stoel. Heel voorzichtig ging ze zitten, en verbaasde zich erover hoe comfortabel de stoel was. Ze schoof iets verder naar achteren, waardoor ze met haar rug tegen ze zachte rugleuning van de stoel kwam. Terwijl zij zich het wat gemakkelijker maakte in de stoel, was Lucas alweer opgestaan en naar een kast gelopen. Uit die kast had hij grote rollen perkament gepakt. Nieuwsgierig naar wat de rollen perkament zouden bevatten keek Yiseul naar Lucas. Hij ging weer in de stoel zitten en rolde de vellen perkament over de tafel uit. Verwonderd keek Yiseul ernaar. Het leek veel op de landkaarten van thuis, maar het waren niet dezelfde tekeningen die erop stonden. Dit waren andere vormen, meerdere vormen met allerlei krabbels erbij. Misschien wel namen van de vormen, de plekken. Met haar hand streelde ze een van de landkaarten. Haar vingers volgde de lijnen die erop getekend waren en ze vroeg zich af hoe die gebieden eruit zagen. Toen hij haar wat vroeg, keek ze naar hem op. Het was haar niet duidelijk wat hij van haar vroeg, maar ze wilde hem wél duidelijk maken dat ze dit soort landkaarten ook thuis had. Snel dacht ze na, welke worden konden het goed genoeg overbrengen. Terwijl ze nadacht bekeek ze een andere kaart, deze had een heel groot stuk land erop getekend, met verschillende lijnen die kronkelend door het land liepen. Ze volgde met haar vinger opnieuw elke lijn, die de omtrek van het grote stuk land. Vaag kwam het haar bekend voor, had ze zo'n zelfde landkaart gezien op de boot? Ze fronste haar wenkbrauwen, terwijl ze er hard over nadacht. Ja, ze wist bijna zeker dat ze precies zo'n landkaart op de boot had gezien. In de handen van de stuurman of op de tafel die midden op het schip stond. Ze had zo af en toe een blik op die tafel durven wagen. Ook herinnerde ze zich de stippellijn die op de kaart van het schip stond. Die had een begin en een eind. Telkens werd er op die stippellijn een kruisje gezet, naarmate de dagen en weken voorbij gingen. Telkens weer een kruisje links van de lijn. In haar hoofd volgde ze de lijn de andere kant op, naar het begin. Met haar vinger gleed ze over de kaart van Lucas, alsof ze de stippellijn volgde. Tot ze op het beginpunt kwam. Een klein uitgestoken stukje land helemaal rechts van de kaart. Ze kneep haar ogen wat fijn en bracht haar gezicht dichter naar de kaart. Ze bekeek de vorm, en zodra ze deze herkende vlogen haar ogen weer open.
''Here!'' Sprak ze enthousiast, zo enthousiast dat ze het per ongeluk in haar eigen taal sprak terwijl ze met haar vinger op het stukje land wees. ''Ah.. Here!'' Verbeterde ze zich, terwijl ze met een glimlach naar Lucas keek. ''Yiseul here.'' Dat stukje land was haar thuis, daar woonde haar familie en vrienden en ze hoopte dat de man het stukje land kende.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 06/15/2018 12:12 AMDe minuten kropen weer voorbij terwijl hij geduldig wachtte tot hij de vissen aan zijn speer kon rijgen. Het was verbazingwekkend rustig in het deel van de zee waarin hij stond. Gisteren ving hij de een na de andere vis, maar het leek wel of ze allemaal ergens anders naartoe waren gegaan. Dieper de zee in of naar een ander deel van het eiland. Misschien zou het een bessenontbijt worden als hij over een tijdje nog geen vis had gevangen. Een deel van hem baalde dat hij zijn mand niet mee had genomen om daar de vis in te doen, want zonder die mand kon hij veel minder vis meenemen als hij die uiteindelijk zou vangen. Zachtjes mopperde hij erover, voordat hij een middelgrote vis vlak bij hem zwom, klaar om aan zijn speer geregen te worden. Kort grinnikte hij voordat hij de speer in het water liet zakken. Echter op het moment dat hij met zijn speer de vis wou spietsen, voelde hij iets tegen zijn achterhoofd aan vliegen. Door de impact van het voorwerp, dat hem verbazingwekkend genoeg een nat achterhoofd gaf, nam hij een stap en door die stap schoot de vis weg en miste zijn speer het doelwit. Met dichtgeknepen ogen en een aanval aan scheldwoorden die op zijn tong brandde draaide hij zich om, klaar om degene die hem ''aan viel'' terug te pakken. Hij zag het al helemaal voor zich, maar zodra hij zag wie het was verloor hij elk woord dat op zijn tong brandde, verloor hij elk verlangen om die persoon terug te pakken. Hij voelde zijn mond lichtelijk open vallen terwijl hij naar haar keek. Het leek alsof er een godin voor hem stond. Het meisje dat bijna in zijn armen gestorven was, was verdwenen en schitterend terug gekomen. Ze leek wel te stralen, alle kleur was terug op haar gezicht. Haar sproeten die als een schatkaart op haar gezicht waren, haar haar waarmee de wind speelde en het voor haar gezicht waaide. Zijn vingers jeukte om het haar uit haar gezicht te vegen, net zoals hij dat de vorige avond gedaan had bij de lagune. Misschien was het wel beter dat hij geen woord uit kon brengen, want hij wist bijna zeker dat geen één woord normaal uit zijn mond was gekomen. Hij had staan stamelen als hij had geprobeerd te praten. Zijn oog viel op het jurkje dat ze droeg, en hoe het haar lichaam omarmde als een tweede huid. Elke centimeter van de stof bekeek hij, hij keek hoe de stof van de rok met haar mee zwierde toen ze een rondje om haar as draaide. Haar vraag drong wel bij hem door, maar hij was nog niet in staat om behoorlijk antwoord te geven. In plaats daarvan knipperde hij met zijn ogen en sloot hij zijn mond. Zijn speer trok hij uit de zeebodem voor hij zich helemaal naar haar toe draaide en naar de kust begon te lopen. Ontbijt kon wel even wachten, aangezien alle vis geschrokken weg was gezwommen. Een paar passen van haar af stond hij stil, nog steeds naar haar kijkend en nog steeds niet in staat om een behoorlijk woord uit te spreken. Echter was het staren misschien niet het beste om te doen. Tatsuo schraapte zijn keel en wendde zijn blik af, bestudeerde het natte zand kort voordat hij toch maar naar wat anders keek. Haar benen kwamen in zijn blikveld en het deed hem denken aan zijn droom. Eentje die hij eigenlijk niet had mogen hebben want als ze er ooit achter zou komen... Het idee gaf hem kippenvel. Op dat moment herinnerde hij zich dat ze wat tegen hem gezegd had, en dat het misschien wel gepast was om daar uiteindelijk antwoord op te geven.
''You look good.. I mean fine.. Ah no, I meant well. You look well.. Better than yesterday.'' Hij krabde zich op zijn achterhoofd nadat hij de reeks woorden had gesproken en hij vermeed haar blik. Wat moest hij tegen haar gaan zeggen? Ze had hem gevraagd of ze kon helpen, maar waarmee? Tuurlijk zou ze de vis uit de zee kunnen watersturen maar.. zou ze dat alweer aankunnen? Hij dacht er nog kort over na, en staarde wat voor zich uit. Haar blik vermeed hij, want hij wilde niet nog eens naar haar staren.
''Ehm, if you feel good enough.. You could help me fish? Or you want berries for breakfast?'' Hij krabde wat aan zijn speer, plotseling wist hij niet meer wat hij met dat ding aan moest. Moest hij het de speer in de bodem steken of over zijn schouder leggen? Tatsuo beet aan de binnenkant van zijn wang en wachtte haar antwoord af, terwijl hij zichzelf afvroeg of ze zichzelf niet te veel op haar bord zou halen.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 06/07/2018 11:57 PMHij voelde haar warmte voordat hij de warmte van de zon voelde tegen zijn huid. Haar ademhaling kriebelde tegen zijn hals en haar haar kietelde zijn gezicht. Een glimlach kroop op zijn gezicht terwijl hij zijn armen strakker om haar heen sloeg. De manier waarop haar hoofd op het plekje tussen zijn hals en schouder paste was gewoon perfect, alsof zijn lichaam ervoor gebouwd was. Met zijn neus drukte hij tegen haar voorhoofd aan, zijn handen streelde haar lichaam terwijl hij haar wat meer op zich trok. Het gewicht van haar lichaam merkte hij amper op en terwijl hij een oog opende om naar haar te kijken voelde hij haar spinnen onder zijn aanraking. Hij grijnsde terwijl hij haar aankeek en zijn vingers over haar ruggengraat liet gaan, over het te grote shirt dat ze als haar slaapgerij droeg. Zijn shirt. Haar ademhaling tegen zijn nek aan gaf hem kippenvel, en zachtjes beet de jongeman op zijn lip. Nadat hij beide ogen geopend had en naar haar nog half slapende gezicht keek kon hij de sprongen die zijn hart maakte niet ontkennen. Welk geluk had op zijn schouder gezeten dat dit gebeurde? Hij dacht erover na, maar er kwam geen gedachte omhoog. Alleen het gevoel van geluk dat hem overspoelde bij het zicht van haar, het eerste wat hij zag zodra hij wakker werd. Met een hand streelde hij haar gezicht, en veegde een plukje haar achter haar oor om vervolgens met zijn duim heen en weer over haar wang te strelen. Zijn andere hand verplaatste hij naar haar onderrug, en hij hield daar even stil. Ondanks dat hij het een heerlijk aanzicht vond dat ze zijn shirts droeg, was het ook een belemmering. Zijn shirts verhulde zoveel van haar huid dat het hem gek kon maken. Hij besloot de stoute schoenen aan te trekken en liet zijn hand nog lager zakken. De ronding van haar billen, die hij onder zijn hand voelde, ontlokte hem een glimlach en hij kneep zachtjes in het zachte vlees waar hij zo dol op was. Zodra hij de hem van het shirt bereikte liet hij zijn vingers er kort over heen gaan, maar liet zijn hand onder het shirt glijden. Langzaam liet hij zijn hand over haar huid glijden, genoot van elk contact en liet zijn hand rusten toen hij de welving van haar onderrug weer bereikte. Met zijn vingers kriebelde hij haar huid, wat een geluidje aan haar ontlokte. Een geluidje dat zijn hart sneller deed slaan en hem nogmaals liet glimlachen. Loom liet hij zijn vingers figuren op haar huid maken, terwijl hij kort zijn ogen sloot om het moment vast te kunnen leggen in zijn geheugen. Haar warmte in zich opnam en haar geur voor de zoveelste keer in zijn geheugen prentte. De geur was er één waarvan hij nooit genoeg van zou krijgen. Haar gespin als reactie op het gekriebel van zijn vingers vibreerde tegen zijn borstkas. Hij draaide zijn hoofd wat naar haar toe en streelde het topje van haar neus met zijn lippen. Met zijn hand, die hij nog tegen haar wang lag, tilde hij haar gezicht wat omhoog. Zijn duim liet hij over haar onderlip glijden voordat hij zijn lippen tegen de hare duwde. Een luie, slome kus drukte hij tegen haar lippen aan, en het ontlokte een lage kreun van hem. Voorzichtig duwde hij haar van hem af, zonder dat hij hun kus brak. De hand die hij op haar onderrug had geplaats verplaatste hij onder het shirt naar haar heup, en hij duwde haar op haar rug. Nadat hij hun kus brak positioneerde Tatsuo zich boven haar. Zijn vrije hand plaatste hij naast haar hoofd, waardoor hij zichzelf ondersteunde voordat hij zijn gezicht weer naar de hare bracht. Dit keer kuste hij haar intiemer, wilder en gehaaster. Alsof iets of iemand haar elk moment van hem af kon pakken. Met zijn vingers drukte hij in haar heup terwijl hij zachtjes zijn tong tegen haar onderlip aandrukte. Haar reactie daarop wond hem op, zorgde ervoor dat hij zich wat liet zakken en zijn lichaam lag bijna bovenop het hare. De hand op haar heup liet hij traag omhoog glijden, de kippenvel die daardoor over haar huid gierde was voelbaar onder zijn hand. Het liet hem tegen haar lippen aan grijnzen voordat hij voor een tweede keer zijn tong tegen haar lippen aandrukte.
Een plotseling vel licht verblindde hem, het leek wel alsof ze of weer zo gloeide net zoals toen ze zichzelf heelde in de lagune. Hoe lang was dat geleden? Een mekkerend geluidje verliet zijn mond en hij hield een hand voor zijn ogen, om het felle licht af te schermen. Een onbekend voorwerp drukte hem op zijn rug, en toen de jongeman zijn ogen open deed om te zien wat op hem lag staarde hij tot zijn grote verbazing en misschien ook wel ongenoegen naar het plafond van zijn hutje. De warmte die hij zojuist had gevoeld was compleet verdwenen. Ondanks dat hij wist dat ze niet naast hem zou liggen, keek hij toch opzij om te kijken of ze wél naast hem zou liggen. Maar zijn bed was leeg, en onbeslapen door een ander persoon. Een diepe zucht ontsnapte hem terwijl hij zijn ogen sloot. Het was een droom geweest. Een verdomd fijne droom, een droom die haar zou afschrikken als ze wist dat hij die gehad had.
Een paar minuten lang bleef hij nog met gesloten ogen liggen, zijn hand over zijn ogen zodat de zonlicht hem niet lastig zou vallen. Al zuchtend stond hij op, en keek door het raam naar buiten. De zon stond al hoog aan de hemel, wat betekende dat hij langer geslapen had dan dat hij van plan was geweest. Zou zij al wakker zijn? De vraag echode door zijn hoofd terwijl hij zich afvroeg of hij naar haar toe moest gaan, of bij haar weg moest blijven. Ondanks dat er barrières tussen hen gebroken waren, konden die ook weer terug zijn. Alles wat gebeurd was kon een vaag iets voor haar zijn, aangezien ze de helft van de tijd niet bij was geweest. Maar daarnaast, gisteravond leek ze zich zeer bewust van alles.. Hij herinnerde haar warmte, hoe ze door haar vermoeidheid haar hoofd tegen hem aan had gelegd. Het beeld daaraan, het gevoel van het contact van hun huid liet zijn hart een slag over slaan. Opnieuw zuchtte hij diep en draaide zich weg van het raam. Het was al laat, te laat om nog te ontbijten maar een middagmaal kon nog prima. Al moest hij dat nog wel eerst vangen. Hij pakte zijn speer en liep naar buiten. De deur van zijn hutje maakte hij los van de deurpost en plaatste deze tegen de muur. Later zou hij de deuren wel omwisselen, nadat hij gegeten had. Met zijn speer in de hand liep hij het trappetje af, en stopte voor het zand. Dat verdomde zand zou weer verschrikkelijk heet zijn.. Hij haalde diep adem en nam een sprong, waarna hij een sprint inzette en naar het natte zand rende. Voordat hij het water bereikte stopte hij met rennen en ging hij over in een rustig loop tempo. Toen het water op heuphoogte kwam stopte hij met lopen en wachtte hij geduldig af tot zijn lunch in bereik was om aan zijn speer geregen te worden.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 06/02/2018 02:40 PMHij dacht nog kort na, over van alles. Ondanks dat hij haar nog langer vast wilde houden, was het misschien wel beter om haar los te laten, en zelf te laten lopen. Hij zou haar altijd nog kunnen opvangen als hij achter haar bleef lopen. Echter toen hij de kleinste beweging in zijn armen voelde, had hij de neiging om zijn ogen weer te openen maar in plaats daarvan hield hij ze nog even dicht. Haar blik voelde hij wel op zich rusten terwijl hij bedacht dat het misschien wel makkelijker voor haar zou zijn als hij niet naar haar keek. Toen ze begon te praten, opende hij zijn ogen pas maar hij keek nog steeds niet naar haar. Elk woord dat ze uitbracht sloeg hij op in zijn geheugen. Herhaalde het in zijn hoofd voordat hij haar uiteindelijk toch maar aankeek en wat hij zag smolt zijn hart een beetje meer. Ze moest uitgeput zijn en hij voelde zich blij. Blij omdat hij haar langer vast kon houden, blij omdat ze niet terug naar de hutjes zou lopen. De tranen die ze weg knipperde na haar gaap ontsnapte niet naar buiten, anders had hij wel geprobeerd om die weg te vegen. Hij gaf echter geen antwoord op haar stuntelige excuses, of dank. Wat het ook mocht zijn.
Terwijl hij uit het water liep, het ondiepe deel nogmaals vermeed, en zijn weg terug maakte naar het strand was het een korte tijd stil tussen hen, maar toen ze hem die vraag stelde keek hij haar verbaasd aan. Ze keek hem niet aan, alsof ze zich schaamde of omdat ze bang was dat hij boos op haar zou worden. In plaats daarvan blies hij alle adem uit zijn longen, haalde vervolgens weer diep adem en dacht na, zonder te stoppen met lopen.
''I guess I always knew I couldn't bend. Where my brothers got their waterbending training, I got other stuff to do. I was allowed to watch but it never really occurred to me to join them. Neither did I find it strange that I was the only one in my family without the ability.'' Hij dacht nog kort na voordat hij verder ging, hij had een best normale jeugd gehad ondanks dat hij de enige was die geen aanleg had, toentertijd.
''As I grew older I got into more physical training. I trained my body in another way and got stronger. I went out for hunting with other non benders who I knew. I learned skills my brothers and father don't have. I can read the stars to pinpoint my location, I can make maps and I can navigate myself in the snow landscape at home with ease. I can beat both of them with one arm behind my back when it comes to a man to man fight. They might be powerful with their bending, but without they're nothing more than an average man. My parents, my grandmother or anyone else, mocked me for being the royal non bender because I made sure that I was respected for what I can do. I gained respect from benders for not mocking them, treating them the same as me. They're not more of a human just because the can manipulate water. I always thought I had a pretty good life, no need for training with water or meditating like my brothers. And then that night came and my life was pretty much turned upside down. Suddenly I was being kept inside, not allowed to leave the castle and being talked about by everyone who had heard something about that night. Some people even looked at me with fear and that stung. I was judged by people for one little thing.. Well maybe not little but you know what I mean, all of a sudden they acted like I was a monster. Even my friends, whom I knew since I was a little boy, changed towards me. They told me I was just like any other bender, an asshole. You know the rest of the story, my parents searched all over the world to find me a teacher and there you came. The meetings started and before I knew it I was put on a boat to this hell hole island. I can pretty much blame my parents for this. Instead of training me they saw me as a potential danger I guess and they locked the powers away, I was only a baby back then. I wonder if they ever thought about telling me I do have the ability, and if they would ever break that seal if I didn't do it myself.'' Hij haalde zijn schouders op nadat hij klaar was met praten. Het was oneerlijk om zijn ouders hiervan de schuld te geven. Als hij in hun situatie was geweest had hij waarschijnlijk hetzelfde gedaan, maar uiteindelijk toch anders. Als zijn zoon zulke krachten had, zou hij die in kleine hoeveelheden laten komen en niet alles in één keer of helemaal niet. Het leven dat hij voor ogen had gehad was totaal verpest. Hij hoefde zich niet druk te maken over de troon. Hij had twee broers die daarvoor gemaakt waren. Hijzelf kon het leger in gaan als hij wilde, en dat sprak hem wel aan. Generaal van zijn eigen manschap. Zodra hij thuis zou komen zou hij waarschijnlijk een soort circus act worden, of nog dieper weg gestopt in het paleis van zijn ouders. In het ergste geval brachten ze hem naar een afgezonderde plek waar hij 'niemand kwaad zou kunnen doen'. De geur van de zee kwam steeds dichterbij, en hij wist dat ze bijna terug bij het strand waren. Bijna terug naar hun 'thuis' hier. De laatste minuten tot dat hij het strand bereikte bracht hij door in stilte. Hij had geen zin meer om over zijn verleden te praten, aangezien er niets meer te vertellen was. Ze wist waarschijnlijk al genoeg om het hele plaatje te kunnen zien.
Hij liep regelrecht naar haar hut toe, zag voor de derde keer die dag de kapotte deur en onderdrukte een zucht, hij zou morgen de deuren wel omruilen. De kapotte deur zou hij wel bij zichzelf plaatsen, of anders omtoveren tot brandhout. Tatsuo liep naar haar bed, en legde haar voorzichtig op het matras. Kort bleef hij naast haar bed staan, onderdrukte het vurige verlangen om haar nog langer vast te houden toen de warmte tegen zijn huid verdwenen was. Haar laken drapeerde hij over haar heen en voor een kort moment was hij weer dichter bij haar. Zijn handen jeukte, bewogen zich al in de richting van haar gezicht maar de jongeman trok ze bij haar weg voordat ze de kans hadden om haar aan te raken.
''Good night.'' Zei hij zacht tegen haar, voordat hij zich omdraaide en haar hut uit liep. De deur sloot hij zo goed als het ging achter zich en vervolgde toen zijn weg naar zijn eigen hut. Toen hij zich op zijn eigen bed liet vallen zuchtte de jongeman diep. Hij sloot zijn ogen en haalde een paar keer diep adem. Het geluid van de golven die over het wateroppervlak rolde vulde zijn hut, te samen met het snelle kloppen van zijn hart. Vaag kon hij haar lichaam nog tegen ze zijne aanvoelen, de warmte die ze tegen hem af had gegeven. Kort mompelde hij iets, waarvan zelfs hij niet uit kon maken wat het moest betekenen en draaide zich op zijn zij. Niet lang daarna viel de slaap over hem heen als een warme deken.
Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.
from Woonique on 06/01/2018 11:01 PMHij snelde door de gangen van het paleis, maar wel rustig genoeg om niet het schijn te wekken dat hij haast had. De muren in het paleis hadden ogen en oren die nog wel eens voor een goed bedrag aan zilver of goudstukken een roddel wilde verkopen. Hij wist waar hij zijn vader kon vinden op dat deel van de dag. Meestal was hij rond de middag in de grote vergaderzaal te vinden samen met de ministers en ander belangrijk gepeupel. Gepeupel dat hij over heel wat jaren ook moest aansturen met vergaderingen. Zo af en toe woonde hij een vergadering bij, als het om onderwerpen ging waar hij belang in had maar veelal sloeg hij vergaderingen over. Niet al te slim, vertelde zijn vader hem keer op keer. Op een dag zou hij dit land regeren, dan was het van belang dat hij alles wist wat er te weten valt. Hij had ook met zijn vader de afspraak gemaakt dat hij na zijn volgende verjaardag alle vergaderingen bij zou gaan wonen voor een aantal maanden. Zijn verjaardag was op de Winterzonnewende, de kortste dag van het jaar en gelukkig was die dag nog maanden ver weg. Hij schudde licht zijn hoofd, en schudde alle gedachten van de vergaderingen van zich af. Zijn nieuws was belangrijker dan een vergadering, al zou er wel een vergadering zijn nadat hij het nieuws vertelt had, al niet meerdere. Want het was best schokkend voor sommige die al eeuwen oud waren en de mensen hadden zien vertrekken.
Hij liep de ene na de andere gang in, steeds verder het paleis in naar de grote zaal toe. Het liefst had hij zijn vader in zijn vertrekken opgezocht, en het daar privé bespreken in plaats van in de vergaderzaal, maar hij wilde niet wachten en daarnaast kon hij zijn vader kort meenemen naar een lege ruimte en het hem daar vertellen. Toen hij bij de gigantische dubbele deuren aan kwam die naar de vergaderzaal leidde, hield hij kort stil. Was dit echt het beste? Misschien niet, maar wel het snelste en als er wel gaten waren zou dat een gevaar voor zijn wereld op kunnen leveren. De jongeman legde zijn handen plat tegen de deur aan en duwde de deuren open. Een tiental verbaasde hoofden draaide zijn kant op toen ze de deuren open hoorde gaan.
''Why are you interrupting this meeting?'' Een oude stem vulde de zaal, maar het was niet de stem van zijn vader. Zijn vader, wiens bruine baard lichtelijke sporen van ouderdom begon te tonen, keek met interesse naar zijn zoon. De kroon die op zijn hoofd zat, glansde in het zonlicht dat door de ramen naar binnen scheen. Degene die hem aan had gesproken was heer Dulvoc, een oudere man die ook in de raad van zijn grootvader had gezeten. Hij was bijna en fossiel en toe aan pensioen als het aan hem lag. De man was te ouderwets, te gehecht aan vergeten tradities. Één van die tradities, waar Dulvoc een voorstander van was, was dat de kroonprins pas koning kon worden als hij gehuwd was met een vrouw. Het liefst van hoog adel natuurlijk, een vrouw van lagere stand was niet wenselijk volgens de ouderen. Slecht voor de stamboom, of iets dergelijks. Maar hij wist, en zijn ouders wisten het ook, dat een gearrangeerd huwelijk voor hem niet zou werken. Hij was daarvoor te eigenwijs en zou alles doen om dat huwelijk om zeep te helpen. Als hij ging trouwen, trouwde hij met wie hij wilde trouwen ongeacht welke stand hij of zij had. Het schoot hem te binnen dat Dulvoc hem een vraag gesteld had, en dat er verwacht werd om antwoord te geven.
''Father, I request some of your time.'' Hij boog voor zijn vader nadat hij zijn woorden uitgesproken had, en het gesnuif dat hij hoorde was hoogstwaarschijnlijk van Dulvoc.
''Whatever business you have with the king, state it here or leave.'' De scherpe tong van de oude man liet hem met zijn ogen rollen. Een lichte sliert van zijn kracht wervelde om hem heen, een teken van de lichte irritatie die bij hem kwam opzetten vanwege de oude man. Een opmerking lag hem op de tong, maar zijn vader sprak voordat de opmerking kans had om zijn mond te verlaten.
''Leave him Dulvoc,'' de koning stond op en liep naar de deur aan de linkerkant van de vergaderzaal, de deur die naar het kleine kantoor leidde, ''follow me my son.'' Vervolgde de koning terwijl hij naar het kantoortje liep. De jongeman snelde achter zijn vader aan, en toen ze eenmaal binnen waren draaide zijn vader naar hem toe. Hij kende zijn zoon goed genoeg om te weten dat hij niet een vergadering onderbrak zonder een goede reden. De blik in zijn ogen was al genoeg voor de jongeman om te beginnen met het vertellen van de situatie.
''There's a human in our kingdom. I have no idea how she got here but there is no mistaking it. There must be a hole in the barrier somewhere and it worries me.'' Nadat hij klaar was en zijn vader alles zo goed mogelijk uit had gelegd, zag hij de zorgen zichtbaar worden op zijn vaders gezicht. De rimpels op zijn gezicht namen toe en zijn ogen stonden bedachtzaam. Een enkele seconde was er stilte tussen hen, voordat zijn vader begon te praten.
''That is something to worry about indeed,'' begon hij voordat hij aan zijn baard begon te plukken, ''thank you for telling me my son. But where is this human now?'' Hij keek zijn zoon aan, en wist het antwoord eigenlijk al zonder dat hij het hoefde te vragen.
''I took her with me, and had a maid bring her to the eastern tower. I plan on keeping her there and find out how she got here. How much humans know about us and the barrier.'' Zijn vader knikte enkel naar hem en legde vervolgens zijn hand op de schouder van de jongeman.
''Well done prince.'' Zei zijn vader tegen hem voordat hij het kleine kantoortje verliet en de jongeman zelf kort daarna ook de ruimte verliet. In de vergaderzaal zat zijn vader alweer op zijn stoel aan het hoofd van de meterslange eiken tafel. Terwijl hij zelf de zaal uit liep, voelde hij de ogen branden van alle aanwezige. Ieder wilde weten wat zo belangrijk was dat de kroonprins een vergadering onderbrak en een privé gesprek aanvroeg met de koning, zijn eigen vader. Zodra hij de vergaderzaal uit was, liep hij rechtstreeks terug naar de stallen. Hij wist niet echt wat hij aan moest met het mensen meisje. Misschien dat hij later wel wat wist, maar op het moment had hij nog geen behoefte aan haar.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 05/07/2018 11:53 PMDe blik die ze hen gunde, vlak voordat ze haar armen van hem af haalde, zorgde ervoor dat hij kort glimlachte nadat ze haar ogen had gesloten. Als hij had geglimlacht terwijl ze haar ogen nog open had, zou dat waarschijnlijk ongemakkelijk zijn geweest maar hij vatte het glimlachje op als een soort van bedankje. Een andere betekenis kon hij er niet aan vast knopen.Terwijl hij naar haar gezicht keek, die verbazingwekkend sereen stond, begon ze langzaam op te lichten in het donkere water. Het zorgde ervoor dat hij kort ophield met ademhalen. Hij had vaak genoeg de gloed van heling gezien maar hij had nooit geweten dat het zo mooi kon zijn. Ze straalde als meest heldere ster, al niet helderder. Het was adembenemend om van zo dichtbij te zien, haar huid was net saffier en haar haar had niet langer de kleur van het natte zand, maar de kleur van de meest heldere zee. Hij kon zich bijna niet meer herinneren hoe hij moest ademhalen terwijl hij elk detail van haar gezicht opnieuw in zich opnam. Elk sproetje dat zich in de afgelopen tijd op haar gezicht had ontwikkeld prentte hij opnieuw in zijn geheugen. Elke wimper, die verbazingwekkend genoeg veel langer leken, die zachtjes op en neer bewogen als ze ademhaalde. Haar haar dreef op het wateroppervlak als een sluier om haar heen, en kietelde zo nu en dan zijn armen. Daarnaast voelde het water van de lagune niet langer meer koud tegen zijn huid, het voelde warm aan. Een warmte die je troostte, je gerust stelde. Een warmte die zij uitstraalde, zou ze zelf weten hoe veel warmte ze uitstraalde op dat moment? Of zou ze hem voor gek verklaren als hij het aan haar ging vertellen. Toen ze wat meer onderuit zakte in zijn armen, waardoor het water haar meer omringde, negeerde hij de neiging om haar weer dichter tegen zich aan te duwen. Ondanks dat oh zo lastig was om het gevoel te negeren, het zou haar misschien uit haar concentratie halen en de Avatar mocht weten of dat schade aan kon richten. Hij vroeg zich af wat er in haar om ging terwijl ze zichzelf genas, wat er überhaupt door een genezer heen ging als hij of zij iemand genas. Waar concentreerde ze zich op, waar dachten ze aan en hoe vonden ze wat geheeld moest worden als je het niet met het blote oog zien kon?
Minuten kropen in stilte voorbij, waarbij het pulserende licht dat van haar af kwam aanhield en zijn blik aan haar gekluisterd hield. Je kon bijna zeggen dat hij gewoon ongegeneerd naar haar stond te kijken en zodra zij haar ogen opende, voelde hij zich een beetje opgelaten. Hopend dat ze niet door had dat hij naar haar had staan staren. Het liefst had hij zijn ogen van haar afgewend, maar het leek alsof ze nog steeds aan haar gezicht vast gelijmd zaten. Hij zag hoe ze haar blik naar zijn gezicht verplaatste, hoe ze hem aankeek en hoe ze naar hem glimlachte. De kleine beweging in haar mondhoeken zorgde ervoor dat zijn hart een slag over sloeg, en dat hij geen woord uit wist te brengen. Ze had naar hem geglimlacht, naar hém! Hij had haar prachtig gevonden toen ze oplichtte, maar nu hij haar naar had zien glimlachen.. Hij wist niet hoe hij het moest omschrijven maar hij was er bijna zeker van dat hij nog nooit zo iets moois had gezien. De maan zou naast haar verbleken. Haar gemompel over de maan liet hem opkijken naar de grote witte lichtbron die prachtig afstak op de inktzwarte hemel, en opnieuw dacht hij dat zij mooier was dan de maan. Mooier dan de geest die de maan was.. Ze moest vast een zeer goed gehoor hebben, bedacht hij want hoorde zelf namelijk niets. Behalve al het nachtelijk leven dat zich achter hem bevond, tussen de bomen en in de lucht. Toen hij weer naar haar keek, merkte hij dat ze haar ogen weer gesloten had. Kort maakte hij zich zorgen, maar aangezien haar ademhaling niet haperde, er geen stuiptrekkingen waren en haar gezicht gerust stond besloot hij dat hij zich geen zorgen hoefde te maken.. Al dat hem te doen stond was wachten tot ze klaar was.
Een plukje van haar haar had zich aan haar gezicht vast geplakt, het liep over haar wang heen en had zich tegen haar kaak en wang aan genesteld. De drang om het plukje haar achter haar oor te vegen kwam opzetten, met genoeg hevigheid dat zijn lichaam erop reageerde voordat hij er daadwerkelijk goed over nagedacht had. Echter kon hij het plukje haar niet met zijn hand wegvegen.. Dat bekende namelijk dat hij haar ergens los moest laten, waardoor ze in het water zou vallen. In plaats van zijn handen te gebruiken, bracht hij haar dichter naar zich hoe. Haar gezicht op enkele centimeters afstand van de zijne. Heel voorzichtig, zodat hij haar niet uit haar concentratie zou halen, duwde hij met zijn neus tegen haar wang en bracht deze richting haar oor. Wie geen handen voor handen had moest creatief zijn. Terwijl hij het plukte haar voorzichtig wegduwde, schampte hij met zijn lippen haar wang, op de plek waar zojuist nog het plukje had gezeten. De tinteling van de aanraking liet zijn hartslag omhoogschieten en hij onderdrukte elke neiging om zijn lippen tegen haar wang aan te drukken. Met elke ademhaling vulde de geur van vers gevallen regen en zoete zomerse citrusvruchten zijn neus, en hij vroeg zich af waarom hij nooit had geweten hoe lekker het rook, hoe lekker zij rook. De geur hield hem kort in zijn greep, waardoor hij extra diep ademhaalde zodat hij de geur in zijn geheugen op kon slaan. Zodra het plukje haar bij haar oor was, haalde hij snel zijn gezicht hij de hare weg. Lichtelijk bang dat ze elk moment haar ogen weer kon openen. Als ze hem dan zo dicht bij haar gezicht had gezien, was er waarschijnlijk paniek te zien in haar gezicht. Hij mocht hun lichamelijk contact dan wel fijn vinden, wie zegt dat zij dat ook vond? Misschien was elke seconde wel een marteling voor haar. De gedachte liet hem zuchtten, het was goed mogelijk dat ze hierna uit zijn armen zou springen en zelf terug zou lopen naar hun hutten. Terwijl hij lichtelijk in gedachten verzonken was, nam het licht in zijn armen af tot het in zijn totaliteit verdwenen was. Om hen heen werden de vuurvliegjes weer een prachtige bron van licht die dansend over het water gingen. Hun gezichten waren nog relatief dichtbij, misschien een handbreedte afstand, maar hij wist niet hoe hij meer afstand tussen hun kon scheppen zonder haar los te laten. Kort sloot de jongeman zijn ogen, nadenkend over wat het beste was om te doen voordat hij zich omdraaide en het water uit liep.
Re: [O] You are my only escape in this court full of hate and lies
from Woonique on 05/07/2018 10:01 PMTussen hen in hing er enkele seconden stilte, terwijl ze nog steeds naar de man keek. Ze vroeg zich af wat er in zijn hoofd om ging. Het konden wel een miljoen dingen zijn, zowel goed als minder goed. Zijn glimlach bevestigde bij haar in ieder geval dat het iets goeds was. Opnieuw luisterde ze aandachtig naar hem, bekeek de bewegingen die hij met zijn handen maakte. Nadat hij de woorden had uitgesproken, herhaalde ze deze keer op keer in haar hoofd. Probeerde ze zo goed mogelijk te snappen. Het woord 'teach' kietelde haar geheugen en ze was er zo goed als zeker van dat het woord iets me leren had te maken. Dus knikte de jongedame enthousiast, waarna ze zijn vraag beantwoorde. ''Yes please.'' Het laatste woordje kwam bij de laatste klank wat gebrekkig uit haar mond, maar het was één van de weinig woorden die ze geleerd had op de boot. 'Yes' en 'no' waren ook woorden die ze kende, en door Charlotte had ze wat meer woorden geleerd. Veelal voorwerpen die ze schoonmaakte, of het Engelse woord voor de kledij die ze droeg. 'Uniform', ook met dit word was de uitspraak lastig. Het waren bepaalde klanken die ze erg lastig vond en ze hoopte die hindernis te kunnen overwinnen door met de man te gaan oefenen. Wie weet had ze binnen de een korte periode genoeg kennis over de taal dat ze een gewoon gesprek met iemand kon voeren. Dat ze kon laten zien dat ze wel degelijk hersens had en niet dom was omdat ze niet sprak. Ze keek hoe de man zich op zijn hoofd krabde, alsof hij over iets lastigs nadacht. Een raadsel waar hij niet uit kwam. Zelf hield ze haar hoofd scheef terwijl ze hem aankeek. Nog steeds nieuwsgierig naar al zijn gedachten. Het was nog even stil tussen hen voordat hij weer sprak. Al hoewel ze niet wist wat het tweede woord betekende, wist ze wel wat 'come' betekende. Charlotte gebruikte het woord vaak en met je juiste handgebaren was ze al na een dag of twee erachter wat het betekende. Ze wachtte even voordat ze achter hem aan begon te lopen, terwijl ze wachtte had hij zich alweer naar haar omgedraaid. De zin die de man sprak was verwarrend voor haar, net zoals de beweging die de man met zijn hoofd maakte. Betekende dat ze mee moest komen of wat anders? Als ze de beweging associeerde met zijn eerdere woorden, dan zou het wel zo zijn. Van de zin wist ze enkel 'come' en 'is', de rest was een brei van klanken voor haar. Toch liep ze achter de man aan, al had ze geen idee wáár hij haar naar toe zou kunnen brengen. Misschien bracht hij haar terug naar Charlotte, want waar die was wist ze niet. Ze had de andere vrouw niet de kamer met boeken horen verlaten, maar dat kon komen omdat ze zo in het boek was opgegaan. Ze besloot om Charlotte ook over te halen om haar beter Engels te leren, dat ze elke avond na hun werk samen wat gingen oefenen. Worden, zinnen, alles! Al had ze zelf geen idee hoe je iemand een taal moest leren. Zijzelf had dat nooit gedaan, aangezien ze de jongste was in haar familie. Ze gokte erop dat het veel met voorbeelden en herhalen te maken had. Het liefst zou ze aan haar moeder vragen hoe je iemand een taal leerde, of uberhaupt leerde praten. Zij had het drie keer gedaan, en misschien was Engels leren voor haar hetzelfde als opnieuw leren praten. Terwijl ze erover nadacht kwam Yiseul met steeds meer ideeën over hoe je iemand kon leren praten, en dan eventueel een andere taal kon leren. Ze zou bijvoorbeeld woorden kunnen leren door het met voorbeeld te zien. Als ze nou een bepaald iets in haar handen nam, of aanwees en het dan in haar eigen taal zou zeggen zodat je man het in zijn taal aan haar kon vertellen. Daarna zou het simpelweg herhalen en herhalen tot ze zonder nadenken het voorwerp kon benoemen. Met elke stap die ze nam, met elke gedachte dat ze de taal kon beheersen werd de jongedame steeds enthousiaster. Yiseul was altijd leergierig geweest, bereid om nieuwe dingen te leren die haar verder in het leven zouden kunnen brengen. Het maakte haar niet uit of het sociaal acceptabel was of niet. Hoe geweldig zou ze het hebben gevonden om een belangrijke rol te vergaren, die ervoor zorgde dat de mensen in haar dorp het beter zouden krijgen... Een zwakke golf van verdriet gleed over haar heen terwijl ze aan haar thuis dacht. De heimwee die ze voelde was minder dan in de eerste paar weken, maar nog steeds sterk genoeg om haar een verdrietig gevoel te geven. De kans dat ze ooit nog eens haar thuis terug zou zijn was nihil, bijna onmogelijk. Ze wist de naam van haar land in haar eigen taal, maar hoe moest ze ooit iemand duidelijk maken wáár het lag, als ze zelf niet eens wist waar haar land lag? Bijna onhoorbaar zuchtte de jongedame en verwijderde alle gedachten uit haar hoofd. Het had weinig zin om erover na te denken, maar ze wilde wel in de avond een kaarsje voor haar familie aansteken en vragen naar de goden om over hen te blijven waken zodat er geen kwaad haar familie wat aan zou doen. Niet zoals ze háár wat aan hadden gedaan, dat gunde ze geen levende ziel toe. Zo af en toe had ze er nog steeds nachtmerries over. Samen liepen ze de bibliotheek uit, en toen Yiseul door het raam naar buiten keek zag ze dat de zon al een stuk verder naar het westen stond. Ze had langer in de ruimte doorgebracht dan dat ze door had gehad. Ze voelde kort het schaam op haar wangen kruipen, omdat ze haar taken zolang verzuimd had. Toch duurde het niet lang voordat ze wat meer om zich heen ging kijken. Yiseul had nog niet alles van het gigantische huis gezien, en de gang waar ze samen in liepen was een van de vele die ze nog niet kende. Af en toe stond ze kort stil, om een bepaald iets beter te bekijken voordat ze weer op een drafje achter de man aan ging. Bijna alsof ze bang was om hem, en haar kans om Engels te leren, uit het zicht te verliezen. Ze gingen van de ene gang de andere in, door sommige gangen liepen bedienden die haar nieuwsgierig aankeken en sommige gangen waren compleet uitgestorven. Uiteindelijk stonden ze voor een dubbele deur op het einde van een gang stil. Vol bewondering keek Yiseul naar de deuren. Voor haar gevoel waren ze torenhoog en voelde nogal intimiderend aan. Ze kauwde kort op de binnenkant van haar wang terwijl ze afwachtte op wat de man zou doen. Was er iets in die kamer dat hij haar wilde laten zien?
Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.
from Woonique on 05/06/2018 06:06 PMNadat het meisje, Riley, in slaap was gevallen op Haïl's rug ging zijn rit naar huis in stilte verder. Niet dat er veel gepraat werd tussen hen. Voor hem leek het wel of het meisje onder invloed was van een drug, ze staarde enkel voor zich uit alsof ze alles meemaakte in een waas. Het enige geluid om hem heen was het geluid van al het leven in het bos. De wezens die er woonde, die stilletjes aan het fluisteren waren als hij langs ze reed. Soms kon hij een paar woorden van hen oppikken, maar vaak was het enkel zacht gefluister. De omgevallen boomstam waar hij langs reed was hol, zo wist hij, maar welk wezen de stam gebruikte als zijn of haar huis wist hij nog niet. Misschien was het wel een idee om daar eens achter te komen. Het kon waarschijnlijk niet iets gevaarlijks zijn, dan had hij het wel gevoeld. Toch? Nadat hij de boomstam al minuten geleden had gepasseerd stopte hij met erover na te denken. Hij wierp een zijdelingse blik op het meisje, dat er niet heel veel anders uit zag dan de laatste keer dat hij naar haar gekeken had. Het was ook bijna geen moeite om zijn magie continu op haar uit te oefenen. Ze had geen mentaal schild, geen verdediging. Er was niets makkelijk dan een magisch weerloos wezen betoveren. Stiekem vroeg hij zich af wat haar reactie zou zijn als ze erachter kwam dat hij haar in slaap had gesust met magie. Ze kon heel verbaasd gaan reageren, of helemaal niet zoals ze tot het moment dat ze in slaap viel had gedaan. Ze had niet opgekeken van alle wezens om haar heen, de omgeving die totaal anders was dan die in de mensenwereld. De vraag over hoe ze in zijn wereld gekomen was, kwam bij hem op. Er moest een portaal zijn geweest, want niemand in de wereld van de mensen bezat magie. Dat was er al lang geleden uitgestorven. Het feit dat er misschien wel een portaal was, baarde hem lichtelijk zorgen. Hij zou zijn vader erover inlichten zodra hij thuis was.. Zijn vader. De jongeman zuchtte kort terwijl hij aan zijn vader dacht. De man met het stenen gezicht, streng en meedogenloos voor ieder die hem zo zien moest, een echte koning van het rijk. Voor hem was het een liefdevolle man, een die veel van zijn moeder had gehouden in de tijd dat ze nog leefde. Het was voor hen beide een zwaar verlies geweest toen ze overleed. De geliefde koningin Wiona, een vrouw zo teder dat ze geen enkel levend wezen de rug toe keerde. Die tederheid was haar uiteindelijk fataal geworden toen ze een jonge fae probeerde te redden uit het Oremmeer. Nogmaals zuchtte hij, dit keer met een pijnlijk hart bij de herinneringen aan zijn moeder. Haar overlijden was al meer dan tweehonderd jaar geleden maar het was nog steeds niet gemakkelijk om over haar te praten of te denken. Hij kon zich niet voorstellen hoe het voor zijn vader moest zijn. Een hinde liep enkele meters voor hem het pad op, en staarde hem aan. Uit respect voor de hinde, en om het feit dat hij totaal geen haast had om thuis te komen, hield hij halt. Zodat het dier rustig kon over steken. Hij had durven zweren dat het dier naar hem geknikt had voordat het al stappend overstak. De kleine kroon van bloemen die de kop van de hinde sierde, zorgde ervoor dat hij moest glimlachen. Zowaar een dochter van Helia, heer der herten. Eens had hij Helia mogen aanschouwen toen hij nog jong was maar hij zou nooit vergeten hoe groot de impressie was die Helia op hem achter had gelaten.
De tijd vloog, terwijl hij over de paden reed die hem naar zijn huis zouden brengen. Ruim voordat hij op het einde van het pad kwam hield hij halt om zich om te kunnen kleden. De kleding die hij op de markt droeg was weliswaar niet ongebruikelijke kleding voor hem, maar toch ruilde hij zijn zwarte cape om azuurblauwe die hij meesterlijk had verstopt in Haïl zadeltas, met een beetje hulp van magie. Zijn zwarte cape drapeerde hij over de schouders van het mensenmeisje, om de aandacht iets minder op haar te focussen zodra hij binnen de muren zou rijden. Hij was al blij dat hij niet eerst de halve stad moest doorkruisen voordat hij bij het paleis aankwam. Nee, de ingang die hij gebruikte was aan de achterkant van het paleis. Zwaar bewaakt met sterke, oeroude spreuken en wachters. Het laatste deel ging sneller voorbij, waarschijnlijk omdat hij dichter bij zijn thuis kwam. Hij reed door de oude eik die als poort functioneerde op het einde van het pad, en vervolgde zijn weg naar huis over het pad dat naar het kasteel leidde. Terwijl hij dichter en dichterbij kwam, liet hij de betovering op het meisje langzaam varen. Het had geen nut om haar in slaap te houden tot hij haar in een kamer had laten brengen. Ze zou snel genoeg door de gangen van het kasteel gaan dwalen zonder hem en dat kon nog wel eens gevaarlijk zijn. Niet iedereen in zijn vaders raad was te vertrouwen, vond hij. Al waren ze dat wel, toch vond hij het niet veilig om een mensenmeisje rond te laten lopen. Ze was immers door hem gekocht, en daarom dus zijn bezit. Hij voelde de aanwezigheid van de bewakers al voordat hij ze zag. Hij voelde hoe ze hem in de gaten hielden, ondanks dat ze dondersgoed wisten wie hij was. Niet dat hij het de bewakers kwalijk nam, hij zou zichzelf ook extra in de gaten houden als hij met een extra paard én een bedekt persoon richting het kasteel reed. Echter deed of zei geen van de bewakers iets. Niet veel later kwam het kasteel in zicht, zijn thuis. Een gigantisch gebouw van wit kalksteen dat glom als een edelsteen in de late middagzon, Torens die met hun azuurblauwe daken boven de stad onder hen uitstaken. Het blauw dat de daken kleurde was dezelfde kleur als zijn cape. Het azuurblauw was de kleur van zijn familie, te samen met een Ealagar erop gedrukt. De Ealagar was zelfs in zijn land een mythisch wezen, omdat niet veel konden zeggen of bewijzen dat ze er één gezien hadden. Het verhaal was dat machtige en oeroude Ealagar zijn voorvaderen het koninkrijk had geschonken nadat hij onzelfzuchtig het dier had gered van een duistere macht. Hij vond de Ealagar nogal.. Hij had niet altijd het goede woord ervoor maar het dier leek niet intimiderend of dreigend. Een Wyvern, Chimaera of draak zou veel intimiderender zijn, maar dit koninkrijk werd niet geregeerd door intimidatie, maar door een man met een groot hart en goede visie. Hij hoopte dat hij ooit net zo'n goede koning werd als zijn vader. Dat was misschien wel een druk die op zijn schouders drukte, als de kroonprins. Schuin achter hem hoorde hij haar bewegen, de kettingen die om haar polsen heen zaten rinkelde terwijl ze zich bewoog. Hij deed geen moeite om naar haar te kijken, om te kijken wat ze aan het doen was. Het leek hem beter om de komende tijd zijn granieten masker voor haar te dragen. Ze zou misschien wel per ongeluk door een portaal zijn gekomen, maar wie weet wat het meisje voor een persoon was. Ze zou ook verkeerde bedoelingen kunnen hebben met zijn rijk. Mensen waren niets voor niets verbannen. Zonder een woord tegen haar te zeggen reed hij verder. Hij voelde hoe ze naar hem keek waarna ze wat mompelde, als ze dat zachtjes probeerde te doen dan mislukte dat. Hij fae-oren waren goed genoeg om het luid en duidelijk te horen. Stiekem wilde hij grinniken om haar, maar dat zou weggeven dat hij wel op haar lette. Zodra hij door de muur van betoveringen heen reed, betrad hij de gigantische paleistuinen die de zij- en achterkant van het kasteel omringde, met her en der een lagere fae of ander magisch wezen aan het werk. Ze onderhielden de tuinen, heelde zieke planten of gebruikte kruiden en bloemen met geneeskrachten. Veel van de medicijnen die door de helers in het kasteel werden gemaakt, hadden ingrediënten die uit de paleistuinen kwamen, tenzij het dingen waren die niet in hun koninkrijk voorkwamen. Hij reed naar de koninklijke stallen toe, waar stalhulpjes hen te hulp schoten. Normaal zou hij zelf Haïl afzadelen en nog kort borstelen, maar dat zat er op het moment niet in. Tavy, de slungelige maar betrouwbare stalhulp die hem altijd hielp met HaÏl snelde naar hem toe zodra hij zag dat de kroonprins niet op zijn eigen paard zat. Het vragende gezicht van de jongen sprak boekdelen, maar hij schudde zijn hoofd. Nee, er was geen ongeluk gebeurd en hij was niet gewond. Hij stapte af, met Haïl's teugels nog steeds in zijn handen, en overhandigde de merrie aan Tavy.
''Someone get a maid, and bring this creature to a room in the south wing. Do not let her out unless I give permission.'' Zijn stem klonk hard, harder dan de meeste stalhulpen gewend waren, waardoor er twee stalhulpen bij over elkaar struikelden terwijl ze een dienstmeisje wilden halen. Hij grinnikte er kort om, als een soort van leedvermaak maar liep vervolgens weg. Het meisje liet hij achter op Haïl, en dat zat hem niet bepaald lekker. Terwijl hij zich omdraaide vloeide zijn cape als water achter hem mee. ''Someone remove that creature from my horse.'' Het klonk bijna ongeïntresseerd omdat hij zich daarna nogmaals omdraaide en de stallen uit liep. Hij moest zijn vader vinden en deze vondst dringend met hem bespreken.
Re: ORPG| But I don't want comfort. I want poetry. I want danger. I want freedom. I want goodness. I want sin.
from Woonique on 04/27/2018 12:14 PMBij wijze van een victorie, stak Uisoo beide handen in de lucht en glimlachte. Ze had waarschijnlijk altijd nog meer eten dan hijzelf in de koelkast had. Er stond waarschijnlijk nog een bak met half opgegeten take-away in zijn koelkast, een pak met melk dat bijna over datum was en.. Ja wat nog meer? Uisoo was thuis nooit beroerd geweest om boodschappen te doen, maar dan was hij ook niet undercover. Hij kon het appartement waar hij voor de missie woonde ieder moment verlaten, dus waren er weinig persoonlijke bezittingen. Op die paar foto's van zijn 'ouders' en 'familie' na die een muur sierde om geen argwaan te wekken onder de paar mensen die zijn appartement in kwamen. Hij keek toe hoe ze opstond, zijn ogen nog steeds aan haar gelijmd terwijl hij nadacht over de opties die ze hem gaf. Toen ze de slaapkamer uit gelopen was stond hij ook op, om achter haar aan te lopen naar de keuken. Het verbaasde hem lichtelijk dat ze al theewater had kunnen zetten in de korte periode dat ze weg was, maar ze was ook eerder wakker geweest dan hem dus ze had het water van te voren al kunnen laten koken. Hij deed zijn best om geen wenkbrauw op te trekken terwijl hij eraan dacht.
''Yoghurt with fruits will do.'' Antwoordde hij terwijl hij een mok thee van haar afpakte en ging zitten aan het kookeiland waar hij stilletjes toekeek hoe ze zijn ontbijt klaarmaakte. Het was maanden geleden dat iemand ontbijt voor hem gemaakt had, al niet nog langer. Hij kon zich herinneren dat zijn moeder ontbijt voor hem maakte terwijl hij nog op de academie zat, maar in die tijd daarna deed hij dat meestal zelf. Een armoedig ontbijt was het dan, de restjes van de avond ervoor of een kom met melk en de meest slechte ontbijtgranen die er verkocht werden. Die dingen waren overigens wel verdomd lekker. Nadat ze de kom voor zijn neus had gezet bedankte hij haar en begon stilletjes aan het ontbijt. Na een paar happen keek hij naar haar op, en wees met zijn lepel naar de jongedame.
''Don't you gotta eat?'' Vroeg hij haar, met zijn mond halfvol vruchtjes en yoghurt. Hij besloot haar later te vragen welk merk yoghurt ze had, want deze smaakte beter dan de soorten yoghurt die hij voor zichzelf gehaald had. Hij keek nogmaals naar haar, vanuit zijn ooghoeken en merkte dat ze er een beetje afwezig uitzag, en de zucht die bij haar ontsnapte bevestigde dat ze ergens anders met haar gedachten was.
''What's bothering you?'' Vroeg hij haar, terwijl hij nog een lepel yoghurt naar binnen werkte. Hij luisterde aandachtig naar haar en knikte vervolgens. Het was logisch dat ze zich niet bepaald veilig voelde na de vorige nacht. Zeker niet met zo'n familie als die van Milan, die eigenlijk alleen maar uit maffialeden bestond en stuk voor stuk gewelddadig waren en niet ervan hielden om voor schut gezet te worden. Al was het niet Milan zelf die haar geslagen had, maar een van zijn uitschot neven. Zelf dacht hij ook na over wat hij kon zeggen, zonder eventueel door de mand te vallen. Na een paar seconden stilte, die hij had gebruikt om na te denken, opende hij zijn mond.
''You could go to the station and have him charged with assault. I mean he hit you quite hard,'' begon hij waarna hij zijn lepel op het aanrecht neerlegde, ''but that could also anger them. So it's probably not the best option. Going to that cabin of yours could be a good idea if he doesn't know where it is. But there's also the option that he might follow you to it.'' Uisoo rekte zich uit met zijn armen boven zijn hoofd terwijl verder nadacht over eventuele opties voor haar. Het was volkomen uitgesloten dat hij haar mee zou nemen naar zijn appartement. Er lag daar te veel dat zijn cover kapot kon maken en daarnaast kon hij niet meer zijn gang gaan als zij er was. Misschien kon hij wel een tijdelijk schuiladres voor haar regelen, met de smoes dat het een appartementje van iemand in de familie was. Het zou dan wel in een buurt moeten zijn waar Milan's familie geen invloed had. Heel even kwam hij op het idee om haar naar zijn eigen huis te sturen, maar een seconde later ontdeed hij zich van dat idee. Dat ging dus mooi niet gebeuren.
''However, I don't think they would go that far. You are not his girlfriend or wife, so they can't do anything to you. It's probably best to stay home and show them you won't back off because them even if you do feel uneasy.'' Hij schonk haar een waterige glimlach en ging weer verder met zijn ontbijt.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 04/18/2018 10:41 PMKort grinnikte hij toen ze over haar voet begon, en het feit dat hij eraan had gezogen. Dat hij op haar ging zitten was een loze bedreiging, maar toen ze hem erop aansprak had hij de drang om aanstalte te maken.
''Well sucking on someone's foot wasn't really what I had planned to do here, but sitting on someone is rather comfortable. It also makes it easier to pin someone down.'' De opmerking was eruit voordat hij er erg in had. Al had de opmerking een dubbele betekenis, ze kon het altijd verkeerd opvatten. Zoals ze eerder zijn woorden verkeerd op had gevat, de eerste dag op het eiland was daar een goed voorbeeld van. Het kon ook zijn dat hij toen gewoon een beetje onbeleefd was maar wie had dan ook een Sifu verwacht die zó jong was? Niemand had het dus blijkbaar nodig gevonden om hem iets over haar te vertellen. Wat achteraf niet eerlijk was want hij wist zeker dat zij het nodige over hem wist. Daar was hij na genoeg zeker van, zijn ouders zouden haar vast een brief gestuurd hebben met daarin allerlei informatie over hem. Hij bad tot de Avatar dat ze niet zijn bijnaam in die brief geschreven hadden. Toen hij jong was, was de bijnaam nog wel leuk maar hij was zijn bijnaam allang ontgroeit. Hij was de langste thuis, dan verdiende hij het niet meer om 'Koji' oftewel 'kleintje' genoemd te worden. Als ze er ooit achter zou komen, zou hem waarschijnlijk vierkant uitlachen en daarna die bijnaam tegen hem gebruiken. Maar dat spelletje zou hij ook kunnen spelen. Hij keek toe terwijl ze stilletjes haar vis at, en meende een glimlach op haar gezicht te zien maar ze had haar hoofd zo schuin gehouden dat het lastig te zien was zonder dat hij zich in een rare positie moest begeven om het wél te kunnen zien. Het begon hem te dagen dat haar opmerking bijna grappig was geweest, en een verlate lach verliet zijn mond terwijl hij de woorden keer op keer herhaalde in zijn hoofd. De meid had zowaar wat humor. Als ze aangeeft dat ze niets meer eten kan zonder te ontploffen, grinnikt hij opnieuw.
''I will save you before you explode, no worries.'' Zei hij met een glimlach op zijn gezicht waarna hij opstond. Haar bord met vis pakte hij van haar af, en zette die vervolgens op een tafeltje neer. Maar om ervoor te zorgen dat er geen onaangename gasten naar haar hut zouden komen, stopte hij de laatste kleine stukjes vis in zijn eigen mond en at die op. Hij draaide zich weer naar Yuki toen en ging voor het bed staan. Met één knie rustte hij op het matras, zijn armen plaatste hij onder haar knieën en om haar middel, waarna hij haar optilde en rechtop ging staan. Haar lichaam voelde warm tegen het zijne op de plekken waar hun blote huid elkaar raakte, en hij kon de korte hapering in zijn hartslag niet ontkennen toen hij haar zo dicht tegen zich aanvoelde, toen ze haar arm om zijn schouders legde al was het maar om haarzelf te ondersteunen. Hij vermeed echter oogcontact met haar, voor een paar seconden voordat hij haar aankeek en haar een grijns liet zien.
''Any complains will not be accepted on this ride.'' Zei hij tegen haar voordat hij begon te lopen.
Ondanks dat de zon allang onder was, en het enige zachte licht van de maan af kwam kon hij zich zonder al te veel problemen naar de lagune navigeren. Hij had de route al vaak genoeg gelopen om te weten na hoeveel stappen hij af moest slaan naar rechts of links. Toch was de route 's avonds een hele andere beleving dan overdag. Bloemen die overdag bloeide in de struiken waren gesloten, en het kleurenspektakel van verschillende tinten groen en bruin was ook verdwenen. Alles had een donkerblauwe tot bijna zwarte gloed over zich heen. Al kon je in de uren van de maan weer dingen zien die zich overdag schuil hielden. Her en der zag hij in de verte een klein lichtje door de lucht dwalen, wetende welk wezentje daar zijn dans deed door de nachtelijke lucht. Als hij ze niet met eigen ogen gezien had, zou hij waarschijnlijk denken dat het geesten waren die je lokte. De wandeling verliep in stilte, een serene en fijne stilte. Niet een die ongemakkelijk aanvoelde omdat geen van beide wist waar ze over moesten praten, al was daar een gedeelte van waar. Ze hadden nooit echt iets waar ze over praatte. Áls ze al praatte, dan was ze hem meestal aan het berispen of aan het instrueren. Hij dacht na over alle 'gesprekken' die ze de afgelopen twee weken gehad hadden, geen was noemenswaardig of interessant. Opnieuw merkte hij op hoe warm ze tegen hem aanvoelde. Hoe hij haar rustige hartslag kon voelen tegen zijn armen. Het verbaasde hem hoe rustig haar hartslag was, aangezien ze altijd erg defensief was als hij dicht bij haar stond, of haar aanraakte. In zijn geval sloeg zijn hart vaker een slag over, of begon het sneller te slaan. Hij kende het gevoel, had het al eens eerder gevoeld een aantal jaar geleden. Maar hij was niet zeker of hij het bij het rechte eind had. Het was daarnaast iets wat hem verbaasde. Als het wel was wat hij dacht dat het was, dan vroeg hij zich af waarom. Het was niet dat ze onaantrekkelijk was, ze was juist het tegenover gestelde. Hij herinnerde zich de morgen dat ze voor de zee had gezeten, hoe het licht haar er als een prachtige verschijning uit had laten zien. Terwijl hij erover nadacht voelde hij zijn hart weer een slag over slaan. Onhoorbaar zuchtte hij, was het mogelijk om dit al te voelen na zo'n korte periode? Hij kende de verhalen van mensen die verliefd waren geworden na één blik naar elkaar, maar of dat ook echt waar was. Onhoorbaar zuchtte hij, maar toch vermoedde hij dat ze het door zou hebben, aangezien hij haar tegen zijn borstkas aan hield. Ze zou de ongewoon diepe uitademing voelen, hoe stil hij ook zuchtte. Ondanks dat hij haar minutenlang vasthield, terwijl hij liep, merkte hij haar gewicht amper. Hij vroeg zich af of het kwam omdat ze zo licht was of dat hij het gewoon fijn vond om haar vast te houden. Al zou hij het nog zo graag ontkennen, hij kon het gewoon niet. Hij vond het fijn om haar tegen zich aan te hebben, al zou zij het misschien wel een marteling vinden om zo lang in zijn armen te zijn. Hij dacht terug aan een paar uur geleden, hoe het gevoeld had om haar tegen zich aan te hebben terwijl hij achter haar lag. Ze zou hem vermoorden als ze het wist, als ze wist hoe fijn hij het stiekem had gevonden. Ook deze herinnering deed wat met hem, het liet zijn hart niet een slag overslaan maar juist sneller slaan. Hij hoopte dat zijn gezicht niets van zijn gedachte zou verhullen. De wandeling naar de lagune was bijna een trip down memorylane voor hem en hij vond het bijna jammer toen hij de laatste meters aflegde voordat hij de bij de lagune aan kwam, bijna. Zonder zijn pas te stoppen liep hij het water in, wel vermeed hij dat ondiepe deel. Het deel waar het meer dan een dag geleden fout ging. Om hen heen begonnen de vuurvliegjes te dansen in de lucht terwijl hij steeds dieper het water in liep. Onbewust hield hij haar dichter tegen zich aan, waardoor haar gezicht iets dichter bij het zijne kwam. Hij stopte met lopen toen het water net onder hun schouders uit kwam en keek haar vervolgens aan. Hij wist hoe het eruit zag als helend water zijn werk deed, maar hoe het te werk gesteld werd wist hij niet. Met zijn duim streek hij over haar zij, als een soort van aanmoediging om te beginnen. Een gebaar dat waarschijnlijk onnodig was, maar toch hij het gedaan.

Reply