[O] We live in the water, we love by the moon.

First Page  |  «  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  »  |  Last [ Go to bottom  |  Go to latest post  |  Subscribe to this topic  |  Oldest posts first ]


Woonique

30, female

Posts: 80

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Woonique on 04/15/2018 06:27 PM

Hij had haar niet horen mokken nadat hij haar hut weer uitgelopen was, waarschijnlijk was ze nog te moe om tegen hem in te gaan. Want hij had wel verwacht dat ze een weerwoord op hem af zou vuren. Hoofdschuddend liep hij terug naar zijn hut, om wat vis te pakken die hij kon gaan roosteren voor haar. Als jongste van de kinderen zou je niet verwachten dat hij zeer zorgzaam zou zijn tegenover andere, dat was meer iets wat je van de oudste zou verwachten en toch zorgde hij nu voor haar. Zelfs als één van zijn broers ziek was, zorgde hij niet voor hun. Misschien kwam dat wel door het feit dat er genoeg personeel rond liep die dat wel deden. Het was enkel hun twee op het eiland, dan moest je wel voor elkaar zorgen. Of je het nou leuk vond of niet. Toch dacht hij nog steeds na over het feit dat hij zich zo druk had gemaakt om haar, de paniek die hij had gevoeld toen hij dacht dat ze niet meer ademhaalde en de opluchting toen ze haar armen om hem heen had geslagen nadat ze naar adem had gehapt. Terwijl hij in gedachten was geweest, had hij zijn hut alweer bereikt en pakte hij iet wat afwezig twee kleine visjes en één grotere vis uit de mand. Hij wist niet hoeveel honger ze zou hebben, dus gokte hij maar dat die drie genoeg waren. Anders ging hij gewoon nog een keer vis roosteren. De vis hield hij bij de staart vast terwijl hij weer naar buiten liep, naar hem kampvuur toe dat nog steeds vrolijk brandde. De drie vissen reeg hij aan de stok die hij voor zijn eigen vis gebruikt had, en hing deze boven het vuur. De kleinere visjes zouden natuurlijk eerder gaar zijn dan de grote, maar deze had hij daarom aan de buitenkanten van de stok geregen. De grote vis in het midden zodat die boven het vuur kon garen. Minutenlang draaide hij de vis op de stond rond, zodat niets zou verbranden. Toen hij concludeerde dat de vis gaar was, haalde hij deze van de stok af en begon met het afsnijden van het witte vlees. De kop hakte hij eraf om vervolgens de schubben, staart en graten te verwijderen, zo goed als hij kon tenminste. Kleine visjes waren altijd een rotklus als het om graten verwijderen ging. De stukken vis die hij als graatloos verklaard had legde hij op zijn bord, wat een stuk hout was. Porseleinen borden waren hier geen optie, gelukkig. Hij pikte nog snel een stukje vis van het bord af en at dat zelf op voordat hij weer naar Yuki's hut toeliet. Dat stukje rekende hij als de betaling voor het klaarmaken van haar eten.
Een gevoel van opluchting overviel hem lichtelijk toen hij zag dat ze nog steeds in haar bed zat, ze was in elk geval gaan beseffen dat ze niet gelijk weer alles kon doen waar ze maar zin in had. Hij vroeg zich kort af of iemand haar ooit wel had verteld dat je niet altijd alles kon doen. Voordat hij het bord met vis naar haar uit hield meende hij een geluidje te horen dat leek op een knorrende maag. Zijn glimlach onderdrukte hij en vervolgens hij ging weer in de stoel zitten nadat ze het bord van hem aangepakt had. Zijn plan was om te blijven zitten tot ze haar bord leeg had gegeten, als ze nog meer vis wilde zou hij dat voor haar klaarmaken maar hij ging niet weg voordat het laatste kleine beetje vis van dat bord af was. Voeding was ook een deel van je energie, met slaap alleen kreeg je het niet volledig terug. Toen ze zei dat het haar speet, keek hij haar in eerste instantie met een opgetrokken wenkbrauw aan, waarvoor bood ze haar excuses aan? Hij kon wel een paar dingen opnoemen waar ze sorry voor had kunnen zeggen maar hij besloot eerst te luisteren voordat hij vragen ging stellen aan haar. Lichtelijk verbaasd keek hij haar aan, terwijl ze zich nogmaals verontschuldigde en ook zei waarom. Dat ze niet naar hem geluisterd had, dat ze op hem had zitten mokken en dat ze bijna dood was gegaan. Een hele waslijst met dingen waarvoor je spijtig kon zijn. Terwijl zij haar ogen neersloeg, bleef hij naar haar kijken. Ze zag er zo fragiel uit, niet persé lichamelijk maar haar houding. Hij voelde medelijden voor haar, en een klein gedeelte wilde haar vasthouden. Een troostelijk gebaar. Zijn ogen volgde haar beweging toen ze het bord naast haar neer legde, en bijna had hij zijn eigen mond geopend om te zeggen dat ze de vis op moest eten maar ze was hem voor. Stil luisterde hij naar haar, naar hoe ze hem vertelde dat inderdaad nooit iemand haar erop gewezen had dat het lichaam tijd nodig had om te helen.. Omdat ze alleen was. Dat knaagde aan hem, hoe bedoelde ze alleen? Was ze een wees, of had ze er zelf voor gekozen om alleen te zijn? Haar weerwoord was echter een teken dat ze langzaam terug kwam. Háár lichaam had volgens haar geen tijd nodig om te helen, alleen water. Daar zou ze waarschijnlijk nog wel een keer op terug komen. Toch was het fijn om te horen dat hij een goede keuze had gemaakt toen hij haar de zee in gedragen had. Feitelijk had hij dus haar leven gered. Wanneer dat was vroeg ze hem, gevolgd door nog een vraag. Hij wachtte even met antwoord geven, voor het geval ze nog meer te zeggen had. Dat had ze inderdaad, een verzoek. Ze wilde terug naar het water. Tatsuo leunde achterover in zijn stoel en haalde een hand door zijn haar terwijl hij al haar woorden weer in zijn hoofd herhaalde. Ze wachtte waarschijnlijk op een antwoord van hem, of misschien niet. Nee zeggen was voor hem eigenlijk geen optie want dan zou ze namelijk zelf proberen om naar de zee te gaan. Met alle gevolgen indien. Het beeld dat door zijn hoofd schoot bezorgde hem ondanks de warmte van de avond kippenvel. Yuki, wiens benen haar gewicht niet meer konden dragen en daardoor van de trap viel.
''Apology accepted,'' begon hij zachtjes terwijl hij zijn handen in elkaar vouwde, ''for you not listening to me and mocking me I accept your apology. I do not accept your apology for almost dying. Since you don't have to apologize for that.'' Hij dacht kort na over wat hij nog meer ging zeggen, waardoor er een kleine stilte tussen hen viel.
''I'm sorry that you have been alone, that no one took care of you. But believe me when I say time is needed in the process of healing. Don't you think I ever broke a bone, or got some nasty wounds? Healing by water did not entirely saved me when I was born. Although it helped into the process, my body needed time to get the strength to survive my first few nights.'' Het voelde raar om haar te vertellen over zijn geboorte, over het feit dat hij hier waarschijnlijk niet was geweest als hij die eerste avonden niet gehaald had.
''As for the time, I took you to the sea in the morning, close to midday. And since it's evening now, maybe twelve? Maybe more.'' Hij verplaatste zijn blik van haar naar het bord met vis, en wees er vervolgens naar.
''I will take you to the lagune, not to kill that fish but the water is probably more pure there, if you finish that plate of fish. No need to argue me because I will sit here and wait until you ate it all and if you try to go there yourself I will sit on top of you to keep you here. Understood?'' Eigenlijk was er geen ruimte voor onderhandelingen. Ze kon enkel met hem instemmen.

Reply

Sanne

72, female

Posts: 741

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Sanne on 04/14/2018 06:26 PM

Yuki
De opluchting die meekwam met mijn benen en tenen die gewoon bewogen, werd veel te snel weggebrand door de pijn die meekwam met bewegen. Het moment dat ik rechtop sta, weet ik dat ik een fout heb gemaakt. Witte vlekken dansen voor mijn ogen, die naar achter proberen te rollen. Hijgend en koud-zweet zwetend val ik half tegen de muur van het hutje aan. Ademloos vormen mijn lippen de woorden, maar ik kan niet roepen. Mijn knieën begeven het en ik zak er doorheen. Lager bij de grond, weet ik iets te kalmeren. Als ik nu val, breek ik tenminste niet nog meer aan mijn al zo gebroken lichaam. Mijn hoofd tolt en ik hijg zwaar, niet meer in staat iets te doen. Het liefst wat ik wil is terug in dat bed komen en mezelf hard schamen voor de fouten die de afgelopen paar dagen telkens weer hebben gezorgd voor levensbedreigende situaties. Het klamme zweet staat me op het lichaam en voor ik een poging kan doen zelf bij het bed te komen, hoor ik een harde stem vanuit de verte komen.
Langzaam kijk ik op en zie hoe Tatsuo lijkbleek in de deuropening staat, met grote ogen boos te kijken naar me. Niet in staat een antwoord te formuleren, laat ik hem me opnieuw optillen en weer in bed liggen. Duizelig, misselijk en gevuld met pijn in elke plek van mijn lichaam, sluit ik mijn ogen even en probeer op adem te komen, terwijl hij tekeer gaat tegen me. Zijn woorden zorgen ervoor dat ik terug wil schreeuwen, maar mijn lichaam weigert. Te weinig zuurstof, te veel pijn. Mijn ogen zijn echter wel weer open en ik kijk hem aandachtig, nauwlettend en onderzoekend aan terwijl hij maar bestraffend blijft praten. Als ik adem had gehad, had ik hem gezegd dat hij mijn vader niet is en zich niet zo'n zorgen hoeft te maken. Misschien is het maar goed dat ik amper zuurstof heb, want uiteindelijk zouik toch alleen spijt krijgen van die woorden. Uiteindelijk zucht hij en verzacht zijn gezichtsuitdrukking. Als ik niet beter wist, zou ik denken dat hij oprecht bezorgd was, dat hij oprecht om me gaf en wilde dat ik dit alles zou overleven. Misschien is dat ook wel zo, maar het is iets wat ik niet kan bevatten, laat staan over na kan denken.
Hij verdwijnt en ik weet mezelf langzaam maar zeker rustig te krijgen. Ook weet ik mezelf overeind te krijgen, zittend in bed, leunend tegen de hoofdsteun. Uiteindelijk keert hij terug, met de beloofde vis. Mijn maag knort, maar nog steeds ben ik een beetje misselijk van de pijn. Toch pak ik het bord van hem aan, beschaamd over mijn ondoordachte actie van daarnet. Nog steeds heb ik geen woord gezegd, omdat ik niet zo goed weet wat ik moet zeggen. Kijkend naar de vis, schraap ik mijn keel.
'I'm sorry.' is het eerste wat ik zeg en na een paar seconde kijk ik naar hem op. 'I'm sorry I didn't listen, I'm sorry I mocked you and I'm sorry I almost died.' som ik op en zucht, waarbij ik mijn ogen neersla. Mijn hart bonkt hard in mijn borst, waardoor ik me realiseer dat dit de eerste keer is dat ik ooit mijn excuses aanbied. Nooit eerder heb ik de behoefte gevoeld om mijn excuses aan te bieden, in plaats van mezelf te verantwoorden. Even slik ik, waarna ik het bord naast me neerzet en opnieuw naar hem kijk. Mijn schuldgevoel en pijn liggen toch als een steen op mijn maag, dus eten zal er even niet in zitten. 'To come back to your question, no. Nobody ever told me to give my body time to heal, because I'm alone. Besides, my body doesn't need time to heal, it needs water. You did right, by taking me into the sea... When was it? How much time has passed?' Zacht schud ik mijn hoofd, omdat tijd even niet belangrijk is. 
'I'd like you... No, could you please take me back to the water, tonight?' vraag ik. Eerst had ik hem willen bevelen me terug te brengen, maar inmiddels begrijp ik dingen. Niet veel, veel te weinig zelfs, maar ik begrijp dat je mensen die je aardig vind, of mensen die geen complete vreemden zijn, anders moet behandelen. 'Please...' voeg ik eraan toe, ondanks dat ik weet dat als hij weigert, ik het toch zelf zal proberen. Maar ergens weet ik dat hij dat inmiddels ookwel begrijpt.  

they might have stolen the heart from inside you, but this does not define you

Reply

Woonique

30, female

Posts: 80

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Woonique on 04/02/2018 04:01 PM

Het was hem nog niet opgevallen, maar nadat hij was gaan zitten op de stoel waar hij eerder nog in had gezeten merkte hij dat zijn kleren droog waren. Zijn blik gleed naar Yuki en hij gniffelde zachtjes. ''Thank you.'' Fluisterde hij, terwijl hij zijn blik op haar bleef hangen. Hij kon het niet ontkennen dat ze trilde, hevig trilde. Het was bijna duidelijk waarom, haar lichaam was te uitgeput om zichzelf op te warmen. Het klapperen van haar tanden vulde de ruimte en de minuten gingen voorbij. Op een gegeven moment hield het klappertanden op, en was haar ademhaling rustig. Het trillen was echter niet helemaal gestopt. Toch was hij blij dat ze in slaap was gevallen. Haar lichaam kon eindelijk zijn energie terug krijgen, de energie die naast al dit gebeuren ook werd opgevreten door het trillen en tandklapperen. Terwijl hij zo naar haar keek, zag hij haar opnieuw rillen onder het dikke deken. Een zucht verliet zijn mond. Eerlijk gezegd was hij het niet van plan geweest, maar het zou haar slaap wel bevorderen. Daarnaast was het ook de beste manier om op te warmen. Tatsuo stond op uit zijn stoel en liep naar haar bed toe. Ze lag op haar zij en had zich tot een balletje opgerold, waarschijnlijk in de hoop om zo sneller warm te worden. Hij bleef nog even naast haar bed staan. Nadenkend over wat hij was plan was wel zo slim was. Het kon hem een paar bevroren edele delen opleveren, in het ergste geval. Maar terwijl hij naar haar keek, en ze opnieuw trilde, schudde hij zijn hoofd. Tatsuo ging op het bed zitten en tilde het deken op, waarna hij er snel onder ging en ook op zijn zij ging liggen. Voorzichtig kroop hij tegen de jongedame aan, met zijn borst tegen haar rug aan. Zijn ene arm sloeg hij om haar middel heen, en trok haar nog iets dichter tegen zich aan. Zijn andere arm gebruikte hij als kussen voor zichzelf. Ook ging hij iets hoger liggen, waardoor hij met zijn kin op haar hoofd kon rusten. Ze was een stuk kleiner dan hij was, zeker als ze erbij lag als een foetus, dus het was niet erg moeilijk om haar helemaal tegen hem aan te krijgen. Om ervoor te zorgen dat niet alleen haar rug warm werd, ging hij op dezelfde manier als haar liggen. Ze zou hem vermoorden als ze erachter kwam dat hij zo naast haar lag. Zijn knieën drukte tegen haar knieholtes aan, het leek bijna alsof ze op zijn schoot zat. Echter lagen ze in bed en zaten ze niet op een stoel. Één uur, zolang zou hij hier blijven liggen om haar op te warmen. Of ging hij wachten tot het rillen zou stoppen? Beide waren prima ideeën, maar hij kon niet voorspellen wanneer zij wakker zou worden.
Terwijl de warmte van de zon de hut vulde, was het voor hem op een gegeven moment niet meer uit te houden. Hij gokte erop dat het bijna middag was, dus hij had er langer gelegen dan dat hij van plan was geweest. Misschien had hij ook wel een paar uurtjes geslapen. Echter werd het hem té warm onder het deken. Hij had het gevoel dat hij begon te zweten als een bezetene, dus kroop hij voorzichtig uit het bed, maar bleef nog wel op het randje van het bed zitten. De warmte bleef echter aan hem kleven en Tatsuo trok een vies gezicht. Misschien dat hij zodrekt een duik in de zee ging nemen om af te koelen. Hij wierp een blik op Yuki's gezicht. Vredig, alsof ze geen zorgen had. Ze was ook niet meer aan het trillen, wat betekende dat ze weer opgewarmd was en dat haar lichaam haar energie weer goed kon bijvullen. Terwijl hij naar haar keek voelde hij zijn maag knorren. Hij legde een hand op zijn onderbuik en dacht na over wanneer hij voor het laatst wat gegeten had. Ondanks dat het zeer dramatisch klonk, was het toch zeker bijna een dag geleden dat hij voor het laatst iets naar binnen had gewerkt De bessen bij de lagune. Hij had ook niet gegeten terwijl hij bij Yuki was gebleven om over haar te waken, er was toen geen moment geweest dat hij zich hongerig had gevoeld. Op dat moment was een maaltijd meer dan welkom, en aangezien hij wist dat ze buiten gevaar was durfde hij haar alleen te laten. Nadat Tatsuo was gestaan en haar hut verlaten had, keek hij nog naar de deur. Het stuk hout hing een beetje scheef en hij kon menen wat scheurtjes erin te zien. Tatsuo wreef over zijn gezicht voordat hij de trap naar beneden af liep en snel het strand over stak om naar zijn eigen hut te lopen. Haar deur zou hij later wel repareren. Desnoods sloopte hij zijn eigen deur eruit en zette hij die er bij haar in. Een deur hier was toch overbodig, het hield enkel en alleen de wind tegen die alles koeler maakte. Hij dacht niet na over enig wild dat zich op het eiland kon bevinden. In zijn hut pakte Tatsuo een mes, en zijn zelf gemaakte speer. Het mes dat hij had gebruikt om Yuki's voet mee open te snijden lag nog ergens bij de lagune. Zijn mes duwde hij onder zijn riem en de speer nam hij in de hand. Ijsvissen was iets wat hij vaak genoeg deed thuis, zij het met zijn vader of samen met zijn vrienden, en het verschil tussen ijsvissen en vissen hier leek hem niet al te groot. Als het hem daar lukte op een bootje, lukte het hem hier vast ook als hij in het water stond. Voordat hij naar buiten liep, pakte hij nog ergens een mand vandaan, daar kon hij de vis die hij gevangen had mooi in leggen. Echter moest hij nog wel een manier vinden om de mand op zijn rug te binden. Als snel had Tatsuo een idee hoe hij dat moest doen. Met het mes maakte hij twee sneden in de mand en uit een hutkoffer met de onbelangrijke spullen zocht hij naar iets wat lang en van stof was. Een broek bijvoorbeeld. De eerste en beste die hij vond sneed en scheurde hij kapot, zodat hij de broekspijp kon gebruiken om de mand op zijn rug te binden. Nadat hij de stof door de ene spleet gewurmd had, en vervolgens ook door de ander, tilde hij de mand op en plaatste deze tegen zijn rug. Het ene uiteinde van de stof ging over zijn schouder heen, de ander onder zijn arm door en voor zijn borst knoopte hij de uiteindes aan elkaar.. Althans dat probeerde hij. De broekspijp was net te kort. Al grommend en vloekend pakte hij het andere deel broekspijp en sneed daarvan het stuk af dat nog nodig was. Nadat hij alles aan elkaar had geknoopt en bevestigd had dat de mand stevig op zijn rug zat, pakte hij zijn speer weer op en liep naar buiten toe. De zon scheen vel op hem neer, waardoor hij zijn ogen met zijn hand moest afschermen voor het licht. Dat betekende ook dat het zand waarschijnlijk verschroeiend heet was. Shit... Tatsuo liep de trap af, maar bleef op de laatste trede staan. Hij zou een sprint over het zand naar de zee trekken. Daarmee hoopte hij dat het verschroeiende zand zijn voeten minder zou pijnigen.
''Drie,'' begon hij zachtjes terwijl hij zich in een startpositie begaf, ''twee,'' zijn blik was op de zee gericht terwijl hij nog een keer ademhaalde, ''één.'' Hij begon te rennen. De eerste paar stappen deden zeer aan zijn voetzolen, maar hij negeerde het en rende door. Toen hij na en paar seconden bij het nattere zand aankwam ging hij steeds langzamer, tot hij uiteindelijk opging op een normaal loop tempo. Als hij rennend het water in zou gaan dan zou hij de vissen weg jagen.

 

De kunst van het vissen lag bij het hebben van geduld. De ene keer had hij dat wel, de andere keer niet. Het leek daarnaast ook wel of de wereld hem wilde bedanken want hij ving wonder boven wonder de ene na de andere vis. Ze bleven maar komen en Tatsuo stopte nadat zijn mand bijna vol was. Als hij niet snel de vis uit de zon ging halen zou het gaan stinken. Er was niets erger dan de stank van rotte vis. Hopelijk kon hij ook iets vinden om de vis mee te pekelen, misschien kon hij Yuki vragen om de zout en het water van het zeewater te scheiden. Als ze dat kon tenminste. Tevreden liep hij de zee uit en hij liep naar Yuki's hut toe in plaats van de zijne. Hij wilde kijken of ze al wakker was. Terwijl hij liep dacht hij na over zijn vangst, hij had niet bijgehouden hoeveel vissen hij gevangen had maar aan het gewicht dan de mand te voelen kon hij hier waarschijnlijk wel een dag of drie van eten, als hij met haar deelde. Zo attent was hij wel. Halverwege stond hij stil, en besloot uiteindelijk om toch maar naar zijn eigen hut te gaan. Zij kon alle rust die ze kreeg wel gebruiken en ze zou het waarschijnlijk ook niet waarderen als hij daar vis ging fileren. Eenmaal binnen haalde hij de mand met vis van zijn rug af en legde deze op de grond. Hij begon na te denken over hoe hij de vis moest gaan bewaren. Op de Noordpool was dat niet zo'n groot probleem. Het was daar koud genoeg om rotting te voorkomen. Je hoefde enkel de vis in de sneeuw te begraven. Hier was het een heel ander verhaal. De warmte zou het rottingsproces alleen maar versnellen. En hij kon dus ook echt niet al die vis in één keer op gaan eten. Hier had hij beter over moeten nadenken, en hij wist wel dat hij de volgende keer minder vis zou gaan vangen maar wel genoeg om hen beide goed van te laten eten. De mand schoof hij opzij. De vis zou hij later op een stok rijgen en die boven het vuur hangen. Maar om ze te kunnen roosteren moest hij natuurlijk eerst een vuur maken. Er waren vast genoeg takken op het eiland om vuur mee te maken. Hij hoopte echter wel dat ze droog genoeg waren. Vochtig hout werkte niet als je vuur wilde maken, net zoals twijgjes.
Uren later, nadat hij genoeg hout gevonden had voor een vuur en zichzelf tegoed had gedaan aan zijn gevangen vis die hij in de buitenlucht geroosterd had, wierp hij een blik op Yuki's hut. Het werd onderhand laat, de zon was onder aan het gaan en ze had al uren geslapen. Ze moest ook wat gaan eten. Het vuur dat voor hem stond te branden was nog sterk genoeg om het nog een paar uur vol te houden, maar toch gooide hij er wat hout bij. De vlakken likte aan het maagdelijke hout en knetterde. Hij stond vervolgens op en liep naar Yuki's hut toe. Het zand was afgekoeld en voelde aangenamer aan onder zijn voeten. Al vond hij het zand tussen zijn tenen nog steeds zeer vervelend. Met twee treden tegelijk liep hij de trap op naar de deur, die hem er weer aan herinnerde dat hij dat moest gaan repareren voordat ze boos op hem werd. Echter toen hij de deur door liep, en naar haar bed keek voelde hij zijn hart zinken toen hij zag dat het bed leeg was. In eerste instantie sloeg de paniek weer toe, maar toen hij wat opzij keek zag hij haar staan. Stáán. Tatsuo snelde op haar af toen hij opmerkte dat ze hijgde en stond te trillen op haar benen.
''Why are you out of bed?" Vroeg hij haar op een toon die harder klonk dan dat de bedoeling was. Zonder ook maar op haar antwoord te wachten tilde hij haar op, dezelfde manier als toen hij haar in de zee had vast gehouden, en bracht haar terug naar bed. '' Stay in bed, your body is still healing. Don't go walking around when you're still weak.'' Beet hij haar toe, terwijl hij het deken opzij schoof met zijn voet en haar op het bed neerlegde. Nadat hij haar deken weer over haar heen had gelegd ging hij naast haar op het bed zitten.
''I leave you alone for a few hours and you go around doing stuff you should not. Has no one ever told you to rest when your body needs it? Just because you healed yourself does not mean that you can do everything you did before you got bitten by that fish. Healing takes time, even with waterbending.'' Hij keek haar aan terwijl hij sprak, en verbaasde zichzelf over de preek die hij haar gaf. Alsof hij een klein kind toe sprak, zo voelde het. Misschien was ze in een bepaald opzicht ook een klein kind. Hij zuchtte. ''I assume you might be hungry. Stay in bed, I'll get you some grilled fish. It's too cold for you to be outside right now, even by the fire.'' Vervolgens stond Tatsuo op en liep hij weg, zodat ze niet een eventuele discussie met hem aan kon gaan over wat dan ook.

Reply

Sanne

72, female

Posts: 741

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Sanne on 03/31/2018 10:34 AM

Yuki
Ik weet het niet. Ik weet niet of ik de omhelzing fijn vind, of dat ik het afschuwelijk vind. Alles in mijn lichaam zegt me dat ik het niet fijn zou moeten vinden. Ik ben Yuki, de jongste en meest getallenteerde Sifu ooit. Ik weet wie ik ben, ik ken mezelf. Lichamelijk contact is iets geweest waar ik altijd voor uit de weg ben gegaan, omdat het onnatuurlijk en ongemakkelijk voelt. Maar, waarom voelt het nu dan niet zo? Tatsuo die me haast plat drukt tegen zijn borst aan, geeft me meer troost en kracht dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Het verward me, maar ik weet ook dat het iets is waar ik me later druk om moet maken. Met de dood die nog nasluimert in mijn aderen, heb ik heel andere dingen aan mijn hoofd. De grijns die ik echter toegeworpen krijg van Tatsuo, zorgt ervoor dat ik de druk wat voel afnemen. Hij weet met het simpele brede optrekken van zijn mondhoeken, me wat minder bezorgd te krijgen. Het komt wel goed, het zal uiteindelijk allemaal weer goed komen. Hij heeft zo ontzettend veel moeite gedaan om me te redden, dat ik het zeker weet. Als ik straks minder vermoeid ben, kan ik mezelf genezen en is het een kwestie van slapen om weer mijn energie terug te krijgen.
En ik merk dat dat inderdaad nodig is. Voor ik er erg in heb, loopt hij al op de veranda met mij in zijn armen. Het dringt amper tot me door, ik voel alleen kou en vermoeidheid. Aan een van de twee kan ik gemakkelijk iets doen. Met moeite til ik mijn arm op. Het doet minder pijn als daarnet, omdat het gif nu weg is. Toch doet het nog steeds pijn, het gif heeft een vreemd zuur achter gelaten in mijn spieren, alsof ik elke spier intens heb getraind, tot gevaarlijk aan toe. Maar ik zou mezelf niet zijn, als ik mezelf niet toch zou dwingen. Dus vlak voor hij de deuropening doorstapt, waterstuur ik het koude en zoute water van de zee uit onze kleren en haren. Het zorgt ervoor dat ik licht in mijn hoofd wordt, misschien zelfs voor een paar momenten mijn bewustzijn verlies, maar het is het waard. Het volgende wat tot me doordringt, is de zachte ondergrond en de deken die hij over me heen legt. En dat ik tril, hevig. Hoewel het koude water me niet langer teistert, heb ik voor alsnog last van het feit dat mijn lichaam niet genoeg energie meer heeft om zichzelf warm te maken. Daarbij heeft het gif zo'n aanslag gedaan op mijn hele zijn, dat ik me niet eens meer kan herinneren hoe het is om warm te zijn. Toch ben ik dankbaar. Dankbaar voor alles wat Tatsuo voor me heeft gedaan. Hij had het niet hoeven doen. We weten beiden dat hij met gemak zonder mij had overleefd, dat hij misschien een paar maanden had moeten wachten voor de boten zouden komen om te checken, maar dat hij het toch met gemak had volgehouden. Hij is een overlever. Ik vraag me af hoever ik zou komen, zonder mijn watersturen. Ik kan mezelf verdedingen met het chi-sturen, maar dat is het enige. 
Trillend en klappertandend klamp ik me vast aan mijn bestaan. Het begint nu pas tot me door te dringen dat ik zonet bijna dood was. Door mijn eigen stomme, naieve, koppige en uitdagende gedrag, was ik bijna dood. Niet eens door een episch gevecht, waarin ik onder zou gaan in de strijd. Hoewel ik mijn eigen einde niet graag fantaseer, was het nooit vanwege een of andere debiele vis die zijn gif in mijn voet schoot. En ook had het absoluut niets te maken met iemand die aan de onderkant van mijn voet het gif eruit zou zuigen. De hallicunaties beginnen langzaam maar zeker op zijn plaats te vallen. De dromen niet. De dromen maken me nog steeds doods en doodsbang. Het verdrinken in dikke zwarte teer, is iets waarvan ik niet denk het ooit los te kunnen laten. Half in slaap, half wakker, maak ik mezelf extra klein in het bed, om zo veel mogelijk warmte vast te houden. Toch kan ik niets anders dan trillen en de nachtmerries opnieuw herleven. 

Honger maakt me wakker. Voor wat voelt na een paar minuten, open ik mijn oogleden, die aan elkaar gelijmd lijken. Met moeite, maar inmiddels zonder een heel groot deel van de pijn, til ik mijn hoofd wat op. Aan de geur van de zee en het licht in de kamer, concludeer ik dat het avond is, dat de zon op het punt staat van ondergaan. Mijn maag knort niet van de honger, maar lijkt wel te krijsen. Met een kreun kom ik overeind. Pas als ik helemaal rechtop zit, dringt er iets tot me door. Het gif zorgde ervoor dat ik mijn benen niet meer voelde, maar inmiddels is het gif zo goed als verdwenen uit mijn lichaam. Maar wat als ik mijn benen voor alsnog niet kan gebruiken? Voorzichtig, maar in een bliksemsnelle beweging trek ik de dekens van me af en kijk naar mijn onderlichaam. Ik probeer met mijn tenen te wiebelen en voor slechts een fractie van een seconde bega ik een mini-hartaanval als ze niet direct bewegen. Opgelucht laat ik mijn adem los als ze dat vervolgens wel doen en ik in stilte de avatar bedank. Met een onderdrukte grom, pijn en moeite krijg ik mijn benen over de rand van het bed, maar dan ben ik uitgeput. Toch weiger ik te roepen voor hulp. Ik kan het zelf. Ik moet het zelf kunnen. De gedachte aan Tatsuo die me helpt, zorgt voor een wervelwind aan emoties, waarvan ik niet klaar ben om die onder ogen te komen. Ondanks dat alles, zorgt de hulpeloosheid en de pijn die ik voel, ervoor dat ik tranen achter mijn ogen voel branden.

they might have stolen the heart from inside you, but this does not define you

Reply

Woonique

30, female

Posts: 80

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Woonique on 03/24/2018 07:36 PM

Het wachten leek eeuwig te duren, wat seconden waren voelde als uren en terwijl het meisje zijn armen tegen zijn lichaam aan schokte voelde hij zijn zorg groeien en groeien. Waarom heelde ze zichzelf niet? Was ze te ver heen om te merken dat hij haar naar de zee had gebracht? Was het zeewater niet goed genoeg om mee te helen? De lagune was te ver weg om haar ernaar toe te brengen, niet dat hij haar daar ooit nog naar toe wilden brengen. Het was de lagune die ervoor had gezorgd dat ze nu dat hoopje ellende was dat hij in zijn armen hield. Hij voelde hoe de zon tegen zijn rug begon te branden, en de golven tegen hem opbeukte. Telkens weer, alsof het hem ervan wilde overtuigen om haar los te laten. Maar loslaten was iets wat hij weigerde te doen, hij zou haar stevig vasthouden tot hij zeker wist dat het allemaal goed zat.
De seconden tikte voorbij, en met elke seconden leek haar lichaam erger te trillen. Het joeg hem angst aan om haar zo te zien. Hij drukte haar in een bijna dodelijke greep tegen zich aan, alsof hij op die manier het stuiptrekken kon laten stoppen. Zijn eigen hart sloeg alle kanten op, het voelde de paniek die op kwam zetten. Waren stuiptrekkingen vaak niet de voorbode van de dood? Hij wilde er niet aan denken. In plaats daarvan sloot Tatsuo zijn ogen en concentreerde hij zich op haar ademhaling die hij tegen zijn borst aan voelde. Het onregelmatige, en soms haperende, beetje lucht dat het er nog van verzekerde dat ze leefde. Zijn aandacht was zo op haar ademhaling gefixeerd dat hij niet door had dat het stuiptrekken in zijn armen gestopt was, en te laat had hij door dat ook haar ademhaling gestopt was. Boem, boem, boem.. Het geluid van zijn eigen denderende hartslag vulde zijn oren voordat hij het in de gaten had.
''Yuki?'' Voorzichtig opende hij zijn ogen, om naar het meisje in zijn armen te kijken. Ze lag stil en haar gezicht leek grauwer dan eerst. Zelfs ze zee om hen heen hield zich koest nadat het nog een keer een golf tegen hen aan had laten duwen, eentje die zo zacht was dat het bijna een streling leek.. Alsof het de realiteit aanvoelde die Tatsuo weigerde te zien en te erkennen. Hij schudde haar in zijn armen, wat erin resulteerde dat haar hoofd slap opzij viel.. ''Yuki!'' Hij schreeuwde, schreeuwde naar haar. Alsof zijn schreeuw haar weer terug zou brengen. Zijn ademhaling ging snel, te snel. Rationeel denken ging niet meer terwijl hij verwoed om zich heen keek met het meisje dat slap in zijn armen hing. De gedachten in zijn hoofd schoten alle kanten op, zo snel dat hij er geen een uit kon maken voor wat ze waren. De onrust die hij toe liet, kroop onder zijn huid en verspreidde zich door zijn lichaam. Het water om hem heen verloor zijn rust en begon onrustig te worden alsof het hem weerspiegelde. ''No, no, no.'' Mompelde hij zachtjes, terwijl hij haar weer tegen zich aan drukte en van links naar rechts liep. Hopend op een wonder, iets. Het angstaanjagende gevoel dat in zijn borst was op komen borrelen verspreidde zich en vaag gevoel van herkenning kwam bij hem op, echter was het niet groter dan een speldenprik in het net van onrust en angst waardoor het net zo snel weer verdween als dat het op kwam. Terwijl het water om hem heen zich tergend langzaam weer terug trok, waardoor het bijna onmerkbaar was voor hem, stond hij eindelijk weer stil. Hoe moest hij dit ooit gaan uitleggen, als hij überhaupt ooit de kans zou krijgen om het uit te leggen, dat ze was gestorven in zijn armen? Wanneer zouden de schepen hem op komen halen? Wanneer zouden ze langs komen om te kijken wat zijn progressie was? Dat kon weken, al niet maanden, gaan duren. Door zijn gepieker merkte hij de donderende geluid van het water dat op hen af kwam niet op, te verzonken in die staat dat zijn instinct hem in de steek liet. De dreun die het water hem tegen zijn rug gaf voelde aan alsof iemand hem een klap gaf met een hamer. Het deed pijn en bracht hem uit balans, waardoor hij een stap naar voren zette om ervoor te zorgen dat hij niet omviel. Tatsuo gromde een vloek en kneep zijn ogen dicht terwijl hij zich op de zere plek op zijn rug focuste. ''Damned puddle of water,'' sneerde hij naar de zee terwijl hij zich naar de horizon toe draaide, ''where is that greatness that my people worship?'' Zijn stem klonk rauw terwijl hij dit naar het water voor hem schreeuwde. Hij was boos, boos op het water omdat het Yuki niet genas. Hij was boos op Yuki, die zijn waarschuwing in de wind had geslagen. Boos op zichzelf, omdat hij niets voor haar kon doen. Niet als persoon, ook niet als een zogenaamde waterstuurder. Wat had hij nou aan die 'gave' als hij er toch niet bij kon. Zijn ouders hadden het bij het verkeerde eind gehad. Ze hadden hem nooit naar dit eiland moeten sturen, met haar. Dan was ze in ieder geval nog in leven geweest op de Zuidpool. Levend... maar toch ook weer niet. Het meisje dat hij bij zijn aankomst had gezien was een totaal ander iemand geweest dan het meisje dat hij gisteren in de lagune had zien lachen. Ze zou dan misschien nog wel bitterder worden dan dat ze al was. Of niet. Voordat hij nog een belediging naar de zee kon slingeren, liet een beweging in zijn armen hem opschrikken. Zijn hart sloeg op hol en voordat hij goed kon verwerken wat er gebeurd was had ze hem vast gegrepen met haar handen. Haar ademhaling was diep, alsof ze haar longen opnieuw moest vullen met lucht. Hij voelde haar trillen in zijn armen en kon het niet laten om te zuchten van opluchting. Nadat zij haar armen om zijn nek had geworpen en zich tegen hem aan drukte, trok hij zijn armen strakker om haar heen en drukte zijn neus tegen haar kruin aan. ''Thank the avatar.'' Fluisterde hij zachtjes tegen haar kruin aan voordat ze zich wat terug trok en naar hem keek. Terwijl ze hem aankeek, keek hij terug naar haar. Nog niet eerder had hij zoveel emotie in haar ogen gezien. Het maakte hem sprakeloos en hij voelde zijn hart een slag overslaan terwijl hij haar gezicht bekeek. De kleur kwam weer terug in haar gezicht en hij kon de lichte perzikroze kleur van haar wangen niet ontkennen. Ze was terug gekomen, en hij kon de brede, misschien ook een iet wat gelukkige, grijns op zijn gezicht niet tegen houden. De woorden die ze hem toefluisterde waren zacht, gevolgd door een omhelzing. Hij voelde haar ademhaling in zijn nek en voor een moment sloot hij zijn ogen. Ze was terug, ze was terug. Nadat hij zijn ogen weer geopend had, begon hij terug te lopen naar de hutjes. Beide waren ze zeiknat, en ondanks dat de zon fel op hen scheen begon hij het een beetje koud te krijgen. Hij kon zich niet voorstellen hoe koud zij het dan wel niet moest hebben. Langzaam liep hij het water uit, het strand op en naar haar hutje. Tree voor tree liep hij de trap op, langs de nog openstaande deur naar binnen en regelrecht naar haar bed. Voorzichtig legde hij haar op haar bed, en legde vervolgens een deken over haar heen. Niet wetende wat hij moest doen stond hij maar naast haar bed, zijn blik gericht op haar gezicht.

Reply

Sanne

72, female

Posts: 741

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Sanne on 03/18/2018 08:19 PM

Yuki
Op het moment dat mijn vingertoppen het opgeven, begint de stem in mijn hoofd te praten. Mijn vingers begeven het van de pijn, maar de stem lijkt enkel gevoed te worden door de pijn. Direct herken ik de stem, alsof ik instinctief aanvoel waar deze bij hoort. Het is de sluipmoordenaar, het gif. "Why don't you just let go?", spint het in mijn hoofd. De druk die daarbij op mijn hersenen wordt uitgeoefend, is immens. Elke miniscule beweging die ik maak, elke zenuw schreeuwt het uit. Zelfs als ik amper beweeg, zelfs met het ademhalen. Alles doet zo overweldigend veel pijn, dat de stem als een hypnotiserende factor blijft nagalmen. Het is anders dan eerst, dan voor ik in de ijlende toestand kwam. Toen ik net gestoken was, was de pijn anders. De pijn was nieuw, iets tastbaars, iets wat voelde als een indringer in mijn lichaam. Nu voelt het alsof mijn eigen lichaam me pijn wilt doen. Alsof mijn geest simpelweg gevangen zit in het zieke en pijnlijke lichaam. De realisatie dat ik mijn benen niet meer voel, zorgt voor een blinde paniek en een doodsangst die ik nooit eerder heb gevoeld. Het maakt me zo ontzettend bang, dat het de pijn alleen maar versterkt. Het zorgt ervoor dat de tranen die vanonder mijn gesloten oogleden vandaan komen, harder stromen. De pijn is zowel witheet als ijskoud. Het dreunt door mijn lichaam, elke seconde wat meer. Met elke slag die mijn hart probeert te maken, doet het meer pijn. Het is overal. Het is overweldigend. Misschien moet ik maar gewoon loslaten.
'Yuki...' hoor ik een zachte stem. Het klinkt alsof we onderwater zijn, zijn stem komt van ver en dringt lastig tot me door. Toch hoor ik het. Het ene zachte woord, wat me eraan doet herinneren waarom ik niet los kan laten. Als ik hier sterf, blijft hij achter. Zonder water te kunnen sturen, zal hij sterven. Hij zal het waarschijnlijk een hele tijd uithouden, maar uiteindelijk zou hij sterven. En ondanks de pijn, kan ik dat niet aan. De gedachte van zijn dood, kan ik niet op mijn geweten hebben. Het zal een smet zijn die ik in geen enkel leven kwijt zou kunnen. Hij... Hij heeft me zover gekregen. Hij is de reden dat ik het zover geschopt heb, dat weet ik zeker. Hij moet vast het gif eruit hebben gezogen, of althans, een poging hebben gedaan ertoe. Hij is de reden dat ik vast moet houden. Het gefrustreerde scheldwoord dringt nog langzamer tot me door dan mijn naam en ik weet dat er weinig tijd meer over is. Het is niet langer de vraag of ik het ga volhouden, maar voor hoelang nog.
Een pijnscheut schiet door mijn lichaam, in de vorm van een stuiptrekking. Als er iets is wat ik weet van geneeskunde, is het wel dat als een slachtoffer begint te stuiptrekken, het de laatste momenten kunnen zijn. Het is een manier van het hart om een laatste schok door het lichaam te laten gaan, in de hoop vol te kunnen houden. Mijn spieren spannen zich aan, om op die manier een tweede stuiptrekking aan te kondigen. Jammerend, schreeuwend, beukend en huilend van de pijn, onderga ik de marteling die met het aanspannen van mijn spieren mee komt. Maar dan, zijn woorden. 'It's going to be okay.' een zachte fluistering, een zachte geruststelling. Ik wou dat ik mijn ogen kon openen en hem kon aankijken. Hem kon bedanken voor zijn hulp, hem zeggen dat het oke is als het niet goed komt. In plaats van een stuiptrekking die mijn spieren lostrekt, voel ik een verandering in evenwicht. Een moment van gewichtloosheid, waarna ik slap ik tussen twee hendels bungel. Al snel herken ik ze als zijn armen, waar ik eerder als een slappe pop in heb gehangen. 
Voor ik erachter kan komen waar we heen gaan, rollen mijn ogen opnieuw weg in hun kassen en verlies ik mijn bewustzijn. Vechtend om weer boven te komen in het dikke en zwarte teer van mijn bewusteloosheid, voel ik iets trekken. Het is het zilvere lijntje, wat altijd bestaat tussen mij en het water. Hij brengt me naar het water, naar de zee! Water, water, water. Het woord herhaalt zich als een mantra in mijn hoofd en geeft me een hele nieuwe reden om te vechten voor mijn bewustzijn. Zwemmend in het teer, probeer ik bij de oppervlakte te komen, maar de sluipmoordenaar heeft mijn benen goed vast. Het moment dat het water mijn lichaam raakt, voelt het als thuiskomen. De hitte veranderd in welkome koelte, de ijskou veranderd in een aangename temperatuur. Voor even lijkt alles goed te zijn, slechts voor een fractie van een seconde. Na die seconde, lijkt alles fout te gaan, samen met de eerste golf die over ons heen slaat. Hoewel ik voel dat het water begint met het schoonmaken van mijn lichaam, heeft mijn hart er moeite mee. Van de buitenkant begint mijn lichaam nu volop te stuiptrekken, terwijl ik voel dat van binnen het juist met elke seconde beter gaat. Het is verradelijk hoe mijn lichaam probeert om Tatsuo op het verkeerde been te zetten. En dan stopt mijn hart. Het is abrupt en ik heb het niet aan zien komen, maar het gebeurd toch. Een moment gaat voorbij, en nog een. Ik voel hoe het water zich opnieuw wat terug trekt, alsof er opnieuw een golf aankomt. Een onbelangrijk detail, helemaal als ik voel dat mijn longen beginnen te branden, terwijl ik voel dat het water nog steeds het gif voor mijn huid heen uit me trekt. Het lijkt mis te gaan. Hoewel het gif er eindelijk uitgespoeld wordt, lijkt mijn hart niet meer op te kunnen starten. 
Met elk moment dat voorbij gaat, voel ik de haken van het gif verdwijnen. Ook voel ik mijn longen meer branden, snakkend naar zuurstof. Doodstil hang ik in Tatsuo's armen, niet in staat iets te doen. Witte vlekken beginnen zich te vormen voor mijn gesloten ogen, maar ik duw ze weg. Ik wil ze niet zien, ik wil er niets van weten. De tweede golf slaat zo onverwacht over ons heen, ik ervan schrik. En zo ook mijn hart, dat net die zwengel nodig had om weer op te starten. Happend naar adem, schieten mijn ogen open en grijp ik het eerste wat ik vast kan pakken. En dat is Tatsuo. De pijn galmt nog na in mijn lichaam, maar slechts als een zieke geest van het verleden. De angst is veel echter. Half in paniek grijp ik Tatsuo stevig en trillend vast, ontdaan van alles wat er de laatste paar minuten is gebeurd. Verward door alles, trek ik mijn hoofd wat terug, zodat ik hem aan kan kijken. Sprakeloos kijk ik hem aan, al mijn emoties open en bloot af te lezen in mijn ogen. 'Thank you, thank you so much.' fluister ik en omarm hem. Nooit eerder in mijn hele leven heb ik iemand een knuffel gegeven. Zelfs als kind was ik al extreem afstandelijk van lichamelijk contact en voor alsnog voel ik me niet helemaal op mijn gemak. Toch stort ik mezelf er volledig in. Deels omdat ik hem meer dankbaar ben dan ik ooit in woorden kan uitdrukken, maar ook deels omdat ik uitgeput ben. Het koppige deel van mij, trekt zich het liefst los en loopt terug naar het bed, maar ik weet dat ik niet eens genoeg kracht heb om op mijn eigen benen te staan. 

they might have stolen the heart from inside you, but this does not define you

Reply

Woonique

30, female

Posts: 80

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Woonique on 03/12/2018 05:15 PM

Hij had geen idee wanneer hij precies in slaap was gevallen, en ook niet voor hoelang hij geslapen had. Het feit dat hij zich zo druk had gemaakt om haar had blijkbaar meer energie gekost dan hij had gedacht. Zijn slaap, die normaal gesproken geruisloos en droomloos was, had dit keer de droom die hij onderhand al zo vaak gedroomd had. De gigantische draak van ijs stond lag voor hem, zijn kop rustend op zijn enorme klauwen. De ijsblauwe ogen van de draak keken hem recht aan, alsof hij aan het wachten was op Tatsuo om iets te doen. De jongeman begreep het niet en zette onbewust een stap naar de draak toe, die roerloos bleef liggen en hem gadesloeg terwijl de jongeman stap voor stap dichterbij kwam. Tot hij vlak voor de draak stond. Hij zag hoe het beest ademhaalde, ondanks dat het gemaakt moest zijn van sneeuw en ijs. Hoe kon zoiets leven bevatten? Er was hem ooit verteld dat het water uit de oase de kracht had om leven te schenken, maar of dit echt waar was betwijfelde hij. Je kon toch niet zomaar een levenloos iets tot leven wekken? Ondanks dat de draak gemaakt was door kou, voelde zijn adem warm aan op Tatsuo's blote armen. Één van de snorharen van de draak, als je dit tenminste snorharen noemde, zweefde naar Tatsuo toe en raakte hem aan op zijn voorhoofd. In plaats van te verstijven en een stap naar achteren te doen, bleef de jongeman staan. Afwachtend naar wat er ging gebeuren. Echter klonk er een enkel woord in zijn hoofd, de stem in zijn hoofd klonk oud waardoor het woord meer impact op hem had. ''Danger.'' Hij fronste. Welk gevaar? Bedoelde hij de vis die Yuki had gebeten? Had hij toch niet alle gif uit haar bloed weten te krijgen? Een licht drukkend gevoel tegen zijn arm liet hem opzij kijken, waardoor de connectie met de draak verbroken werd. Maar hij zag niets naast hem staan en toen hij zijn hoofd weer naar de draak toe wilde draaien, was ook die weg. Het viel hem pas op dat moment op dat het pikkedonker om hem heen was, de draak was zijn licht in de duisternis geweest. Hoe ironisch. Het drukkende gevoel op zijn arm kwam weer terug, alsof het zijn aandacht wilde. Dit verwarde hem, in wat voor een staat bevond hij zich dat hij wel kon voelen maar niets zag? Voor zijn gevoel waren zijn ogen open, al zag hij niets door de duisternis. Toch stelde hij zich voor hoe hij zijn ogen dicht deed, zijn oogleden voelde in ene een stuk zwaarder aan en toen hij voorzichtig en langzaam zijn ogen weer open deed spilde het zonlicht naar binnen. Het duurde een paar seconde voor hij doorhad waar hij ook alweer was, en waarom. Voor een derde keer voelde hij iets tegen zijn arm drukken, wat hem het laatste zetje gaf om wakker te worden. Zijn ogen vlogen open en gehaast ging hij op zijn knieën zitten, waarna hij over Yuki heen boog. De lap lag niet meer op haar voorhoofd, waar hij het op had gelegd voordat hij in slaap was gevallen. Ook merkte hij dat haar wangen nat waren, maar dik keer niet van het zweet.
''Yuki..'' Zei hij zachtjes voordat hij zijn hand tegen haar wang legde, hij merkte hoe haar ademhaling met moeite ging en vloekte zachtjes. Er zat nog gif in haar lichaam, hoe moest hij dat er ooit uit krijgen? ''Shit!'' Gefrustreerd haalde hij een hand door zijn haar, waarna hij opstond en onrustig door haar kamer begon te ijsberen. Wat kon hij in de naam van de Avatar doen om dat gif nog uit haar te krijgen. Hij was geen heler, die met behulp van water van alles kon verhelpen.. Wacht, water! Dat was het! Snel liep Tatsuo weer naar Yuki toe, ook op dat moment merkte hij pas dat het laken dat over haar heen lag kurkdroog was, geen beetje zweet erop te vinden. Hij mocht dan wel niet kunnen watersturen en helen maar zij misschien wel. Zonder er nog verder over na te denken tilde Tatsuo Yuki op in zijn armen en hield haar stevig tegen zich aan.
''It's going to be okay.'' Fluisterde hij haar nog toe voordat hij haar hutje uit liep en over het nog koude zand liep, naar de zee. In plaats van haar neer te leggen zodra hij bij het water aan kwam liep hij met haar nog in zijn armen door totdat ze ver genoeg in het water waren zodat haar hoofd en schouders nog boven water waren. De zon die nog laag aan de hemel stond keek over hen heen, terwijl Tatsuo het meisje in zijn armen stevig vast hield, met zijn rug naar de horizon toe zodat de golven tegen hem aan zouden beuken en haar onaangeraakt zouden laten. ''Come on.'' Gromde hij met zijn tanden op elkaar terwijl hij afwachtte tot er wat ging gebeuren. Hij wist niet hoe de heling in zijn werking ging. Tuurlijk was hij zelf meerdere malen geheeld, maar hij wist niet wat de helers deden om het water helend te maken. Hij wist alleen hoe het voelde om dat water op je huid te krijgen. Hij had vaak genoeg diepe sneeën gekregen door onder andere gevechten en door jagen. Altijd had hij gebiologeerd toe gekeken terwijl hij de helers hun werk deden. Hij voelde hoe het water om hem heen weg trok, wat betekende dat er een golf aan kwam. Het meisje in zijn armen drukte hij dichter tegen zich aan, zodat haar hoofd tegen zijn borst lag. Haar ademhaling kietelde zijn vochtige huid en niet veel later voelde hij de golf tegen zijn rug aanduwen terwijl hij nog steeds wachtte op iets wat misschien niet gebeuren zou.

Reply Edited on 03/12/2018 07:16 PM.

Sanne

72, female

Posts: 741

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Sanne on 03/12/2018 01:02 AM

Jesus Kaykay keep it in your pants met die lange stukken
_______
Yuki
De klap die ik verwacht, komt niet. Ondanks dat ik mijn bewustzijn begin te verliezen en ik vrij zeker weet dat mijn lichaam in vrije val is, voel ik de klap niet. Ook hoor ik hem niet. Je zou toch denken dat het water, vooral als het niet meewerkt, nogal hard aan zal komen. Het enige wat ik echter voel, is warmte. En dat terwijl de kou zich door mijn aderen verspreid. Een kou die zo bijtend is, dat het net zo goed hitte had kunnen zijn. Vechtend houd ik het laatste stukje bewustzijn vast, waardoor ik me kan realiseren dat Tatsuo degene is die de klap heeft opgevangen. Door hem ben ik niet hard in het ondiepe water terecht gekomen, maar in zijn armen. Dat verrast me nog meer dan het feit dat ik daadwerkelijk door een giftige vis ben gestoken. Mijn hoofd hangt slap in mijn nek, net zoals al mijn ledematen een eigen versie van slappe spaghetti zijn geworden.  
Met een paar seconden die in werkelijkheid verstrijken, voelt het alsof er een eeuwigheid voorbij gaat voor ik een harde ondergrond voel. Het gif verspreid zich vanuit mijn voet, ik kan het voelen. Als een sluipmoordenaar die zo traag als stroop is, verspreid het gif zich. Het brand zich een weg door mijn aderen heen, alsof het lava is dat alles op zijn weg kapot wilt maken. Ik kan me niet voorstellen wat een martelweg het moet zijn voor dit gif om je hart te bereiken. Ook weet ik me nog net te beseffen dat in werkelijkheid de tijd veel sneller gaat, maar het gif in mijn aderen zo langzaam vooruit kruipt dat ik nu al het liefst wil sterven van de pijn. Mijn hoofd suist, mijn ogen blijven maar wegrollen achter de gesloten oogleden en het geluid dreunt oorverdovend om me heen. Het lijkt alsof mijn hoofd omsloten is door een bel, zo hoor ik de geluiden wel, maar echoen ze, zijn ze vervormd en vervaagd. Toch ontgaat Tatsuo's grom me niet. Hij heeft gelijk. Ik had moeten luisteren. Een stuiptrekking trekt door mijn lichaam heen. En nog een. Het gif verspreid zich te snel. Het verlamd me. Het versteend me. Vanbinnen schreeuw ik het uit, jank ik van de pijn, maar van buiten is niets te zien, behalve de stuiptrekkingen. Met een ruk lijkt de sluipmoordenaar zijn hoofd te draaien. Hij stopt even. Net zo verward als ik ben, vraag ik me af wat het doet stoppen. Iets wat een harde ruk geeft aan de sluipmoordenaar zorgt ervoor dat hij terug getrokken wordt. Hij was tot mijn bovenbeen gekomen, maar wordt met elke ruk een stukje terug getrokken. Toch voel ik dat er haken achterblijven. Zijn haken, waarmee hij zich omhoog trok door mijn aderen, blijven stukjes van hangen. De sluipmoordenaar schreeuwt, maar niet zo hard als dat ik doe. Hij verdwijnt, bijna helemaal. Er blijft een klein stukje van hem achter. Een fractie van zijn allesverterende gif blijft hangen en verspreid zich, dit keer razendsnel. Het zorgt ervoor dat ik het laatste stukje bewustzijn verlies en dat ik nu echt weggetrokken wordt in een duisternis van pijn, lijden en zeer.  
IJlend in mijn eigen wereld van ellende en kwaad, verblijf ik. Het voelt als dagen, en later voelt het als weken. Dromen komen en gaan, soms zijn ze mooi, maar vaak worden ze nachtmerries. Een droom die begint als de lagune, veranderd in een zwart gat gevuld met teer, waarin ik langzaam verdrink, tot ik een zwart monster ben dat zich traag als vergif beweegt. Een paar van de dromen gaan over de lagune, sommigen over thuis en een enkel gaan over Tatsuo. Dat ik hem in elkaar zie klappen, dat hij degene is die gestoken is. Dat zijn de echte nachtmerries, die me mezelf af doen vragen wat hij betekend. Hij is de eerste persoon sinds jaren waarmee ik langer dan een paar uur achter elkaar mee heb doorgebracht. Wat betekend dat voor mij? Maakt ons dat vrienden? Hoe werkt vriendschap precies? Voor de zoveelste keer vullen mijn longen zich met teer, maar in plaats van te stikken, hap ik naar adem.
Mijn ogen openen zich, voor een paar milimeter. Door mijn wimpers observeer ik, omdat ik niet weet waar ik ben. Mijn hoofd tolt en mijn bewustzijn verzet zich tegen het wakker zijn. Meerdere keren voel ik mezelf weer uitglijden en wegvallen, maar ik weet me te verzetten. Langzaam maar zeker word ik me bewust van mijn omgeving. De klamme doek op mijn voorhoofd, de lakens over mijn lichaam die vochtig zijn van het zweet. Mijn lichaam dat in lichterlaaie staat en dat de tranen in mijn ogen doet springen. First things first. Eerst beweeg ik mijn vingertopjes, dan mijn vingers en dan mijn hand. Verder kom ik niet, omdat ik geen beweging kan krijgen in mijn elleboog. Toch is het genoeg. Met gegrom, tranen en een paar onderdrukte pogingen om flauw te vallen, weet ik het klamme zweet uit de lakens te watersturen. Uitgeput laat ik mijn hoofd weer in het kussen zakken, me er niet van bewust dat ik dat een beetje had opgetilt.
Met het neerzakken in het kussen, draait mijn hoofd en valt de doek er vanaf. Good riddens. Opnieuw open ik mijn ogen, om te zien waar de doek is gevallen. Tot mijn verbazing zie ik de doek niet, maar een kruin. Een kruin dat rust op zijn armen, die liggen op het matras. Met stomheid geslagen dwing ik mijn ogen zich wat meer te openen, om te zien of het echt is. Mijn ogen houden het niet langer vol en zakken dicht. Maar niet voor ik heb gezien dat mijn vingertoppen slechts luttele milimeters weg zijn van zijn arm. Dus met gesloten ogen, probeer ik het opnieuw, dit keer met mijn andere hand. Eerst mijn vingertoppen, dan mijn vingers. Het kost me al mijn energie, maar ik weet uiteindelijk mijn hand te bewegen. Mijn ogen rollen opnieuw weg in hun kassen, maar ik dwing mezelf. Uiteindelijk raken mijn vingertoppen zijn blote bovenarm aan. Een vederlichte aanraking, die ervoor zorgt dat zowel adrenaline als pijn zich door mijn aderen verspreiden. Nog eens, dwing ik mezelf. Meerdere keren zak ik weg in de duisternis, in het teer, maar opnieuw raken mijn vingertoppen zijn arm. Mijn ademhaling is onregelmatig en komt met horten en stoten, maar het lukt me. Opnieuw zak ik weg, maar telkens weer kom ik terug. Ik wil praten, hem bedanken, maar het lukt niet. Het enige wat ik kan is mijn lippen iets van elkaar af krijgen. De pijn die daarmee door mijn lichaam gaat, is onwaarschijnlijk en verblindend.
De angst slaat me om het hart, als ik merk dat mijn hart het lastig heeft. Elke keer als ik uitglijd in het teer, merk ik dat mijn hart een slag mist. Het gif is nog te aanwezig in mijn lichaam, het wilt me nog steeds vermoorden. Water, ik heb water nodig. Het enige probleem is dat ik niet kan praten, niet kan communiceren. Met een misselijkmakende schok, besef ik me dat ik mijn benen niet voel. Het trucje wat ik uithaalde met mijn vingertoppen, kan ik niet herhalen met mijn tenen. Tranen komen onder mijn gesloten oogleden vandaan en opnieuw druk ik machtloos mijn vingertopjes tegen zijn arm.  

they might have stolen the heart from inside you, but this does not define you

Reply

Woonique

30, female

Posts: 80

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Woonique on 03/07/2018 12:39 AM

Terwijl zij zo door het water dreef, keek hij alleen maar toe terwijl hij om de zoveel tijd een besje in zijn mond stopte en daar langzaam op kauwde. In eerste instantie explodeerde een zoete smaak in zijn mond, maar na een paar keer kauwen kwam het zuurtje van de bes opzetten. Hij vond de smaak heerlijk en vroeg zich af of hij deze bessen mee naar huis zou kunnen nemen, om ze vervolgens in de oase te planten. Áls zijn grootmoeder dat tenminste toe stond. De oase thuis was een heilige plek voor de Noordelijke waterstam. Het huisde de geesten van de maan en oceaan. Echter was er verder geen plek zonder sneeuw op de Noordpool, zover hij wist. De kans dat hij daar dan deze bessen kon laten groeien was nul komma nul. Toch zou hij een flinke voorraad van de bessen mee nemen zodra hij naar huis kon gaan, ware het om te dienen als snack op de bootreis. Misschien had hij mazzel en kon hij thuis een soortgelijke bes vinden en als dat zo was kon hij ook zijn moeder misschien vragen of ze er wat mee kon bakken voor hem. Eerlijk gezegd miste hij zijn moeders koken wel, de smakelijke en heerlijk ruikende gerechten die elke avond op tafel stonden lieten zijn mond al vollopen met water bij de gedachten eraan. Zijn maaltijden waren alles behalve smakelijk en heerlijk ruikend geweest sinds hij op het eiland gekomen was. Hij was zelf nooit echt een meester ik koken geweest, hij wist hoe hij maaltijden moest bereiden die erg goed vulde en je lang warm hielden maar dat was dan ook al zijn kennis. Kennis die in deze helse kookpot niet van toepassing was. Er was hier geen vlees van goed doorvoede dieren. Geen zeepruimen, al vond hij die dingen heel erg ranzig. Geen vers gebakken broden, met hun knapperige korst die hij zo heerlijk vond. Het zou hem niets verbazen als hij flink wat gewicht zou verliezen, maar dat betekende dat hij wel ervoor moest zorgen dat hij snel erachter moest komen wat je goed voedde en waar hij de beste vis zou kunnen vangen. Zij het met een hengel of een speer. Vissen was namelijk iets wat hij wel kon.
Tijdens zijn gepeins over de besjes en ander eten had hij het niet opgemerkt dat Yuki was gestopt met op haar rug drijven. Ze dreef op een onmogelijke manier in het water, het water was onder haar schouders, wat erop duidde dat ze zichzelf boven hield met watersturen. Hij hield haar met een half oog in de gaten, terwijl ze naar de kant toe kwam. Toen ze stil stond voor het ondiepe deel, voelde hij zijn spieren aanspannen en een zenuwachtig gevoel bekroop hem terwijl hij de situatie nog gadesloeg. Zodra ze voet zette in het ondiepe gedeelte kon hij niet langer blijven zitten, zo ongemakkelijk voelde hij zich. Niet vanwege haar, maar omdat hij zeker wist dat er iets in dat gedeelte van de lagune zat dat hoogst waarschijnlijk iets in de trant van een roofdier was.
''Don't go there!'' Riep hij naar haar, terwijl hij een paar stappen in haar richting had gedaan. Klaar om haar uit het ondiepe gedeelte te trekken als hij dat nodig vond. Maar in plaats van zijn waarschuwing serieus te nemen, sloeg ze die in de wind. Haar opmerking liet hem zijn handen tot vuisten maken, lichtelijk geïrriteerd dat ze niet naar hem luisterde.
''You don't know what's in there.'' Zei hij terug, niet reagerend op haar opmerking dat hij bang zou zijn voor prikkende stenen. Haar houding straalde iets bijdehands uit, alsof ze wel beter wist dan hij. Hij merkte op hoe ze haar mond opnieuw open deed, waarschijnlijk om hem een belediging naar het hoofd te slingeren, maar er kwamen geen woorden uit haar mond. In plaats daar van blijft ze stil, en kijkt ze naar het ondiepe water waar ze in stond. Tatsuo volgde haar blik en voelde zijn hart zinken toen er een rode kleur zich in het water verspreidde. Een grommende vloek verliet zijn mond terwijl hij kort aan de grond genageld stond. Hij hoopte stiekem dat ze op een scherpe steen had gestaan en haar voet daaraan open had gehaald, maar de woorden die ze sprak vermorzelde die hoop. Haar lichaam had moeite met balans houden en hij zag hoe de kleur van haar gezicht verdween. ''Shit.'' Siste hij, voordat hij naar haar toe rende. Terwijl zij probeerde te navigeren met haar handen, en haar laatste balans verloor kon hij haar nog net opvangen voordat ze daadwerkelijk viel. Nadat hij haar had opgevangen tilde Tatsuo haar op en bracht haar naar zijn tekentafel, waar hij haar voorzichtig oplegde voordat hij zijn aandacht naar haar voeten bracht. Met zijn vingers volgde hij het bloedspoor, terwijl hij met zijn ogen zocht naar de plek waar het bloed vandaan kwam. Twee kleine gaatjes waren zichtbaar aan de zijkant van haar voet, en Tatsuo vloekte opnieuw. Iets had haar gebeten en wat het ook was, het droeg gif bij zich. Zijn vermoedden was achteraf totaal terecht geweest, maar dat kon hij er nu niet inwrijven. In zijn hoofd draaide zijn hersenen overuren, wat moest hij doen? Wat had hij ook alweer geleerd als het ging om beten van giftige dieren? Hij had dan wel nooit zo'n situatie meegemaakt, aangezien er geen giftige dieren op de Noordpool verbleven maar hij had er wel over gelezen. Gif verspreidde zich door je lichaam door middel van je bloedbaan, waardoor het snel fataal kon zijn en de enige manier waarop je gif er misschien eruit kon krijgen, was door een snede boven de wond te maken en vervolgens te zuigen. Tatsuo haalde snel een hand door zijn haar, en overwoog zijn opties. Al snel kwam hij erachter dat hij niet echt opties had, behalve proberen om het gif eruit te zuigen. ''You should have listened.'' Gromde hij voordat hij haar voet pakte en vervolgens het kapmes uit zijn tas. Met de punt van het mes maakte hij een snede boven de bijtwond op haar voet. Zodra de snee begon te bloeden gooide Tatsuo zijn mes aan de kant en haa voet naar zijn mond bracht. Nog nooit had hij gedacht dat hij ooit aan iemands voet ging zuigen, en dat het dan ook precies háár voet moest zijn was waarschijnlijk een stomme grap van het lot. Hij haalde diep adem voordat hij zijn lippen tegen haar voet drukte en het bloed uit de wond begon te zuigen. Als snel vulde de warme metaalachtige smaak zijn mond en na een aantal keer zuigen haalde hij zijn mond van haar voet af, en spuugde het bloed uit zijn mond. Waarna hij opnieuw zijn mond op haar voet drukte en weer begon te zuigen, echter dit keer had het bloed niet een metaalachtige smaak, maar iets wat smerig smaakte. Giftig. In plaats van te stoppen, ging hij nog iets langer door voordat hij opnieuw het bloed uitspuugde en voor een derde keer zijn mond naar haar voet bracht. Hij had geen idee hoe ver het gif in haar lichaam gegaan was, hij kon enkel hopen dat het niet al te ver gekomen was en dat hij met een beetje geluk alles eruit kon zuigen. Na nog twee keer het bloed uit uitgespuugd te hebben, proefde het bloed weer naar metaal. Tatsuo besloot te stoppen, met de hoop dat hij het gif eruit had gekregen. Het bloed lag hem nog op de lippen, maar hij deed geen moeite om het van zijn lippen af te vegen. Hij had op het moment andere dingen om zich druk over te maken. Hij moest terug naar de hutten, zo snel mogelijk. Binnen enkele seconden had hij zijn spullen bij elkaar geraapt, die in zijn buidelzak gestopt en die vervolgens over zijn schouder gehesen voordat hij Yuki optilde. Één arm om haar schouders, en de ander onder haar knieën. Nadat hij haar stevig tegen zich aan had gedrukt begon hij terug te rennen naar de hutjes. Dit keer zonder zijn kaart te gebruiken, dus hoopte hij dat hij de route terug goed genoeg wist zodat hij niet zou verdwalen, want dat was iets waar hij nu geen zin in had.
De flora vloog hem voorbij terwijl hij al rennend door het oerwoud richting het strand rende en met de meters voelde hij de warmte in de lucht toenemen, wat betekende dat hij steeds dichterbij kwam. Wat hem normaal gesproken meerdere minuten kostte, rende hij nu twee keer zo snel. Hij voelde zijn longen lichtelijk brandden, schreeuwen om zuurstof maar hij dacht geen seconden aan langzamer lopen totdat hij bij de hutjes was. Wat een paar minuten leek kon misschien langer zijn geweest, of korter maar hij kon het lichtelijke opgeluchte gevoel niet ontkennen toen hij de grote blauwe plas met water zag die hij de afgelopen tijd nog vervloekt had. Met Yuki nog steeds in zijn armen rende Tatsuo het oerwoud uit en bracht haar naar haar eigen hut. Hij nam twee treden tegelijk terwijl hij de trap opliep, de deur trapte hij open. Er was volgens hem geen tijd om die netjes open te doen, en als de deur kapot was gegaan dan zou hij die later wel repareren. Nadat hij naar binnen was gelopen, verplaatste hij zich naar het bed waar hij Yuki voorzichtig op neerlegde. Zijn buidelzak gooide hij van zijn schouder waarna hij opzoek ging naar iets wat op medicijnen leek. Hij hoopte vurig dat zij wat mee had genomen, want hij was er bijna zeker van dat hij dat namelijk niet tussen zijn spullen had liggen.


De uren die volgden waren zenuwslopend voor hem geweest. Geen moment had hij van haar zijde geweken nadat hij haar op haar bed had gezet. De hoop dat hij al het gif uit haar bloed had kunnen krijgen brandde, maar toch voelde hij zijn hart af en toe zakken als het leek alsof ze niet ademhaalde. De natte lap die hij op haar voorhoofd had gelegd ververste hij om de zoveel tijd, zodat het zweet niet op haar huid bleef liggen. Het leek alsof haar lichaam in gevecht was met iets. Haar wangen waren rood, haar ademhaling onregelmatig en af en toe leek ze te ijlen. Zolang ze maar geluid bleef maken, vond Tatsuo het goed. Al wat hij kon doen was afwachten wanneer ze wakker werd, als ze überhaupt wakker werd. Voor al dat hij wist kon haar lichaam het gevecht met een beetje gif verliezen. Hij wist niet hoe giftig die beet van de vis was geweest maar alles in hem hoopte erop dat ze de avond door zou komen en de volgende morgen hem weer de mooiste bijnamen naar zijn hoofd zou slingeren. Het verbaasde hem dat hij zich zorgen om haar maakte, op dit niveau. Het was niet hij haar niet mocht, zij mocht hem niet. Tatsuo vond haar een zeur en stijf, maar toen hij haar de lagune had laten zien leek het of ze een heel ander persoon was. Iemand die diep in haar verborgen was, en dat persoon vond hij aangenaam om mee te zijn. Langzaam stond hij op uit de stoel van waaruit hij haar in de gaten had gehouden en hij liep naar haar bed toe. Voorzichtig ging hij op de rand van het bed zitten en legde zijn hand tegen haar warme wang aan. Haar huid voelde nog steeds vochtig aan onder zijn aanraking. Tatsuo pakte de lap van haar voorhoofd af en doopte deze in de kom die hij op de grond naast haar bed had gezet. Vervolgens kneep hij de lap totdat er bijna geen druppels meer vanaf kwamen. Met de lap in zijn hand depte hij het zweet van haar huid, tot deze weer zweetvrij was. Een zucht verliet zijn mond voordat hij de lap weer in de kom deed. Hij moest eigenlijk het water vervangen, maar hij wilde haar eigenlijk niet alleen laten. Het water uit de zee was te zout, en de lagune was te ver lopen.. Lichtelijk gefrustreerd balde Tatsuo zijn handen tot vuisten. Waar was dat zogenaamde watersturen als je het nodig had? Ze had het ooit gehad over het voelen van het water, dat gevoel ontbrak hem. Hij voelde helemaal niets, behalve zijn frustratie. Tegen beter weten in sloot hij zijn ogen in een poging om toch iets voor elkaar te krijgen. De seconden tikte voorbij en.. niets. Geërgerd opende Tatsuo zijn ogen weer en haalde hij een hand door zijn haar. Verdomde watersturen, hij snapte niet dat zij er zo op vertrouwde. In een lichtelijke tweestrijd beet hij op zijn lip. Het zou hem een minuut of vijftien kosten om naar de lagune te lopen, en dan nog eens datzelfde aantal minuten terug. Dat betekende dat ze minstens een halfuur alleen was, er kon een heleboel gebeuren in een half uur. De gedachte dat ze in dat halfuur weg zou zakken joeg hem angst aan. Haar dood op haar bed aantreffen wilde hij niet. Uiteindelijk besloot hij toch maar om zeewater te halen, dat was tenminste beter dan zweetwater. Tatsuo pakte de kom, kieperde die om buiten het raam en rende vervolgens naar buiten, het strand op en richting de zee waar hij de kom opnieuw vulde. Hij keek kort met een vies gezicht naar het water. Het zout en zand dat zich in het water bevonden waren niet schadelijk, maar schoon was anders. Toch nam hij het water mee naar de hut. Eenmaal weer binnen liep hij snel door naar Yuki's bed. De lap die hij op haar voorhoofd had gelegd voordat hij het water was gaan verversen lag naast haar op het bed. Haar deken was in gevecht met haar lichaam en daarnaast ook doorweekt geraakt. Voorzichtig haalde hij het laken van haar af en ging opzoek naar wat anders om haar mee te bedekken. Het enige wat hij in een oogwenk vinden kon was een warm kleed, maar dat leek hem niet zo'n goed idee. Misschien kon hij zijn eigen laken gaan halen om die over haar heen te leggen. Zonder deken zou ze waarschijnlijk kou vatten.
''Don't you dare to go anywhere.'' Fluisterde hij tegen haar voordat hij alsnog het warme kleed over haar heen legde en haar hutje weer verliet om zijn laken te halen uit zijn hut. Het was simpel heen en weer lopen, en toen hij toch in zijn hut was pakte hij nog wat andere dingen die hem wel handig leken. Nadat hij terug was gekomen verving hij het warme kleed met zijn laken. De andere spullen die hij mee had genomen legde hij naast het bed neer. Nadat hij haar gezicht nog een keer had afgenomen met de lap stof ging hij op de grond naast haar bed zitten, met zijn armen over elkaar heen gevouwen op het matras. De stilte van de nacht vulde haar kamer, en Tatsuo voelde zijn ogen langzaam zwaar worden. Hij wilde tegen zijn slaap vechten, wakker blijven en over haar blijven waken maar de vermoeidheid trad in alsof hij door een buffelyak omver was gelopen. Kort dacht hij aan zijn eigen buffelyak, die zich thuis waarschijnlijk wel verveelde zonder Tatsuo. Terwijl hij de herinneringen van alle ritjes die ze samen gemaakt hadden één voor één ophaalde, vielen zijn oogleden langzaam dicht. De slaap nam het over en voor hij het wist was hij in slaap gevallen.

Reply Edited on 03/11/2018 09:03 PM.

Sanne

72, female

Posts: 741

Re: [O] We live in the water, we love by the moon.

from Sanne on 02/27/2018 12:31 AM

Yuki
Gelukszalig drijf ik op mijn rug rond. Mijn ogen zijn gesloten, omdat ik volledig wil kunnen genieten van het water. Het voelt alsof ik in zijdezacht sterrenlicht lig. Nooit heb ik met zo'n grote hoeveelheid zoet water in connectie gestaan. Thuis zorgde de nieuwe waterstuurders ervoor dat het zout gescheiden werd van het water, zodat we drinkwater hadden. Het was een lastig en zelfs scheikundig trucje, wat jaren van training vergde. Zelf kon ik het ook, maar het werkje irriteerde me teveel om daadwerkelijk te willen doen. Daarbij had ik genoeg geld om het te kopen, hoewel geld wel het laatste was waar ik mee bezig was. Langzaam open ik mijn ogen en staar naar de helderblauwe lucht. Tot nu had ik nooit geweten hoe het zoete water tegen mijn huid zou voelen. Nu ik dat wel weet, betwijfel ik hoe vaak ik nog met het zoute water van het strand wil oefenen. Het kleine miniscule detail van zoet tegen zout water, lijkt een immens impact te hebben op de manier van sturen. Het water voelt zachter, welwillender, liever, vrouwelijker zelfs op een bepaalde manier. Het spint tegen mijn huid en ik spin even hard terug. Het gevoel van gelukzaligheid overspoelt me en ik voel zowaar hoe mijn mondhoeken omhoog komen. Steeds verder, tot ik mijn tanden bloot glimlach, naar de lucht. 'I thought you might have exaggerated, but I have to admit, you outdid yourself.' geef ik op een vriendelijke toon toe.
De rust van de lagune overspoelt me. Ik hoor de vogels in het bos, of is het een woud?, tjirpen. Het geluid van een leven dat zonder Tatsuo en mij ook zou bestaan, wat voor een extreem kalmerend gevoel zorgt. Helaas wordt dat al snel verstoord door Tatsuo. Hoewel ik niet anders had verwacht, irriteert het me toch. Maar ik voel dat irritatie niet het enige is wat ik voel. Hij wakkert iets in me aan wat ik niet goed ken. Een bepaalde interesse, een emotie die ervoor zorgt dat mijn ogen wat meer glanzen en ervoor zorgt dat ik me meer levend voel. Voor het water van zijn bommetje me kan raken, hef ik mijn hand op en scherm ik mezelf af. 'Nice try.' zeg ik op een droge manier. Waar ik een paar dagen terug nors had geklonken, klinkt het nu droog en zelfs enigzins grappend. Iets wat ik nooit had gedacht te kunnen zeggen van mijn eigen stem. Nog even sta ik mezelf toe te genieten, omdat ik niet weet hoelang Tatsuo me hier gaat toestaan. Het is zijn plek, ik voel zijn energie tegen die van mij botsen. Hij laat me nog niet toe, maar ik hoop dat dat komt. Als hij me eenmaal accepteert, zal het gemakkelijker zijn om hem aan het watersturen te krijgen. Hij heeft goddomme een draak van ijs gemaakt, hij zou toch in ieder geval het water moeten kunnen sturen. Al is het maar heen en weer. 
Uiteindelijk laat ik mijn voeten naar beneden drijven. In plaats van te watertrappelen, stuur ik het water zo dat ik mezelf met gemak boven houd. Een zucht rolt over mijn lippen en ik laat mijn handen langs het zachte water gaan, waarna ik mezelf richting de kant stuur. Een klein ondiep strandje, of zandbank, is waar ik stop. Voornamelijk door mijn nieuwsgierigheid. Een slang van water zet me neer en mijn voeten zakken weg in het zand van het ondiepe water. Met een kleine frons kijk ik naar mijn voeten. Het water voelt warm, heel warm, vast omdat het stil staat en de zon er de hele dag opstaat. 'Don't go there!' hoor ik Tatsuo zeggen en ik kijk met een opgetrokken wenkbrauw op. 'Why not? What are you afraid of? A little piece of stone that will poke you in the toe, Your Highness?' vraag ik ietwat uitdagend, wat absoluut niets voor mij is. Om mezelf te bewijzen zet ik een stap in het ondiepe water en zet mijn vuisten in mijn taille. Mijn mond opent zich om nog een opmerking te maken, waarbij mijn voeten opnieuw een nieuwe plek zoeken. Voor ik de woorden kan spreken, schiet er iets weg onder mijn rechtervoet en zie ik dat het water rood kleurt rondom. Fronzend en verstomd kijk ik naar beneden, waar ik na een paar momenten pas de scherpe en duizelingwekkende pijn doorheen voel gaan. 'Goddamnit, fuck.' is het enige wat ik uit weet te brengen en de vlekken schieten voor mijn ogen. 'I think your fear was well put.' roep ik hees en voel hoe mijn lichaam onstabiel wordt en de hitte zich vanuit mijn voet door mijn lichaam verspreid, net zoals het bloed zich verspreid door het water. Mijn handen proberen op de tast de weg te vinden, terwijl het laatste licht verdwjnt achter de zwarte vlekken en ik voel hoe ik mijn bewustzijn verlies. 

they might have stolen the heart from inside you, but this does not define you

Reply
First Page  |  «  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  »  |  Last

« Back to forum