O] We are all one people, but we live as if divided
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | » | Last
[ Go to bottom | Go to latest post | Subscribe to this topic | Latest posts first ]
Eloquence
Deleted user
O] We are all one people, but we live as if divided
from Eloquence on 01/06/2018 02:31 PMft. the lovely Lily
Aisurou Xuon 
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Meticulous on 01/06/2018 02:32 PM
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Meticulous on 01/06/2018 02:32 PMDe laatste keer dat Yué mee was geweest op een missie, kon ze zich nog helder voor de geest halen. Het was een rovers missie, om zoveel mogelijk proviand van de vuurnatie te stelen zonder dat ze het door zouden hebben. Van tevoren was al duidelijk dat het een vreedzame missie had moeten zijn, maar ze liepen recht in de val. Het was de laatste missie die Yué had meegemaakt als enkel een lid van de Freedom Fighters. De leider van de groep, Jet, had hen verraden. Hij was gevangen genomen tijdens de laatste patrouille rondom het kamp, waarbij de vuurnatie hem zo had gemarteld tot niet meer van hem over was dan een hoopje gebroken mens. Hoewel Yué's herinneringen rondom die avond nog haarscherp waren, kon ze zich Jet amper meer voor de geest halen. Ze herinnerde zich enkel nog dat hij al met beide benen in het graf stond wat hij voor zichzelf had gegraven.
Jet had altijd interesse getoond in de potentie van Yué, daar kwam ze later pas achter, toen ze bij de stemming werd genomineerd als opvolger van Jet en iedereen daarmee akkoord ging. Zelf had ze nooit verwacht dat Jet haar zo vertrouwde, vooral omdat ze zichzelf amper vertrouwde. Ze had geen enkele stem tegen gehad, wat haar ietwat verbaasde, maar ook ontroerde. Het ontroerde haar nog elke dag, de manier waarop iedereen met haar omging. Hoe ze naar haar opkeken, zochten naar haar goedkeuring, terwijl ze die allang hadden. Voor een lange tijd was haar enige doel geweest om te overleven, wat ze bij de Freedom Fighters deed. Dat de vuurnatie dwarsbomen daarbij kwam kijken, was enkel een groot voordeel. Sinds ze de leider was geworden, was ze niet meer verantwoordelijk voor enkel haar overleven, maar ook voor dat van alle anderen. Een grote verantwoordelijkheid die zowat alles van haar vergde.
Steeds vaker begon Yué te merken dat haar zachte kant plaats begon te maken voor de harde eigenschappen waarop ze Jet vaak wees en afkeurde. Als hij het dan met zijn charmante glimlach weg wimpelde, keurde ze dat vaak nog meer af. Nu begon ze echter pas te begrijpen waarom hij zich vaak zo gedroeg, omdat ze het zelf nu ook deed. Hoewel ze het aan de ene kant niet leuk vond, was het aan de andere kant ook een plus punt. Hard zijn maakte haar een betere leider en dat wist ze zelf ook heel goed. Steeds meer begonnen de anderen haar te zien als leider, in plaats van hun vriendin. Dat maakte het vaak eenzaam. Vooral omdat Yué ook gebukt ging onder haar geheim. Vaak voelde ze zich een indringer, eigenlijk met de dag wat meer. Nooit eerder had ze het uitgesproken en dat was ze ook niet van plan. Toch voelde ze haar angst wat groeien met de dag. Hoe langer ze niet haar element gebruikte of bestuurde, hoe meer het zich onder haar huid begon te roeren.
Toen Jet nog de leider van de groep was, was het gemakkelijk om af en toe weg te glippen en wat tijd voor zichzelf op te eisen. Tegenwoordig kon ze lastig voor twee uur verdwijnen en daarbij verwachten dat er geen vragen gesteld zouden worden. Het begon Yué langzaam op te breken, de hitte die zich onder haar huid steeds onrustiger ging gedragen. Steeds meer werd ze zeker ervan dat ze een goed excuus moest verzinnen om er tussenuit te glippen, anders ging het niet goed aflopen. Het harder worden had ook als gevolg dat ze sneller boos of geïrriteerd was, wat een heerlijke broedplaats was voor haar element.
Yué stond in haar hut, haar armen voor haar borst gevouwen, in stilte diep na te denken. Voorheen was dit Jet's hut, maar sinds een paar maanden kon ze dit haar eigen hut noemen. Veel was veranderd sinds toen. Het leren tentflap ruiste in de wind en Yué draaide haar hoofd naar de richting van het geluid. "Als je iets kwijt wilt, mag je best binnen komen." Zei ze, hard genoeg voor degene die aan de andere kant van de flap stond om te horen. Een zacht geschraap van de keel deed haar vermoedens bevestigd worden. "Ze zijn terug." Begon de stem die ze vaag herkende, maar zo snel niet kon koppelen aan een gezicht of naam. "En?" vroeg Yué ietwat kortaf, maar de vlaag nieuwsgierigheid in haar stem was niet te negeren. "Ze hebben iemand meegenomen." Vertelde de stem, zachtjes.
"Ze hebben wát?!" Ze draaide zich nu volledig om en stormde af op het tentflap, wat ze met een ruk open trok. Met een mengeling van woede en ongeloof keek ze naar de jongeman die haar het nieuws kwam brengen. Zijn naam kwam nog steeds niet op in haar geheugen, maar dat maakte nu ook niet meer uit, ze had wel wat beters om zich druk mee te houden. "Waar?" vroeg ze eisend, waarna de jongeman zich omdraaide en voor haar uit liep, om haar de weg te wijzen. "Vuurnatie?" vroeg ze nog, kortaf.
"Waarschijnlijk niet, hij was een gevangene in hun kamp." Legde hij uit. Het was Yué duidelijk dat ze de jongeman nog niet goed hadden ondervraagd, niet zonder haar erbij. Dat maakte haar trots op hen allenmaal, maar dat vertikte ze om nu uit te spreken. Belonen was niet de juiste aanpak op dit moment, daar was de situatie te serieus voor nu. Wanneer ze bij het grote open dek aan kwamen, zag ze de gevangene midden op het dek zitten. Hij was op zijn knieën neergezet en zijn handen waren nog steeds vastgebonden.
Zonder vaart te minderen, liep Yué op hem af en pakte zijn kin vast, waarna ze die omhoog richtte, zodat hij haar wel aan moest kijken. "Hoeveel is je vrijheid je waard?" vroeg ze met een heldere en luide stem, zodat iedereen haar vraag kon horen. Alle kinderen hadden zich verzameld, nieuwsgierig naar hoe dit zou uitpakken en naar hoe hun leider dit aan zou pakken. Op zich waren ze niet bloeddorstig, maar indringers werden nooit geaccepteerd.
Eloquence
Deleted user
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Eloquence on 01/06/2018 02:32 PMWekenlang, misschien zelfs maandenlang, had hij opgesloten gezeten in een kleine hut. In een kooi in een hut welteverstaan. Zijn armen zaten aan elkaar vastgebonden eveneens als zijn voeten. Hij kon geen kant uit. Het eten dat hij voorgeschoteld kreeg, als hij al iets te eten kreeg, kon hij enkel met zijn mond naar binnen werken. Hij kon zijn handen niet gebruiken, waardoor hij een aantal keer per maaltijd met zijn gezicht in het bord eten viel. Telkens veegde hij zijn gezicht dan af aan de mouw van zijn gewijd. Een gewijd dat inmiddels vol vieze plekken zat en van alle kanten stonk. Een stank die hij niet eens meer rook. De stinkende geur was zijn neus al zo vaak binnen gedrongen dat hij er gewend aan was geraakt. De wachters die hem eten kwamen geven, waren er nog steeds niet aan gewend. Telkens dat ze de hut binnenliepen, gingen ze bijna over hun nek. Dat was de enige plezierige tijd die hij nog had. Het zien van de walging van de wachters, veroorzaakt door hem. Ze hadden nog het geluk dat hij één keer per dag de mogelijkheid kreeg om zijn behoefte te doen. Anders was het helemaal erg geweest. Dan was hij vast in zijn eigen stank omgekomen.
De reden waarom hij hier als een gevangene zat, was voor hem onduidelijk. Nadat zijn moeder was overleden, had hij de Noordelijke Waterstam verlaten. Het was de plek waar hij was opgegroeid, waar hij mooie herinneringen had. Na het verliezen van zijn beide ouders was die plek alleen niets meer waard. Hij had er niks meer. Behalve die herinneringen dan. Hij voelde zich er niet meer thuis en had daarom besloten op pad te gaan. Weg van de plek die hem alleen maar verdrietig maakte. Hij was zonder plan vertrokken en dat was misschien wel de grootste fout die hij had gemaakt. Hij wist niet precies waar de Vuurnatie zich verborgen hield. Hij had geen idee waar ze hun kampen opsloegen en dat had hij geweten. Het was enkele maanden goed gegaan. Totdat hij recht in hun val was gelopen. Hij had het niet aan zien komen. De honger was hem op dat moment teveel geworden, waardoor hij een willekeurig kamp in was gelopen. Hij had gedacht dat er niemand was, dat hij makkelijk wat te eten kon stelen. Daar zat hij verkeerd. Met elke beweging die hij maakte, werd hij in de gaten gehouden. Tot een groep mannen hem plotseling bestormde. Hij had zijn pijl en boog meegenomen, maar hij maakte geen kans. Hij was niet snel genoeg geweest om ze allemaal uit te schakelen. Enkelen had hij geraakt, maar voordat hij het wist hadden ze hem vastgepakt en op de grond gegooid. Aan de leider had hij nog mogen uitleggen wat hij hier precies deed. Hij had grote ogen en een pruillipje opgezet en verteld dat hij al dagen niets gegeten had. Echter bleek de man daar niet in te trappen. Groot gelijk had hij. Zodoende werden zijn handen en voeten vastgebonden en werd hij in de kooi gegooid. De eerste dag had hij een overvloed aan eten gehad. Hij moest alles opeten en als hij dat niet deed, dan zou daar een straf op staan. Het was hem bijna gelukt om alles op te eten. Bíjna. Hij had nog twee happen te gaan, toen alles er weer uitkwam. Toen hij letterlijk explodeerde. Zijn straf waren zweepslagen geweest. Geen gewone zweepslagen, maar zweepslagen van vuur. Hij had geen idee hoe ze het precies deden. Het enige wat hij ervan kon zeggen dat het vreselijk veel pijn deed. Hij had het uitgeschreeuwd. Dagenlang had hij op zijn knieën moeten zitten, omdat hij anders op de brandplekken op zijn kont moest zitten. De littekens waren nog duidelijk aanwezig en zouden nooit meer verdwijnen.
Vandaag was een andere dag dan de rest van de dagen. Het was verdacht stil in het kamp, al de hele dag. Totdat daar plotseling opeens veel geweld klonk. Alsof het kamp aangevallen werd. Met moeite kroop hij dan ook naar voren in de kooi. Hij waagde een poging om te zien wat er aan had door de kier van de twee doeken die de tent afsloten van de rest van het kamp. Helaas viel er vrij weinig te zien. Enkel wat schaduwen die wild op en neer bewogen. Een teken dat er echt een aanval plaatsvond in het kamp. Het gaf hem een sprankje hoop. Al wist hij dat de kans klein was dat hij gevonden zou worden. Hij kon iets roepen, maar als de kampleden de strijd wonnen, dan had dat zware gevolgen.
Een moment van stilte volgde. Het was duidelijk dat de aanval over was. Een zachte zucht rolde over zijn lippen. Wat als de kampleden van de Vuurnatie allemaal dood waren en niemand hem hier zou vinden? Dan zou hij vanzelf ook sterven aan uithongering. Het was een nare gedachte en daarom hoopte hij met heel zijn hart dat de kampleden gewonnen hadden. Ze konden hem hier niet voor eeuwig laten zitten. Op dat moment werd het doek van de hut geopend. Een aantal jongeren stonden voor hem. Het waren duidelijk geen leden van de Vuurnatie, maar wie waren het dan wel? 'Jij komt met ons mee.' Hoorde hij een van de jongeren zeggen, waarna de kooi open gesloopt werd en hij eruit getrokken werd. Wat schichtig keek hij om zich heen. Hij bekeek de jongeren goed. Sommigen waren van dezelfde leeftijd als hij, anderen nog wat jonger. Hoe hadden deze kinderen een groep van Vuurnatieleden kunnen verslaan? Hij werd omhoog getrokken en vooruit geduwd door één van hen. Een aantal vragen werden hem gesteld, waar hij gewoon antwoord op gaf. Hij had niets te verbergen.
Uiteindelijk werd hij meegenomen naar een kamp. Niet zomaar een kampje; eentje hoog in de bomen. Hij werd midden op een dek op zijn knieën geduwd. Dat hij niet los werd gemaakte, betekende maar één ding: de kans was groot dat hij hier ook een gevangene zou zijn. Een meisje kwam tevoorschijn. Ze pakte hem bij zijn kin en hield zijn gezicht zo omhoog. Er werd aan hem gevraagd wat hij over had voor zijn vrijheid. Misschien was dit toch niet zo erg als hij had gedacht. Ze leek de leider te zijn van het stel. Hij dacht even na over het antwoord dat hij zou geven. Hij had moeite met inschatten hoe serieus deze situatie was. 'Een heleboel. Als er iets is dat ik voor jullie kan betekenen, dan doe ik dat graag.' Normaal gesproken had hij waarschijnlijk op een grappende, sacrastische manier gereageerd, maar dit ging om zijn vrijheid.
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Meticulous on 01/06/2018 02:33 PMDe stilte die viel nadat Yué haar vraag had gesteld, was om te snijden. Als er een speld was gevallen, had iedereen het gehoord. Ze kon zich de laatste keer niet meer voor de geest halen dat het hier zo stil was geweest, dat iedereen zijn adem in hield en zou wachten wat de jongeman zou antwoorden. Tijdens de stilte besloot de wind van richting te veranderen, wat ervoor zorgde dat er een penetrante lucht tot Yué doordrong. Het duurde niet lang of ze had zich gerealiseerd dat deze geur maar van een persoon kon komen: de gevangene. Ze werd overvallen door een geval van nieuwsgierigheid, maar liet haar blik niet afdwalen van zijn ogen. Met wie ze hier te maken had, was nog altijd niet duidelijk. Een enkel teken van zwakte kon alles wat ze voor elkaar had gekregen in gevaar brengen. En ze was er nog lang niet klaar voor om het stokje door te geven. Het was soms lastig voor haar om zichzelf te zien als de leider, maar wanneer ze in de ogen van wie dan ook keek, werd bevestigd dat ze wel zo gezien werd.
Na enkele momenten werd de stilte weer weg gejaagd door de stem van de jongeman die voor haar geknield zat. Nog altijd had Yué haar blik vastgepind op hem en hield elke beweging nauwlettend en scherp in de gaten. Haar gezichtsuitdrukking veranderde niet nadat hij zijn antwoord uit had gesproken, maar een aantal andere dingen wel. Sommige kinderen vonden het nodig om zelf te reageren op zijn woorden, om zelf een oordeel te veilen, om hem zelf te veroordelen. Ze liet het gebeuren, omdat het een logische reactie is van kinderen, maar dat nam niet weg dat het haar irriteerde. Ze stopte haar irritatie weg, net zoals ze momenteel alle emoties verborgen hield achter een masker. De opmerkingen die Yué hoorde waren dingen als "leugenaar" en zelfs "Vuurnatie loeder", maar ze hoorde ook stemmen die hem juist een kans wilden geven. Steeds meer stemmen begonnen te roepen wat zij dachten wat er moest gebeuren met de jongeman die zich nog steeds niet had verroerd. De enige die stil bleef was Yué, die het oogcontact met de jongeman nog steeds niet had verbroken. Nog steeds hield ze zijn kin vast, hetzij niet meer zo stevig als voorheen. De stemmen bereikten hun hoogtepunt, waarna direct het volume afnam en de stilte weer terug keerde in het kamp.
Ze nam niet eens de moeite om over de stemmen heen te spreken, ze wachtte nog altijd even geduldig af tot iedereen weer stil was, waarna ze pas de moeite nam om zelf te spreken. "Heb je ooit gemoord? Waarom? En wat heeft de Vuurnatie je aangedaan?" vroeg ze hem, de drie vragen die sinds het begin aan elk lid van de bende gesteld waren. Naar aanleiding van deze vragen was altijd het besluit genomen wat er moest gebeuren. Het was al eens eerder voorgekomen dat Yué iemand weg had gestuurd, omdat de antwoorden die gegeven waren, niet degene waren die ze wilde horen. Elke vraag was van even veel belang en eigenlijk moest elke vraag dan ook naar verlangen beantwoord worden. Zo werden er geen moordenaars toegelaten. Het persoonlijke motief met belang tot het moorden, was eigenlijk net zo belangrijk. Als iemand nooit gemoord had, maar uit het antwoord bleek dat ervoor alsnog geen respect was voor het leven, was het alsnog einde verhaal. De laatste vraag was een persoonlijke, maar werd altijd naar eerlijkheid beantwoord, hetzij niet in detail. Iedereen had wel een eigen verhaal bij wat de Vuurnatie betekende in hun leven, daar zal deze jongeman die gevangen zat in een van hun kampen niet van verschillen.
Inmiddels had Yué de kin van de jongeman losgelaten, maar ze hield nog steeds haar blik gevestigd op zijn ogen. Uit ervaring wist ze dat wanneer iemand iets plande, je dat als eerste zou zien in zijn of haar ogen. Haar moeder zei altijd dat de ogen de vensters van de ziel waren. Hoewel ze nog steeds heilig geloofde in die woorden van haar moeder, wist Yué inmiddels ook dat woorden vaak minder luid spraken dan daden. Wat iemand deed in zijn acties was vaak een betere indicatie van wat voor persoon diegene was, dan de woorden die gesproken werden. Die drie, woorden, daden en de ogen, waren dan ook altijd de dingen waar Yué op lette wanneer de drie vragen beantwoord werden.
Eloquence
Deleted user
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Eloquence on 01/06/2018 02:33 PMEr kwamen veel reacties uit het publiek dan inmiddels om hen heen stond. Sommige jongeren vonden het nodig om hem uit te schelden. Hem voor leugenaar uit te maken. De woorden deden hem niet zoveel. Het waren tenslotte maar kinderen die niet goed wisten hoe ze zich in moesten houden. Waar er van iedereen wel een oordeel kwam, bleef het meisje voor hem verdacht stil. Zij was de enige die nog geen oordeel had geveld. Hij had het vermoeden dat het niet uitmaakte wat de anderen zeiden. Het oordeel van haar was veel belangrijker dan wat de rest ervan vond. Zijn lot lag in haar handen. Wat hij daar precies van moest vinden wist hij niet. Wat zou er met hem gebeuren als zijn antwoord haar niet kon bekoren? Zou hij dan gewoon van het dek afgegooid worden, met zijn handen en voeten nog aan elkaar gebonden? Dat zou zijn dood betekenen. Zouden deze mensen om hem heen in staat zijn om te moorden? Het waren nog kinderen, dus hij hoopte van niet. Hij hoopte dat deze jonge strijders niet zo erg verpest waren dat ze op deze leeftijd al moesten doden.
Haar blik was geen seconde van die van hem geweken. Net zoals hij haar ook aan was blijven kijken. Hij wist niet waarom, maar het was moeilijk om weg te kijken. Hij was bang wat er zou gebeuren als hij weg zou kijken. Zou dat erop wijzen dat hij loog over hetgeen wat hij had gezegd? Hij had geen idee. Blijkbaar was dit een bepaalde techniek die ze uitvoerde. Misschien wilde ze op deze manier wel kijken of hij helemaal eerlijk was. Hoewel hij niet heel veel verstand had van mensen, had hij wel meegekregen dat je aan iemands lichaamshouding veel kon merken. Het kon goed zijn dat hetzelfde gold voor ogen.
Toen ze eindelijk sprak, kwamen er drie vragen uit haar mond. Ze had pas gesproken, nadat de rest van de jongeren stil was geworden. Ze mocht dan wel de leider zijn, daar ging hij nog steeds vanuit, ze had duidelijk ook respect voor de rest. Zijn kin werd weer losgelaten, waardoor hij kort zijn hoofd kon schudden. 'Ik heb nog nooit gemoord. Ik ben prima in staat om mensen uit te schakelen, zonder hen van het leven te beroven. Het is niet nodig om iemand te doden, als ik ook weg kan komen zonder dat iemand zijn leven verliest.' Dat was het eerste deel van antwoorden op de vragen. De laatste vraag was wat lastiger te beantwoorden. Niet omdat hij daarop iets moest verzinnen, hij had een heel eerlijk verhaal. Het vertellen deed hij alleen niet graag. Het was namelijk niet alleen zo dat ze hem enkel ontvoerd hadden. Ze hadden er ook voor gezorgd dat hij op jonge leeftijd al zonder vader kwam te zitten. Een zachte zucht rolde over zijn lippen. Hij sloot zijn ogen even om zich voor te bereiden op zijn verhaal. Hij opende zijn ogen weer en keek de jonge vrouw weer recht in haar ogen aan. 'De Vuurnatie heeft mijn vader gedood, maar dat is al een lange tijd geleden. Recentelijk hebben ze mij gevangen genomen en me als grof vuil behandeld. Ik heb niet bijgehouden hoe lang ze me vastgehouden hebben, maar het was een behoorlijke tijd. Af en toe kreeg ik wat te eten, maar dat was lang niet elke dag. Hetgeen wat ik te eten kreeg waren restjes die misschien al wel een paar dagen oud waren. Het was niet prettig om dat te eten, maar ik had geen andere keuze. Het was dat of sterven van de honger. Als ik iets deed wat hen niet aanstond, kreeg ik zweepslagen van vuur. Al kon ik eigenlijk vrij weinig doen wat hen niet aanstond, met mijn handen en voeten vast aan elkaar. Daarom hadden ze ook maar vrij weinig aandacht voor me, omdat ik toch geen kant uit kon.' Dat was zijn hele verhaal. Het deel van het gebruiken van het toilet had hij maar achterwegen gelaten. Dat was niet echt smakelijk te noemen en hij wilde de jongeren geen ongemakkelijk gevoel bezorgen.
Ondanks dat hij zijn verhaal had gedaan en hij waarschijnlijk niet tegen de leider in mocht gaan, wilde hij nog iets kwijt. 'Ik heb lang genoeg opgesloten gezeten. Ik ben lang genoeg een gevangene geweest. Ik zal je op je wenken bedienen als dit betekend dat ik weer vrij ben. Ik wil zelfs voor je vechten als dat moet. Een tijd lang heb ik in mijn eentje rondgetrokken en dat heb ik behoorlijk lang volgehouden. Ik weet dus hoe ik moet overleven.' Hij hoopte dat hij overtuigend genoeg was voor haar om hem vrij te laten gaan. Of in ieder geval zijn handen en voeten weer los te maken. Hij meende het dat hij van alles voor haar zou doen. Ze hoefde het maar te vragen. Hij zou zich aansluiten bij deze groep van jongeren, als dat was wat ze van hem verlangde.
Terwijl hij nog gevangen had gezeten bij de Vuurnatie, had hij eigenlijk met zichzelf afgesproken dat hij weer naar huis zou gaan, als hij vrij zou komen. Hij zou terugkeren naar de Noordelijke Waterstam. Hoewel hij graag nog meer rond zou trekken, wist hij ook dat dat gevaarlijk was. Dat had maar weer gebleken. Daarom was het beter voor hem geweest om terug naar huis te keren. Ook al had hij daar helemaal niks. Wat buren, maar verder geen mensen die hij goed kende. Als gezin waren ze altijd heel erg op zichzelf geweest. Echte vrienden had hij dan ook nooit gehad. Hij vond het echter geen probleem als hem werd verteld dat hij hier moest blijven. Dan zou zijn leven misschien nog wel een beetje avontuur op leveren. Al wist hij nog niet precies wat deze jongeren precies deden. Het was duidelijk dat ze een soort van samenleving hadden, hier in de bomen. Hij had nog niet echt de kans gekregen om om zich heen te kijken, maar als hij werd vrijgelaten zou hij dat zeker doen.
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Meticulous on 01/06/2018 02:33 PMDe blik van de jongen bleef haast net zo halsstarrig gericht op Yué als dat zij naar hem aan het kijken was. Of ze erdoor geïntimideerd moest worden, of het moest zien als een teken van sterkte, wist ze niet zeker. Het zorgde er in ieder geval voor dat ze hem serieus nam. Hij was duidelijk een stukje ouder dan de gemiddelde leeftijd in het kamp, die om en nabij lag rond de 18 jaar. Met enkele uitschieters hier en daar, waren de meesten hier jongvolwassenen en wisten zich goed te gedragen. Af en toe waren er momenten dat dat minder was, zoals wat zich net afspeelde, waar ze zich niet in konden houden. Dat nam ze hen niet kwalijk, ze kon zich de tijd nog goed voor de geest halen dat zij bij die groep stond. De tijd waarin zij waarschijnlijk even hard mee had geroepen, als dat even kon. Yué mocht dan bescheiden over komen voor de meesten, haar mening had ze altijd gevormd en juist beargumenteerd klaar staan, voor wanneer erom werd gevraagd. Soms zelfs wanneer daar niet om werd gevraagd. Dat bleek geen slechte eigenschap te zijn, het had haar immers gebracht naar deze positie. Ondanks dat Yué haar mening altijd klaar had, wist ze ook erg goed wanneer ze stil moest blijven. Wanneer ze enkel kon observeren en ze ervan wist te leren. In haar wereld bestond er niet iets zoals te veel mensenkennis. Ze kon zichzelf uren bezighouden met het bestuderen van mensen. Hoe ze zich exact gedroegen, verplaatsten, wat ze zeiden en vooral wat er daarbij dan in hun ogen te zien was. Het was voor haar fascinerend om te zien hoe een menselijk brein in elkaar stak, waarom reacties volgden bij mensen zoals ze dat deden en hoe dat bij iedereen weer kon verschillen.
Ze kon door het nauwlettend kijken in de ogen, zien dat er bij hem iets klikte. De antwoorden lieten dan ook niet lang op zich wachten, iets wat Yué een triomfantelijk gevoel bezorgde. Dat gevoel liet ze echter nog steeds verborgen achter dat masker wat ze al die tijd al had gedragen. Het masker van emotieloosheid, wat het gemakkelijker maakte voor haar om in de serieuze rol van leider te blijven. Nauwlettend, haast net zoals een katuil die zijn prooi in de gaten hield, klaar om aan te vallen mocht dat nodig zijn. Ze mocht haar zwaard dan niet bij de hand hebben, Yué had weldegelijk wapens bij zich die ze kon gebruiken om de jongen uit te schakelen. Ze verwachtte niet dat het nodig was, de jongen had zich rustig gehouden tot nu, ze zag niet in waarom daar zo plotseling verandering in zou komen. Na het schudden van zijn hoofd, hief de jongeman zijn gezicht weer naar haar op, waarbij de blauwgrijze ogen zich weer in die van haar boorde. De kleur deed haar denken aan de donderswolken die af en toe overvlogen maar nooit losbarstten. Ze waren enkel iets lichter dan dat, het was lastig om te beschrijven en Yué kon haar gedachten beter ergens anders gebruiken dan bij het beschrijven van een stel ogen.
In stilte luisterde Yué toe naar de antwoorden die volgden. Logischerwijs natuurlijk, want deze antwoorden zouden zijn lot bepalen. Het eerste gedeelte wat hij sprak, bevatte de antwoorden op de eerste twee vragen. Die antwoorden stelde haar gerust, lieten haar spieren onderhuids iets meer ontspannen. De hitte onder haar handpalmen nam iets af nu die directe dreiging minder heftig leek dan eerst. Als leider dacht ze nooit voorzichtig genoeg te kunnen zijn, maar ze zou nooit vuursturen in het bijzijn van werkelijk iedereen van de bende. Eigenlijk zou ze liever helemaal nooit meer vuursturen, maar dat was onmogelijk voor haar. Van jongs af aan haatte ze wat ze had gekregen van haar biologische vader. Vanaf het moment dat het zich had geopenbaard, had ze alles geprobeerd om er vanaf te komen. Toen niets bleek te werken, was de enige mogelijkheid om haarzelf te trainen en het zo onder bedwang te houden. Tot nu toe had dat altijd voor haar gewerkt, maar ze voelde dat het onrustiger werd, haast met de minuut. Ze zou snel een smoes moeten verzinnen, anders zou ze ontploffen, letterlijk en figuurlijk.
Voor de tweede keer verbrak de jongeman het oogcontact met haar. Dit keer had het te maken met de laatste vraag die ze had gesteld, dat was duidelijk. Deze vraag wekte vaak emoties op waar de jongeren niet om mee wilde gaan. Het was dan ook een stuk gemakkelijker dat deze jongeman een stukje ouder was dan normaal, wat het praten waarschijnlijk ietwat gemakkelijker moest maken. Yué wachtte geduldig tot hij begint met praten en wachtte net zo geduldig tot hij klaar was. Ondertussen probeerde ze zo snel mogelijk al deze informatie te verwerken, wat nogal een opgave was. Door het besef dat de jongen met vuur mishandeld was, zet ze bijna een stap achteruit. Het kwam niet vaak voor, heel zelden, maar wanneer er mishandeld werd met vuur, was het altijd afgrijselijk. De littekens waren blijvend, tot nu toe was Yué geen enkele waterstuurder tegen gekomen die het nog genezen kon.
Even had ze een moment nodig om het te verwerken, zijn woorden bleken waardevol te zijn. Het antwoord was een soort waar ze naar had gezocht, misschien zelfs op had gehoopt. Het betekende namelijk dat ze hem kon vragen om zich aan te sluiten. Hij zei eerder dat hij goed in staat was om mensen uit te schakelen, wat haar nieuwsgierigheid wekte. Zonder enige twijfel zou hij een waardevolle toevoeging zijn aan de bende, al was het maar om de gemiddelde leeftijd weer omhoog te trekken. Voor Yué haar besluit kon delen, die gevolgd zou worden door de vraag, trok de jongen zijn mond weer open. Dat zorgde ervoor dat Yué haar ogen even samentrok. Tegelijkertijd dat ze het lef vond tonen dat hij ongevraagd sprak, irriteerde het haar ook. De woorden waren echter enkel bevestiging van haar beslissing, wat haar dan weer enigszins deed kalmeren. Yué had geen woord gesproken sinds ze haar vragen had gesteld. In totaal had ze nu vier vragen gesteld aan hem, meegeteld de eerste vraag waarin ze vroeg hoeveel zijn vrijheid hem waard was.
Om te tonen dat ze ook vriendelijkheid bezat, knielde Yué voor de jongeman neer op haar hurken. Voor een paar korte momenten keek ze hem aan, waarna ze haar handen ophief en de touwen rond zijn polsen los maakte. "Nu ik weet dat je geen moordenaar bent, kan ik je met een gerust hart laten gaan, mocht je dat willen. Ik kan je echter iets beters aanbieden dan een leven op de vlucht van de vuurnatie. Een leven hier, bij ons. Wij noemen onszelf de Freedom Fighters en proberen op zoveel mogelijk manieren de vuurnatie te dwarsbomen, maar we gaan nooit verder dan een paar raken klappen uitdelen." Begon Yué te vertellen, waarbij ze de jongen nog nauwlettend in de gaten hield. Zijn reactie was het enige wat ze wilde peilen, of zijn lust naar gelijkheid net zo groot was als ieder ander hier. "Je bent welkom hier. Je krijgt een hut die je met twee anderen deelt, twee maaltijden per dag en een doel in je leven." Voegde ze er nog aan toe, waarna ze weer rechtop ging staan en op hem neer keek. "Mocht je het aanbod afwijzen, zullen we je geblinddoekt ergens naar toe brengen, waar je reis dan zelf begint. Je zal ons dan nooit meer vinden, het aanbod is eenmalig." Eindigde Yue haar praatje, wat zorgde voor zacht gefluit, waardoor het leek alsof tientallen vogeltjes plots ontwaakte en samen begonnen te zingen. Het zorgde voor een kleine glimlach op Yue's gezicht, waarbij ze zich omdraaide en weg begon te lopen. "Zorg dat hij zichzelf kan schoonmaken en breng hem nieuwe kleding. Het aanbod accepteren of niet, hij stinkt." Zei Yue als laatste en keek nog met een klein, ietwat plagend glimlachje over haar schouder naar de jongeman.
Eloquence
Deleted user
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Eloquence on 01/06/2018 02:33 PMHij had in haar ogen gezien dat ze het niet prettig vond dat hij ongevraagd begon te spreken. Het was echter een wanhoopsdaad van hem geweest. Hij wist niet wat deze jongeren precies deden, maar ze hadden wel leden van de Vuurnatie uitgeschakeld. Of dat nou bewusteloos was of dood, wist hij niet exact. Hij had enkel de lichamen op de grond zien liggen toen hij bevrijd werd uit het kamp. Het was best heftig om te weten dat een groep jongeren dat voor elkaar had gekregen. Een groep jongeren tegen een groep volwassen mannen. Het was haast onmogelijk om te geloven dat de eerste groep dat gewonnen had. Ze moesten vast goed gevechtstechnieken en wapens bezitten. Er was geen andere mogelijkheid dan dat. Zouden ze ook een element kunnen besturen? Hij vroeg het zich af.. Hijzelf had die gave niet meegekregen, iets wat hij ergens wel jammer vond. Het leek hem te gek om water te kunnen sturen. Om het water te laten doen wat jij wilde. Hij had het genoeg om zich heen gezien toen hij nog bij de Noordelijke Waterstam hoorde. Hij had vaak meegekeken bij de trainingen van de jonge waterstuurders. Af en toe had hij zelfs een kijkje gebracht bij de vrouwelijke trainingen. Het zou handig geweest zijn als hij één van hen nu bij zich had.. Dan zou ze de littekens op zijn billen en rug misschien wel kunnen laten verdwijnen. De pijn was gelukkig niet meer aanwezig, omdat het al een tijd geleden was dat ze hem voor het laatst met vuur hadden geslagen. Alle pijnlijke plekken waren verdwenen en veranderd in littekens. Hij was blij dat hij de littekens niet continue hoefde te zien. Dat hij niet continue werd herinnerd aan de tijd dat hij gevangen had gezeten. Nu hij er zo over dacht, leek het wel alsof het al een lange tijd was geleden dat hij bevrijd was. In werkelijkheid was het misschien een half uur geleden.
Hoewel het een risico was geweest om zonder toestemming te spreken, leek ze hem te vergeven. De touwen rond zijn voeten en handen werden losgemaakt. Ze sprak dat ze hem met een gerust hart los kon laten, omdat hij geen moordenaar was. Ze zei dat hem dat hij mocht gaan, maar tegelijkertijd had ze een ander aanbod voor hem. Hij kon ook hier blijven. Bij deze groep. In eerste instantie was hij er vanuit gegaan dat hij sowieso hier moest blijven. Dat hij geen kans kreeg om terug naar huis te gaan of verder te reizen. Hij kreeg de kans om te kiezen en omdat hij die niet verwacht had, wist hij ook niet goed wat hij moest zeggen. Hij wist niet of hij al direct een keuze kon maken. Met zijn handen wreef hij even over de plekken waar het touw op zijn polsen had gezeten. Er waren schaafwonden te zien van het schuren van het touw, maar die zouden vanzelf weer verdwijnen. Bij zijn enkels was hetzelfde te zien. Deze waren misschien net wat heftiger, aangezien hij nog niet zolang geleden had geprobeerd om met zijn benen vrij te komen. Hij had het tijd gevonden om te ontsnappen. Iets wat hem duidelijk niet was gelukt. Hij was druk bezig geweest met zijn benen langs elkaar schaven, zodat de touwen zouden breken. Juist op dat moment kwam er natuurlijk iemand kijken. Hij had dus teveel geluid gemaakt terwijl hij daarmee bezig was geweest. Daarna had hij het risico niet meer genomen. Sowieso hadden de wonden op zijn benen eerst een beetje moeten genezen voordat hij nog een poging kon wagen. En daar was de groep jongeren geweest, die nu zijn redding bleken te zijn.
Hij bleek gelukkig nog geen keuze te hoeven maken. De leider gaf de rest een opdracht om hem zichzelf schoon te laten maken en nieuwe kleren te geven. De reden hiervoor was dat hij stonk. Iets wat hij zelf ook wel kon bevestigen. Toen ze nog over haar schouder keek terwijl ze wegliep, grijnsde hij naar haar en gaf hij haar een kort knikje. Hij werd overeind geholpen door de rest en naar een plek geleid waar hij zich rustig kon wassen. De kleding die hij op dit moment aanhad, kon direct weggegooid worden. De vlekken en de stank zouden er waarschijnlijk niet meer uit gaan. Hij was benieuwd wat voor outfit hij zou krijgen. De kleding van de jongeren leek best op elkaar ingespeeld te zijn. Misschien hadden ze alles wel zelf gemaakt. Iets wat hijzelf nooit zou kunnen.
Hij werd naar een plek geleid met een beekje. Door een van de jongeren werd verteld dat hij hier zijn gang kon gaan. Eén iemand zou bij hem blijven, om er zeker van te zijn dat hij niet op de vlucht zou slaan. De rest zou wat kleren voor hem gaan halen. Het idee om op de vlucht te slaan kwam bij hem niet eens in zijn hoofd op. Hij had de keuze gekregen om te blijven of te gaan.. Waarom zou hij er dan voor kiezen om te vluchten? Het was nergens voor nodig. Als hij wilde gaan, dan kon hij dat gewoon aangeven. Hij was nog steeds aan het twijfelen over de keuze die hij zou maken. Er zaten waarschijnlijk veel voordelen aan om hier te blijven. Hij zou in een groep wonen met vaste mensen, die hij langzaam maar zeker zou leren kennen. Ze strijden tegen de Vuurnatie, wilde hen dwarsbomen. Iets wat hem zeker wel beviel. Maar terug naar huis, het klonk zo aanlokkelijk. Toch was er dan een grote kans dat hij weer gepakt zou worden. Dat hij weer gevangengenomen zou worden. Dat was het laatste wat hij wilde.
Hij trok zijn kleding uit en liep het beekje in. Direct liet hij zich onder water zakken. Het was heerlijk om zichzelf weer eens te kunnen badderen. Dat had hij toch echt wel gemist. Eindelijk had hij weer het gevoel een beetje fris te zijn. Hij liet zijn handen over zijn lichaam glijden om deze op die manier extra schoon te maken. Zijn handen gleden door zijn haren en vervolgens schudde hij even met zijn hoofd. Spetters water vlogen alle kanten op en daardoor lachte hij kort. Het was een lange tijd geleden dat hij zich zo fijn had gevoeld. Gelukkig zelfs. Hij was weer vrij en hij kon doen wat hij wilde. Hij zwom heel even kort op en neer, waardoor degene die hem in gaten moest houden, wat boos aankeek. Hij glimlachte naar de jongeman, als teken dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Hij zou er niet vandoor gaan, hij wilde alleen even genieten van het heerlijke water. Het liefst zou hij nu uren in het beekje blijven liggen, maar dat was vast niet mogelijk. Hij wilde er gewoon zeker van zijn dat al het vuil van zijn lichaam verwijderd was. Dat hij spatschoon was als hij weer terug uit het water zou komen. Dat hij zijn schone kleren niet direct zou bevuilen. Hij zag hoe er een andere jongen aankwam met een stapeltje kleding en dit overhandigde aan de jongen die op hem stond te wachten. Nu was het vast tijd om uit het water te komen. Toch deed hij dat nog niet. Hij wachtte. Zou de tijd zolang rekken totdat er tegen hem werd gezegd dat het tijd was om zich aan te kleden.
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Meticulous on 01/06/2018 02:34 PMHoewel Yué alleen weg liep, werd ze direct vergezeld toen ze de hoek om sloeg en alleen was. De twee die allebei aan een zijkant een beetje schuin achter haar liepen, behoorden tot het team van meest vertrouwde en ervaren vechters dat ze had opgesteld, sinds ze was aangesteld. Voor het officieel opstellen van het team, was het vooral een groep geweest dat veel tijd samen doorbracht, vooral omdat ze er al het langste waren. Het was de groep waartoe Yué behoorde, toen ze zelf nog missies uitvoerde. Hoewel het met deze mensen een stuk gemakkelijker omgaan was, vond Yué het nog steeds lastig om de knop van leider naar vriendin om te zetten. Ze was immers eigenlijk altijd nodig als leider, een heel stuk minder als vriendin. Daarnaast werd er meer naar haar gekeken als leider en kwamen haar oude vrienden niet meer bij haar voor een nonchalant praatje of een roddel. Desalniettemin was het team haar ogen en oren, zodat Yué voor alsnog alles wist wat in het kamp rondging. Zo begonnen de twee, ongevraagd maar wel door haar gewild, te praten.
"De beslissing wordt positief opgenomen." Vertelde Kalah, een dun meisje met sluik bruin haar, die met haar lange benen een van de beste scouts was die bij de hele gemeenschap was aangesloten. "Onrak houdt de wacht bij hem." Voegde Kenso, de broer van Kalah, eraan toe. Yué knikte en bleef doorlopen, zodat ze zo snel mogelijk weer bij haar hut zou aankomen. Daar zou ze alles wat ze had gezegd nog minstens drie keer analyseren. En daarnaast zou ze alles wat de jongen zei en deed minstens vijf keer analyseren. Ze was niet zeker of ze de juiste beslissing had gemaakt, maar onder al het vuil, de stank en zijn wanhoop kon ze hem niet zomaar wegsturen. Zijn smeekbede leek genoeg reden te zijn voor Yué om hem een plek aan te bieden in haar gemeenschap. Toch bleef het altijd een gok voor haar, een gok die wel eens heel erg slecht uit zou kunnen pakken, wanneer ze de verkeerde persoon het voordeel van de twijfel, en daarmee een plek aanbood. Haar intuïtie vertelde haar dat ze een juiste beslissing had genomen. Kalah en Kenso volgden haar tot haar hut, waar ze stil bleven staan, niet zonder toestemming de hut van Yué binnenlopend. Met een minimaal handgebaar maakte ze duidelijk dat de twee binnen mochten komen. De twee krijgers die behoorden tot de besten, merkten het teken zonder moeite op en stapten ook de hut binnen.
"Wat vonden jullie?" vroeg Yué toen de tentflap achter de broer en zus dichtviel. Ze keken elkaar even aan, waarbij Yué toekeek en probeerde te ontcijferen wat de woordeloze communicatie tussen de twee inhield. "Het is riskant." Begon Kenso, waarbij zijn zus automatisch het stokje overnam. "Maar ik was erbij toen ze hem vonden, het kan haast onmogelijk opgezet zijn door de vijand." Maakte Kalah het verhaal af. De nekharen van Yué stonden overeind toen ze hoorde hoe Kalah praatte over de Vuurnatie. Die bittere toon met nasmaak van woede, wraak en agressie, die toon was precies waarom ze aan niemand ooit heeft durven te vertellen dat zij ertoe behoorde. Of althans, dat een deel van haar afkomst daar lag. Nooit heeft Yué haar biologische vader gekend, laat staan hem alleen al gezien. Het was een vuurnatie soldaat die op het punt stond om te deserteren van zijn peloton. Haar moeder bood hem onderdak aan in het geheim. Er bloeide iets hevigs op in nog geen halve week, waarna het nieuws hen bereikte dat Ozai Vuurheer was geworden. De jongeman werd zo bang, dat hij zonder een woord meer te hebben gezegd is vertrokken en nooit meer terug is gekeerd. Yué's moeder had altijd zoveel angst dat het naar buiten zou komen en dat ze haar terug zouden kunnen traceren. Het moet een heftige laatste paar minuten zijn geweest toen haar grootste angst waarheid werd en ze stierf in een brand.
Haar vaders poging tot deserteren was inderdaad naar buiten gekomen. Hij was inmiddels admiraal, een heel aanzienlijke en zeer gerespecterede daarbij. Yué voelde misselijkheid als ze bedacht dat ze haar leiderschaps kwaliteiten waarschijnlijk van hem heeft. Hij werd zelf amper lichamelijk gestraft, maar moest eigenhandig het dorp afbranden. Inclusief het huis waar Yué is opgegroeid, tot die zwarte dag. Ze weet enkel nog de paniek en het gezicht van haar moeder, dat haar zegt te rennen. Dat deed Yué en zo kwam ze hier terecht. Op negen jarige leeftijd werd ze, naar eigen maatstaven, een wees. Een vader had ze nooit echt gehad, enkel de man die haar het vuur had gegeven en haar moeders leven had genomen. Twee jaar heeft ze rondgezworven, het vuursturen geoefend en zelfs hier en daar een meester gehad. Toen werd ze gevonden in een vuurnatiekamp, door de Freedom Fighters. Zonder er twee keer over na te denken namen ze haar mee en zonder twijfel maakte ze haar lid van de gemeenschap. Misschien is het daarom wel dat ze zelf zo huiverig en lastig was met het toelaten van nieuwe leden, vooral degenen die uit kampen mee waren genomen.
"Bedankt voor jullie steun." Zei ze en boog kort haar hoofd naar de twee, als klein teken van dankbaarheid. Ze bogen zonder twijfel terug, een stuk dieper en een stuk langer. Yué wachtte tot ze weer rechtop stonden. "Zorg dat hij hier komt als hij is opgefrist." Ze keek de twee aan, die knikte en zich om wilden draaien na dit laatste bevel. "Maar alleen als hij die stank kwijt is, anders komt hij er niet in." Voegde ze nog eraan toe met een kleine glimlach, die ervoor zorgde dat de broer en zus zich nog even omdraaide en ook glimlachend nog kort voor haar bogen. Nogmaals werd het Yué duidelijk dat ze haar vrienden kwijt begon te raken, een besef wat ontzettend veel eenzaamheid met zich mee bracht.
Eloquence
Deleted user
Re: O] We are all one people, but we live as if divided
from Eloquence on 01/06/2018 02:34 PMVoorheen had zijn haar waarschijnlijk bruin gezien van al het vuil dat er in zat. Misschien dat er enkele blonde plukjes door staken. Maar nu hij het in het water had gehad en het vuil er zo goed mogelijk uit had gehaald, moest het weer witblond zijn. Een bijzondere haarkleur, die niet vaak voorkwam. Hij was ook geboren met bruin haar, maar als kind was er iets mis met hem geweest. Zijn ouders waren naar de koning gegaan en hadden hem gesmeekt om hem door de Maangeest te laten genezen. Het was in het verleden eerder voorgekomen dat dat was gebeurd en er zat een groot risico aan. Er was een mogelijkheid dat je krachten zou krijgen van de Maangeest als je daardoor genezen werd. Het kon zijn dat hij zijn leven moest geven als het slecht ging met de Maangeest. De koning had alles goed in overweging genomen, voordat hij had besloten dat hij gered mocht worden. Dat ze de genezende krachten van de Maangeest mochten gebruiken. Echter was er met hem niet heel veel gebeurd. Hij had geen krachten gekregen van de Maangeest, hij was enkel genezen. Iets wat betekende dat hij zijn leven waarschijnlijk ook niet terug hoefde te geven, mocht het slecht gaan met zijn redder. Daar zou de Maangeest niets aan hebben, omdat hij toch geen krachten bezat. Hij was gewoon een doodnormale jongen met spierwit haar. Niets bijzonders aan. Toch droeg hij regelmatig iets op zijn hoofd om zijn haar te verstoppen. Er waren namelijk nog steeds mensen die dachten dat hij wel krachten bezat. Die hem daarvoor graag wilden gebruiken. Het was overigens wel een teleurstelling voor hen als bleek dat hij niks kon.
Nu was het echter moeilijk om zijn haar te bedekken, aangezien hij in het water lag. Degene die hem in de gaten hield was het dan ook vast opgevallen dat zijn haarkleur niet de meest normale was. Of hij er iets over zou zeggen, betwijfelde hij. Hij wist ook niet of er iets bij de kleding zat dat hij op zijn hoofd kon zetten. Voordat hij dat deed, moest zijn haar echter wel drogen. Anders zorgde het voor een ongemakkelijk gevoel.
Ondertussen kwamen er twee andere jongeren bij de wachter staan. Een jongen en een meisje. Was dit het teken dat hij zijn badsessie af moest ronden? Ze leken iets tegen de andere jongeman te zeggen. Hij was uiteraard op een te verre afstand om te horen wat er precies gezegd werd. Hij ging overeind staan. Hij stond nu tot halverwege zijn buik in het water. Wat maar goed was ook; hij was helemaal naakt. Het meisje dat bij de wachter stond, zat er vast niet op te wachten om hem naakt te zien. Of misschien juist wel. Hij wist natuurlijk niet hoe ze dacht. Hij schaamde zich niet voor zijn lichaam, maar of het nou zo een goed idee was om in zijn blote kont het water uit te lopen. Hij wist het niet. Misschien kon hij maar beter even wachten tot hij wat minder pottenkijkers had. Mochten ze niet weggaan, dan kon hij alsnog het water uitkomen. Hij liet zichzelf nog een keer achterover in het water vallen en zwom een stukje op zijn rug. Hij draaide zich om en wilde dan ook net weer even onderwater duiken, toen hij iemand hem hoorde roepen. Hij ging weer rechtop staan en nu gebaarde de andere jongen, dat hij eruit moest komen. Iets wat hij dan ook gewoon gehoorzaamde. Hij duwde zich aan de kant omhoog en klom eruit. Hij negeerde het feit dat hij compleet naakt was en liep op de drie af. Omdat hij het niet gênanter wilde maken dan het al was, trok hij direct zijn mond open. 'Kleren, alsjeblieft?' Vroeg hij aan de wachter, die het stapeltje nog steeds in zijn handen had. Het stapeltje werd aan hem overhandigd en zonder zichzelf echt af te drogen, trok hij de kleding aan. Hij knikte dankbaar naar de jongen die de wacht had gestaan en de kleding voor hem vastgehouden had. Het zat heerlijk comfortabel, maar hij had geen idee hoe hij eruit zag. Het werd hem al wel snel duidelijk dat de stank verdwenen was. Die had dan ook niet echt op zijn lichaam gezeten, maar meer op zijn kleren. Hij trok alles een beetje recht en toen werd hem verteld dat hij met de twee mee moest komen. Ze zouden hem terug meenemen naar de leider van het stel. Althans, dat was hetgeen dat ze hem vertelden.
Hij volgde hen dan ook braafjes en keek goed om zich heen om alles in zich op te nemen. Het was haast magisch om te zien hoe het hele kamp in de bomen was gebouwd. De bomen waren met touwbruggen aan elkaar verbonden, waardoor je vrijwel overal kon komen. Het moest jaren geduurd hebben, voordat dit hele kamp eindelijk klaar was. Misschien werden er nog steeds wel delen bijgebouwd, als er veel nieuwe leden kwamen bijvoorbeeld. Hij had natuurlijk geen idee hoe dat hier ging. Hem hadden ze bevrijd uit het kamp van de Vuurnatie. Zou dat voor alle leden van de Freedom Fighters gelden? Het leek hem haast van wel, aangezien ze met zijn allen de Vuurnatie wilden dwarsbomen. Iedereen had hier vast zijn eigen verhaal over wat de Vuurnatie hen had aangedaan. Hij was benieuwd naar de verhalen, maar hij zou er niet naar vragen. Er zaten ongetwijfeld een heleboel persoonlijk dingen tussen. Dingen die te heftig waren. Dingen die beter verzwegen konden worden.
Eenmaal bij de hut van de leider aangekomen, stopten ze. De twee liepen niet gewoon naar binnen, maar gaven eerst aan dat ze er waren. En natuurlijk dat ze hem mee hadden genomen. Hij stond nog een beetje om zich heen te kijken. Nog steeds verbazend over hetgeen wat zich hier in de bomen bevond. Hij vond het werkelijk prachtig om te zien. Hij wist dat hij er trots op kon zijn als hij dit zijn thuis mocht noemen. Nog steeds had hij niet de beslissing genomen, maar hij had het gevoel dat het voor hem wel steeds duidelijker werd wat hij moest doen. Thuis had hij niets of niemand. Het huis waarin hij had gewoond, was vast wel door iemand anders overgenomen. Hij wist niet eens of iemand hem daar miste. Hij had nooit echt vrienden gehad, dus deze zouden hem zeker niet missen. Hier kon hij misschien iets moois opbouwen, maar hoe lang zou hij hier kunnen blijven? De meesten waren al jonger dan hem, dus er zat waarschijnlijk wel een leeftijdsgrens aan. Hij kon niet zijn hele leven bij een groep jongeren blijven. De kans was groot dat het maar tijdelijk was. Aan de andere kant kon hij natuurlijk dan wel zien hoe hij verder zou gaan met zijn leven.
Reply