Search for posts by Woonique
First Page | « | 1 ... 4 | 5 | 6 | 7 | » | Last
Search found 63 matches:
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 01/06/2018 05:32 PMHet ene moment stond hij nog quasi-vrolijk tegen het meisje te praten, het volgende moment was hij deels opgesloten in een brok van ijs. Het was zo snel gegaan dat Tatsuo niet in de gaten had wat ze van plan was geweest. Verbaasd keek hij naar het ijs, dat heerlijk koud aanvoelde tegen zijn huid. Zo erg vond hij het misschien nog wel niet, al was het... stijfjes. Hij keek de jongedame aan en er begon een klein lampje bij hem te branden. Misschien was de 'jonge' sifu ook echt jong. Oops. Hij had misschien zojuist degene die hem zou gaan trainen een ietsiepietsie beledigd. Ze kon het hem niet kwalijk nemen, hij had nog nooit een jonge sifu gezien. Voor zover hij wist duurde het jaren voordat iemand de titel sifu kreeg. Niet dus. Terwijl ze hem een laatste blik gunt probeert hij die blik te doorgronden, maar hij faalt. Haar gezicht lijkt wel een ijsharde muur, niet doorheen te breken. Nog niet in ieder geval. Als de jongedame weg begint te lopen draait Tatsuo zijn hoofd mee, voor zover dat lukte. Zijn oog liet hij over haar vormen gaan, ze had een goed gevormd lichaam met de perfecte rondingen als het aan hem lag. ''Feisty.'' Mompelde hij zachtjes tegen zichzelf en zijn oog viel op haar kont. Hij besloot ter plekke dat dat zijn favoriete deel van haar was. Verder dan over zijn schouder kon hij niet kijken, dus gaf hij het al snel op. Een zucht verliet zijn mond, hij zat opgesloten in het ijs. Ze had hem opgesloten in ijs... Hoelang zou dit wel niet gaan duren? Tatsuo was niet dom, hij kon één en één wel bij elkaar optellen. Het ijs zou hier sneller gaan smelten aangezien deze plek aanvoelde als een stoofpot, maar hij vond het toch wel prettig om te weten of hij voor het middaguur bevrijd was of niet. Hij nam de gok dat hij voor de middag nog vrij was.
Zodra de zon hoog aan de hemel stond was het ijs genoeg gesmolten dat Tatsuo probeerde om eruit te breken. Hij spande al zijn spieren aan en probeerde zijn bovenlichaam te draaien. Her en der hoorde hij het ijs zachtjes kraken en zag hij scheurtjes ontstaan. Perfect! Hij probeerde steeds verder te draaien totdat het ijs op een gegeven moment, minuten later, genoeg gebarsten was dat hij zijn bovenlichaam ervan kon bevrijden. Nu zijn benen nog. Het ijs daar was nog wat dikker maar hij had een klein hulpmiddel bij zich. Een waterstuurder had zichzelf hier allang uit bevrijd, maar Tatsuo wilde niet op die mogelijkheid bouwen. Uit de huls die met een leren riem om zijn middel zat pakte hij zijn geliefde kapmes. Als de enige die niet kon watersturen had hij zich altijd meer gefocust op fysieke kracht en op jagen, zodat hij alsnog ergens nodig voor was. Met een krachtige haal stak Tatsuo in het ijs, een paar keer achter elkaar op dezelfde plek. Hij begon bovenin, waar het ijs dunner was en zou langzaam zijn weg naar beneden werken totdat hij zichzelf uit het ijs kon halen. Het duurde nog een tijdje voordat Tatsuo eindelijk uit het ijs kon stappen. Hij kon het niet laten om niet te grijnzen toen hij uit zijn gevangenis bevrijd was. Een korte blik op zijn bagage herinnerde hem eraan dat hij al zijn spullen nog steeds naar zijn hut moest gaan zeulen, hij zuchtte maar besloot dat de hutkoffers zichzelf niet weg zouden brengen. Hij had vijf stuks bagage in totaal. Twee grote en drie kleinere. Eerlijk gezegd wist hij niet eens wat er allemaal in zat. Hij had zelf wel willen inpakken, aan een grote buidel had hij genoeg gehad maar toen hij zijn kamer had betreed zag hij dat de hutkoffers al voor hem klaar stonden. 'Gepakt en wel.' Was op het briefje geschreven dat op een van de hutkoffers lag. Toen had hij alleen zijn schouders op gehaald, echter nu vroeg hij zich af wat ze in de naam van de Avatar allemaal hadden ingepakt. Hij voelde zich bijna een vrouw, aangezien hij wist dat zijn nicht van vaders kant altijd een half kasteel aan bagage meenam als ze weer eens langs kwam. Opnieuw zuchtte Tatsuo en hij besloot te beginnen met de grootste hutkoffers. Hij greep de koffer die het dichts bij hem was bij de hendels en tilde deze op zijn schouder. Zijn spieren stonden gespannen zodat hij de koffer in balans kon houden. Hij begon met lopen, zodat het wegwerken van zijn eerder klaar zou zijn. Toen hij dichter bij de hutjes kwam, stond hij even stil. Hij had geen flauw idee welk van de twee hutjes zij had uitgekozen. Iene miene mutte, rechts en hij liep naar het rechter hutje toe. Zonder enig huf of puf liep hij de trap op en zette de hutkoffer op de grond, zodat hij de deur kon openen. Echter zodra hij de deur opende en de koffer half naar binnen sleepte merkte hij op dat de hut niet leeg was. Hij keek op en zag de jongedame staan. Niet goed. Zo langzaam als hij naar binnen kwam, zo snel duwde hij zijn hutkoffer weer naar buiten, waardoor hij het bijna van de trap af duwde doordat hij nogal wat kracht erachter had gezet.
''Wrong cabin.'' Mompelde hij voordat hij zelf de hut uit liep en de deur weer achter zich dicht deed. Alsof hij nooit binnen was gekomen. Met een kleine zucht keek Tatsuo naar zijn hutkoffer voordat hij deze weer oppakte en zijn weg naar de andere hut begon.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 01/06/2018 05:32 PMDe reis naar het eiland duurde hem te lang en des te dichter ze bij hun bestemming in het gebied van de vuurnatie kwamen, des te warmer het werd tot Tatsuo's ongenoegen. De jongeman liep heen en weer op het dek van het schip wat hem de afgelopen dagen had vervoerd. Hij liep rond zonder shirt, zo warm had hij het. De jongeman dacht terug aan het moment vlak voor zijn reis. De uitdrukkingen op de gezichten van zijn ouders stonden hem nog vers in het geheugen geprint. Zijn moeder had tranen in haar ogen terwijl ze haar jongste zoon langzaam weg zag voeren. Zijn vader keek stoïcijns voor zich uit, alsof hij meer wist over iets. Tatsuo's gedachten werden onderbroken nadat er iemand over het dek schreeuwde.
''Land in zicht!'' Hoorde hij nogmaals vanuit het kraaiennest in de mast. Eindelijk! Voor hem zag hij een eiland opdoemen, met erg veel groen en geel. Tatsuo trok een ontevreden gezicht, maar het was dom van hem geweest om te denken dat er ook maar één vlokje sneeuw zou vallen in het gebied van de vuurnatie, zeker tijdens hun zogenoemde 'zomer'. Hij hoopte maar dat het eiland iets aan schoonheid te bieden had, want wat hij zag trok hem totaal niet. Het gemis naar de witte bergen en ijskou van thuis trok aan hem. Waarom had vader besloten om hem hier te laten trainen?! Minuten later was het schip dicht genoeg bij de kust om het laatste stuk veilig per kano te overbruggen. De zon brandde fel in Tatsuo's rug terwijl de jongeman met zijn peddel heen en weer ging. Het strand spreidde zich voor hem uit en al het groen werd als maar groter. Een normaal mens zou onder de indruk zijn van alle bomen en bosjes, maar van Tatsuo had dit allemaal niet gehoeven. Zodra Tatsuo voet zette op het witte strand van het eiland wist hij niet hoe snel hij terug het water in moest, dat spul was net zo heet als brandende kolen... Hij vloekte binnensmonds en draaide zich naar het schip. Met zijn hand boven zijn ogen, zodat hij het felle zonlicht blokkeerde, staarde hij naar het schip en vroeg zich af of er een manier was om ongezien weer aan boord te komen. Binnen een mum van tijd stonden al zijn hutkoffers op het strand, netjes opgestapeld door de bediende die zijn kano met hun meenamen toen ze weer terugkeerde naar het schip, nadat ze hem gedag hadden gezegd en dat ze hoopte om de jongeman snel weer te zien. Tatsuo hoopte dat ook, al ze iets in hem dat 'snel' nog wel eens vies lang kon gaan duren. Hij zuchtte en draaide zijn rug naar de zee. Hij kon niet eeuwig hier blijven staan, tot zijn spijt. Aan de voet van strand stonden twee hutjes, identiek en niet al te groot. Tatsuo trok zijn wenkbrauw op en zette opnieuw voet op het witte strand. Dit keer was hij voorbereid op de schroeiende hitte die hij onder zijn voeten zou voelen zodra deze het droge zand zouden aanraken. Met een sprint overbrugde hij het strand, waarna hij op een houten trap stil stond, de trap leidde naar het rechter hutje. Een zucht verliet zijn mond, waarna hij naar zijn stapel hutkoffers keek. Die zou hij later wel ophalen, als dat verdomde zand een stuk minder heet was. Hij baalde dat hij zij tijd op het schip nadat het in warmere wateren blootvoets had doorgebracht en dat hij zo dom was om ze niet gelijk uit zijn hutkoffer te halen. Tatsuo zuchtte om zijn eigen stommiteiten en besloot uiteindelijk maar om het hutje te betreden. Ondanks dat het er van buiten klein uit zag, was het verbazingwekkend comfortabel qua inrichting. Hij vond het wel wat hebben. Vanuit het westelijke raam keek hij uit op de oceaan en ondanks dat het een andere oceaan was dan thuis, voelde het een beetje als thuis aan. Dat was tenminste één pluspunt van het eiland. In de verte zag Tatsuo een schip, zijn schip. Dat dacht hij in eerste instantie tot hij opmerkte dat de vlaggen verkeerd stonden en dat het schip er totaal niet uit zag als dat van hem. De jongeman haalde diep adem, dat moest vast en zeker de persoon zijn die hem uiteindelijk zou gaan trainen. Enkele seconden stond hij naar het schip te kijken, hoe het ding steeds dichterbij kwam. Langzaam draaide Tatsuo zich weg bij het raam en verliet hij de hut weer. Alsof hij in een trance was liep hij het witte strand weer op, zich niet meer bewust van het hete zand. Het leek allemaal ineens heel snel te gaan en voor hij het wist kwam de eerste kano aan op het strand. Een jonge vrouw stapte uit de kano en wat Tatsuo opviel was dat ze jonge dame zeer knap was. Hij staarde een paar seconden zonder schaamte naar haar voordat zijn voeten in beweging kwamen en zich naar haar toe brachten. Hij bekeek haar van top tot teen en kwam tot de conclusie dat ze misschien van zijn leeftijd was en zeker een kop kleiner.
''Ik neem aan dat jij het hulpje bent van de sifu?'' Vroeg hij haar waarna hij met zijn kin naar het schip wees. ''Enig idee wanneer hij van het schip komt om zich voor te stellen? Of laat hij zijn hulpje eerst al het werk doen? Zover ik weet zijn sifu's nogal zelfingenomen, ik zou het nooit volhouden om voor een te werken. Je moet vast veel geduld hebben.'' Hij keek de jongedame met een grijns aan voordat hij zijn blik weer op het schip richtte, wachtend tot er een man zou verschijnen die jonger was dan de gemiddelde sifu, aangezien hij opgepikt had dat de sifu die hem les zou geven 'jong' zou zijn. Jong in menselijke termen of jong in sifu termen, had hij zichzelf afgevraagd.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 01/06/2018 05:31 PMZo gezegd, zo gedaan. Tatsuo was er een beetje ingetuimeld. Hij had verwacht dat hij gewoon thuis kon gaan trainen met de sifu. Niet dus, van alle plekken die zijn vader uit kon kiezen koos hij een verschrikkelijk hete plek. Ember Island, een eiland in bezit van de vuurnatie. God, als Tatsuo zijn krachten onder controle had, dan zou hij dat hele eiland tot ijsvlakte omtoveren. Tatsuo hield niet van hitte, zijn voorkeur ging uit naar kou. Ijskoude kou die in je gezicht sneed en je liet huiveren. De onderhandeling ging heen en weer, van de ene geestelijke boodschapper naar de andere. Hij staarde naar de oude vrouw die op een klein platform zat, hij bestudeerde haar grijze haar en rimpels. De vriendelijke expressie die op haar gezicht lag, ondanks dat ze haar ogen gesloten had. Een kleine glimlach verscheen op Tatsuo's gezicht. De geestelijke boodschapper van de Noordelijke waterstam was zijn oma, de moeder van zijn moeder. Dankzij haar hadden zijn ouders elkaar ontmoet, en werd ook hij uiteindelijk geboren. Stilte overheerste in de kamer totdat zijn oma haar ogen weer opende, en kort naar Tatsuo keek voordat ze zich richtte op zijn vader.
''De overeenkomsten zijn gemaakt. De sifu van de Zuidelijke waterstam heeft een enkele aanpassing gemaakt maar wel geaccepteerd.'' Zijn oma reikte naar een stuk papier en schreef de overeenkomst op. Tatsuo probeerde het om het gekrabbel van zijn oma te lezen maar hij had weinig succes. Eenmaal klaar met schrijven vouwde zijn oma het papier op, stond ze op en liep vervolgens naar zijn vader toe om hem het papier te overhandigen. Ze knikte kort naar elkaar, waarna zijn oma de kamer verliet. Tatsuo keek haar na en keerde zich daarna naar zijn vader. Hij moest en zou weten wat er op dat papier stond. Tatsuo was totaal niet nieuwsgierig, maar wilde graag wel alles weten. Zijn vader las het papier en overhandigde die vervolgens aan het hoofd van de Zuidelijke waterstam. Hij bekeek de twee mannen die allebei knikte, waarna ook het hoofd van de Zuidelijke waterstam, tezamen met zijn vrouw de kamer verliet. Toen ze weg waren draaide Tatsuo naar zijn vader toe en sloeg zijn armen over elkaar.
''Van alle plekken die je kon kiezen, waarom die plek?'' Vroeg hij nors aan zijn vader, die zijn zoon enkel een blik gunde voordat ook hij aanstalten maakte om de kamer te verlaten. ''Omdat dat een neutraal gebied is en dan heeft geen van jullie een thuisvoordeel. Daarnaast is het eiland verlaten en kan niemand jullie storen of zien. Je vertrekt over twee dagen, dus begin maar met jezelf klaar te maken.'' Was het antwoord van zijn vader voordat die door de deuren verdween. Tatsuo snoof en voelde de tedere hand van zijn moeder op zijn schouder, hij draaide zich naar zijn moeder toe en het viel hem op hoe oud ze er ineens uitzag. Hij fronste zijn wenkbrauwen, had ze al lang zulke rimpels rond haar ogen?
''Hij bedoeld het goed Koji, hij wilt je alleen beschermen.'' Ze aaide zijn wang, zoals ze altijd had gedaan. Het was haar manier om hem te laten weten dat het goed zou komen. Tatsuo zuchtte, liep zijn hoofd wat hangen en knikte.
''Ik had alleen gewild dat er wat meer ijs was, ik zal gekookt worden op die plek.'' Mopperde Tatsuo, wat voor een glimlach zorgde bij zijn moeder. ''Zorg ervoor dat je goed je best doet, des te eerder kan je terug komen naar huis.'' Was haar antwoord voordat ze op haar tenen ging staan om haar zoon een kus op de wang te geven en ook zij de kamer verliet. Kort stond Tatsuo stil, voordat hij zich omdraaide en nog een blik wierp op de ijsbergen. God wat zou hij die gaan missen. De jongeman zuchtte en verliet ook de kamer, om daarna rechtstreeks naar de stallen te gaan. Daar stond een van zijn beste vrienden, Toya. Een prachtig buffel yak mannetje, al zei hij het zelf. Terwijl hij naar de stallen liep dacht hij aan het feit dat ook Toya een moeilijke tijd toen hij net geboren was. Er waren complicaties geweest, waardoor er gedacht werd dat Toya de nacht niet zou halen, net zoals ze van Tatsuo gedacht hadden. De link die hij tussen hem en zijn buffel yak zag gaf hem kippenvel, wat een toeval. Ondanks alles wat Toya het grootste mannetje dat ze hadden in de stallen, en daar was Tatsuo meer dan trots op. Hij pronkte zo nu en dan graag met zijn buffel yak. Want waarom niet? Toya maakte her en der nogal indruk, zelf gebruikte Toya zijn bovengemiddelde grootte om tijdens het paringsseizoen het mooiste vrouwtje voor zich te winnen. Uitslovers, dat waren ze allebei. Geen wonder dat hij het zo goed kon vinden met de buffel yak. Bij de stallen aangekomen zag Tatsuo dat Toya een beetje op zijn voer te kauwen, hij was verveeld. Tatsuo grinnikte kort en liep naar het hok waar het tuig lag, pakte dat van Toya op en liep vervolgens naar zijn buffel yak toe, die gelijk opkeek toen hij Tatsuo opmerkte. Een loei als groet klonk door de stal en Tatsuo grinnikte.
''Ook jij een goede morgen Toya. Zin in een rite?'' Vroeg hij terwijl hij zijn buffel yak opzadelde en deze uit de stal leidde. Twee dagen, zoveel tijd had hij voordat hij zijn thuis en Toya achter moest laten voor een onbepaalde tijd. Hij keek ertegen op, het liefst nam hij Toya met zich mee maar de buffel yak zal zich waarschijnlijk net zo ellendig voelen in de hitte van de vuurnatie eilanden als Tatsuo en dat zou hij zijn beste vriend aandoen. Met een kleine zucht stapte Tatsuo op en drukte hij zijn hielen zacht in de flanken van het dier waarna Toya begon te lopen en Tatsuo stuurde hem in de richting van de bergen. Hij wou ze nog één keer verkennen voordat hij moest beginnen met het voorbereiden van zijn reis.
Re: [O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 01/06/2018 05:31 PMDe kamer was gevuld met mensen, de bedienden die klaar stonden om je op je wenken te bedienen en de stamleiders van zowel de Noordelijke als de Zuidelijke waterstam. Er zaten in totaal vijf mensen aan de ronde tafel te midden van de kamer. De stamleider van zowel noord als zuid, hun echtgenotes en tenslotte hijzelf. Aangezien deze spoedvergadering over hem ging. Iet wat ongemakkelijk zat Tatsuo in zijn stoel heen en weer te schuiven, of aan het bont van de mouwen van zijn jas te friemelen. Hij hoorde zijn vader praten, waarschijnlijk om de situatie uit te leggen waarvoor deze vergadering gehouden werd. Zelf zakte Tatsuo weg in zijn gedachte. Terug naar de nacht van zijn 22e verjaardag. Terug naar de draak die hij in zijn droom zag, en de ijsgrot waarin hij zijn kamer had veranderd toen hij wakker was geworden. Het was een moment geweest dat hij bang van zichzelf was, bang van de droom die hij had gehad. Nadat hij wakker was geworden waren zijn ouders al snel zijn kamer in gestormd, en ze hadden met dezelfde angst om zich heen gekeken als Tatsuo had gedaan. Voor zover Tatsuo wist had hij nooit een aanleg gehad voor watersturen, dus waarom was dit gebeurd? Misschien was het een grap geweest van zijn broers, maar die waren net zo verbaasd geweest als hij. Uiteindelijk kwam de waarheid op tafel. Het had een dag geduurd voordat zijn ouders hem naar zijn vaders kantoor hadden ontboden. Eenmaal binnen hadden zijn ouders het hem vertelt, hoe hij als premature baby geboren was en waarschijnlijk de nacht niet zou overleven om vervolgens op de derde nacht na zijn geboorte een draak van sneeuw en ijs had gecreëerd in zijn kamertje. Zo'n immense kracht, in zo'n kleine baby. Zijn ouders hadden voor zijn eigen veiligheid een zegel op zijn kracht laten leggen, zodat deze diep verborgen zou zijn en de bedoeling was dat deze kracht zich niet zou uitten tot het juiste moment. In zijn slaap dus, dacht Tatsuo terwijl hij naar het niets keek.
Een duw tegen zijn schouder liet de jongeman opkijken. Zijn moeder keek hem indringend aan, zoals ze altijd deed als hij zijn manieren weer eens vergat. Verbaasd keek hij om zich heen, om te zien dat er nog drie paar andere ogen op hem gefixeerd waren. ''Zoals ik zei,'' hoorde Tatsuo zijn vader zeggen, ''is het van belang dat niemand van Tatsuo's kracht af weet tot hij het volledig onder controle heeft. Hier heeft ons personeel een eed gezworen om het geheim te houden.'' Tatsuo rolde lichtelijk met zijn ogen, zijn ouders deden alsof het feit dat hij toch wél aanleg had voor watersturen dodelijke informatie was, alsof het geheimhouden ervan een beslissing van leven of dood was. Hij vond het wat overdreven, maar het feit dat zijn kamer onherkenbaar was toen hij wakker werd gaf hem alsnog kippenvel.
''Het is van uiterste belang dat Tatsuo snel leert wat er geleerd moet worden. Van de basis tot het bemeesteren,'' Tatsuo zuchtte onhoorbaar terwijl zijn vader begon te ratelen over het meesterlijke idee, zoals hij het zelf had genoemd, ''het moet snel en goed gebeuren. Ik heb de noordelijke Sifu's elk een bezoek gebracht, maar geen van hen zou het waarschijnlijk lang met Tatsuo uithouden. Het is een goede jongen, maar met een handleiding.'' Een goede jongen met een handleiding, naja zeg. Hij had dan wel zijn buien waarin hij alleen maar een sarcastische iemand kon zijn, maar hij had zeker geen handleiding. Als je erom vroeg, dan kreeg je het. ''Daarnaast zijn de Sifu's van een wat oudere leeftijd, echter hoorde ik dat jullie een Sifu hebben die zeer jong is. '' En of die Sifu's oud waren, de 'jongste' van hen was nog ouder dan zijn vader. Tatsuo geeuwde en staarde uit het raam, naar de ijsbergen die zich achter het paleis vormden. ''Ik had gehoopt dat jullie haar over kunnen halen om Tatsuo les te geven, op een geheime locatie waar ze heb in alle rust kan trainen zonder dat er mensen gewond zullen raken. Natuurlijk heeft Tatsuo al met dit idee ingestemd, nietwaar Koji?'' Tatsuo's vader glimlachte naar zijn jongste zoon, die nog steeds naar buiten keek terwijl hij knikte. Echter toen hij zijn blik naar zijn vader wendde bezonken de laatste woorden van zijn vader pas ....Wacht, wat?
[O] We live in the water, we love by the moon.
from Woonique on 01/06/2018 05:29 PMSannemarlies & Woonique (:
Tatsuo Kita
Re: ORPG| But I don't want comfort. I want poetry. I want danger. I want freedom. I want goodness. I want sin.
from Woonique on 01/06/2018 12:10 AMDe manier waarop ze zijn naam zei en zijn hand vast pakte, zorgde ervoor dat hij niet kon doen wat juist was. Weg gaan. Hij keek naar hun handen en onbewust streek hij met zijn duim over haar hand. Echter nadat ze zei dat ze zich veiliger zou voelen als hij blijf, kon hij niet meer weg gaan. Hij was verslagen, waardoor hij onhoorbaar zuchtte. Iets in hem schreeuwde dat hij haar tegen zich aan moest houden, haar moest omhelzen om het dreigende gevoel te laten verdwijnen maar hij deed het niet. Hij luisterde alleen naar haar, en was lichtelijk verbaasd dat ze hem niet op de bank zou laten slapen. Aan de ene kant wel fijn, maar aan de andere kant... Ze had beloofd om niets te doen en Uisoo besloot haar daar aan te houden. De kus die ze op zijn wang drukte brandde nog kort na, waardoor hij terug dacht aan wat er zojuist gebeurd was. Ondanks dat het zo prettig had gevoeld om iemand te beminnen, al was het maar voor even, was het een no-go. Vanaf de volgende dag zou hij strenger voor zich moeten zijn, geen slippertjes meer.
''I'll stay,'' zei hij zachtjes waarna hij opnieuw haar hand streelde, ''and I'm sorry it came to be like this.'' Zijn zoveelste verontschuldiging sloeg ze in de wind en Uisoo keek toe hoe ze weg liep. Hij zuchtte opnieuw zodra ze weg was en keek om zich heen. Achteraf was het misschien beter dat hij bij haar in bed zou slapen, aangezien hij nooit van zijn leven languit op de bank had gepast. Het enige wat hem te doen stond was opzoek gaan naar de slaapkamer. Er waren niet veel deuren die naar een andere kamer zouden leiden, en door een van die deuren was Reagan gegaan. Het leek hem verstandig om niet die deur te nemen. Iene, miene, mutte, die. Uisoo besloot de deur aan zijn linker hand te nemen, die tot zijn genoegen uitkwam in haar slaapkamer. Het was geen hele grote kamer, maar ook zeker niet klein. In ieder geval groter dan de zijne. Hij liep de kamer in, en sloot de deur achter zich waarna hij om zich heen keek en de kamer bestudeerde. De ruimte voelde warm en op een of andere manier ook vertrouwd aan. Een nieuwe zucht verliet zijn mond terwijl hij ging zitten op haar bed, die verassend comfortabel was. Hij had voor haar willen zorgen, zodra ze had gezegd dat ze zich veiliger met hem zou voelen. Die urgentie, het gevoel om over iemand te waken.. Dat had hij niet meer gehad sinds zijn eerste zaak. Het beeld van het tengere meisje in het ziekenhuisbed zou hem altijd bij blijven. Hij kon haar nog helder voor zich zien; een vermagerd en beschadigd gezicht, sneetjes en hechtingen die over haar blote armen liepen, de slangetjes die aan haar vast zaten. Het was een naar gezicht geweest. Uisoo wreef over zijn gezicht en ging daarna op het bed liggen. Zijn handen legde hij onder zijn hoofd terwijl hij naar het plafond keek en verder terug dacht aan zijn eerste zaak. Haar stem had zo gebroken geklonken toen ze met hem had gepraat. Naast het feit dat ze uitgedroogd waardoor ze schor was, leek het verdriet altijd hoorbaar te zijn. Hij herinnerde zich al hun gesprekken, elke poging om bij haar een herinnering op te wekken die ze konden gebruiken.
Uisoo was zo in gedachten verzonken geweest, dat hij niet had opgemerkt hoeveel tijd er verstreken was. Tot Reagan ineens in haar kamer stond. Haar woorden hadden hem uit zijn gedachten trokken, waardoor hij verrast naar haar had gekeken. Zij had met dezelfde verbazing, en opluchting, terug naar hem gekeken. Hij knikte en schoof daarna naar de andere kant van het bed.
''I said I'd stay.'' Zei hij met een kleine glimlach op zijn gezicht. Met diezelfde glimlach op zijn gezicht keek hij toe hij ze in haar bed kroop en al snel ook tegen hem aan kroop. De manier waarop ze tegen hem aan was gekropen, zorgde ervoor dat zijn hart een slag oversloeg. Hij tilde haar hoofd lichtelijk op en plaatste zijn arm eronder, waardoor ze in feite zijn arm als kussen gebruikte. Met zijn hand begon hij haar rug te strelen, terwijl hij nog kort naar het plafond keek. Hij hoorde haar nog wat mompelen, maar achtte er weinig aandacht aan. Echter toen zijn hand over haar schouderblad ging voelde hij een soort van rimpel in haar huid. Hij liet zijn vingers eroverheen gaan en volgde de lijn, lichtelijk nieuwsgierig om wat het was probeerde Uisoo naar haar rug te kijken. Iets wat weinig uit zou maken aangezien het donker was.
''What's on your back? Is it a scar?'' Vroeg hij aan haar, voordat hij naar haar gezicht keek. Een reactie hoefde hij niet te verwachten, haar gezicht sprak genoeg boekdelen. Ze sliep. De serene rust die over haar gezicht lag deed hem goed. Met zijn vrije hand, waar hij zojuist nog op lag, streelde hij haar gezicht. ''Good night.'' Mompelde hij tegen haar voordat hij zijn eigen ogen sloot en niet veel later ook in slaap viel.
Re: ORPG| But I don't want comfort. I want poetry. I want danger. I want freedom. I want goodness. I want sin.
from Woonique on 01/06/2018 12:10 AMTerwijl hij haar woorden nog aan het verwerken was, had zij zijn hand vast gepakt en die op haar middel gelegd. Hij keek hoe zijn hand paste op lichaam en het voelde alsof zijn hand perfect paste. Als het glazen muiltje van Assepoester aan haar voet. Haar stap naar voren, om de afstand tussen hen te verkleinen merkte hij op maar Uisoo reageerde er niet op, nog niet. Ze was nogmaals zo dichtbij, hij hoefde in theorie alleen maar naar voren te leunen om haar lippen aan te kunnen raken. Hij had zij blik verplaatst van zijn hand op haar heup naar haar gezicht, die o zo dichtbij was. De geur van haar parfum drong zijn neus binnen, en hij had nog nooit een vrouw tegen gekomen die zo lekker rook. Wat misschien wel absurd klonk. Het feit dat deze jongedame in zo'n korte tijd al te veel effect op hem had moest toch lichtelijk zorgwekkend zijn, niet waar? Ze had hem zover gekregen dat hij bij haar naar binnen kwam, dat hij fysiek contact met haar maakte, terwijl hij haar alleen naar huis zou rijden. Haar verzoek, hij zou die moeten weigeren. Ondanks dat ze dan misschien wel single was, ze was nog steeds verbonden met Milan en daarnaast was het tegen de regels. Regels die hij zichzelf had opgelegd. Geen relaties die te diep gingen, hij zou dan fouten kunnen maken die hem en de missie de kop konden kosten. Alleen voordat hij haar vriendelijk af kon wijzen had zij haar lippen al tegen de zijne gedrukt. Wat daarop volgde was een natuurlijke reactie, hij kuste haar terug en verstevigde zijn greep op haar middel met zijn ene hand terwijl hij de andere hand liet zakken zodat die ook op haar middel terecht kwam. Het leek alsof het mistig was in zijn hoofd, hij reageerde op instinct in plaats van dat hij nadacht over wat hij deed, wat voor een effect zijn acties zouden hebben. Misschien lag het aan het feit dat hij al een tijd alleen was, niet alleen de vier maanden dat hij undercover was, maar ook een tijd daarvoor. Hij kon zich amper heugen wanneer hij voor het laatst met iemand gezoend had, was het nog voordat hij naar de academie ging? Zo ja, dan was het jaren geleden. Best triest eigenlijk, maar hij had het gewoon weg te druk met carrière maken om zich druk te maken over relaties en met mensen zoenen. Zodra de kus intenser werd leek al zijn instinct aangewakkerd te worden, zijn druk op haar lippen werd dieper net zoals zijn ademhaling. Zijn handen verstevigde hun grip nogmaals voordat hij Reagan optilde en op het aanrecht zette, zonder te kus te breken. Ze was ongeveer even groot als hij was zodra hij haar neer had gezet, wat hem liet glimlachen in de kus. Op de achtergrond hoorde hij wat op de grond vallen, maar het was niet belangrijk genoeg om er aandacht aan te geven. Het enige wat belangrijk was op dat moment was Reagan. Hijzelf stond tegen het aanrecht aan, met haar tegen hem aan geschoven. Haar lippen verlieten zijn mond en begonnen hun weg naar zijn hals. Een gesmoorde kreun vulde de keuken zodra de kusjes over zijn hals verspreid werden. Uisoo's hals was altijd al een van zijn zwakkere plekken geweest, waardoor hij de weg nog meer kwijt raakte. Zijn ogen waren nog steeds gesloten en voor hij het wist waren haar lippen terug op de plek waar ze hoorden te zijn. Haar handen die over zijn lichaam gleden, ondanks dat hij nog steeds een shirt aan had, bezorgde hem kippenvel. Gevangen in het moment, de lust die in de lucht hing, liet hem zijn handen laten zakken naar haar heupen, waar hij lichtelijk gretig zijn vingers in drukte. Bij het voelen van haar hand op zijn onderrug ging er een knop om, en Uisoo was in ene klaar wakker. Voorzichtig maakte hij zijn lippen los van de hare, opende zijn ogen en deed een paar stappen achteruit, zodat hij niet in haar bereik was. De frustratie kwam opzetten, frustratie naar hemzelf. Hoe had hij zo iets stoms kunnen doen? Hij had zich laten verleiden, wat nou als hij zijn wapen bij zich had gehad en zij die gepakt had? Zelfs een blinde had kunnen zien dat zijn wapen van de politie was. Het was zijn wake up call geweest.
''I'm sorry,'' begon hij voorzichtig terwijl hij een hand door zijn haar haalde en haar naar keek, afwachtend voor het eventuele moment dat ze boos op hem kon worden, ''I shouldn't have kissed you.'' Hij voelde zich schuldig en tegelijk ook oerstom. Het beste was om snel naar huis toe te gaan en vergeten wat er was gebeurd, al was het waarschijnlijk onmogelijk om een vrouw als haar te vergeten. Hoe ze het voor elkaar had gekregen dat hij zo op haar en haar lichaam had gereageerd was gewoon te verbazingwekkend voor woorden. Het zou verboden moeten zijn. Als agent zou hij zulke dingen moeten kunnen weerstaan, hij had er zo vaak op getraind. Hoe kwam het dan dat hij deze keer met open ogen erin was gevallen. Een maalstroom aan gefrustreerde gedachte vulde zijn hoofd, waardoor hij nogmaals zijn hand door zijn haar haalde echter dit keer met een diepe zucht erachteraan. Hij draaide zich met zijn rug naar Reagan toe en wreef in zijn gezicht. Hij moest echt gaan voordat ze hem nog meer liet doen wat hij zich niet kon veroorloven.
''I think it's best if I leave.'' Mompelde hij nadat hij zich weer naar haar toe had gedraaid. In eerste instantie keek hij niet naar haar, maar naar de grond. Pas op dat moment merkte hij de glasscherven op, dat moest vast zijn glas water zijn geweest aangezien de grond nat was maar geen andere kleur had. Uisoo liep weer naar het aanrecht toe, ging door zijn knieën en begon met het opruimen van de glasscherven. Zijn blik viel op Reagan's blote voeten en ging langzaam weer naar boven, ze keek hem aan. Kort keek Uisoo terug voordat hij zijn blik afwendde en opstond. De scherven glas liet hij in de prullenbak vallen waarna hij zich naar Reagan wendde en hij zonder iets te zeggen optilde. Met haar in zijn armen liep hij de keuken uit en zette haar in de woonkamer weer neer.
''I'm sorry.'' Verontschuldigde hij zich nogmaals.
Re: ORPG| But I don't want comfort. I want poetry. I want danger. I want freedom. I want goodness. I want sin.
from Woonique on 01/06/2018 12:10 AMHaar opmerking liet hem ook glimlachen waarna hij zijn hand voorzichtig tegen haar beurse kaak legde. ''Sorry, I promise I won't do it again.'' De bebloede doekjes gooide hij in de prullenbak en bekeek Reagan voor een moment. De jongedame bekeek haar eigen spiegelbeeld om de schade op te nemen. Die kaak zou nog veel meer kleur krijgen over een dag of twee, wist Uisoo uit ervaring. Hij had tijdens zijn tijd op de academie, tevens ook daar buiten, genoeg slagen op zijn kaak gekregen om te weten hoe veel zeer dat kon doen. Dat ze inging op zijn aanbod deed hem goed, het betekende dat hij haar niet het pakhuis uit moest sleuren. Hij knikte als bevestiging en wachtte tot Reagan klaar was. Het viel hem op dat haar lip niet meer bloedde, wat een goed iets was. Het was dus waarschijnlijk een klein scheurtje. Echter het moment dat haar hand over zijn arm gleed, kroop de kippenvel over zijn lichaam. Opnieuw knikte Uisoo en hij liep naar de deur toe. De dweil die als barricade diende haalde hij weg voordat hij en Reagan de wc verlieten. Reagan liep voor hem uit en het verbaasde hem lichtelijk dat ze met haar kin geheven het pakhuis uit liep. Menig vrouw zou met hangende schouders en een gebogen hoofd zo snel mogelijk het pand willen verlaten als dit ze was overkomen. Hij kon het niet laten om te glimlachen, zeker niet nadat ze Milan zo vuil aan keek. Als blikken konden doden was hij er geweest. Het liefst wilde hij lachen, maar daar was dit het goede moment niet voor. Misschien later, als hij thuis was dat hij om dit hele tafereel zou gaan lachen. Eenmaal buiten sloeg de kou hem nogmaals die avond in het gezicht. Hij kon zich niet voorstellen hoe koud zij het wel niet moest hebben. Op dat moment schoot het hem ook naar binnen dat zijn jas nog ergens bij de bar lag. Shit. Snel viste Uisoo zijn mobiel uit zijn zak en stuurde Sokratis een bericht met daarin het verzoek of hij Uisoo's jas mee kon nemen zodra hij naar huis ging. Lichtelijk baalde Uisoo, want hij had zijn jas aan Reagan kunnen geven tegen de kou. Gelukkig waren ze snel bij zijn auto en zodra ze beide ingestapt waren, startte Uisoo de motor en zette hij de kachel op z'n hoogst. Tijdens het rijden vroeg hij aan Reagan hoe hij moest rijden en binnen de kortste keren kwamen ze bij een appartementencomplex aan die verrassend genoeg dichtbij zijn huis was. Zijn buurtje was er een paar minuten vandaan. Uisoo parkeerde de auto langs de stoep en zette de motor uit, zijn gordel maakte hij los terwijl Reagan al de auto uit stapte. Haar opmerking over een kapotte lift liet hem glimlachen.
''Walking the stairs to the third floor won't kill me, but if it were the 100th floor it maybe will.'' Grapte hij voordat hij uitstapte en zijn auto op slot deed. Zonder wat tegen elkaar te zeggen liep Uisoo achter haar aan de trappen op, hij keek een beetje om zich heen en merkte op de het complex er nog redelijk uit zag, veel beter dan de zijne. Die viel nog net niet van ellende uit elkaar maar het was een perfecte dekmantel voor een dealer. Hij wachtte tot ze de deur opende en naar binnen liep, maar net toen hij zich wilde omdraaien om weer terug naar zij auto te lopen nodigde Reagan hem uit om naar binnen te komen. Kort was hij in tweestrijd, wat was verstandiger? Naar huis gaan was vast het handigst om te doen, maar aan de andere kant kon hij wat meer over haar te weten komen en daarmee ook erachter komen waarom haar naam hem zo bekend voor kwam, dat scheelde Goodwill ook weer wat graafwerk. Hij liep naar binnen en keek onmiddellijk om zich heen. Haar appartementje zag er gezellig uit en hij hoorde haar woorden vaag in zijn achterhoofd, pas toen ze een kus op zijn wang drukte drongen de woorden bij hem binnen. Verbaasd keek hij naar haar terwijl ze rustig haar hakken uit deed en weg liep. Kort stond Uisoo nog verbaasd in de hal voordat hij een zachtjes 'graag gedaan' mompelde. Uisoo schudde zijn hoofd voordat hij dezelfde richting op liep en zag dat ze naar de keuken was gegaan, waar hij zag dat ze een pijnstiller innam. Hij voelde een schuldgevoel opkomen waarvan hij wist dat het nog de hele avond aan hem zou gaan knagen.
''Water's fine.'' Antwoordde hij langzaam terwijl hij toekeek hoe ze wat uit haar haar haalde waardoor het als een waterval over haar schouders viel. Gehypnotiseerd keek hij ernaar voordat hij opmerkte dat ze naar hem keek. Er was een korte stilte, en het schuldgevoel van Uisoo drong zich aan hem op. Hij keek wat ongemakkelijk om zich heen terwijl hij zocht naar de juiste manier om zich te verontschuldigen voor wat er gebeurd was. Hij begon aan de hem van zijn shirt te friemelen voordat hij naar zijn schoenen keek en besloot om gewoon maar zeggen dat het hem speet.
''You know, I'm sorry this all happened. It's probably my fault that you got hit by that scumbag. If I hadn't put my arm around your waist you would probably still be there partying happily...'' Hij krabde zich op zijn achterhoofd voordat hij naar haar keek om haar reactive te peilen. Kort beet hij op zijn lip, iets wat hij deed als hij zenuwachtig was. Het verbaasde hem, want waarom zou hij zenuwachtig moeten zijn? Er zou niets gebeuren, behalve dan het feit dat ze hem gelijk zou kunnen geven en daarna boos haar huis uit jagen. Echter was haar reactie het laatste wat hij verwacht had.
''If you want to make up for it, kiss me.'' Had ze tegen hem gezegd. Uisoo had verbaasd naar haar gekeken, zichzelf afvragend of hij het wel goed had verstaan. Wilde ze dat hij haar ging zoenen? ''Are you serious?'' Vroeg hij nog voor de zekerheid, waarna de jongedame knikte. Damn.. Uisoo haalde zijn hand door zijn haar voordat hij de afstand tussen hen overbrugde. Hij keek haar aan terwijl hij zijn handen voorzichtig tegen haar gezicht plaatste, zodat hij haar geen pijn zou doen. Ze was bijna een kop kleiner dan hem, iets wat hij op een of andere manier aantrekkelijk vond. Hij bracht zijn gezicht dichter naar de hare en hield op een centimeter afstand van de hare stil. Van dichtbij waren haar ogen nog mooier, hij kon er de hele avond in staren als hij dat wilde. Hij voelde haar warme adem tegen zijn lippen aan, wat hem eraan herinnerde dat haar lip nog steeds gescheurd was, ondanks het feit dat het niet meer bloedde. Dus in plaats van haar op haar lippen te kussen, drukte Uisoo een kusje op het dopje van haar neus.
''I don't want to hurt you.'' Fluisterde hij tegen haar nadat hij zijn lippen van haar neus had gehaald en met zijn duim over haar wang streek. Een zwakke glimlach verscheen op zijn gezicht terwijl hij haar nogmaals in de ogen keek. Zijn lichaam vond het contact fijn, hij voelde zich fijn ondanks dat zijn verstand langzaam alarmerend en irritant naar voren kwam. Geen diepe connecties maken had zijn bevelhebber gezegd. Was hij op het moment niet het tegenovergestelde aan het doen?
Re: ORPG| But I don't want comfort. I want poetry. I want danger. I want freedom. I want goodness. I want sin.
from Woonique on 01/06/2018 12:09 AMDe manier waarop haar gezicht oplichtte toen ze moest glimlachen, zorgde er kort voor dat Uisoo stopte met ademhalen. Wie had ooit gedacht dat iemand zo mooi kon zijn als ze lachte? Het klonk zeer cliché, maar op een of andere manier vond Uisoo dat haar glimlach de mooiste was die hij ooit had gezien. Zelfs de meisjes waarmee hij vroeger een relatie had zouden naast haar verbleken. Zo'n prachtige vrouw kon je toch niet vergeten? Het zat hem nog steeds dwars en zodra hij thuis was zou hij zeker aan Goodwill vragen of de naam hem ook zo bekend voor kwam. Haar gegrinnik was aanstekelijk, waardoor Uisoo zelf ook grinnikte terwijl hij nadacht over hoe corny zijn woorden wel niet waren. Hij wachtte een paar seconden met antwoord geven en keek hoe ze haar cocktail opdronk. ''Will do.'' Mompelde hij zachtjes voordat hij een biertje bestelde bij de barman. Hij zag hoe ze naar Sokratis en Lynn keek, en daardoor werd hij lichtelijk nieuwsgierig. Wat zag ze? Uisoo keek langs Reagan heen en zag wat zij zag. Een zucht verliet zijn mond, Sokratis zou het ook nooit leren. Stiekem hoopte hij dat Lynn niet in Tis' spel meeging en hem een flinke mep zou verkopen. Nog harder dan die van Reagan in zijn eigen gezicht. Haar blik gaf hem een benauwd gevoel. Had zijn nieuwsgierige overhand hem zojuist in de problemen gebracht? Vurig hoopte hij van niet. Terwijl zij op een kruk ging zitten keek hij echter vol verwachting toe, hopend dat zijn stomme nieuwsgierigheid niet de missie in gevaar bracht. Toen ze haar benen over elkaar heen sloeg kon hij het niet laten om ernaar te kijken, al was het maar voor even. Want haar benen waren mooi gevormd, het zorgde ervoor dat hij zich afvroeg of ze aan enig sport deed? Nadat ze nog wat drankjes had besteld begon ze met praten en Uisoo sloeg ieder woord dat ze zei op. Ze was dus Milan's scharrel, zoals hij al gedacht had. Al hoewel zij mag denken dat ze alleen vrienden zijn durfde hij te wedden dat Milan haar nog steeds als de zijne zag. Het was dus een gevaarlijk spelletje om met haar om te gaan, laat staan close met haar te worden. Het kon hem zijn kop kosten. Omdat hij niet wist hoe hij er precies op moest reageren, knikte hij alleen maar voordat hij een slok bier nam. Terwijl hij dronk keek hij naar haar, hoe ze het rietje in haar mond had genomen en hoe mooi haar mond erdoor uit zag. Het feit dat ze haar lippen likte zorgde ervoor dat Uisoo kort op de zijne beet. Dit kon echt nog wel eens linke soep worden. Ze had veel te veel effect op hem, voor zijn eigen goed. Zodra hij wist waar hij haar naam gehoord had zou hij zo min mogelijk met haar in contact moeten komen. Op den duur zouden ze elkaar wel weer vergeten en verder gaan, hoopte hij. Toen ze hem vroeg waarom hij zijn vraag gesteld had moest hij wel antwoord geven, al wilde hij dat niet echt.
''Just curious, he looked possessive over you so I wondered if I should back up or mingle.'' Hij haalde zijn schouders op, maar moest daarna wel lachen. If she only knew. Uisoo legde zijn bierglas op de bar neer en schudde zijn hoofd. ''I only sell. It would be a waste to use what I can sell. So I refrain from using and keep on selling .'' Haar aanhoudende blik naar hem zorgde voor een ongemakkelijk gevoel, had ze hem door? Dat kon het onmogelijk zijn, niets aan hem straalde undercover agent uit zover hij wist. Net toen hij aan haar wilde vragen of er iets raars op zijn gezicht zat, alleen maar om ervoor te zorgen dat ze ging praten, riep iemand haar naam. Een jongedame was aan komen lopen kende Reagan blijkbaar, aan de knuffel te zien die ze haar gaf zouden ze best nog wel eens vriendinnen kunnen zijn. Kort analyseerde Uisoo de vrouw om te kijken of hij haar ergens van kende, maar ze was onbekend voor hem. Desondanks kon ze misschien nog wel van pas komen, zeker nadat ze aan Reagan vroeg of ze ook wou gebruiken. Ze had zijn aandacht. Het feit dat Reagan naar hem had gekeken voordat ze het aanbod afsloeg verbaasde hem, maar beangstigde hem ook. Had ze het dan toch door? Ze had gezegd dat hij haar bekend voor kwam, wat als ze hem ooit in uniform had gezien en ze zich dat zojuist had herinnerd? Shit. De vrouw, die haar schouders had opgehaald, richtte zich vervolgens op Uisoo. Hij zou eigenlijk op haar aanbod in moeten gaan, ware het dan alleen maar om bewijs en informatie te verkrijgen maar door wat de vrouw tegen hem zei was het enige antwoord dat in hem op kwam 'nee'.
''I decline your offer. I rather sell than use. It's actually a shame that they give out free drugs here. You could make so much money on nights like these. And if I were to take her home, I would just want to make sure she gets home safe and sound.'' Het eerste was een ingestudeerd verhaaltje dat Uisoo had gemaakt om ervoor te zorgen dat hij niet door de mand zou vallen, maar de vrouw had ook gezegd dat Reagan een catch was, en met dat was hij het eens. Degene die later zijn of haar leven met haar zou delen mocht zichzelf in de handjes knijpen om zo'n gem naast je te hebben en heel even liet hij zich gaan. Uisoo deed een stap naar Reagan toe en sloeg zijn arm om haar middel. ''She's a catch indeed,'' begon hij terwijl hij kort naar haar keek terwijl ze lachte, ''but this catch is probably far out of my reach.'' Hij liet zijn arm van haar af glijden en glimlachte waterig. Het was misschien wel het meest verstandige om gelijk te beginnen met het creëren van een afstand tussen hun, een beetje raar misschien aangezien hij zojuist nog een arm om haar heen had geslagen. Hij deed weer een stap naar achteren en pakte zijn glas vast om vervolgens een slok te nemen. Seconden tikte bij en voordat Uisoo door had wat er ging gebeuren was het eigenlijk al te laat.
''You filthy whore.'' Hoorde hij iemand zeggen en in een split van een seconde stond een nieuw iemand bij hun en Uisoo zag hoe de nieuweling Reagan in het gezicht sloeg. Haar hoofd sloeg opzij door de impact. Het leek alsof haar mond open hing van verbazing. Uisoo handelde uit pure impuls. Hij gaf de man een duw tegen zijn schouder, waardoor ze elkaar recht aankijken voordat Uisoo hard met zijn vuist uithaalde in het gezicht van de man, een voltreffer op zijn neus. Hij voelde hoe het bot en kraakbeen kraakte en het warme bloed spatte tegen zijn hand. De man viel kreunend achterover door de impact en Uisoo weerstond de neiging om hem nog een klap te geven. ''Who's the filth here?'' Zijn stem klonk giftig terwijl hij naar de man keek die jammerend zijn neus vasthield voordat hij zich naar Reagan toe draaide.
''Are you okay?'' Vroeg hij haar terwijl hij één hand op haar schouder legde en met zijn andere hand voorzichtig haar haar uit haar gezicht haalde. Een straaltje bloed liep van haar lip over haar kin en Uisoo voelde woede in hem opkomen. Zielig stuk vuilnis dat het was. Voordat Reagan antwoord gaf draaide hij haar om en pakte hij haar bij de hand. Zonder verder nog wat te zeggen trok hij haar mee in de richting van de wc's, maar niet voordat zij de man nog een schop in zijn maag verkocht. Zeer verdiend. Hij hoopte echter dat niet veel mensen hadden gezien wat er zojuist gebeurd was, omdat hij zelf niet in de problemen wilde komen met Milan of zijn neefjes. Hij nam haar mee naar de herentoilet, omdat de vrouwen wc inlopen hem wat minder gepast leek. Tot zijn opluchting was er niemand binnen en nadat hij zichzelf en Reagan naar binnen had geloodst barricadeerde hij de deur met de dweil die in het hoekje stond. Hij had geen zin in ongenodigde gasten hierbinnen. Toen hij zich weer naar Reagan keerde gaf hij haar een licht duwtje richting de wasbakken voordat hij een zooitje papieren handdoekjes pakte en deze onder de kraan nat maakte voordat hij voorzichtig het bloed van Reagan's gezicht af depte. Hij wist nog niet zeker of haar lip gescheurd was door de klap, of dat ze een tand door haar lip had.
''I guess this party is over.'' Mompelde hij zachtjes tegen haar terwijl hij zo voorzichtig mogelijk het bloed van haar lip depte, hij wilde niet dat hij haar pijn zou doen. ''Want me to give you a ride home?'' Vroeg hij haar met een iet wat bezorgde toon in zijn stem. Hij zou geen genoemen nemen met 'nee' en als het moest haar over zijn schouder meenemen naar zijn auto om haar naar huis te rijden.
Re: ORPG| But I don't want comfort. I want poetry. I want danger. I want freedom. I want goodness. I want sin.
from Woonique on 01/06/2018 12:08 AMHet verbaasde hem lichtelijk hoe koud het buiten was, een rilling liep over zijn rug en kippenvel verscheen op zijn armen. Misschien had hij toch eerst zijn jas moeten pakken voordat hij naar buiten ging. Wolkjes warme adem steeg omhoog terwijl hij om zich heen keek. Het was aardig verlaten buiten, wat logisch was aangezien het koud was. Uisoo zuchtte en stopte zijn handen in de zakken van zijn broek. Zolang die warm bleven kon hij wel even rond lopen. Misschien kon hij iemand vinden die wat verder van het gebouw zat. Het pakhuis was niet al te groot dus binnen een minuut of twee had hij eromheen gelopen en tot zijn grote teleurstelling niemand gezien. Een lichte frustratie kwam bij hem naar boven en hij neigde ernaar om zijn vuist tegen de muur aan te planten, maar dat was alles behalve een goed idee. In plaats daarvan haalde hij een hand door zijn haar, keek nog voor een laatste keer om zich heen en besloot daarna om weer naar binnen te gaan. Domper, nu moest hij binnen gaan vissen. Het was daar tenminste een stuk behagelijker maar er waren ook meer mensen die hem konden zien. Waarschijnlijk kon hij deze avond beter beschouwen als verloren en een beetje plezier hebben, als hij zichzelf dat natuurlijk toe stond. Misschien kon het later op de avond nogmaals proberen, aangezien de avond nog jong was en dit soort feestjes nog wel eens tot zonsopkomst konden duren. Het hing allemaal af van hoeveel drank er was, drank op betekende einde feestje.
Binnen was het inderdaad veel aangenamer dan buiten, de warmte en geurmengsel van zweet en drank sloegen hem in het gezicht. Misschien was de lucht buiten toch wat lekkerder ondanks de kou. Dicht bij de ingang stond een groep van vier mannen, waarvan Uisoo twee herkende. De twee waren ook koeriers en net iets langer bij het kartel dan hijzelf was. Ze stonden voor de metalen trap die naar het balkon leidde die zich om de muren bevond. Van boven kon je alles beneden perfect in de gaten houden maar er was geen stoel of wat te vinden, daar was het balkon te smal voor. De manier waarop de mannen bewogen vertelde Uisoo genoeg, ze hadden gebruikt en gedronken. Hij kon proberen om wat informatie uit hun te krijgen, misschien was het allemaal waardeloze informatie maar dan had hij waarschijnlijk toch een idee dat hij iets gedaan had. Uisoo nam een nonchalante houding aan en slenterde naar de mannen toe, die het niet opmerkte dat er iemand bij hun kwam staan. Ze babbelde gewoon door, terwijl Uisoo alleen maar luisterde. Zoals verwacht kwam er weinig zinvols uit hun monden. Wie de meeste meiden had genomen, wie de meeste coke had verkocht, dat ze iemand bedreigt hadden of dat ze bij Miquel waren geweest voor een speciale opdracht.. Wacht... Uisoo's volle aandacht ging uit naar de getinte jongeman met de zwarte trui, hij wilde het zijne weten van die 'speciale opdracht'.
''What kind of assignment?'' Vroeg hij aan de jongeman, het had namelijk geen zin om met iemand die niet helemaal bij om moeilijk te gaan vissen. Direct de vraag stellen was in dit geval het beste om te doen. Het leek de mannen op dat moment pas op te vallen dat Uisoo er stond, alle vier keken ze hem kort aan en daarna elkaar. De jongeman aan wie Uisoo de vraag had gesteld keek hem het langst aan, voordat die wat wiebelig een stap naar voren deed.
''You know broooo,'' begon hij voordat hij nog een stap zette, binnen arm bereik. De jongeman stonk niet naar drank, maar zijn pupillen waren zeer groot en het wiebelig duidde erop dat beide in zijn systeem zaten, ''Miquel ashed me to cwean som mesh for him. Twere wash som guy stealin his gul. I shot wim and dumped his body in the...'' De jongeman stopte kort met praten en keek om zich heen, alsof hij op het punt stond om een top geheim prijs te geven. Hij stapte nog dichterbij en bracht zijn gezicht naar Uisoo's oor. Heel kort had hij de neiging om een stap naar achteren te doen, maar zijn verstand zei hem dat hij moest blijven staan. ''River.'' Nadat de jongeman het woord in Uisoo's oor had gezegd begon hij hysterisch te lachen. Uisoo schudde zijn hoof den liep weg bij de groep. Hij had zijn tijd verprutst daar. Hij was lichtelijk aan het mokken terwijl hij zich naar de bar begaf, na deze onzin verdiende hij wel een drankje. In eerste instantie wou hij naar Sokratis lopen, die nog samen met Lynn stond maar doordat hij Raegan er ook zag staan stond hij stil. Hoe verstandig was het om zich te mengen met het liefje van Milan? Hij zag hoe ze met een servet over haar mond veegde en daarna opnieuw lippenstift op deed, dat zei hem genoeg. Hij schudde zijn hoofd en draaide zich om, hij ging daar niet heen. Nog niet. Uisoo nam bijna op het einde van de bar plaats en bestelde daar een glas whisky. Zodra het voor zijn neus stond slokte hij de gouden vloeistof naar binnen. Het brandde in zijn keel en het voelde lekker. Er keerde iets aan warmte terug in zijn lichaam. Hij had het kouder dan hij dacht.
Hij had het niet in de gaten gehad dat er iemand naar hem toe was gelopen, totdat hij een iet wat bekende stem hoorde. Lichtelijk verbaasd keek hij haar aan. Haar glimlach stond warm en voordat hij wat terug kon zeggen had ze hem een glas whisky in de handen gedrukt en dat vond hij niet erg.
''Thanks.''Mompelde hij voordat hij het glas aan zijn lippen zette en een slok nam. Hij moest lachen toen ze zei dat ze de drankjes op Sokratis' naam had gezet, en dan vooral om het feit dat ze hoopte dat hij daardoor manieren zou leren. ''Believe me, he will only learn manners if you send him to his grandma in Greece. From what I heard she is really old fashioned and won't be afraid to use a stick if you disobey her.'' Hij grinnikte van de gedachte aan een oud vrouwtje die achter Sokratis aan ging met een stok, hij zou een moord doen om dat te kunnen zien. Hijzelf had zijn ogen op de rij met drankflessen gericht, maar hij voelde haar blik op zich en net toen hij zich naar haar toe wilde draaien merkte hij op hoe dichtbij ze was. Haar gezicht dicht bij het zijne en hij kon het niet laten om naar haar te staren. Echter haar vraag liet hem fronzen. Hij was dus niet de enige die last had van herkenning. Hij keek haar nog kort aan voordat hij zijn schouders ophaalde en zijn mond naar haar oor bracht.
''Beats me. I don't recall ever seeing you, though your name does ring a bell. I have to find out which bell.'' Hij tikte kort tegen haar glas aan met de zijne voordat hij het laatste beetje whisky naar achteren goot. In zijn achterhoofd knaagde het nog dat ze zojuist met Milan was en zijn nieuwsgierigheid nam de overhand. Hij moest het gewoon vragen, met het excuus dat ze misschien wel handig voor hem kon zijn.
''So, what's your connection to this all? You seem close to Milan?'' Het lege glas zette hij op de bar neer en draaide zich naar haar toe, met zijn armen over elkaar gevouwen. Hij was benieuwd naar haar antwoord.

Reply