O) And remember, you musn't wander around in the woods.

[ Go to bottom  |  Go to latest post  |  Subscribe to this topic  |  Latest posts first ]


Woonique

30, female

Posts: 80

O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from Woonique on 04/06/2018 07:57 PM

KurtCobain and Woonique, may contain 18+ content.


Taehyun Han.

tumblr_ncr2zarcdF1rkil5vo1_400.png

Reply

KurtCobain
Deleted user

Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from KurtCobain on 04/06/2018 08:19 PM

Riley Alice Drews

laura-jade-stone-valentines-day-45_660x1024_crop_bottom.jpg

Reply

KurtCobain
Deleted user

Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from KurtCobain on 04/07/2018 01:40 PM

Waar was ze? Dat was de vraag die door haar hoofd heen vloog en maar niet beantwoord werd. Ze had zelf namelijk geen idee. Ze wist niet waar ze zich bevond en ze wist niet hoe ze hier was gekomen. Het leek inmiddels allemaal op een droom. Een grote droom. Het kon allemaal niet waar zijn. Zo bizar was het. Al kon ze zich wel niet herinneren dat ze was gaan slapen. Het enigste dat ze zich nog kon herinneren was dat ze in het bos was gaan wandelen. Ze was in het bos opzoek naar een plekje waar ze rustig haar boek kon gaan lezen. Een boek over wat fantasie wezens. Daar was ze namelijk helemaal gek op. Alleen was er tijdens die wandeling wat raars gebeurd. Ze was in een enorm gat gevallen. Er leek geen einde aan te komen, tot ze op de grond belandde, zachter dan ze had verwacht. Toch was het wel zwart voor haar ogen geworden. Pas toen ze haar ogen weer kon openen, bevond ze zich op een verhoging. Een soort podium. Het podium stond op een soort markt. Het podium was omringd door een hoop mensen, maar iets viel direct op. Het waren geen normale mensen. Het leken mensen met erg spitse oren. Ze herkende ze gelijk. Elven, zoals ze in haar boeken altijd beschreven waren. En zij stond op het podium tussen al die elven in met nog een paar andere personen, maar ook deze personen waren geen normale mensen. Het waren ook wezens, zoals een vampier. Zij stonden allemaal in het middelpunt. En wat er nu met ze ging gebeuren, wist ze niet. Het zag er niet goed uit. Haar handen zaten met een stuk touw vastgebonden op haar rug. Alsof ze een of andere gevangenen was. Het leek allemaal niet waar te zijn. Het leek allemaal veel te ongeloofwaardig. Het leek teveel op een sprookje. Een sprookje uit een van de boeken die ze had gelezen. Het leek op een droom. Alleen kon ze zich niet herinneren dat ze in slaap was gevallen. Ze wist bijna honderd procent zeker dat ze niet was gaan slapen. Ze wist honderd procent zeker dat ze was gaan wandelen in het bos. Dat was allemaal echt. Dat was allemaal geen droom geweest. En misschien was het wel een droom. Misschien lag ze nog ergens in het bos op de grond, buiten westen. Want dit kon niet waar zijn. Het leek alsof ze een hoop drugs op had en aan het hallucineren was. Zo bizar was dit alles gewoon. Helaas kreeg ze geen kans om zichzelf te knijpen. Haar handen zaten op haar rug. Ze zaten strak vastgebonden en er was geen mogelijkheid om ze los te krijgen. Dus was er ook geen mogelijkheid om haarzelf te knijpen. Daardoor bleef ze vast zitten in deze rare droom. 
Ze keek om zich heen. Elk wezen op het podium zat vastgebonden. Het was haar nog onduidelijk wat ze hier deden. Een hoop elven stonden toe te kijken. Alsof ze een bezienswaardigheid waren. Alle ogen waren op hun gericht. Het klopte gewoon. Ze kreeg ook het gevoel alsof het niet klopte. Ze waren de enigste mensen die hier anders waren. De rest waren elven. Ze wist pas wat ze hier deden toen een man naar voren stapte. Hij begon te praten. 'Welkom iedereen! We hebben weer wat mooie wezens voor de verkoop!' zei hij met een luide stem, zodat iedereen het goed kon horen. Door die woorden werd het haar duidelijk. Ze stonden hier niet als bezienswaardigheid. Ze werden zomeet verkocht. Ze werden verkocht aan de elven. Ze werden verkocht als slaven. Ze snapte het niet. Dit had ze niet aan zien komen van de elven. In haar boeken waren ze altijd beschreven als erg vriendelijke wezens. Wezens die iedereen hielpen. Hier was dat niet het geval. Gelukkig was het maar een droom. Haar hoofd bedacht deze onzin. Straks zou ze weer wakker worden in haar bed of ergens anders. Dan zou alles gewoon weer normaal zijn. Het was afwachten wanneer ze wakker werd. Tot die tijd moest ze dit allemaal mee krijgen. 
De eerste die naar voren moest komen was een meisje, de vampier. Ze kreeg niet de kans om naar voren te lopen. De man duwde haar naar boven, waardoor ze zelf op haar knieën viel. Ze kwam weer overeind staan en richtte haar hoofd naar beneden. 'We hebben eerst een vrouwelijke vampier,' zei de man, ' wie biedt?' Zo begon het bieden. Er werden hoge bedragen geboden. De prijzen gingen hoger en hoger. Uiteindelijk hield het op. 'Verkocht aan die man.' zei de man. De man kreeg het geld en het meisje werd van het podium af gehaald. Die moest meegaan met de man. 'De volgende vrouw is een mens, wie biedt?' ging de man verder. Dit keer was zijzelf aan de beurt. Ze werd beet gepakt bij haar bovenarm en werd naar voren gezet. Ze gaf werkelijk geen kick, want ze wist toch dat het een droom was. Uiteindelijk zou ze een keer wakker worden en was dit alles helemaal niet gebeurd. Al vond ze het wel raar dat ze alle pijn kon voelen. Het touw dat schuurde rondom haar polsen en de man die in haar bovenarm knijpte. Ze voelde het allemaal. Het leek zo echt. Maar nee, dat kon gewoon niet. Elven bestonden niet, net als vampiers en andere wezens. Het waren sprookjes, hoe leuk ze die sprookjes ook vond. Het was niet echt.
Het bieden begon. De prijzen gingen van laag naar erg hoog. De prijs werd zelfs nog hoger dan de vampier van net. Het liep erg hoog op. Ze zag een man in de verte die een hoog bod uit bracht. Een erg hoog bod. Iedereen draaide hun hoofden om naar de man. Het leek alsof niemand meer boven hem uit durfde te bieden. Daardoor werd ze verkocht aan die man. De man kreeg zijn geld weer en zijzelf moest meekomen. Ze liep naar de man toe, die haar gekocht had. Haar handen zaten nog vast gebonden op haar rug. Ze kon dit alles niet geloven. Het leek allemaal erg echt. Heel echt zelfs. Ze geloofde er bijna in dat het geen droom was. 

laura-stone-saia-jeans-170424-104000.jpg

Reply

Woonique

30, female

Posts: 80

Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from Woonique on 04/14/2018 10:21 PM

De zon achter hem zorgde ervoor dat zijn schaduw voor hem uit reed, de wind speelde met zijn haren terwijl hij met zijn appelschimmel over de heuvels galoppeerde. Het paard onder hem brieste en spitste zijn oren naar voren nadat hij zijn hand iets naar voren had gedaan, een teken voor zijn appelschimmel dat hij zijn tempo op mocht voeren. De bomen vormden zich als een kroon achter hem, nadat hij de grote groep bomen had verruild voor de heuvelachtige grasvlakte waar hij op reed. Wie hem zag rijden zou denken dat hij waarschijnlijk een plezier ritje aan het maken was, maar toch was de jongeman op weg naar een plek. Hij liet zijn paard halthouden toen hij bovenop de heuvel stond die zicht gaf op het dal dat zich onder hem bevond. Het dal was doorgaans verlaten, een mooie plek om de teugels te vieren en te genieten van het gevoel dat je vloog terwijl het paard over de vlaktes denderde. Eens in de zoveel tijd, een paar maanden misschien, werd het dal overgenomen door de verschillende kleurrijke tentjes en kraampjes met verschillend koopwaar. De markt was dan terug gekomen van welke plek ze ook vandaan mochten komen. Midden in de markt, stond het provisorisch gebouwde houten podium. Op dat podium konden de rijkste kooplieden hun koopwaar showen. Veelal slaven en een enkele keer wat zeldzame dieren die meegenomen waren uit verre rijken. Rijken waar de mensen misschien wel regeerde, of een ander soort wezen. Nadat hij de markt een aantal jaar per ongelijk een keer had aangetroffen, had hij er een soort van uitstapje van gemaakt om elke keer weer terug te keren als de markt in het dal was. Meerdere keren kwam hij thuis met iets nieuws. Een wapen, een raar kledingstuk, speelgoed voor zijn jongere broertje of een nieuw huisdier. Vooral dat laatste was iets wat hij altijd leuk vond om mee naar huis te nemen. Al moest hij dan wel telkens aan zijn ouders uitleggen wáár hij het dier gevonden had, meer dan eens was dat lastig geweest om uit te leggen. Echter had elk dier dat hij op de markt gekocht had een goed leven in één van de gigantische tuinen die zijn huis omringde. De kleinste tuin was ter grote van het dal, die zich enkele kilometers voor hem uit strekte, de grootste misschien drie of vier keer zo groot. Genoeg ruimte voor een dier, al vroeg je het hem. Hij liet zijn ogen over de markt glijden, waar klanten en kooplieden rondliepen, er hier en daar wat geschreeuwd werd over de beste deal en het levende koopwaar naar het podium werd gebracht. Het leek wel een mierenhoop af en toe, met zoveel mensen die door elkaar heen liepen. Al waren het niet echt mensen, maar Fae, elven, feeën en andere soorten wezens. Hier en daar misschien ook een tovenaar of heks, maar die kwamen dan van een ander continent af. De markt was aanlokkelijk voor ieder op de planeet.
''Let's go Haïl.'' Mompelde de jongeman tegen zijn paard voordat hij zijn hielen lichtjes tegen de flanken van het paard duwde, waarna het dier in een rustige galop richting de markt ging.
Minuten later bereikte hij de rand van de markt, waar hij zijn paard aan een paal bond en de elf, met een mosgroene huid en paardenbloemen als haar, die als een soort stalhulp functioneerde een zilverstuk gaf. Kort keek de jongeman naar de paarden die aan de paal stonden. Veelal bruine of voskleurige paarden. Haïl viel heel erg op, het was dus hopen dat niemand het in zijn hoofd haalde om zijn paard van hem af te snoepen. Het zou dan namelijk een lange reis terug naar huis worden. Voordat hij de markt op liep zette hij de capuchon van zijn cape op, deze bedekte zijn gezicht niet maar gaf wel genoeg schaduw om hem wat anoniemer te maken. Gelukkig keek nooit iemand raar op van een jongeman met een grote buidel vol met goud- en zilverstukken. Hij was dan wel lichtelijk bekend onder de kooplieden, maar de dekmantel die hij gemaakt had in de jaren was perfect. De gezant van een zeer rijke heer, die exotisch waar verzamelde maar te lui was om het zelf te kopen. Slenterend liep hij langs de kraampjes die hun koopwaar hadden uitgestald op de houten plank die als toonbank functioneerde. Hier en daar zag hij iets wat zijn aandacht trok, maar als snel leek het een of ander prul te zijn dat de prijs die ervoor gevraagd werd niet waard was. In de verte speelde een trio van feeën op hun instrumenten, het nummer was speels en tegelijk ook wat uitdagend. Een Fae met de huid die van bast leek en lang lichtgroen haar danste sensueel voor het trio van muzikanten. Hij bleef kort staan om te kijken, maar liep na een paar seconden al weer door.
''Welcome everyone! Once again, we have some fine creatures for sale!'' De luide stem gleed over de markt, en trok daarbij zijn aandacht. Op het podium stond een mollige kobold, waarvan hij meende dat die bekend stond als Weasel. Terwijl hij naar het podium toe liep, en de kobold wat beter bekeek, vond hij die naam best wel bij hem passen. Zijn spitse gezicht en kleine kraalogen gaven hem een wat onguur uiterlijk en waarschijnlijk deed hij zijn zaakjes niet al te schoon. Naast Weasel stonden er nog twee uit de kluiten gewassen kleerkasten op het podium, afgaand op hun lengte en bouw, gokte hij op halfbloed reuzen. Perfect om als bewaker te functioneren, aangezien ze de kracht van hun reuzenouder vaak erfde. Om het podium stond een grote mensenmassa, blijkbaar was iedereen wel geïnteresseerd in wat Weasel die dag te koop aanbood. Zijn blik gleed over het koopwaar. Geen dieren of voorwerpen, maar wezens. Elven, druïden, een Sater, twee nimfen die elkaar angstvallig vasthield, een vampier en een wezen waarvan hij nog niet kon vaststellen wat ze was. Hij was in elk geval door haar geïnteresseerd. Waar kwam ze vandaan, haar kleding was anders dan de kleding die in zijn land gedragen werd, anders dan de kleding die hij had gezien die hier te koop werd aangeboden. Het was hem echter wel duidelijk wát Weasel verkocht op de markt: slaven. Één van de twee halfbloed reuzen, Potige noemde hij de halfbloed reus met de scheve neus bij gebrek aan een betere bijnaam, duwde het eerste stuk koopwaar naar voren. Het vampier meisje verloor haar balans en viel op haar knieën. Hij fronste kort, maar besloot niet te reageren op de manier waarop de Potige het meisje behandelde. Ze mocht dan een wezen van de nacht zijn, ze was nog steeds een meisje. Het bieden op het vampier meisje begon al snel, met lage bedragen van een enkele koperstukken door de wezens die hoopte een vampier voor een koopje mee te kunnen krijgen. Echter steeg de prijs voor het meisje in een rap tempo. Koper werd zilver en zilver maakte al snel plaats voor goud. 'Two hundred gold pieces.!'' De raspende, en misschien iet wat schorre stem van de mollige man naast hem overstemde het aanzienlijk lagere bod van een wezen verderop. De grijns die op het gezicht van de mollige man geplakt zat onthulde zijn gele en puntige tanden en de glinstering die in zijn ogen zichtbaar was kon weinig goeds voorspellen. Arm meisje, dacht hij bij zichzelf terwijl hij toekeek hoe de mollige man zich een weg naar voren baande, Weasel de zak met goudstukken overhandigde en het meisje met zich meekreeg nadat de goudstukken geteld en gecontroleerd waren. Hij keek de twee nog kort na, en zag hoe de mollige man aan het stuk touw trok wat aan de ketens van het meisje bevestigd was. Echter bij het horen van Weasel's stem draaide hij zijn hoofd terug naar het podium, waar het interessante meisje naar voren werd gehaald. Hij had haar aangekondigd als mens.. Maar dat was niet mogelijk, mensen waren al eeuwen verbannen uit het rijk. Maar toch, terwijl hij naar haar keek kon hij de imperfecties vinden die bij de beschrijving van mensen hoorden. Het ontbreken van de perfecte symmetrie was één van die dingen. Het viel hem op hoe ze keek, hoe ze zich gedroeg. Het leek wel of ze gedrogeerd was met een goedje, waardoor ze zich koest zou houden. Opnieuw begon het bieden met bodemprijzen, maar de prijzen voor het mensen meisje steeg nog sneller dan dat de boden op het vampiermeisje gedaan hadden. Hij dacht terug aan de mollige man, die het vampiermeisje gekocht had en er liep een rilling over zijn rug. Het lot van het mensenmeisje zou waarschijnlijk nog een stuk onaangenamer worden.
''Fivehundred pieces of gold.'' Zijn eigen stem rinkelde in zijn oren en terwijl hij nog moest realiseren dat hij zojuist op een mensenmeisje geboden had, keek iedereen in de menigte achterom. Naar hem. Hij boog zijn hoofd wat, waardoor er meer schaduw over zijn gezicht viel terwijl de mensen wat begonnen te mompelen. Het duurde enkele seconden, maar blijkbaar durfde niemand over zijn bod heen te gaan. ''Sold to the man with the hooded cape in the back!'' De stem van Weasel klonk ietwat ontevreden, brommend. Hij had vast gehoopt dat hij een hogere prijs zou krijgen voor een mens. Terwijl hij zelf naar voren liep, week de menigte voor hem uit terwijl ze hem allemaal aanstaarde. Hij toverde een zelfingenomen grijns op zijn gezicht, eentje die bij zijn dekmantel als gezant paste. Hij had voor de menigte zojuist een nieuw exotisch iets gekocht voor zijn Heer. Nadat hij het aantal goudstukken overhandigd had aan Weasel, die opnieuw de goudstukken controleerde op echtheid, liet het mensenmeisje naar haar toe. Hij keek naar haar armen, die deels achter haar rug zaten. Waarschijnlijk waren haar handen achter haar rug vastgebonden met een stel ketens of een touw. Hij keek nog kort naar haar, voordat hij achter haar ging staan en haar een licht duwtje in haar rug gaf met zijn hand. Een teken dat ze moest gaan lopen. Terwijl hij hen beide over de markt maneuvreerde keek hij verder niet meer naar de andere kraampjes. Hij had zojuist een mens gekocht, een mens! Wat moest hij met een mens? De grijns die hij op zijn gezicht getoverd had, bleef hij aanhouden. Zelfs toen hij bij de jongeman aankwam die op de paarden lette. Tot zijn opluchting stond Haïl nog precies op dezelfde plek als waar hij zijn paard achter had gelaten. Hij knikte naar de jongeman, liep vervolgens naar zijn paard toe en tilde het meisje in het zadel. Hij zou later wel een paard voor haar roepen, als ze in het bos waren en uit het zicht van alle nieuwsgierige ogen van de markt. Terwijl hij nogmaals naar het meisje keek, besefte hij dat ze nog geen woord gewisseld hadden.
''What's your name?'' Vroeg hij haar, met een koudere toon in zijn stem dan normaal. Hij wachtte niet op haar antwoord terwijl hij Haïl los maakte van de paal en de teugels in zijn hand nam. Hij zou lopend naar het bos gaan, en daar weer opstappen om de rest van de reis op Haïl's rug af te leggen. Hij liep weg van de markt, met het paard achter hem aan sjokkend. Haïl keek kort om, om te kunnen zien wie er op zijn rug zat terwijl hij voor hem liep. Het paard maakte er echter geen probleem van, nog niet in ieder geval. Hijzelf was de enige die Haïl ooit op zijn rug had gehad. Als het meisje zijn vraag beantwoord had, dan had hij dat niet gehoord. Hij was bezig met nadenken hoe hij moest uitleggen hoe hij aan een mensenmeisje kwam. Hij kon natuurlijk zeggen dat hij haar gered had uit de klauwen van een slechterik, wat hij in zekere zin wel gedaan had, maar dan was er nog de vraag hoe ze in het rijk terecht was gekomen. Door zijn maalstroom aan gedachten had hij niet door hoe snel hij in het bos terecht was gekomen. Pas toen hij een grijze vos voor zijn voeten weg zag sluipen stopte hij met lopen. Kort keek hij om zich heen, waarna hij zijn ene hand als een koker voor zijn mond hield en de ander tegen de opening van de koker. Hij floot en niet veel later verscheen er een voskleurige merrie tussen de bomen vandaan, gezadeld en al. Het dier draafde naar hem toe en hield halt nadat ze naast hem was komen staan. Hij draaide zich om naar het meisje, en besloot dat het misschien veiliger zou zijn als ze niet de weg naar zijn huis wist, voor het geval dat. Terwijl hij haar aankeek knipte hij met zijn vingers, en hij zag hoe haar hoofd lichtjes opzij viel. Ze sliep. Uiteindelijk besloot hij dat het teveel moeite was om haar van Haïl's rug af te halen en haar vervolgens weer op de rug van de merrie te tillen, dus steeg hijzelf op de rug van de merrie, met de teugels van HaÏl nog steeds in zijn hand. Ze was een stukje kleiner dan Haïl was, maar dat zou niet uit moeten maken. Haïl keek kort naar hem, bijna vragend waarom hij niet zelf op zijn zat.
''Sorry boy.'' Mompelde hij, waarna hij de merrie voorwaarts liet gaan en hij de snelle route naar huis nam. Dit zou een uur of drie duren, bijna de helft korter dan de normale route naar huis. Vroeger reed hij de normale route, tot hij een jaar geleden de shortcut vond die verstopt zat achter een massieve en oeroude eikenboom. Het was een route waarvan hij bijna zeker wist dat niemand die kende, hij was immers in dat jaar dat hij de route gebruikte nog nooit iemand tegen gekomen.

Reply

KurtCobain
Deleted user

Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from KurtCobain on 04/17/2018 11:01 AM

Een hoop vloog er door haar hoofd heen. Het leek allemaal zo echt. Ze beleefde alles met haar eigen ogen. Het leek niet eens op een droom. Ze voelde alles. Ze voelde kleine briesjes door haar haar waaien. Ze voelde zelfs hoe de kobold haar bovenarm vast had genomen. Ze voelde het allemaal. Dat had ze nooit meegemaakt in een droom. In een droom voelde ze niks. In een droom voelde ze geen aanrakingen of wat wind. Dat maakte dit alles zo raar. Daarbij kwam ook nog eens kijken dat ze zich niet kon herinneren dat ze was gaan slapen. Het laatste wat ze zich kon herinneren was dat ze aan het wandelen was in het bos. Ze was aan het wandelen, opzoek naar een lekker plekje om een boek te lezen. Een fantasieboek om precies te zijn. Tijdens het wandelen was ze ergens in een gat gevallen. Een gat wat erg dicht naast een boom lag. Ze viel naar beneden, tot ze de grond raakte. Verder kon ze zich niks herinneren. Nu was ze hier. Nu zat ze hier in een of raar wereldje. Eentje met elven, feeën, fae en een paar andere wezens. De wereld waar ze altijd van droomde. De wereld waarvan haar ouders altijd zeiden dat ze niet bestonden. De wereld en wezens waar ze altijd boeken over las. Al verschilde het wel met de verhalen die ze leesde en de verhalen die ze hoorde. Elven werden altijd beschreven als hulpzame wezens die iedereen deden helpen. Alleen wat ze nu zag, klopte niet bij dat plaatje. Er werden wezens verkocht als slaven op de markt. Het klopte gewoon niet. Het kon een droom zijn, maar het leek allemaal zo echt. Het zag er niet naar uit dat het een droom was. Het voelde allemaal echt aan. Alle aanrakingen waren te voelen. Ergens hoopte ze ook niet dat het een droom was. Dit wilde ze namelijk altijd al. Sinds ze een klein meisje was droomde ze hier al van. Ze las toen ze klein was al boeken erover. Soms verkleedde ze zich zelfs als een elf. Ze wist er alles over. Iedereen kon haar iets vragen elven en ze wist het antwoord er wel op. Nu ze ouder was wist ze nog een hoop. Ze had het allemaal onthouden. Nu las ze nog steeds fantasie boeken. Nog steeds vond ze het leuk om te lezen over apparte wezens. Ze geloofde erin dat de wezens bestonden, nu nog steeds. Ze vond het wel leuk om hier te zijn, als het tenminste geen droom was. Al had ze zich het wel anders voorgesteld. Nu was ze een slaaf. Ze was zojuisit verkocht aan een man. Ze had werkelijk geen idee wat zijn bedoelingen met haar waren. Het leek alsof het met haar niet goed af zou lopen. Dus misschien was ze toch niet zo blij om hier te zijn. De elven waren toch niet zoals ze verwacht had. Het liefste ging ze nu naar huis, want hier zou ze het waarschijnlijk niet goed krijgen. Het liefst gooide ze alle boeken van de wezens in de prullenbak. Ze was teleurgesteld. Ze was blij dat ze bestonden en dat ze al die jaren gelijk had, maar ze was teleurgesteld hoe ze om gingen met andere wezens. Maar goed, wie zei dat dit echt was? Het kon nog steeds een rare droom van haar zijn. Een rare droom die haar hoofd had verzonnen. 
De man die haar zojuist gekocht had kwam op haar af gelopen. Zijn gezicht was niet te herkennen. Hij had namelijk een zwarte cape om met een capuchon. De capuchon zat op zijn hoofd. Hierdoor kwam er een grote schaduw over zijn gezicht. Zijn gezicht was dus helemaal verborgen. Toch was de grijns op zijn gezicht niet te missen. De grijns viel haar enorm op. Een rilling schoot daardoor over haar rug heen. Het leek alsof de man veel slechte bedoelingen met haar had. Ze wist nog niet precies wat, maar het ging zeker niet goed aflopen voor haar. Misschien gingen ze haar aanranden of werd ze gedwongen om te poetsen. Het zag er niet goed uit. Het maakte haar zelfs een beetje bang. Nu hoopte ze toch dat het een droom was, al was dat het volgens haar niet. 
De jongeman bekeek haar nog even toen hij voor haar stond. Dit gaf haar de kans om hetzelfde te doen. Alleen zag ze nog niet veel. Zijn cape met capuchon verbergde zijn gezicht goed. Het was duidelijk dat hij anoniem wilde blijven. Hij bleef staan achter haar. Een hand voelde ze vervolgens op haar rug die haar een klein duwtje gaf. Dat was een teken dat ze moest gaan lopen. Met haar handen op haar rug liep ze voor hem uit. Ze liep maar rechtdoor, want ze had werkelijk geen idee waar ze heen moest lopen. Maar als ze verkeerd liep, zou de jongeman haar vast begeleiden of de goede richting op duwen. Ze liepen door de menigte heen. Iedereen keek haar aan. Ze hadden namelijk allemaal geen idee wat ze was. Ze hadden een soort als haar natuurlijk nooit daar gezien. Daarom keken ze haar een voor een allemaal na. Het zorgde ervoor dat ze zichzelf ongemakkelijk voelde. Ze had haar hoofd daarom naar beneden gericht zodat ze niemand meer aan kon kijken en ze ook niet meer zag wie haar aan zat te kijken. Dat luchtte al een beetje op, maar het probleem was daarmee nog niet opgelost. Ze voelde de ogen gewoon op haar brandde. Zelfs wanneer ze niet keek voelde ze het nog. Ze wist gewoon dat ze haar na keken. Het was enorm vervelend. Vandaar was ze opgelucht toen ze aan de rand van de markt kwamen. Hier moest ze stoppen. Waarom, wist ze niet. Pas toen ze zag dat hij zijn paard los maakte van de paal, wist ze het. Het was een erg mooi paard. Het liefst wilde ze hem nu aaien, maar dat ging helaas niet. Haar handen waren vast gebonden op haar rug, zodat ze niks kon. Toch kreeg ze wel de mogelijkheid om het paard aan te raken. De man tilde haar op het paard. Hierdoor raakte haar benen het paard wel aan. Ze schrok er kort van toen de man haar optilde, maar toen er niks aan de hand bleekte te zijn werd ze ook weer rustig. De jongeman begon te lopen met de teugels van het paard in zijn handen, waardoor het paard ook begon te lopen. Zijzelf hoefde niks te doen, dat deed het paard al voor haar. Ze keek de jongeman aan toen hij wat vroeg aan haar. 'Riley.' gaf ze toen antwoord. Het was een kort antwoord, maar meer was er ook niet nodig. In stilte liepen ze verder.
Een tijdje later kwamen ze pas aan in een bos. Het was een erg magisch bos. De bomen zagen er erg mooi uit. Ze waren goed verzorgd. Ze zagen er een stuk beter uit dan de bomen in haar wereld. Ook waren er bloemen die ze nog nooit gezien had. Er rende zelfs een grijze vos voorbij. Ze wist niet wat ze zag. Het was niet te beschrijven. Zo mooi vond ze het gewoon. Helaas duurde het uitzicht voor haar niet erg lang. De man stond voor haar. Ze keek hem met een vragende blik aan. Hij knipte met zijn vingers waardoor haar ogen enorm slaperig werden. Zo slaperig, dat ze haar ogen niet meer open kon houden. Haar ogen vielen dicht en zo ging ze slapen. Pas een lange tijd later werd ze weer wakker. Haar ogen gingen langzaam open. Ze knipperde een paar keer, waardoor haar zicht weer perfect was. Ze wilde met haar handen nog in haar ogen wrijven, maar besefte zich toen dat haar handen nog steeds vastgebonden zaten. Ze waren opeens ook op een andere plek. Een groot gebouw stond in haar zicht. Het leek op een paleis of een kasteel. Het was erg groot, maar ook erg mooi. Ze wist niet wat haar overkwam. Ze keek opzij, waar de jongeman nog steeds aanwezig was. De man die haar straks in slaap had gekregen. Dat betekende dat dit echt was. Ze kon niet slapen in een droom, dat was onmogelijk. Het moest toch wel echt zijn. 'Riley wat ben je toch dom, natuurlijk is dit een droom.' mompelde ze in zichzelf, maar het was wel hardop te horen. Met haar handen probeerde ze zichzelf toch te knijpen, maar dit lukte niet omdat ze toch te strak waren vastgebonden. Ze gaf niet op. Zodra ze zichzelf kon knijpen, deed ze dat. Dit was namelijk niet echt. Ze kon zichzelf ook wel bedenken dat die wezens allemaal niet bestonden. Hoe graag ze het ook wilde, het kon gewoon niet. Het waren haar rare gedachtens die voor deze fantasie zorgde. Het was een goede droom, die erg realistisch leek te zijn. 

8aec5258328024e6021da40a7cad540d.jpg

Reply Edited on 04/17/2018 12:32 PM.

Woonique

30, female

Posts: 80

Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from Woonique on 05/06/2018 06:06 PM

Nadat het meisje, Riley, in slaap was gevallen op Haïl's rug ging zijn rit naar huis in stilte verder. Niet dat er veel gepraat werd tussen hen. Voor hem leek het wel of het meisje onder invloed was van een drug, ze staarde enkel voor zich uit alsof ze alles meemaakte in een waas. Het enige geluid om hem heen was het geluid van al het leven in het bos. De wezens die er woonde, die stilletjes aan het fluisteren waren als hij langs ze reed. Soms kon hij een paar woorden van hen oppikken, maar vaak was het enkel zacht gefluister. De omgevallen boomstam waar hij langs reed was hol, zo wist hij, maar welk wezen de stam gebruikte als zijn of haar huis wist hij nog niet. Misschien was het wel een idee om daar eens achter te komen. Het kon waarschijnlijk niet iets gevaarlijks zijn, dan had hij het wel gevoeld. Toch? Nadat hij de boomstam al minuten geleden had gepasseerd stopte hij met erover na te denken. Hij wierp een zijdelingse blik op het meisje, dat er niet heel veel anders uit zag dan de laatste keer dat hij naar haar gekeken had. Het was ook bijna geen moeite om zijn magie continu op haar uit te oefenen. Ze had geen mentaal schild, geen verdediging. Er was niets makkelijk dan een magisch weerloos wezen betoveren. Stiekem vroeg hij zich af wat haar reactie zou zijn als ze erachter kwam dat hij haar in slaap had gesust met magie. Ze kon heel verbaasd gaan reageren, of helemaal niet zoals ze tot het moment dat ze in slaap viel had gedaan. Ze had niet opgekeken van alle wezens om haar heen, de omgeving die totaal anders was dan die in de mensenwereld. De vraag over hoe ze in zijn wereld gekomen was, kwam bij hem op. Er moest een portaal zijn geweest, want niemand in de wereld van de mensen bezat magie. Dat was er al lang geleden uitgestorven. Het feit dat er misschien wel een portaal was, baarde hem lichtelijk zorgen. Hij zou zijn vader erover inlichten zodra hij thuis was.. Zijn vader. De jongeman zuchtte kort terwijl hij aan zijn vader dacht. De man met het stenen gezicht, streng en meedogenloos voor ieder die hem zo zien moest, een echte koning van het rijk. Voor hem was het een liefdevolle man, een die veel van zijn moeder had gehouden in de tijd dat ze nog leefde. Het was voor hen beide een zwaar verlies geweest toen ze overleed. De geliefde koningin Wiona, een vrouw zo teder dat ze geen enkel levend wezen de rug toe keerde. Die tederheid was haar uiteindelijk fataal geworden toen ze een jonge fae probeerde te redden uit het Oremmeer. Nogmaals zuchtte hij, dit keer met een pijnlijk hart bij de herinneringen aan zijn moeder. Haar overlijden was al meer dan tweehonderd jaar geleden maar het was nog steeds niet gemakkelijk om over haar te praten of te denken. Hij kon zich niet voorstellen hoe het voor zijn vader moest zijn. Een hinde liep enkele meters voor hem het pad op, en staarde hem aan. Uit respect voor de hinde, en om het feit dat hij totaal geen haast had om thuis te komen, hield hij halt. Zodat het dier rustig kon over steken. Hij had durven zweren dat het dier naar hem geknikt had voordat het al stappend overstak. De kleine kroon van bloemen die de kop van de hinde sierde, zorgde ervoor dat hij moest glimlachen. Zowaar een dochter van Helia, heer der herten. Eens had hij Helia mogen aanschouwen toen hij nog jong was maar hij zou nooit vergeten hoe groot de impressie was die Helia op hem achter had gelaten.
De tijd vloog, terwijl hij over de paden reed die hem naar zijn huis zouden brengen. Ruim voordat hij op het einde van het pad kwam hield hij halt om zich om te kunnen kleden. De kleding die hij op de markt droeg was weliswaar niet ongebruikelijke kleding voor hem, maar toch ruilde hij zijn zwarte cape om azuurblauwe die hij meesterlijk had verstopt in Haïl zadeltas, met een beetje hulp van magie. Zijn zwarte cape drapeerde hij over de schouders van het mensenmeisje, om de aandacht iets minder op haar te focussen zodra hij binnen de muren zou rijden. Hij was al blij dat hij niet eerst de halve stad moest doorkruisen voordat hij bij het paleis aankwam. Nee, de ingang die hij gebruikte was aan de achterkant van het paleis. Zwaar bewaakt met sterke, oeroude spreuken en wachters. Het laatste deel ging sneller voorbij, waarschijnlijk omdat hij dichter bij zijn thuis kwam. Hij reed door de oude eik die als poort functioneerde op het einde van het pad, en vervolgde zijn weg naar huis over het pad dat naar het kasteel leidde. Terwijl hij dichter en dichterbij kwam, liet hij de betovering op het meisje langzaam varen. Het had geen nut om haar in slaap te houden tot hij haar in een kamer had laten brengen. Ze zou snel genoeg door de gangen van het kasteel gaan dwalen zonder hem en dat kon nog wel eens gevaarlijk zijn. Niet iedereen in zijn vaders raad was te vertrouwen, vond hij. Al waren ze dat wel, toch vond hij het niet veilig om een mensenmeisje rond te laten lopen. Ze was immers door hem gekocht, en daarom dus zijn bezit. Hij voelde de aanwezigheid van de bewakers al voordat hij ze zag. Hij voelde hoe ze hem in de gaten hielden, ondanks dat ze dondersgoed wisten wie hij was. Niet dat hij het de bewakers kwalijk nam, hij zou zichzelf ook extra in de gaten houden als hij met een extra paard én een bedekt persoon richting het kasteel reed. Echter deed of zei geen van de bewakers iets. Niet veel later kwam het kasteel in zicht, zijn thuis. Een gigantisch gebouw van wit kalksteen dat glom als een edelsteen in de late middagzon, Torens die met hun azuurblauwe daken boven de stad onder hen uitstaken. Het blauw dat de daken kleurde was dezelfde kleur als zijn cape. Het azuurblauw was de kleur van zijn familie, te samen met een Ealagar erop gedrukt. De Ealagar was zelfs in zijn land een mythisch wezen, omdat niet veel konden zeggen of bewijzen dat ze er één gezien hadden. Het verhaal was dat machtige en oeroude Ealagar zijn voorvaderen het koninkrijk had geschonken nadat hij onzelfzuchtig het dier had gered van een duistere macht. Hij vond de Ealagar nogal.. Hij had niet altijd het goede woord ervoor maar het dier leek niet intimiderend of dreigend. Een Wyvern, Chimaera of draak zou veel intimiderender zijn, maar dit koninkrijk werd niet geregeerd door intimidatie, maar door een man met een groot hart en goede visie. Hij hoopte dat hij ooit net zo'n goede koning werd als zijn vader. Dat was misschien wel een druk die op zijn schouders drukte, als de kroonprins. Schuin achter hem hoorde hij haar bewegen, de kettingen die om haar polsen heen zaten rinkelde terwijl ze zich bewoog. Hij deed geen moeite om naar haar te kijken, om te kijken wat ze aan het doen was. Het leek hem beter om de komende tijd zijn granieten masker voor haar te dragen. Ze zou misschien wel per ongeluk door een portaal zijn gekomen, maar wie weet wat het meisje voor een persoon was. Ze zou ook verkeerde bedoelingen kunnen hebben met zijn rijk. Mensen waren niets voor niets verbannen. Zonder een woord tegen haar te zeggen reed hij verder. Hij voelde hoe ze naar hem keek waarna ze wat mompelde, als ze dat zachtjes probeerde te doen dan mislukte dat. Hij fae-oren waren goed genoeg om het luid en duidelijk te horen. Stiekem wilde hij grinniken om haar, maar dat zou weggeven dat hij wel op haar lette. Zodra hij door de muur van betoveringen heen reed, betrad hij de gigantische paleistuinen die de zij- en achterkant van het kasteel omringde, met her en der een lagere fae of ander magisch wezen aan het werk. Ze onderhielden de tuinen, heelde zieke planten of gebruikte kruiden en bloemen met geneeskrachten. Veel van de medicijnen die door de helers in het kasteel werden gemaakt, hadden ingrediënten die uit de paleistuinen kwamen, tenzij het dingen waren die niet in hun koninkrijk voorkwamen. Hij reed naar de koninklijke stallen toe, waar stalhulpjes hen te hulp schoten. Normaal zou hij zelf Haïl afzadelen en nog kort borstelen, maar dat zat er op het moment niet in. Tavy, de slungelige maar betrouwbare stalhulp die hem altijd hielp met HaÏl snelde naar hem toe zodra hij zag dat de kroonprins niet op zijn eigen paard zat. Het vragende gezicht van de jongen sprak boekdelen, maar hij schudde zijn hoofd. Nee, er was geen ongeluk gebeurd en hij was niet gewond. Hij stapte af, met Haïl's teugels nog steeds in zijn handen, en overhandigde de merrie aan Tavy.
''Someone get a maid, and bring this creature to a room in the south wing. Do not let her out unless I give permission.'' Zijn stem klonk hard, harder dan de meeste stalhulpen gewend waren, waardoor er twee stalhulpen bij over elkaar struikelden terwijl ze een dienstmeisje wilden halen. Hij grinnikte er kort om, als een soort van leedvermaak maar liep vervolgens weg. Het meisje liet hij achter op Haïl, en dat zat hem niet bepaald lekker. Terwijl hij zich omdraaide vloeide zijn cape als water achter hem mee. ''Someone remove that creature from my horse.'' Het klonk bijna ongeïntresseerd omdat hij zich daarna nogmaals omdraaide en de stallen uit liep. Hij moest zijn vader vinden en deze vondst dringend met hem bespreken.

Reply

KurtCobain
Deleted user

Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from KurtCobain on 05/10/2018 12:24 PM

De zwarte cape die ze om haar heen had hangen maakte haar duidelijk dat hij niet met haar gezien wilde worden. De cape bedekte haar gezicht voor een deel, door schaduw die op haar gezicht stond. Toch hielp het niet. In haar ooghoek voelde ze hoe de bewakers hun bekeken en in de gaten hielden. Ze passeerde namelijk een oude eik, wat leek te functioneren als een poort. Ondanks dat de bewakers hun aan keken, werd er niks van gezegd. Hij kon gewoon op zijn gemak verder lopen, zonder dat iemand er wat van zei. Blijkbaar was het normaal om iemand te kopen en mee te nemen. Niemand keek er tenslotte raar van op of zei er iets van. De jongeman kon gewoon verder lopen. Ze liepen verder door een dorp heen. Ze wist niet waar ze overal moest kijken. Het was allemaal zo magisch en het leek allemaal zo echt. Ze wist het allemaal niet meer zo goed. Aan de ene kant had ze ook het gevoel dat het allemaal echt was, maar aan de andere kant ook weer niet. Het zag er namelijk zo echt uit. Ze voelde ook gewoon alles. Ze voelde de zon op haar schijnen, ze voelde de wind in haar haren en ze voelde alle aanrakingen op haar lichaam, maar ze kon zich niet voorstellen dat elven, fae en al die andere wezens bestonden. Ze had er altijd wel in geloofd, maar ze besefte zichzelf wel dat ze niet bestonden. Ze had altijd naar de woorden van haar moeder geluisterd die zei dat ze niet bestonden, maar nu zag ze dit. Ze wist echt niet wat ze moest doen. Ze had geen idee wat ze met haar gingen doen. Ze kon niet aan iets positiefs denken. Het maakte haar een klein beetje bang. Zeker om het feit dat ze niet wist wat er ging gebeuren en of ze hier nog wel weg kwam. Ze begon zich af te vragen waar hij met haar heen ging. Hij liep maar door over het pad. Hij liep door, tot er enorm kasteel in zicht was. Een enorm gebouw dat mooi glom in het zonlicht met azuurblauwe daken. De kleur van de cape die de jongeman een tijdje om had. De jongeman die haar gekocht had en nu haar volkomen negeerde. Er waren een paar woorden verwisseld, maar nu gebeurde er helemaal niets. Hij negeerde elke beweging en elk geluid dat ze maakte. 'Wat ga je met me doen?' zei ze in een poging dat hij wel reageerde, maar nee. Hij keek nog niet naar haar om. Hij liep gewoon door. Ze reden door een gigantische tuin heen. De tuin die behoorde tot het kasteel. Bij de stallen van de paarden stopte ze. Een stalhulp kwam daar naar hem toe. Ook hij had hem met een vragende blik aan gekeken. Hierop had hij gereageerd door zijn hoofd te schudden, alleen meer kwam er niet uit zijn mond. Ze schrok dus wat toen hij opeens op een harde toon een bevel gaf. Toen viel het kwartje pas bij haar. De jongeman had niet zomaar een cape om. Hij woonde hier. Waarschijnlijk was hij iets van een prins of koning, anders gaf hij echt geen bevel. Het verklaarde ook gelijk de kleur van de cape die hij om had. De zelfde azuurblauwe kleur als de daken van het kasteel. Alleen wist ze niet of ze daar blij mee moest zijn. Zijn bevel klonk namelijk niet erg aardig. Ook de manier hoe hij haar noemde. Misschien kreeg ze het hier nog slechter dan dat het vampier meisje het bij haar kreeg. Ze was er bang voor. Ze kreeg het hier waarschijnlijk niet zo goed. 
Er was een diepe zucht over haar lippen heen gerold. Het liefst wilde ze hem nog wat achterna roepen, maar ze hield zich in. In haar ooghoek zag ze hoe hij uit de stallen verdween. Ook een stalhulp verliet de stal, terwijl de andere stalhulp haar van het paard af haalde. Ze negeerde haar allemaal, alsof ze lucht was. 
Niet veel later kwam de stalhulp terug met nog een dienstmeisje erbij. De stalhulpen begonnen met het paard, terwijl het dienstmeisje haar bij de arm mee nam. Ze werd mee genomen aan haar arm, de stallen uit weer de tuin in. 'Waar ga je me heen brengen en wat gaan ze met me doen?' vroeg ze aan het dienstmeisje toen ze buiten waren, maar ook daar kreeg ze geen antwoord op. Ze werd genegeerd door iedereen hier. Ze had dus nog steeds geen idee wat ze met haar gingen doen. Ze was dus met veel vragen in haar hoofd verder gelopen. Uiteindelijk waren ze zelfs in het kasteel. Het was zo mooi dat ze niet wist waar ze moest kijken. Ze liepen door een hoop hallen heen, waar ze uiteindelijk aankwamen bij wat trappen. Ze liepen de trap op. Het duurde erg lang voordat ze helemaal bij hun bestemming waren. Het einde van de trap, ergens in een toren. Er was een deur, waar ze naar binnen liepen. De deur kwam uit in een slaapkamer. Ze werd hier los gelaten. Het dienstmeisje verdween daarna gelijk de kamer uit en liet haar in haar eentje achter. De deur ging op het slot, dat hoorde ze. Met haar handen had ze nog op de deur gebonkt. 'Laat me gaan!' riep ze nog, maar er kwam geen reactie. Ze had zich omgedraaid, om de kamer goed te bekijken. Het was een normale slaapkamer, alleen duizend keer mooier. Er stond een bed, er was een klerenkast en er stond zelfs een kaptafel. Er was een groot raam de vinden in de muur. Daar had ze doorheen gekeken. Ze zat erg hoog in een toren, opgesloten. Moeizaam had ze zich op het tweepersoonsbed laten vallen en was er een zucht over haar lippen gerold. Het was misschien toch geen droom, maar de werkelijkheid. Hoe was ze hier terecht gekomen? Ze was best bang, want ze wist niet wat ze met haar gingen doen. Het leken niet op die vriendelijken wezens die altijd in haar boeken beschreven werden. Het was in werkelijkheid anders. Ze was bang dat er iets vreselijks zou gebeuren met haar. Dat ze haar gingen gebruiken of in de ergste gevallen haar gingen vermoorden.

a931f5f0206769670678bdd1527f029e.jpg

Reply Edited on 05/10/2018 06:49 PM.

Woonique

30, female

Posts: 80

Re: O) And remember, you musn't wander around in the woods.

from Woonique on 06/01/2018 11:01 PM

Hij snelde door de gangen van het paleis, maar wel rustig genoeg om niet het schijn te wekken dat hij haast had. De muren in het paleis hadden ogen en oren die nog wel eens voor een goed bedrag aan zilver of goudstukken een roddel wilde verkopen. Hij wist waar hij zijn vader kon vinden op dat deel van de dag. Meestal was hij rond de middag in de grote vergaderzaal te vinden samen met de ministers en ander belangrijk gepeupel. Gepeupel dat hij over heel wat jaren ook moest aansturen met vergaderingen. Zo af en toe woonde hij een vergadering bij, als het om onderwerpen ging waar hij belang in had maar veelal sloeg hij vergaderingen over. Niet al te slim, vertelde zijn vader hem keer op keer. Op een dag zou hij dit land regeren, dan was het van belang dat hij alles wist wat er te weten valt. Hij had ook met zijn vader de afspraak gemaakt dat hij na zijn volgende verjaardag alle vergaderingen bij zou gaan wonen voor een aantal maanden. Zijn verjaardag was op de Winterzonnewende, de kortste dag van het jaar en gelukkig was die dag nog maanden ver weg. Hij schudde licht zijn hoofd, en schudde alle gedachten van de vergaderingen van zich af. Zijn nieuws was belangrijker dan een vergadering, al zou er wel een vergadering zijn nadat hij het nieuws vertelt had, al niet meerdere. Want het was best schokkend voor sommige die al eeuwen oud waren en de mensen hadden zien vertrekken.
Hij liep de ene na de andere gang in, steeds verder het paleis in naar de grote zaal toe. Het liefst had hij zijn vader in zijn vertrekken opgezocht, en het daar privé bespreken in plaats van in de vergaderzaal, maar hij wilde niet wachten en daarnaast kon hij zijn vader kort meenemen naar een lege ruimte en het hem daar vertellen. Toen hij bij de gigantische dubbele deuren aan kwam die naar de vergaderzaal leidde, hield hij kort stil. Was dit echt het beste? Misschien niet, maar wel het snelste en als er wel gaten waren zou dat een gevaar voor zijn wereld op kunnen leveren. De jongeman legde zijn handen plat tegen de deur aan en duwde de deuren open. Een tiental verbaasde hoofden draaide zijn kant op toen ze de deuren open hoorde gaan.
''Why are you interrupting this meeting?'' Een oude stem vulde de zaal, maar het was niet de stem van zijn vader. Zijn vader, wiens bruine baard lichtelijke sporen van ouderdom begon te tonen, keek met interesse naar zijn zoon. De kroon die op zijn hoofd zat, glansde in het zonlicht dat door de ramen naar binnen scheen. Degene die hem aan had gesproken was heer Dulvoc, een oudere man die ook in de raad van zijn grootvader had gezeten. Hij was bijna en fossiel en toe aan pensioen als het aan hem lag. De man was te ouderwets, te gehecht aan vergeten tradities. Één van die tradities, waar Dulvoc een voorstander van was, was dat de kroonprins pas koning kon worden als hij gehuwd was met een vrouw. Het liefst van hoog adel natuurlijk, een vrouw van lagere stand was niet wenselijk volgens de ouderen. Slecht voor de stamboom, of iets dergelijks. Maar hij wist, en zijn ouders wisten het ook, dat een gearrangeerd huwelijk voor hem niet zou werken. Hij was daarvoor te eigenwijs en zou alles doen om dat huwelijk om zeep te helpen. Als hij ging trouwen, trouwde hij met wie hij wilde trouwen ongeacht welke stand hij of zij had. Het schoot hem te binnen dat Dulvoc hem een vraag gesteld had, en dat er verwacht werd om antwoord te geven.
''Father, I request some of your time.'' Hij boog voor zijn vader nadat hij zijn woorden uitgesproken had, en het gesnuif dat hij hoorde was hoogstwaarschijnlijk van Dulvoc.
''Whatever business you have with the king, state it here or leave.'' De scherpe tong van de oude man liet hem met zijn ogen rollen. Een lichte sliert van zijn kracht wervelde om hem heen, een teken van de lichte irritatie die bij hem kwam opzetten vanwege de oude man. Een opmerking lag hem op de tong, maar zijn vader sprak voordat de opmerking kans had om zijn mond te verlaten.
''Leave him Dulvoc,'' de koning stond op en liep naar de deur aan de linkerkant van de vergaderzaal, de deur die naar het kleine kantoor leidde, ''follow me my son.'' Vervolgde de koning terwijl hij naar het kantoortje liep. De jongeman snelde achter zijn vader aan, en toen ze eenmaal binnen waren draaide zijn vader naar hem toe. Hij kende zijn zoon goed genoeg om te weten dat hij niet een vergadering onderbrak zonder een goede reden. De blik in zijn ogen was al genoeg voor de jongeman om te beginnen met het vertellen van de situatie.
''There's a human in our kingdom. I have no idea how she got here but there is no mistaking it. There must be a hole in the barrier somewhere and it worries me.'' Nadat hij klaar was en zijn vader alles zo goed mogelijk uit had gelegd, zag hij de zorgen zichtbaar worden op zijn vaders gezicht. De rimpels op zijn gezicht namen toe en zijn ogen stonden bedachtzaam. Een enkele seconde was er stilte tussen hen, voordat zijn vader begon te praten.
''That is something to worry about indeed,'' begon hij voordat hij aan zijn baard begon te plukken, ''thank you for telling me my son. But where is this human now?'' Hij keek zijn zoon aan, en wist het antwoord eigenlijk al zonder dat hij het hoefde te vragen.
''I took her with me, and had a maid bring her to the eastern tower. I plan on keeping her there and find out how she got here. How much humans know about us and the barrier.'' Zijn vader knikte enkel naar hem en legde vervolgens zijn hand op de schouder van de jongeman.
''Well done prince.'' Zei zijn vader tegen hem voordat hij het kleine kantoortje verliet en de jongeman zelf kort daarna ook de ruimte verliet. In de vergaderzaal zat zijn vader alweer op zijn stoel aan het hoofd van de meterslange eiken tafel. Terwijl hij zelf de zaal uit liep, voelde hij de ogen branden van alle aanwezige. Ieder wilde weten wat zo belangrijk was dat de kroonprins een vergadering onderbrak en een privé gesprek aanvroeg met de koning, zijn eigen vader. Zodra hij de vergaderzaal uit was, liep hij rechtstreeks terug naar de stallen. Hij wist niet echt wat hij aan moest met het mensen meisje. Misschien dat hij later wel wat wist, maar op het moment had hij nog geen behoefte aan haar.

Reply

« Back to forum